Gezond verstand bij schaken

Gezond verstand bij Schaken

Bijgewerkt d.d. 26 december 2010. Hoofdstuk 13 toegevoegd.

Hoofdstuk 1 De leercode gekraakt

Tijdens de laatste jaarvergadering durfde ik het aan. In een ingelast minuutje kon ik vertellen dat de leercode gekraakt was, met behulp van schaken. De leercode gekraakt, de leerwetten onthuld wil zeggen dat aangetoond is, op hersenniveau, hoe de samenhang is tussen invoer (zintuigen) opslag (geheugen) en probleem oplossend vermogen (I.Q.).

De inzichten zijn op de site ‘Gezond verstand bij schaken’ verwerkt.

De zekerheid over de inzichten kreeg ik 16 september 2005. Op die dag kreeg ik een email bericht van twee wiskundige breinen op mijn vraag of schaken de uitgebreide versie van boter, kaas en eieren is. Bram Janssen bevestigde het, Paul Spruit gaf daarbij een link op internet.

Boter, kaas en eieren gaf de mogelijkheid om het wezen van schaken op eenvoudige wijze te demonstreren. Tegelijkertijd werd het mogelijk om een oordeel te geven over het denkniveau van Bobby Fischer, die ooit had aangegeven in bepaalde varianten remise te kunnen maken tegen God. Bij optimaal spel van beide partijen eindigen zowel schaken als boter, kaas en eieren in remise.

Voor mij betekende dat mailtje ook de verbinding van de denklijnen van Lasker (Gezond verstand bij schaken) met die van Montessori (begeleiden van de leerweg van het kind) Ofwel: de leerweg had er al een eeuw kunnen liggen, mits de kijk van het kind centraal was gesteld bij schaakbegeleiding. De geschiedenis kende diverse natuurtalenten. Morphy, de belangrijkste, Capablanca, die wereldkampioen zou worden en Reshevskij waren enkele aansprekende namen. Onze tijd kent vele natuurtalenten. Judit Polgar is de opmerkelijkste uit de schaakgeschiedenis. De huidige Nederlandse kampioen Giri is een ander voorbeeld van een speler die de beeldtaal als vanzelf leest en schrijft.

Na die doorbraak was het, in deze moderne tijd, de wereld onder het toetsenbord, kinderspel om de puzzel verder op te lossen. In het spoor terug, de leestocht in de geschiedenis, waren nog meer fascinerende ontdekkingen te doen.

In 1956 deed Miller de ontdekking van de geheugen spanne wet. Dat was het leermechanisme dat Lasker (1868-1941) en Montessori (1870-1952) beide nog niet kenden. Hadden ze de kennis gehad, dan hadden ze beide een sluitend fundament voor hun methode gehad. Door het ordenen van de inzichten van Montessori begreep ik dat ik een soortgelijke ontdekkingstocht had gedaan als zij. Ze ontdekte innerlijke krachten bij opgroeiende kinderen. Het in kaart brengen van die krachten werd haar levenswerk. Uit haar werk begreep ik dat de schaakontwikkeling volledig leunt op eerdere ontwikkelingsprocessen.

De fascinerendste ontdekking was dat Emanuel Lasker zijn jeugdhobby benut had om zijn filosofische werk te construeren. Lasker had het denken aan een onderzoek onderworpen, schaken als voertuig. Lasker had al in kaart gebracht hoe we tot denken komen bij schaken. De grote meester rondde zijn filosofie af in 1918.

Het leerboek schaken kwam uit in 1925. Gerijpt inzicht.

De kind centraal denkers hadden de geheugenspanne wet kunnen integreren bij het ontwikkelingsfundament. De doorgaande leerlijn had er geweest rond 1956.

Als de politieke wil er was geweest, hadden de knappe koppen rond 1956, denk aan Van Hulst , Van Parreren, Euwe, De Groot, schaken en denkspelen algemeen op de leerkaart kunnen hebben gezet.

Schaken, denkspelen algemeen, zouden in deze tijd als natuurlijk hulpmiddel bij meetkunde/ geometrie , onderdeel van rekenen op de kaart hebben gestaan , waarbij het persoonlijk leervermogen ontdekt en onderzocht zou kunnen worden.

De methode : de weg van het kind (Montessori denklijn), spelen is ontdekken, verkennen en onderzoeken van het spel.

De rode draad bij de aanpak : spelen, spelen en nog eens spelen. En als kinderen willen: oefenmaterialen aanbieden om beter te leren spelen.

Het cement in de aanpak: een aantal wezenlijke instructies om de ontwikkeling vooruit te helpen.

De laatste jaren, nadat ik het schaken op wat meer afstand ben gaan bekijken, zijn de inzichten veralgemeniseerd naar alle meetbare planmatige handelingen.

Gezond verstand bij schaken is daardoor gezond verstand bij leren maken van meetbare plannen geworden.

