"Checky Baby"

Kopenhagen is een mooie stad. Ook het jaarlijkse toernooi om de Politiken Cup heeft een goede naam. Reden genoeg voor Nederlandse subtoppers om de Deense hoofdstad regelmatig te vereren met een bezoek.

De organisatie van het toernooi in 1984 had op verzoek onderdak geregeld voor mij en mijn twee toenmalige reisgenoten, de meester in ruste, Gert-Jan de Boer en de helaas vroeg overleden Johan van Mil. Men had ons ondergebracht bij een gastgezin dat in Bröndby woonde, een dorpje vlak bij Kopenhagen. Om u de waarheid te vertellen, heb ik het tijdens een schaaktoernooi niet zo op gastgezinnen. Niet dat de mensen niet aardig zijn. Nee, het is meer dat je in je vrijheid wordt aangetast. Het spelen van een sterk (groot)meestertoernooi is al zwaar genoeg en als je ook nog moet voldoen aan de gebruikelijke plichtplegingen bij de gastfamilie dan kan dat slecht zijn voor de concentratie.

Na een vlotte auto- en bootrit belden wij op een mooie zomerse avond met gemengde gevoelens aan. De dochter des huizes, een meisje met een geleerd uilenbrilletje op, deed open. Even later maakten wij kennis met onze gastheer, een wat gezette man met een zware donkere bril op zijn neus.

Vrouw en zoon had hij op vakantie gestuurd, zelf bleef hij liever thuis, kon hij ook nog meespelen in een bijgroep van het toernooi, liet hij ons weten.

De eerste avond hield ik mijn hart vast. Vader en dochter waren onder ons toeziend oog een politieke discussie over het communisme begonnen (de dochter zat in een of andere linkse beweging) en om ons mee te laten genieten, werd de discussie in het Engels gevoerd. Dit was precies waar ik bang voor was. Als een schaker ‘s avonds na een zware partij thuiskomt, wil hij niets aan zijn hoofd hebben; zeker geen zwaarwegende politieke redetwisten. Mijn angst bleek al spoedig totaal ongegrond.

Toen wij na de partij ons op het gerieflijke bankstel hadden neergezet werden de partijen van die dag nagespeeld en de fouten opgespoord. Onze gastheer kon het niveau niet aan, maar probeerde het allemaal te volgen. De dochter zorgde ondertussen voor de muzikale omlijsting door LP’s van de legendarische groep The Doors op te zetten.

Van haar herinner ik me dat zij dacht dat de fameuze zanger, Jim Morrison van deze popgroep niet dood is. Hoewel duizenden aanhangers nog steeds bij zijn grafsteen zijn muziek draaien was haar motto: "He’s not dead; he just disappeared!"

Gezegd moet worden dat haar vader Ehrhart (want zo was zijn voornaam; zijn achternaam was heel ingewikkeld en leek het meest op "Korchnoi" zodat Gert-Jan hem steevast zo noemde) er alles aan deed om ons op ons gemak te laten voelen. We konden gerust onze eigen gang gaan in het huis en verder zorgde hij ervoor dat we niets tekort kwamen. In een onbewaakt ogenblik vertrouwde hij mij toe dat hij van de ene in de andere verbazing was gevallen. "Schakers zijn vreemde mensen", zei hij, mede naar aanleiding van de wijze waarop Gert-Jan zijn partijen voorspeelde. Bij het analyseren had de Amsterdammer in die tijd de vreemde gewoonte om een groot aantal dierlijke geluiden uit te stoten. Vooral als er een stuk geslagen werd kwam er een harde "G-klank" uit zijn keel, een klank die soms meer leek op een soort gerochel. Een toren die de zevende rij binnendrong werd daar met een enorme dreun neergezet en eveneens met nog meer primitieve geluiden begeleid. Dit werkte enorm op de lachspieren, vooral bij onze gastheer, die zich al snel begon aan te passen. Zijn wereldbeeld over de geestelijke en intellectuele gesteldheid van een goede schaker was bij deze totaal ingestort. Zo vertrouwde hij mij later toe dat hij zijn visie van "de intelligente, universeel ingestelde globetrotter" had moeten bijstellen in een "gedegenereerd, primitief soort schepsel", dat maar één ding in het leven kent en daar helemaal in opgaat: het verzetten van houtjes. Het leven van de schaker wordt volledig gedomineerd door dit alles. Ook het globetrotterbestaan is zeer eenzijdig te noemen: de meeste schakers zien slechts de toernooizaal van binnen en hebben geen enkele behoefte om nog wat cultuur of sfeer te proeven in de plaats waar zij aanwezig zijn.

