De BV Vujovic en consorten

Jaren geleden was er een fantastisch open toernooi in de Zwitserse plaats Lugano. In het prachtige congrescentrum, gelegen aan het Meer van Lugano, werd het toernooi gespeeld. Door de voortreffelijke organisatie, hetgeen je van Zwitsers mag verwachten, wisten diverse toenmalige wereldtoppers de weg te vinden naar het zuidelijk gelegen rustoord.

(Foto bron onbekend)

Zo heb ik (als eenvoudig spelertje uit Nederland) ooit aan de hoge tafels zo’n beetje tussen Spassky en Korchnoi in gezeten, toen ik door een goede start een beetje ‘omhoog gevallen’ was. Timman heeft de tocht naar Zwitserland ook een keer gemaakt, hoewel hij als de gewezen nummer twee van de wereld zich in principe niet inliet om in open toernooien deel te nemen.

In die tijd had je alleen een Elorating als die 2200 of hoger was en dat was ook meteen de ondergrens om te mogen participeren in het hoofdtoernooi. Uit ons land togen veel subtoppers naar Lugano om hun geluk te beproeven in dit prachtige evenement. Vaak werd de rit gezamenlijk gemaakt om de reiskosten wat te drukken. Ik kan me herinneren dat ik ooit – naar ik meen – met leeftijdsgenoot Gert-Jan de Boer en nog twee anderen in een oude roestbak de bergen over koerste. Om voor het te kunnen acclimatiseren, namen we ruim de tijd voor de heenweg. In plaats van de mooie snelweg te kiezen, besloten we in een opwelling de bergen via een B-route te doorkruisen om zo wat meer van het mooie landschap te kunnen genieten. Het moet gezegd worden. Dit werd bepaald niet een toeristisch uitje, maar een stressvolle aangelegenheid. Toen wij de top van een berg hadden beklommen en ik – aan het stuur gezeten – stapvoets een haarspeldbocht probeerde te nemen, voelde ik letterlijk de grond onder mijn voeten wegzakken. Er lag grind in de bocht en de wielen kregen geen grip meer op de weg. Om het helemaal spannend te maken was er net in die bocht geen vangrail. Dus gleden we ijselijk langzaam richting de peilloze afgrond. Gert-Jan de Boer, die voorin zat, zag tot zijn afgrijzen wat er dreigde te gebeuren. “Wat doe je?”, riep hij. Ik antwoordde dat ik niets kon doen, behalve mijn stuur helemaal te draaien om dan te hopen dat de wrijvingskrachten hun werk gingen doen. Remmen lukte helemaal niet. Helemaal in paniek en eigenlijk verbijsterd keken wij allevier naar buiten en we zagen de afgrond op ons afkomen. “Dit gaat Elopunten kosten”, riep De Boer, met grote ogen van ontzetting. “Famous last words”, dacht ik nog, maar net toen we allemaal dachten dat we er geweest waren, kwam de auto tot stilstand op de rand van de afgrond. De neiging was dat iedereen de auto onmiddellijk wilde verlaten. Doch iemand merkte verstandig op dat deze gewichtsverplaatsing wel eens de dood van de anderen zou kunnen veroorzaken. Als echte schakers hebben we kalm overlegd hoe we ons uit deze netelige situatie zouden kunnen redden. Uiteindelijk werd besloten dat er niemand zou uitstappen en dat ik de versnelling toch maar het beste in zijn achteruit zou kunnen zetten om zo te proberen voorzichtig achteruit te rijden. Ik meende dat de auto voorwielaandrijving had en omdat hij over een rand stond, was dat een geluk bij een ongeluk. Zo gezegd zo gedaan en gezien dit stukje, weet u inmiddels dat we er allemaal nog zijn. Toch geheel ontdaan, met het zweet nog op het voorhoofd, hebben wij zo snel mogelijk een hotel gezocht en zijn flink aan de bar gaan hangen. U begrijpt dat het toernooi vervolgens prima verliep. Na een dergelijke ervaring is het offeren van een pionnetje of kwaliteit niets meer vergeleken bij wat ons was overkomen en zagen overal de betrekkelijkheid van in.

Een tweede anekdote komt in mij op met betrekking tot dit toernooi. Als je het congrescentrum binnenliep, dan was de speelzaal boven aan de marmeren trappen. Beneden was een grote zaal die door enkele Joegoslavische spelers werd ‘geterroriseerd’ om te gaan snelschaken voor geld. Toen ik op een avond, samen met diezelfde Gert-Jan de Boer, eens wat langer bleven stilstaan, ontwaardden wij een merkwaardig tafereeltje. We zagen de Joegoslavische meester Vujovic met lapjes geld in zijn handen. Naast hem zat een landgenoot van hem twee minutenvluggertjes te spelen tegen mensen die voorbijkwamen.

(Foto © Cathy Rogers, bron Chessbase)

De meeste spelers werd snel geld afhandig gemaakt. Af en toe riep een speler “contra”. Dat betekende zoiets als “geef op” of speel voor het dubbele bedrag. Vujovic had zelfs meerdere mensen aan het werk gezet en hij was een soort directeur van zijn eigen B.V. Hij regelde de deals die gesloten zouden worden, de bedragen waarom gespeeld wordt, zelfs de tijd. Als een tegenstander wellicht te zwak was, stelde hij voor dat zijn “werknemer” twee tegen vier minuten zou spelen, maar dan wel tegen een dubbel tarief!