Schaken en leren. Leren en schaken : doen leidt tot denken, zoals denken leidt tot doen.

Hoofdstuk 2 De universele leercode gekraakt

Schakologie en de universele leerweg.

Op de website ‘Gezond verstand bij schaken’ is de methode onthuld waarmee alle schaakproblemen kunnen worden opgelost. Bij het denken uitgaan van het maken van een meetbaar plan. Hierbij is uitgewerkt hoe zintuigen geheugen en I.Q. samenwerken. Het was hierna relatief simpel om de universele leerweg uit te werken: de bij schaken aangeleerde denkwijze benutten bij alle meetbare plannen.

Met boter, kaas en eieren zijn de denkwijzen aan te tonen die we gebruiken bij het maken van meetbare plannen. De regel: soms kunnen we iets exact uitrekenen, meestal lukt dat niet en dan schatten we in wat we het beste kunnen doen.

Het speelveld van boter, kaas en eieren is uit te breiden naar een schaakbord, dambord, tennisveld, voetbalveld. Uiteindelijk kan het heelal als speelveld worden gebruikt. Wat verandert zijn de spelregels en de controle op die regels.

We kunnen de mechanische inzichten koppelen aan wat bekend is uit training (Fitness!) en hersenwerk. (We leven in de eeuw van het hersenonderzoek). Daarbij kunnen we de proef op de som nemen dankzij het hulpmiddel bij uitstek, de schaakcomputer.

Alles is nieuw, niets is nieuw.

Dat de schaakinzichten te veralgemeniseren waren, had Dr. Emanuel Lasker in zijn leerboek (1925) beschreven. Lasker was naast de beste schaker van rond 1900 , een wiskundig brein die ook nog eens een filosofie construeerde. Hij voegde het strijdconcept van de natuur toe in zijn filosofie, de strijdwetten. Lasker legde kraak helder uit dat Steinitz de ontdekker van de principes van de strategie was. Het was een onwaarschijnlijk grote ontdekking geweest. Lasker vergeleek de ontdekking met die van de elektrische motor. Het maken van plannen: dat was algemeen te benutten.

Na 1995, uitgave van Spelenderwijs Schaken bij pedagogische uitgeverij De Akelei, werd dat spoor gevolgd. Laskers boeken, gecombineerd met de boeken van Montessori (de weg van het kind) waren de perfecte reisgidsen bij de verdere ontdekkingstocht.

Lasker had (dus) gelijk. De verbinding tussen alle mensen op de wereld ligt in dat vermogen meetbare plannen te maken. De met schaken ontdekte leerwetten kunnen op elk leergebied worden benut. Bijvoorbeeld bij lopen, praten of luisteren. Bij een denkspel als schaken – dat is de toegevoegde waarde – zijn de mechanische wetten meetbaar te maken.

We leven in een mooie tijd. Het is mogelijk op internet te spelen, de denkkracht te vergelijken met alle spelers op deze wereld. ( Het elo getal dat we kunnen opbouwen is het bewijs).

Controle van het denken kan door de – schaak – computer tijdens het spelen mee te laten draaien.

De concrete waarde van het schaken is daarmee helder: tijdens de eerste 100 uur van de schaakontwikkeling kan elk kind bewust worden gemaakt van de leerwetten. Daarbij kan de denkontwikkeling in kaart worden gebracht. Omdat elk kind eind groep 7 kan hebben geleerd in elke positie een normale zet te bedenken, kan het ruimtelijke en meetkundig leerprofiel in kaart zijn gebracht.

Elk kind kan daarom weten hoe het in de toekomst het beste kan leren.

De conclusie van de ontdekkingstocht is dat de schaakwereld al een eeuw lang de kans heeft gehad om de natuurlijke leerweg op de onderwijskaart te zetten. Schaken had het bindmiddel tussen spelen en leren geweest.

Kinderen zoals ik, door mijn natuur aangetrokken tot het spel, hadden

– de natuurlijke speel en leerweg kunnen benutten bij het leren te leren (studeren).

– -Het studie/ leerprofiel kunnen benutten dat eind groep 7 in kaart was gebracht.

– Het studie vaardigheidsbewijs zou net als het verkeer examen als iets vanzelfsprekends worden gezien. Het zou mee kunnen gaan naar het vervolg onderwijs.

De aanbeveling voor de schaakwereld ligt voor de hand. Alsnog de kijk van het kind centraal stellen bij het leren. Verbinding zoeken met de andere denkspelen en alsnog ingang zoeken in de onderwijswereld.

Nadat de universele leercode gekraakt was, een leerweg was gegeven, was de logische vervolgvraag: zou de hele wereld op soortgelijke wijze als de schaak wereld zijn opgebouwd?

Hoofdstuk 3

Omdat het maar een keer in de geschiedenis van de mensheid voorkomt dat aangetoond wordt hoe zintuigen – geheugen en I.Q. samenwerken bij probleem oplossen. (in ons geval bij schaken) het verhaal op grote lijnen.