Mijn gastheer vertelde me nog meer. De discussie van de eerste avond was min of meer in scène gezet, om een goede indruk te maken bij de eerste kennismaking. Hij zag nu in hoe belachelijk dat geweest was en dat het schaakspel de meest primitieve gevoelens in de mens losmaakte, begon hij nu wel in te zien. Dat bleek overduidelijk bij het analyseren. En ergens vond onze gastheer in deze ‘gedegenereerde’ uitingen wel een psychologisch verklaarbaar mechanisme zitten. Zit een schaker niet vier tot zes uur lang gevangen stil aan zijn bord, gevangen in zijn eigen emoties? En moeten die niet ergens de vrije loop krijgen? Zelf had hij in zijn eigen partijen gemerkt hoe vreselijk het is om je emoties in bedwang te moeten houden, hoe je je energie moet zien te kanaliseren in slechts één richting: het produceren van goede zetten. Kortom hoe zeer je tegen jezelf moet vechten bij het spelen van een schaakpartij.

Naarmate het toernooi vorderde werd het duidelijk dat onze invloed op de vriendelijke gastheer niet erg bevorderlijk was voor zijn geestelijke gezondheid. Hij deed volop mee met de primitieve klankuitstortingen, die af en toe meer van een ‘oerschreeuw’ weg hadden en niet afkomstig waren van het geciviliseerde wezen zoals wij hem hadden leren kennen bij aanvang. In de analyse van zijn partijen leek het wel alsof alle opgekropte energie de vrije loop moest krijgen. Kortom: er kwam geen zinnig woord meer uit hem. Zo riep hij steeds vaker "checky baby, checky baby", een term die ik uit Eindhoven had meegenomen om bijvoorbeeld dame-eindspelen wat leuker te laten lijken dan ze echt zijn. Maar onze ‘Korchnoi’ (die nu met recht ‘De Verschrikkelijke’ genoemd mocht worden) kraaide het steeds opnieuw uit: "Checky baby, checky baby", zelfs als er geen sprake was van een schaakje! Het naspelen van de partijen werd steeds woester, steeds dierlijker. Het kon bijna niet anders of ik moest nu met een partij thuiskomen die onze gastheer in extase zou brengen. Op een gegeven moment was de volgende stelling ontstaan:

Mijn tegenstander heeft na meer dan een uur nadenken zojuist het verbijsterende 14. Pd4-f5!? uitgevoerd. Nadat ik bijna van mijn stoel was gevallen en van de eerste verbazing was bekomen, antwoordde ik met 14… axb2 om me na 15. Tb1 zelf ook eens in de problematiek te verdiepen.

Maar alle logische reacties die ik berekende ten spijt, kon ik geen voordeel voor zwart ontdekken. Enige paniek begon zich meester van mij te maken. Hoe kon dit alles? Hoe kon wit met een dergelijk absurde opzet nog wegkomen? Hoe langer ik naar de stelling keek hoe minder hij mij begon te bevallen.

In de tussentijd was onze gastheer Ehrhart even bij mijn bord komen staan en aan zijn woeste blik kon ik aflezen dat de stelling hem wel aansprak. Zijn aanwezigheid maakte ook iets primitiefs in mij los, waardoor ik tot het wezen van de stelling doordrong. "Waarom vallen alle varianten in wits voordeel uit", begon ik me af te vragen. Ineens zag ik het antwoord op deze vraag. De loper op c4 is een beest. Het beest dat de heer Moe op mij heeft losgelaten. Een beest dat bijna niet te temmen is. Maar daar staat mijn gastheer aan de overkant van het bord. Ook hij is een beest, dacht ik zoals ik hem daar zag staan met zijn nog altijd woeste, niet begrijpende blik. Maar zijn primitieve geestestoestand gaf me de inspiratie die ik nodig had om het stellingsprobleem op te lossen. "Ga op dat beest af", zei de blik van ‘Ehrhart de Verschrikkelijke’. Verbeeldde ik mezelf, of hoorde ik hem "Checky baby" mompelen. En ineens sloeg de vonk over:

15… b5!!

