Mooie zetten en Bloopers

Gespot 84: Giri en Reykjavik en…

 

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Anish Giri voor de Nachtwacht in het Rijksmuseum (foto Frans Peeters)

Zoals u ongetwijfeld weet, won onze landgenoot Anish Giri nog niet zo lang geleden het open toernooi in Reykjavik. Deze zege werd op meerdere sites breed uitgemeten omdat dit zo’n beetje het eerste toernooi was, waar hij het als elitespeler niet tegen andere elitespelers hoefde op te nemen. Vaak zie je dat het helemaal niet zo goed afloopt met gedoodverfde favorieten. We hoeven alleen maar het dramatische optreden van ex-wereldkampioen Viswanathan Anand in Gibraltar vorig jaar in herinnering te nemen. De Indiër moesten halve en hele punten toestaan aan spelers waar hij waarschijnlijk nog nooit van gehoord had.

 

Giri bleek van een heel ander slag te zijn. Hij won het toernooi overtuigend met 8½ uit 10 en daarmee won hij zelfs Elopunten. In sommige verslagen kom ik de fraaie slotzet tegen die hij in achtste ronde tegen Donchenko op het bord bracht. In mijn verslag had ik die fraaie kruispenning ook al naar voren gehaald.

Donchenko, Alexander – Giri, Anish

 

In deze stelling dacht wit wellicht dat hij zich gered had, maar Giri had een prachtige wending achter de hand.

Lees meer >

Zet van het jaar?

Harikrishna (z) – Kramnik (w) / Foto: Shamkir Chess

 

Het is nog maar april maar er is al een zet genomineerd voor ‘De Zet van het Jaar‘.

De volgende stelling is uit de partij Kramnik – Harikrishna van afgelopen maandag in Shamkir (Gashimov Memorial).

Stelling na 24.Td5 f5. Wits loper op g3 dreigt een ‘dikke pion’ te gaan worden na bijvoorbeeld 25.h3 f4 26.Lh2. Zwart lijkt wit te overspelen met zijn imposante pionnenketen en actieve stukken.

Lees meer >

Gespot 83: Achtervolging

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

 

Het nieuwe Formule 1 seizoen staat binnenkort op stapel. In Nederland kijken we gespannen naar de prestaties van de jonge Max Verstappen. De vraag is of hij met zijn vernieuwde racewagen de achtervolging kan inzetten op de teams met de schijnbaar ongenaakbare auto’s Ferrari en Mercedes.

Achtervolging kennen we nog meer in de sport. In het schaatsen is het nog niet zo lang geleden ingevoerd; in het baanwielrennen was dit fenomeen al langer bekend.

Ik vroeg me af of het begrip ‘achtervolging’ ook in het schaken zou bestaan. En het kan ook bijna niet anders of ook onze edele sport heeft posities waarin sprake is van een achtervolging. Het was wel wat zoekwerk, maar ik ben erin geslaagd om vier stellingen te traceren waarin overduidelijk een achtervolging plaatsvindt. Uiteraard ga ik uw fantasie en creativiteit op de proef stellen door ze u als probleem voor te leggen. Als u op oplossing klikt, krijgt u het hele antwoord te zien, met mijn uitleg erbij. Via de viewer is het nog eenvoudiger; dan kunt u het gewoon naspelen. Ik mag hopen dat u ook de humor van deze stellingen kunt inzien. Ik in elk geval wel!

Lees meer >

Kerstpuzzels

Terwijl momenteel in Groningen het schaakfestival druk bezig is, zit de rest van schakend Nederland vermoedelijk onder de Kerstboom. Toch willen we ook dat niet alleen de takken kraken maar ook de hersens. Vandaar dat we acht vrij lastige puzzels aanbieden. Omdat ze soms inderdaad vrij pittig kunnen zijn, zijn er wat tips bij gezet. Die tips zijn soms wat cryptisch, maar wellicht kan het u helpen om op het spoor van de oplossing te komen.