Als gevolg van mijn ontdekking heb ik een nieuwe definitie van intelligentie geformuleerd: doorzien van het meetbare patroon.

Ik heb bij techniek, opleiding en training op grote lijnen de denklijn uiteengezet: de ontdekking van het spelende kind. Schakologie is de uitkomst van mijn verhaal.Schaken de kern, alle wetenschappen (pedagogiek, psychologie, filosofie, sociologie, biologie, geschiedenis enz.) hulpjes om processen te verklaren. Bij mijn ontdekkingen heb ik het pad van Emanuel Lasker gevolgd.

Terugblikkend:

– rond 1975 had ik feeling met de evenwichtwetten in het schaakspel.

– tijdens mijn P.A. tijd ik had feeling ontwikkeld met onderwijs , doorgeven van het spel. Tijdens die periopde werd ik schaakinstructeur.

De basis: de kijk vh kind centraal bij het leren schaken was gerealiseerd. (rond 1981).

Na die periode , in de tijd dat ik werkte op de bibliotheek van de Onderwijs Begeleidings Dienst, vond ik voeding voor mijn denken bij Carl Rogers en Thomas Gordon: echtheid, vertrouwen, empathie, geen winst , geen verlies : evenwicht in relaties. In de schaakwereld werd ik ingevoerd in het Stappenplan (1987/88: docent) : ik leerde analyseren van leerstof.

In 89 ontdekte ik de Montessori methode: wat eerst theoretisch -droog, dor was, tijdens de O.B.D. tijd, kreeg handen en voeten. (het was de methode die ik had gezocht). De naam Montessori methode is uiterst ongelukkig: het blijkt om het begeleiden van de natuurlijke ontwikkeling van kinderen te gaan.

De ontdekking die een jongen op de Wilgeroos deed (89) leidde tot de nieuwe leerweg.

Nadat de leerweg was ontdekt volgde een speurtocht in de geschiedenis. Want ja: waarom werkte het zo? Lasker bleek het superbrein die alles beschreven had. (filosofie 1919, leerboek schaken 1925). En Maria Montessori (nota bene) bleek de leerweg van het kind te hebben beschreven. Zij had haar ontdekkingen gedaan bij kinderen van een jaar of drie oud.

Duidelijker kon niet worden aangetoond dat schaken volledig leunt op eerdere ontwikkelingsprocessen.

Wrang genoeg is Euwe, mijn jeugdheld, de oorzaak van de focus op schaken: hij negeerde het denkstelsel van Lasker. (Euwe construeerde zijn briljante methode. Werd hoogleraarinformatica enz).

Hij vergat daarbij wat Lasker over Steinitz had geschreven: ‘de wereld begreep niet wat Steinitz haar geschonken had, niet eensde schakers begrepren het’.

Nu, ruim vier jaar nadat de leercode gekraakt werd, is er niets veranderd in de structuren van de schaakwereld. (Om maar te zwijgen van de onderwijswereld). Een overtuigender bewijs van hoe gewenning werkt is niet denkbaar.

Hoofdstuk 4

De leercode, hoe zintuigen – geheugen en I.Q. samenwerken bij probleemoplossen bij schaken, is gekraakt door uit te gaan van het meetbare plan. Dat meetbare plan kan worden gecontroleerd met behulp van de schaakcomputer ( de schaak Tom Tom).

Wat doorgegeven moet worden, de principes van het spel kan worden begrepen met behulp van de mini vorm , boter, kaas en eieren. Natuurtalenten (in het verleden b.v. Morphy, Fischer en Morphy en nu Giri) zijn een bewijs dat schaken een natuurlijke beeldtaal is. Bij alle spelers, natuurtalent of niet, vraagt de opbouw van het denken, aandacht. Elk kind doet eind groep 7 eindexamen verkeer. Elk kind kan daarom ook bij schaken eind groep 7 op gezond verstand een normale zet bedenken. De basis moet voor die leeftijd zijn gelegd.

In onze tijd is zelfs bekend hoe gericht kan worden geoefend: het fitness model biedt uitkomst. Ruwweg 80 procent van de oefeningen benutten om het oude patroon te oefenen, de rest van de tijd de focus op het nieuwe inzicht.

Hersenonderzoek, maar wie heeft de luxe positie om dat te benutten, kan een controlemiddel zijn om de effectiviteit van oefening te meten.

In ieder geval: voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk om bij schaaktraining maatwerk te leveren. Het geldt niet alleen voor de toptalenten. Het geldt voor elke speler. Voor ons allen geldt: niveau dat we halen, hangt af van aanleg en op de juiste wijze oefenen.

De transfer van de schaak denkwijze

De verbinding tussen alle mensen op de wereld ligt in het vermogen om plannen te maken. In deze tijd is het hulpmiddel bij uitstek om dit te controleren de (schaak) computer.