Een geweldige zet, die wit diep in het hart raakt. De loper op c4 is een geweldenaar en die wordt nu op zijn ziel getrapt. De heer Moe kreunde ineen. Opnieuw nam hij geruime tijd voor zijn antwoord, maar alles is onbevredigend. Dankzij mijn gastheer was het me gelukt tot het diepste wezen van de stelling door te dringen en het meest adequate antwoord op het stellingsprobleem boven tafel te krijgen. En ineens ging alles vanzelf: ik won de partij in mooie stijl.

Als een heer gaf hij op. Hij liet niets merken van de emoties die hem onder de partij ongetwijfeld parten hebben gespeeld. Zijn bolide brengt hem maandag weer naar kantoor, dus wat is er aan de hand? Na deze partij heeft hij iets minder dan 2350 Elo-puntjes, who cares?

Toen het toernooi achter de rug was, nam Dhr. Ehrhart als een soort holbewoner op hartelijke wijze afscheid van ons.

Met een beetje fantasie kon je bij hem inmiddels het verschijnsel waarnemen dat de mens uiteindelijk afstamt van de aap, iets wat mij bij aankomst in Bröndby nog niet was opgevallen. Terwijl ik bij het wegrijden nog eenmaal omkeek, zag ik hem naar binnen strompelen. Op de weg terug kreeg ik een beetje medelijden met zijn vrouw en zoon, die zich nu binnen enkele dingen bij hem en zijn dochter zouden voegen. Zouden ze hem nog terugkennen?

Bijna een jaar later krijg ik een levensgrote kaart in mijn brievenbus. Daar stond in onleesbare hiërogliefen een soort oerkreet op gekalkt met daaronder levensgroot:

CHECKY BABY!

Best regards,

Ehrhart Korchnoi

(voor het gemak zijn sommige feiten ietwat aangepast…)

Hieronder voor de liefhebbers nog de volledige analyse van deze onderhoudende partij:

Moe – Grooten, Kopenhagen 1984.

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Lc4

Een soort Fischervariant tegen de Scheveninger. Die is echter minder gevaarlijk dan tegen de Najdorfvariant.

6… Le7 7. Le3 O-O 8. Lb3 Pa6

Het verschil met de Najdorf: nu veld a6 nog beschikbaar is voor het paard, kan zwart snel een paard naar c5 spelen om de loper op b3 aan de tand te voelen. Als het paard via d7 gaat, moet zwart altijd rekening houden met offers op e6.

9. f4 Pc5 10. Df3 a5

Dit was een idee dat ik zelf achter het bord ooit had bedacht. De bedoeling is om Lb3 eens flink aan de tand te voelen.

Ze hadden mij verteld dat het heerschap dat tegenover mij zat een gespleten persoon-lijkheid had. Hij zag er namelijk uit als een kantoorfrik. U kent hem wel, een man van middelbare leeftijd, ziekenfondsbrilletje op de neus, keurig stropdasje aan, mooie auto voor de deur, rating van 2350, kortom de stereotiepe yup.

Maar van binnen was hij een beest, zo luidde de informatie. Al zijn opgekropte frustratie kwam tot uiting in zijn zetten. Voor hem heeft het uitvoeren van de normaalzetten al veel te lang geduurd in deze partij. Rokeren moet eigenlijk nog gebeuren, maar dat is zo gewoontjes. Nee, de heer Moe laat nu het beest in hem los:

11. f5?!

Hij laat er geen gras over groeien, hij grijpt de tegenstander direct naar de keel. [In een oude partij tegen Willy Hendriks kwam deze stelling op het bord. Zwart had geen problemen om minstens gelijk spel te bereiken met: 11. a4 e5 12. fxe5 dxe5 13. Pf5 Lxf5 14. exf5 e4 15. De2 Pxb3 16. cxb3 en zwart stond min of meer een pion voor omdat wit een waardeloze dubbelpion op b2 en b3 heeft.]

11… a4 12. Lc4 a3 13. fxe6?!

De man lijkt inderdaad gestoord, hoewel hij er maar gewoontjes uitziet. Ik had voornamelijk rekening gehouden met zetten als 13.b4 of 13.b3. Nu opent hij vrijwillig mijn f-lijn. Hij negeert het zwarte spel volkomen. [Een normale reactie is 13. b4 maar daarop had ik 13… Pcxe4! klaarliggen. 14. Pxe4 Pxe4 15. Dxe4 d5 en zwart staat ook uitmuntend.]

13… fxe6!