Schaaksite wenst iedereen fijne feestdagen toe en alvast de beste wensen voor 2017!

 

En zet nu die grijze cellen maar het werk!

 

PUZZEL 1

Wit speelt en geeft mat.

Tip: bedenk wat zwarts laatste zet zou kunnen zijn.

 

Lees meer >

Gespot 82: Magnus en Hikaru blitzen er lustig op los…

 

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Binnenkort kunnen we de WK-tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin tegemoet zien. Beide spelers zijn zich druk aan het voorbereiden. Van Karjakin wordt nauwelijks iets vernomen, maar Carlsen is niet bang om geheimen prijs te geven. Hij speelde de afgelopen week nog een snelschaakmatch tegen Hikaru Nakamura. Die werd na drie uur spelen beslist in het voordeel van de huidige wereldkampioen. Deze tweekamp kwam voort uit een snelschaaktoernooi, georganiseerd door Chess.com, met aanvankelijk acht spelers waarvan deze twee de finale speelden. Zowel Carlsen als Nakamura waren te zien via Skype, zodat de uitdrukkingen op hun gezichten ook mooi te zien in beeld kwamen, tijdens het spelen. De tweekamp was verdeeld in drie gedeelten:

Magnus Carlsen (foto Frans Peeters)

 

Hikaru Nakamura (foto Frans Peeters)

1) In het eerste deel zouden ze 90 minuten non-stop partijtjes spelen, waarin ze allebei 5 minuten + 2 seconden per zet kregen. Dit eindigde in een 5½ – 3½ overwinning voor Carlsen.

2) In de tweede fase ging het om 60 minuten lang potjes met ieder 3 minuten + 2 seconden per zet. Ook hier ging de Amerikaan ten onder, ditmaal zelfs met 5-2.

3) In het laatste deel zouden beide heren 30 minuten lang partijtjes spelen, ditmaal 1 minuut per speler + 1 seconde per zet. Deze 1-minuut-vluggertjes staan ook wel bekend als ‘bulletschaak’ en Nakamura is hier heel bedreven in.

Nu was het eindelijk Nakamura die aan het langste eind trok. Hij won met 5-4, maar dat was natuurlijk bij lange na niet genoeg om de tweekamp te redden.

De eindstand kwam dus uit op 14½ – 10½ in het voordeel van de Noor.

Lees meer >

Uit vorm…

Mensen die mij kennen weten dat ik uit vorm ben. Al sinds het open NK in Dieren. Ik zit me soms af te vragen hoe dat komt, uit vorm zijn. In Hoogeveen, na zeven ronden, gaat het beter dan in Dieren, maar ik ben er nog niet bovenop.
Alleen blijft de schade nu beperkt tot halfjes, daar waar het in Dieren nullen regende. Er zit verbetering in!

Symptomen van uit vorm zijn: Niet goed varianten kunnen doorrekenen,

Lees meer >

Gespot 81: Het verschil tussen Te7 en Te8

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Een aantal keer kwam ik in de situatie dat er in de laatste ronde van een toernooi gestreden moest worden voor een titelnorm. In een partij, die ik helaas niet meer heb terug kunnen vinden, ging het om het verschil tussen een bepaalde torenzet. Als ik de toren een veldje minder ver had gezet, had ik gewonnen. In de partij ‘schoot’ die toren net even door en toen werd het remise. Dat was het verschil tussen wel of niet een IM-norm. U begrijpt dat toen dat na de partij was geconstateerd, ik daar wel een halve nacht wakker van heb gelegen.

Hans Ree (anno 2016). De foto is van Frans Peeters tijdens de wedstrijd Stukkenjagers – Caissa uit het vorige seizoen.

Nadat ik dat fragment in het clubblad van mijn toenmalige vereniging (de Eindhovense Schaakvereniging) had gezet, was er gelukkig een clublid die het eindspel nog eens uitvoerig analyseerde. Zijn conclusie was dat ik toch rustig had kunnen slapen, omdat de partij in beide gevallen – bij de beste verdediging – in remise had moeten eindigen.