Eind groep 7 kan het leerprofiel van het kind in kaart zijn gebracht, schaken als hulpmiddel. De leerling kan een blauwdruk voor de leerontwikkeling in het leven hebben gekregen, kan weten hoe het in de toekomst het beste kan leren.

Er is aan te tonen hoe het leer en denkproces op hersenniveau verloopt, bij het maken van een plan. Hoe de samenhang is tussen zintuigen , geheugen en probleem oplossend vermogen. De inzichten kunnen veralgemeniseerd worden en toegepast op elk leer en ontwikkelingsgebied.

Hoe het beste geoefend kan worden, kan worden gedemonstreerd met behulp van oefeningen bij fitness. De mechanische leerwetten zijn te ervaren met , bijvoorbeeld, arm of beenspieren trainen. Niveau dat wordt gehaald hangt af van aanleg ( kracht van binnenuit) en oefening.

Nadat de leerpuzzel opgelost was bij schaken, er in kaart was gebracht hoe we leren denken en vergeten, kreeg de ooit mysterieuze tekst die Emanuel Lasker in zijn leerboek (1925) geschreven had, grote betekenis.

Lasker gaf aan dat het bij schaken om het maken van het plan draait:

‘De wereld begreep niet wat Steinitz haar geschonken had; niet eens de schakers begrepen het. En toch was zijn gedachte revolutionair, omdat ze natuurlijk niet slechts op het schaakspel toepasselijk is – wat heeft eigenlijk het schaakspel te betekenen – maar op iedere andere zich naar doeleinden richtende zinvolle werkzaamheid.

Het schaakspel is geen uitzondering op duizenden en nog eens duizenden gelijksoortige spelen, die men uitgevonden heeft en nog uitvinden kan. Tenslotte is iedere zich naar doeleinden richtende, naar regels voortschrijdende werkzaamheid, zoals bijv. een geregeld dispuut, aan hetzelfde grondbeginsel onderworpen als het schaakspel.

Dit universele grondbeginsel is in het kort als volgt saam te vatten: De grondslag van een meesterlijk plan is altijd een waardebepaling.’

Door de geschiedenis van het schaakspel heen zijn er spelers geweest waar geen maat op stond. Die dankzij hun vermogen tot exact visualiseren en ruimtelijk zien scheppend bezig waren. Kinderen die spelend leerden. Paul Morphy( geb. 1837) in zijn tijd, Anish Giri in deze tijd. Bij Giri is het wachten hoe hij zich verder zal ontwikkelen.

De aanbevelingen voor de schaakwereld liggen voor de hand:

– Schaken is spelen. Spelen is oefenen. Oefening baart kunst.

– Kinderen willen spelen ook in schaakkastelen die bestaan en nooit zullen vergaan.

– Bij cursussen in de schaakwereld moet aandacht worden geschonken aan de ontwikkeling die kinderen achter de rug hebben als ze bij schaakles binnenkomen. De verschillen tussen jongens en meisjes: in plaats van in jongens en meisjes te denken, is denken in breinen met aanleg voor schaken gewenst.

– Hersenonderzoek wijst ons de weg: we zijn onze hersenen (Swaab), hersenen leren al doende (Kahn), je brein vormt je zijn zoals je zijn je brein vormt (Sitskoorn) en de hersenen zijn plastisch (vele onderzoekers).

Tot slot het opmerkelijke inzicht:

De schaakwereld had dit pad sinds 1925 (Leerboek Lasker) kunnen bewandelen. Het heeft altijd al om de – goede – wil gedraaid.

Hoofdstuk 5 Studiemethode voor schakers

Nu met schaken de samenhang tussen zintuigen, geheugen en I.Q. (probleem oplossend vermogen) in kaart is gebracht, is het mogelijk de denkwijze algemeen te benutten. Het maken van plannen kan, zoals Emanuel Lasker aangaf, op elk gebied van ontwikkeling worden benut. We kunnen uitgaan van de biologische basis.

Om de transfer van de methode te doorzien volstaat de analyse van boter, kaas en eieren. Voor de organisatie van een les en het trainingsconcept zijn de inzichten die ontdekt kunnen worden bij fitness te benutten. Voor het einddoel van de lessenserie is vergelijking met verkeerles mooi: op het eigen gezonde verstand kunnen vertrouwen. Het verkeer examen wordt in groep 7 afgenomen: de basis voor de schaakontwikkeling kan ook eind groep 7 zijn gelegd.

In de moderne tijd kunnen de denkprocessen met behulp van de computer worden gecontroleerd.

Enkele toepassingen: muziek, voetbal, tennis, rekenen, lezen, schrijven, fitness.

Leren hoeft technisch gezien geen problemen meer op te leveren.