Het was ook heel aanlokkelijk om direct op b2 te nemen, maar dan beviel de witte pion op f7 me niet. Na de tekstzet, die ik vrij snel had gespeeld had ik rustig naar het strand kunnen gaan. De heer Moe was in gedachten verzonken en scheen niet meer van plan te zijn om nog een zet te spelen. Inderdaad vroeg ik me af wat hij van plan was te gaan doen aan de dubbele dreiging 14… axb2 en 14… Pfxe4. Toen ik na meer dan een uur weer aan mijn bord kwam zitten had hij de volgende verbijsterende zet uitgevoerd.

14. Pf5!?

Ik viel bijna van mijn stoel toen hij deze zet speelde, overigens na erg lang nagedacht te hebben.

14… axb2

Die speelde ik vrijwel à tempo.

15. Tb1

Om vervolgens ook flink in de ‘denktank’ te gaan.

Het eerste dat in het oog springt is 15… Pfxe4. Na 16.Pxe4 Pxe4 kan zwart 17.Dxe4 beantwoorden met 17…Txf5 18.Dxf5 d5!, maar wit heeft het betere 17.Pxe7+ bij de hand, waarna 17… Dxe7 18.Dxe4 d5 niet gaat voor zwart vanwege 19.Lxd5.

Een tweede logische reactie is 15… Kh8, maar tot mijn grote verba¬zing kwam ik tot de ontdekking dat zwart na 16.Pxe7 Dxe7 17.Lxc5 dxc5 18.0-0 helemaal niet beter staat. Ook de derde mogelijkheid, het lompe 14… d5?!, hoeft wit in het geheel niet te vrezen, gezien de variant 15.exd5 exd5 (15…Pxd5 16.Pxd5! Txf5 17.Pxe7+ Dxe7 18.Dxf5) 16.Pxd5 Pxd5 17.Dxd5+! en ook nu komt wit als overwinnaar uit de strijd tevoorschijn. Hoe langer ik naar de stelling keek hoe minder hij mij begon te bevallen.

In de tussentijd was onze gastheer Ehrhart even bij mijn bord komen staan en aan zijn woeste blik kon ik aflezen dat de stelling hem wel aansprak. Zijn aanwezigheid maakte ook iets primitiefs in mij los, waardoor ik tot het wezen van de stelling doordrong. "Waarom vallen alle varianten in wits voordeel uit", begon ik me af te vragen. Ineens zag ik het antwoord op deze vraag. De loper op c4 is een beest. Het beest dat de heer Moe op mij heeft losgelaten. Een beest dat bijna niet te temmen is. Maar daar staat mijn gastheer aan de overkant van het bord. Ook hij is een beest, dacht ik zoals ik hem daar zag staan met zijn nog altijd woeste, niet begrijpende blik. Maar zijn primitieve geestestoestand gaf me de inspiratie die ik nodig had om het stellingsprobleem op te lossen. "Ga op dat beest af", zei de blik van ‘Ehrhart de Verschrikkelijke’. Verbeeldde ik mezelf, of hoorde ik hem "Checky baby" mompelen. En ineens sloeg de vonk over:

15… b5!!

Een geweldige zet, die wit diep in het hart raakt. De loper op c4 is een gewelde¬naar en die wordt nu op zijn ziel getrapt. De heer Moe kreunde ineen. Opnieuw nam hij geruime tijd voor zijn antwoord, maar alles is onbevredigend. Hieronder nog een kleine evaluatie van de stelling, nu gecheckt met een engine:

[De computer suggereert hier 15… Pfd7! een zet die ik niet heb overwogen, maar die volstrekt logisch is. 16. Pxe7+ Dxe7 17. Dg3 Pe5 en zwart staat overweldigend.] [De eerste zet die ik overwoog. 15… Pfxe4 16. Pxe4 Pxe4? [Nu geeft Deep Fritz 11 16… Kh8! -+ waarna zwart op winst staat vanwege het groot aantal dreigingen dat er in de stelling is komen te zitten.] 17. Pxe7+ [17. Dxe4? Da5+ gevolgd door … Dxf5.] 17… Dxe7 18. Dxe4 en 18… d5? kan niet wegens 19. Lxd5] [De tweede logische zet 15… Kh8 maar na 16. Pxe7 Dxe7 17. Lxc5 dxc5 [Zwart kan voordeel behalen als hij 17… Pd7 weet te vinden!] 18. O-O Ld7 19. e5 en wit leeft nog.] [Het lompe 15… d5!? lijkt ook te kunnen: 16. exd5 maar dan moet zwart een geniale voortzetting vinden, anders verwatert zijn voordeel. 16… Pa4!! Een absurde zet. Zwart laat gewoon alles in staan en zet een nieuw stuk en prise. [Beter is 16… Pxd5 17. Pxd5 Lh4+! niet gevonden tijdens de partij. [17… Txf5? 18. Pxe7+ Dxe7 19. Dxf5] 18. g3 Txf5 19. Pe7+ Lxe7 20. Dxf5 en zwart goed vooral vanwege het gepointeerde: 20… Ta4!] [16… exd5? 17. Pxd5 Pxd5 18. Dxd5+ +=] 17. Pxa4 Txa4 18. Lb3 Lb4+ Een belangrijke tussenzet, waarmee zwart niet alleen de witte koning in de tocht zet, maar vooral een vervelend aftrekschaak uit de stelling haalt. 19. Ke2 exf5 20. d6+ Kh8 21. Lxa4 f4! en de dubbele dreiging … fxe3 en .. Lg4 kost wit de kop.]