Dit gevalletje riep bij mij automatisch de associatie op met een voorval dat de Nederlandse grootmeester Hans Ree in 1979 in Lone Pine (Verenigde Staten) overkwam. Ree, die toen nog een sterke IM was en zijn grootmeesternormen telkens op een haar na miste, zat in de laatste ronde tegen de Joegoslaaf Sahovic wederom voor een GM-norm te spelen. Op de 48ste zet moest hij een belangrijke beslissing nemen. Wat was beter? 48. Te7 of 48. Te8 ? Ree speelde de eerste van deze twee mogelijkheden en de partij eindigde in remise. Na afloop werd gevonden dat het tweede alternatief wel gewonnen had. Weg grootmeesterresultaat en ook weg 8000 dollar, indertijd (en nu ook nog) een fors bedrag. Uiteraard werd dit wrede lot uitgebreid beschreven in het blad Schaakbulletin.

Nu, na zoveel jaren, kwam ik deze partij weer tegen omdat ik een les rondom toreneindspelen aan het voorbereiden was. En warempel: met een sterke engine op de achtergrond blijkt dat ook nu beide zetten in remise moeten eindigen bij correct spel. We kunnen wel vaststellen dat zwart na de tweede mogelijkheid (48. Te8) maar één goed antwoord heeft, maar daarna is de stelling ook remise. Kortom: hierbij kunnen we Ree alsnog geruststellen!

Lees meer >

Een les uit het verleden

In de afgelopen Olympiade werd mijn oog getrokken naar een eindspel van onze Anna-Maja Kazarian, dat vermoedelijk bij de meeste mensen in de vergetelheid zal zijn geraakt. Het ging om het slot van de partij Cosma – Kazarian uit de derde ronde van ons damesteam tegen Roemenië. Het was eigenlijk het enige lichtpuntje in een wedstrijd waarin de onzen flink klop kregen. Anna-Maja hield een lastig eindspel remise. Wat was er dan zo bijzonder dat ik nu hierop terug wil komen? Vergelijkt u eens de volgende diagrammen met elkaar:

 

 

Het eerste is uit bovengenoemde partij Cosma – Kazarian, het tweede is uit een partij Kotov – Pachman, Venetië 1950.

 

Ik heb die partij als trainingsstelling in mijn archief zitten, als voorbeeld hoe wit bepaalde voordelen uit een minderheidsaanval kan halen. Deze stelling komt voort uit de Ruilvariant van het Klassiek Damegambiet en veel strategen willen graag bewijzen dat zij een dergelijk voordeel in winst kunnen omzetten. Het is bijzonder leerzaam om te zien hoe Kotov te werk gaat.

Lees meer >

Juweeltjes 7: Planinc – Najdorf

 

In deze rubriek nodigen we de bezoeker van Schaaksite graag uit om te genieten van de meest schitterende prestaties op het schaakbord, door alle eeuwen heen. De reden waarom voetballiefhebbers in vervoering raken als zij acties zien van Messi of Ronaldo moet bij ons schakers dezelfde zijn als wij de partijen naspelen die we hier willen tonen. En aarzelt u vooral niet om uw keus ook kenbaar te maken!

 

Miguel Najdorf

In mijn jeugd gaf mijn schoolvriend van twee jaar ouder, Huub van Dongen, mij bijles. Hij wilde graag dat het schoolschaakteam een rol van betekenis ging spelen. Daarom beval hij mij de Najdorfvariant van het Siciliaans aan. Die scherpe stellingen werden door ons tot in den treure geanalyseerd. We raakten allebei gefascineerd door de vele fraaie en onverwachte tactische wendingen die deze opening bood. En hoewel we ook soms flink klop kregen met deze variant, lieten we ons hierdoor niet ontmoedigen. Die wendingen gebruikten dan weer met wit in ons voordeel! Zoals later in onze carrière waar we soms bittere teleurstellingen te verwerken kregen, overheerste bij ons het gevoel voor de schoonheid van ons edele spel. Vooral bij Huub, die altijd op zoek was naar een heel bijzonder soort esthetiek, woog de voldoening van het doen van zo’n vondst zwaarder dan het resultaat. Helaas kwam hij veel te vroeg te overlijden. Lees hier mijn ‘In memoriam’ over hem.