Schaken, denkspel, kan een brugfunctie vervullen van spelen naar leren. Een middel waarmee spelenderwijs kan worden geleerd plannen te maken. Schaken is middel om de persoonlijke denkkracht in kaart te brengen. Daarnaast is het een middel om onbeperkt te blijven onderzoeken. Terugblikkend is interessant om te zien, we moeten terug naar 1925 de tijd dat de schaakwereld deze denklijn kon weten, hoe de (schaak) wereld is opgebouwd. Voor een uitwerking van het centraal stellen van het maken van een plan bij leren: zie de site Gezond verstand bij leren.

Hoofdstuk 6 De eeuwige leerweg

Doorgeven van de beeldtaal.

Schaken is een natuurlijke beeldtaal. De natuurtalenten van alle tijden – van Morphy tot en met Giri in deze tijd lezen en schrijven de taal als vanzelf. We geven de taal echter door in onze culturele vorm. Het gevolg: Oom Jan leert zijn neefje schaken, Jeugdschaak, Stappenplan.

Emanuel Lasker had de weg en de denkwijzen al beschreven:

‘Het schaakspel is geen uitzondering op duizenden en nog eens duizenden gelijksoortige spelen, die men uitgevonden heeft en nog uitvinden kan. Tenslotte is iedere zich naar doeleinden richtende, naar regels voortschrijdende werkzaamheid, zoals een geregeld dispuut, aan hetzelfde grondbeginsel onderworpen als het schaakspel.

Dit universele grondbeginsel is in het kort als volgt saam te vatten: De grondslag van een meesterlijk plan is altijd een waardebepaling.‘ (uit het leerboek).

Het is en blijft een wonderlijke gedachte dat de op deze site beschreven leerweg beschreven was in 1925, ver voor Oom Jan zijn neefje leerde schaken.

Terug redenerend: de weg is op elk moment in de geschiedenis ontdekt. Ook, bijvoorbeeld, door de getalenteerde spelers uit de middeleeuwen.

Naar onderwijs vertaald: schaken had al een eeuw lang een sleutelspel kunnen zijn geweest tussen spelen en leren.

Het is de culturele blokkade – spelen is voor kinderen- waardoor er een eeuw lang een weg versperring ligt.

Hoofdstuk 7 Het schaakgen

Het schaak gen en talentontwikkeling.

Nu we na (grondig) onderzoek (goed) kunnen inschatten hoe leren, bij schaken, op hersenniveau verloopt, is helder dat de kernkwaliteit van de schaker, het schaak gen, het exact kunnen visualiseren van posities is.

Dat exact visualiseren is iets wat je meekrijgt bij geboorte. Of niet. In hoeverre training gebrek aan aanleg kan compenseren is moeilijk vast te stellen. Er zal, net als bij alles in dit leven, een bandbreedte zijn.

Heb je de natuurlijke aanleg meegekregen dan geldt: niveau dat je haalt, hangt af van op de juiste wijze oefenen. Spelen is hierbij de prettige oefenvorm.

Op elk moment in de geschiedenis zijn natuurtalenten opgedoken zonder dat ze veel op schaken hadden getraind. Net zoals bij muziek , tennis, voetbal, tekenen atletiek of wat dan ook. Ze speelden, oefenden en werden goed: werkelijk talent meldde zich zelf.

In deze onderzoek tijd is het bij schaken vrij simpel om de natuurtalenten snel op te pikken:

– selecteer op de basisscholen kinderen met een goede rekenkant die het exacte visualisatievermogen hebben. Geschat: de specifieke aanleg is aanwezig bij twee promille van de bevolking. Er zijn meer jongens met het schaak gen. Meisjes die het hebben meegekregen, kunnen zich in hetzelfde tempo ontwikkelen.

– schep voorwaarden waardoor spelers een begeleide ontwikkelingsweg kunnen doorlopen. In eerste instantie tot elo 1800, vervolgens 2200 en 2400. (dit zijn min of meer willekeurig gekozen getallen).

De principes van de strategie kunnen door vele leerkrachten worden doorgegeven.

Het gaat nog wel om willen doen.

Hoofdstuk 8 Talentontwikkeling concreet

Nu helder is hoe ons denken en leren op hersenniveau verloopt, is talentontwikkeling bij schaken, in deze tijd, een technische kwestie.

Voor talenten, spelers die de beeldtaal van nature lezen en schrijven , is de onbeperkte leerlijn simpel te realiseren. Voor natuurtalenten als Anish Giri geldt: spelen is oefenen , spelen baart kunst. Dankzij de moderne tijd – internet, hersenonderzoek, controle denkprocessen met behulp van de schaakcomputer, – is het niet meer de vraag hoe een jeugdspeler zich tot hoog niveau kan ontwikkelen, maar welke spelers met de juiste aanleg dat ook willen doen.