16. Lxc5

[16. Lxb5? exf5] [16. Pxb5 Pcxe4 is echter de juiste wijze om te nemen op e4. [Tijdens de partij dacht ik dat 16… Pfxe4 goed was: 17. Pxe7+? [17. Lxc5! blijkt dan de enige zet te zijn, waarmee wit in de partij blijft.] 17… Dxe7 18. Dh3 d5 en zwart heeft een moordend initiatief.] [16… Ta4 17. Pxe7+ Dxe7 18. Lxc5 dxc5 19. De2 La6 20. e5 Pd5] 17. Pxe7+ Dxe7 18. O-O d5 en zwart staat op winst.] [16. e5 Lb7 17. exf6 andere zetten verliezen eveneens 17… Lxf3 18. fxe7 Da5 19. exf8D+ Txf8 en er blijft teveel hangen.] [16. Pxe7+ Dxe7 17. Lxc5 [17. e5? Pfe4!] 17… bxc4 18. e5 met overgang naar de partij.]

16… bxc4!

Uiteraard ontdoet zwart zich van het "Beest" in de witte stelling. De andere witte loper is geen schim vergeleken bij zijn voormalige collega.

17. Pxe7+ Dxe7

18. e5

[Na 18. Lf2 was ik 18… Ta3 van plan. [18… d5 is waarschijnlijk nog beter als ik Fritz moet geloven.]]

18… Pd5 19. Pxd5

[19. exd6 faalt nu op 19… Dh4+ 20. Dg3 [20. Lf2 Txf3 [20… Dg5! Fritz is vreselijk! 21. Dg3 Dc1+] 21. Lxh4 Txc3 met stukwinst.]]

19… exd5 20. Dxd5+

[20. Lxd6 Dh4+ 21. g3 [21. Dg3 De4+!] 21… Txf3 22. gxh4 c3! en wit heeft geen verweer tegen … Txa2 omdat op Ke2 het vernietigende … Lg4 volgt.]

20… Le6 21. exd6

De heer Moe werd het hier te moede. Op 21.Dxd6 had ik overigens het banale 21… Dh4+ 22.Kd1 (22.Ke2 De4+ is nog erger) Tad8 voorbereid.

21… Dh4+!

In feite de definitieve beslissing, zodat ik nu voor de galerij kon gaan spelen.

22. g3 Lxd5 23. gxh4

23… c3!

Op schoonheid gespeeld. Waarom een volle toren gepakt als het ook mooi (en ook beter) kan? Na 23… Lxh1 24.Txb2 staat zwart uiteraard ook gewonnen, maar moet dan nog ‘lelijke’ techniek op de stelling loslaten. De pointe van de tekstzet is dat wit na 24.Tg1 Tae8+ mat gezet wordt. "Checky baby, checky baby", brulde mijn overenthousiaste gastheer die zelfde avond nog. Ik had blijkbaar de oermens definitief in hem wakker geschud.

24. Ke2 Lxh1 25. Kd3

Wit heeft geen tijd de loper op te halen met 25.Txh1 omdat de zwarte pion na 25… Txa2 en …Ta1 aan de overkant komt.

25… Tf3+ 26. Kc4 Lg2 27. Lb4

Nu staat hij klaar om de pionnen onschadelijk te maken, maar opnieuw is hij te laat:

27… Tf1 en de pion gaat naar dame.

0-1

1 Comment

  1. Avatar
    Henk Dissel april 04, 2010

    Prachtig verhaal, Herman! en opwindende partij. Bedankt!

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.