Pas geleden werd het toernooi dat aan hem opgedragen werd, het Huub van Dongen Memorial, al weer voor de vijfde maal in zijn woonplaats gehouden. Het werd  gewonnen door Manuel Bosboom, ook al zo’n creatieve geest die geroemd wordt om zijn geniale invallen.

Terug naar de Najdorfvariant waarvan we ooit een partij tegenkwamen die ons van de ene in de andere verbazing deed vallen. Hij was tussen een van de geniale geesten uit de ’60-er jaren, Albin Planinc en – hoe kan ook anders – Miguel Najdorf zelf. Hoewel de tweede nauwelijks een introductie nodig heeft, toch een korte persoonsbeschrijving.

Lees meer >

Gespot 80: Van 1. e4 naar 1. d4 en andersom; verstandig?

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Al decennia lang zijn we in staat om ons met de computer voor te bereiden op tegenstanders. Dit wordt in Nederlandse kringen het ‘pluggen’ genoemd. Als we met zwart tegen iemand moeten, leert een korte blik in een schaakdatabase ons vaak snel of we tegen een ‘1. e4-speler’ of een ‘1. d4-speler’ moeten spelen. Uiteraard zijn er ook mensen die ook andere openingen spelen, maar op clubniveau komen deze openingszetten het meest voor. Dat op topniveau de laatste jaren ook 1. c4 en 1. Pf3 in populariteit winnen, heeft met andere factoren te maken. Maar ook daar zien we de van oudsher populaire openingszetten terugkomen.

Als we ons gemakshalve even beperken tot de 1. e4 en de 1. d4 -categorieën kunnen we veelal stellen dat het om spelers gaan met totaal andere speelstijl. Eerstgenoemde zijn meestal de wat agressiever ingestelde spelers. Dat moet ook wel als je tegen het Siciliaans iets voor elkaar wilt krijgen. Het is een beetje kort door de bocht, maar de meeste 1. e4-spelers gaan graag op de koning af… De 1. d4-speler kiest meestal voor de meer strategische aanpak.

GM David Smerdon (foto Lennart Ootes)

Het bestrijden van beide type spelers vergt een heel andere aanpak. In het populaire Open toernooi te Hoogeveen 2007 kreeg ik tweemaal iets merkwaardigs voor mijn kiezen. In de vierde ronde was de Zweedse grootmeester Tiger Hillarp Person mijn tegenstander. In de database zag ik dat hij een groot strateeg was en vooral met 1. d4 opende. Maar ik was gewaarschuwd, maar tegen mijn vriendin Petra Schuurman was hij eerder in hetzelfde toernooi met 1. e4 begonnen.

In de negende en laatste ronde had ik zwart tegen de Australische GM (toen nog IM) David Smerdon. Een typische 1. e4-speler, zoals ik in mijn voorbereiding constateerde. Wat schetst mijn verbazing toen ik aan het bord verscheen en ik plotseling de dubbele zet van de damepion zag worden uitgevoerd.

 

In het eerste geval dacht ik Hillarp Person te kunnen verrassen door hem niet mijn gebruikelijke Caro Kann voor te schotelen, maar te kiezen voor de Siciliaanse Scheveninger. Hij antwoordde met de scherpe Engelse Aanval, waar ik een globaal idee van Loek van Wely (met … Tb8) in de praktijk probeerde te brengen.

13…Tb8!?

Lees meer >