De schaaktechnische inzichten:

– Wat? De leerstof van het spel. Bij schaken draait het om de principes der strategie: Het draait het om het maken van een plan om de koning van de tegenstander schaakmat te zetten ( = gevangen nemen). Elke speler benut de principes van de strategie om dat doel te bereiken. Exact uitvoeren van het plan is noodzaak. De schaakkwaliteit, het exact visualiseren, is voor weinigen weggelegd. Het is een aanlegfactor te vergelijken met het absolute gehoor in de muziek.

– Hoe oefenen? Hersenonderzoek wijst de weg: het gerichte trainingsmodel is bekend uit fitness en fysiotherapie en de Russische leerpsychologie (Vygotskij). De trainingswet: niveau dat we halen, hangt af van aanleg en oefening. Op de juiste wijze oefenen hebben we zelf in de hand.

Trainen – maatwerk- kan op persoonlijk niveau worden gerealiseerd.

Als er gespeeld wordt, meldt werkelijk talent zichzelf. Begeleiders kunnen door observeren de denkkracht van spelers wegen en in kaart brengen.

De rol van de leerkracht / begeleider is belangrijk: hij/zij kan het verschil maken bij het doorzien en door geven van het spel. Feeling met leerlingen en ervaring met het spel en doorgeven van de leerstof is wezenlijk om leerlingen verder te helpen.

Met talentontwikkeling kan al begonnen worden als kinderen de eerste partijen spelen. Na de eerste 100 speel en oefenuren, kan het leerprofiel van elke speler in kaart zijn gebracht. Op grond daarvan kan een inschatting naar de toekomst worden gedaan. Het eindoordeel kan uiterlijk groep 7 worden gegeven. Ideaal is daarom als kinderen uiterlijk in groep 5 beginnen te spelen. (Of 2 jaar 50 speel en oefenuren maken).

Transfer van het talentontwikkelingsmodel: het geldt op alle meetkundige leer/ rekengebieden (wat niet?). De aardigste toepassing is op het gebied van muzikale ontwikkeling, of geometrie in wiskunde. Ook de voetbal of tennis coach benut de inzichten bij het bepalen van de strategie bij een wedstrijd.

Een voorstel voor begeleiding: een leerling volgsysteem. Te benutten vanaf het prille begin tot en met de absolute top.

Wat de leerdoelen betreft:

Bij schaken, onderwijs algemeen, zijn er twee einddoelen te formuleren.

– het minimumdoel. Bij schaken de spelregels die elke speler moet kennen.

– het maximumdoel. Het optimale prestatieniveau, dat iedere speler zelf in de loop van het leven kan ontdekken.

Met een variatie op een uitspraak van Fischer: het einddoel bij talentontwikkeling in de basisvorming is dat remise gemaakt kan worden tegen God. ( de foutloze computer). Daarbij moet de afspraak worden gemaakt dat de foutloze computer, maximaal 3 ply diep rekent.

Hoofdstuk 9 Programmeren op hersenniveau

Met schaken als hulpmiddel is aangetoond hoe leren op hersenniveau verloopt. De winst van de moderne tijd is dat processen, die op hersenniveau spelen, inzichtelijk te maken zijn. Zo is bijvoorbeeld duidelijk geworden hoe invoer van informatie in het brein verloopt, dat we spiegelneuronen benutten bij leren van anderen, voorstellingsvermogen benutten, dat diep zien ons van nature is gegeven en dat de hersenen plastisch zijn, waardoor op de juiste wijze oefenen effect sorteert.

Bij schaken kan de computer dienst doen bij controle van de fout. Mogelijk dat ingewijden in dammen en Go dezelfde conclusies trekken bij die denkspelen. De spelen zijn zeer waarschijnlijk minder goed onderzocht en in kaart gebracht.

Vastgesteld is dat lichaam en brein hetzelfde neurale netwerk gebruiken. Dat verklaart waarom de oog – hand coördinatie zich ontwikkelt uit de hand- oog coördinatie. Waarom spelen leren is en oefenen kunst baart.

De pedagogen van een eeuw geleden kwamen –logischerwijs- tot dezelfde beschrijvingen waar het de natuurlijke ontwikkeling betreft.

Montessori beschreef de leerweg akelig nauwkeurig. Op elk gebied van ontwikkeling, maar niet toegepast bij schaken. Door ontwikkeling te begrijpen is helder te maken dat de schaak –denkspel- ontwikkeling een herhaling van eerdere ontwikkelingen is: van de baby, peuter, en jonge basisschoolkind.

In onze tijd is het mogelijk om de paden concreet in te vullen.

Bij het begeleiden van het programmeren van de hersenen moet worden uit gegaan van het grondconcept waar elke schaakpartij aan onderworpen is: het plan van aanpak. Elke speler maakt al voor de eerste handeling op het bord een plan.

Doordat elke handeling in een plan past, onthult elke zet iets van de denkkracht van een speler. Met behulp van denkstappen tellen kan de denkkracht die nodig is bij elke willekeurige handeling worden gewogen. Ook die van de computer.

De geschiedenis van het spel is te begrijpen als de ontdekkingen van de principes van de strategie. Logisch dat de natuurtalenten de grote ontdekkingen hebben gedaan.

Paul Morphy is zo gezien het belangrijkste natuurtalent uit de geschiedenis. Zonder zijn partijen had Steinitz de wetten mogelijk nooit ontdekt en onderzocht.

Wat het oefen concept betreft is het voldoende om kennis te nemen van de opvoeding van de Polgar zusters (Judit!). De trainingsmethode is te ontdekken bij fitness.

Wat overblijft, is de motivatie van de leerling die schaken prioriteit wil geven.

Rest nog: de transfer van de denkwijze. Die was beschreven door Dr. Emanuel Lasker in zijn leerboek (1925). Lasker beschreef de transfer van de biologische methode:

De wereld begreep niet wat Steinitz haar geschonken had; niet eens de schakers begrepen het. En toch was zijn gedachte revolutionair, omdat ze natuurlijk niet slechts op het schaakspel toepasselijk is – wat heeft eigenlijk het schaakspel te betekenen – maar op iedere andere zich naar doeleinden richtende zinvolle werkzaamheid.

Het schaakspel is geen uitzondering op duizenden en nog eens duizenden gelijksoortige spelen, die men uitgevonden heeft en nog uitvinden kan. Tenslotte is iedere zich naar doeleinden richtende, naar regels voortschrijdende werkzaamheid, zoals bijv. een geregeld dispuut, aan hetzelfde grondbeginsel onderworpen als het schaakspel.’

Aangetoond: de wereld is een eeuw lang blind geweest voor de verbindende schakel tussen spelen en leren: het denkspel, schaken.

Hoofdstuk 10 Studie methode voor schakers

Nu met schaken exact omschreven is hoe leren op hersenniveau verloopt, kan deze kennis benut worden bij het vaststellen van het leerpatroon en profiel van elke leerling. Eind groep 7 kan dat leer/studieprofiel met behulp van schaken in kaart zijn gebracht. De ontwikkeling kunnen hand in hand gaan. Elk kind kan eind groep 7 bewust hebben ervaren hoe in de toekomst het beste kan worden geleerd. De blauwdruk naar de toekomst kan zijn gemaakt.

Bij aanleren van een leermethode draait het , net als bij schaken, om op bewust niveau energie te steken in het plan om de leer/ studie methode in de vingers te krijgen.

Het maken van plannen, kan, zoals Emanuel Lasker aangaf, op elk gebied van ontwikkeling worden benut. We kunnen uitgaan van de biologische basis. In de moderne tijd kunnen de denkprocessen met behulp van de computer worden gecontroleerd.

Enkele toepassingen: muziek, voetbal, tennis, rekenen, lezen, schrijven, fitness (cardio).

Schaken, denkspel, kan een brugfunctie vervullen van spelen naar leren. Een middel waarmee spelenderwijs kan worden geleerd plannen te maken. Schaken is daarbij middel om de persoonlijke denkkracht in kaart te brengen. Daarnaast is het een middel om onbeperkt te blijven ontdekken en onderzoeken.

Terugblikkend is interessant om te zien, we moeten terug naar 1925 de tijd dat de schaakwereld deze denklijn kon weten, hoe de (schaak) wereld is opgebouwd.

Hoofdstuk 11Het leermechanisme onthuld

Met het in kaart brengen van het leermechanisme is een reis afgerond die in de tachtiger jaren begon.

Hoe we leren, denken en denkkracht opbouwen is een remake van ‘Hoe we denken, leren en vergeten’ van Vester. De inzichten van Vester zijn toegepast op schaken. Er is weinig nieuws onder de zon, alleen nu is helder dat de volgorde is: leren, denken en denkkracht opbouwen. De inzichten zijn nu voor ieder van ons te controleren.

Sinds een jaar of dertig terug is de wereld ontsloten. In deze eeuw van de hersenen rolt het ene na het andere onderzoek

van de lopende band. We zijn onze hersenen (Swaab), hersenen leren al doende (Kahn), je brein vormt je zijn en je zijn je brein (Sitskoorn) laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Kennis over neuroplasticiteit, het puberbrein, de vrouwelijke hersenen. De informatiestroom kent geen grens. Een boek dat mijn ogen volledig opende was ‘Het slimme onbewuste’ van Ap Dijksterhuis. Hij toonde dat we meer geregeerd worden door ons onbewuste dan ik me in ieder geval had gerealiseerd. Victor Lamme ging nog verder. ‘De vrije wil bestaat niet’ is de titel van een boek van zijn hand.

Het aanvullinkje in dit geheel: hoe het leermechanisme werkt. Wij schakers zitten op de eerste rij.

Het is een vreemde gedachte dat het brein denkt, dat we met schaken een middel hebben om de denkprocessen in kaart te brengen. Dat schaken een middel is om te bepalen hoe groot de denkkracht van een kind is. Dat het maken van een plan als basis voor ons leren kan worden gebruikt. Bizar is de gedachte dat deze weg er altijd geweest moet zijn. hij moest slechts worden ontdekt. De weg ligt er in het heden, had er in het verleden kunnen liggen en is de weg naar de toekomst.

Schaken is , tegenwoordig steeds meer virtueel, graaiend zien.

‘Een mooi resultaat ‘ van Prof van den Herik is ook hierom een mooi einde van deze ontdekkingstocht.

Hoofdstuk 12Waarom spelen leren is en kunst baart

Waar het me om te doen was: een verklaring vinden waarom spelen leren is en kunst baart.

Die verklaring is nu gegeven: schaken is natuurlijke denkkracht ontwikkelen bij het maken van een plan.

Natuurtalenten lezen en schrijven de taal als vanzelf. Kinderen als Karpov en de Polgar zusters ooit waren, leerden de beeldtaal rond het vierde jaar lezen en schrijven.

In deze tijd spelen en oefenen kinderen de denkkracht stukje bij beetje bij elkaar met behulp van internet. Dat is waar het leermechanisme onthuld over gaat. In deze tijd zijn alle grote vragen met betrekking tot schaaktraining beantwoord. Het is mogelijk geworden kinderen een begeleide ontdekkingstocht te garanderen. Theoretisch is er geen grens meer.

Wat is bekend, hoe is bekend. Het belang van het inzicht: het geldt universeel.

Op elk willekeurig leergebied geldt: niveau dat je haalt, hangt af van aanleg en oefening. Aanleg is de innerlijke kracht die ontwikkeld kan worden. Het gaat om het uitvoeren van een plan. Het mechanisme werkt bij elk willekeurig plan.

Het waardenonderzoek: wat is belangrijk genoeg om tijd in te steken?

Hoofdstuk 13: Schaken een opgelost probleem

Met schaken als middel is het leermechanisme ontdekt en onderzocht. Dat wil zeggen dat op hersenniveau is aangetoond ( en aan te tonen) hoe we leren, denken en denkkracht opbouwen bij schaken.

September 2005 kreeg ik antwoord op de belangrijke vraag:

Is schaken de uitgebreide versie van boter, kaas en eieren? Dr. Paul Spruit (informatica) en drs. Bram Janssen (Wiskunde) bevestigden het. (september 2005).

Daarna was alles wat met schaakbegeleiding te maken heeft helder.

Schaken is een ruimtelijk rekenprobleem. De methode van de hersenen was mechanisch te beschrijven ( zie de header), vergelijkbaar met het maken van een ruimtelijke rekensom.

Wat geleerd moet worden is sinds Steinitz de wetten van het spel ontdekte en beschreef bekend (ruwweg rond 1890).

Hoe geleerd moet worden is beschreven in de trainingswereld. Oefenen van een onderdeel bij fitness, bijvoorbeeld versterken van de beenspieren, maakt helder hoe ook bij schaken geoefend kan worden.

Hoe het leermechanisme werkt, is beschreven: zien – herinneren – verbinden – taxeren.

Wie baat hebben bij veel oefenen is ook bekend (waar schaaktalent uit bestaat).

Bij schaken geldt, net als bij alles in dit leven: aangeboren aanleg ontwikkel je door op de juiste wijze te oefenen.

Sinds september 2005 is schaken daarom -theoretisch- een opgelost probleem.

Inmiddels is het december 2010. Schaken is middel geweest om leren en denken stuk te denken. Een uitwerking (mogelijk de belangrijkste) de algemene leer en denktheorie is opgesteld. ( zie de site bij de links ‘Denken verklaard).

De algemene inzichten waren beschreven door Emanuel Lasker in zijn filosofie (1918)

Het laatste inzicht is dat het mogelijk is ons denken te analyseren. (het denken is stuk te denken).

Op de site is het beperkt tot het denken van de jeugdschaker.

Voor wie dat doorziet, is het een klein stapje naar het doorzien van onze denkwerelden.

Terugblikkend is het een lange reis geweest, alleen maar om te verklaren waarom Spelenderwijs Schaken zo effectief is.

Wat in de schaakwereld vergeten is:

– de lange ontwikkelingsweg die kinderen achter de rug hebben als ze bij schaakles binnenkomen. Kennis en vaardigheden die ze in het leven hebben aangeleerd, die benut worden bij het nieuwe spel ( afspraken over normale omgang, taal, kennis van andere spelen enz.).

Bovenal: schaken is een spel. Kinderen willen het spel spelen (ontdekken, verkennen en onderzoeken).

De samenvatting van deze ontdekkingstocht: spelen baart kunst.

Dat nu kan ieder kind ons laten zien.

Noot: Artikelen van Hans zijn door de redactie in één overzicht geplaatst.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.