Zo ging dit een hele tijd door, totdat de toen 15-jarige Oostenrijkse talent Josef Klinger het ook eens ging proberen. En hij zat flink wat Zwitserse frankjes te winnen toen daar – zonder waarschuwing – ineens een veel sterkere Joegoslaaf tegenover hem kwam te zitten. Maar Klinger bleek niet voor een gat gevangen en ook deze heer ging er onderdoor. Dat zinde Vujovic allerminst. En hij nam de volgende in de hiërarchie die die vermaledijde Klinger een halt moest toeroepen. Dat lukte weer niet en nu werd er ineens niet meer uitbetaald van Joegoslavische zijde. Gelukkig liep daar ook de Nederlander Erik Knoppert langs. Mijn zijn grote gestalte en zijn nog grotere mond wilde hij wel even als ‘bodyguard’ van Klinger fungeren. En het geld ging nu ineens wel weer in lapjes over de tafel. Dit kon Vujovic niet meer aanzien. Hij ging naar boven en sleurde een landgenoot mee naar beneden die het wel eens even zou gaan doen. De Boer en ik, die al lang van plan waren geweest om ergens anders naartoe te gaan, bleven toch even wachten hoe dit ging aflopen.

Ineens zat daar het ‘beest’ Arapovic tegenover die arme jeugdspeler. De man was verschrikkelijk snel, verschrikkelijk gehaaid en hij beukte ook nog met de platte hand op de verzwaarde klok. Tegen dit geweld was ook Klinger niet opgewassen en de lapjes – die Knoppert als manager van Klinger netjes naast zich had opgestapeld – gingen weer over de tafel terug. Als een echte vertrouwensman begon Knoppert nu de onderhandelingen met Vujovic. “Dit was niet afgesproken, dus moest er iets aan de tijdlimiet gedaan worden”. En schoorvoetend ging Vujovic akkoord. Arapovic zou het met 2 tegen 4 minuten gaan proberen, met dubbele inzet. De strijd werd voortgezet, maar Klinger slaagde er niet in om deze sluwe vos van zich af te houden.

Knoppert was echter ook niet voor een gat gevangen. Hij keek eens om zich heen, zag daar de Amerikaanse grootmeester Yasser Seirawan lopen, van wie hij wist, dat die ook wel ‘aardig’ kon vluggeren. En die was best bereid om in deze show, die inmiddels heel wat bekijks had gekregen, mee te doen.

(Foto Jos Sutmuller)

Ineens zat daar geen Klinger, maar Seirawan tegenover Arapovic. Vujovic protesteerde hevig, maar met zoveel publiek erbij, werd hij weggehoond. Seirawan bleek zich goed te weren en de lapjes geld kwamen ineens weer aan de kant van Knoppert te liggen. Toen dat letterlijk in de papieren begon te lopen, greep Vujovic in. Dit was unfair. Seirawan had ooit van Karpov gewonnen.

Het moest twee tegen vier minuten worden, anders zou de strijd niet voortgezet worden. “Niet doen”, zei Knoppert tegen Seirawan. “Die man is een beest. Die jaagt je door je vlag heen”. Maar Seirawan ging akkoord. Er zou nu een match gespeeld worden over 10 potjes. En daar gingen ze weer. De stukken vlogen in het rond, de klok viel van de tafel af, er werd gebeukt, geramd. Maar Seirawan won. Als ik me goed herinner met zo’n 8-2. Ongelooflijk dat dit snelschaakmonster binnen twee minuten mat gezet kon worden. Mijn hoed voor de ware wereldtop ging hiervoor af. Toen wij naar buiten gingen, waren we ons ervan bewust, dat we hier iets unieks hadden meegemaakt.

N.B.

Van mijn generatiegenoot IM Gerard Welling ontving ik de volgende waardevolle aanvullingen op de hierboven geschetste herinneringen:

Leuk verhaal over Milorad Vujovic en zijn gevolg. Zelf heb ik nog tegen Vujovic gesnelschaakt in Biel, en enige jaren later in Luik. Toen ik hem de eerste keer bezig zag – in 1979 – speelde hij tegen Yehuda Grünfeld.

Grünfeld was toen kandidaatgrootmeester en speelde met één minuut tegen vijf. Dat was toch te gek, Vujovic was dan wel een zwakke meester, maar deze voorgift was te groot en de Israelier verloor honderden Zwitserse Francs die middag. Had zijn doofheid er misschien mee te maken, want hij hoorde natuurlijk de "contra" meldingen van Vujovic niet … Als student had ik het zelf niet zo breed, maar heb toch een paar keer mijn geluk geprobeerd tegen de Joegoslaaf, met een behoorlijk positieve balans. Hij speelde nogal primitief, bijv. 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 d6 4.Pf3 Pxe4 5.c3 en dan waren er veel spelers die na 5..Le7 6.Da4+ een stuk kwijt waren.

Maar als je dit soort kinderachtige trucs ontliep had je een goede kans, want erg constructief waren zijn zetten niet. Wel kakelde hij voortdurend door onder de partij, "campeone Holandese", of "mishko spielen very very"

en andere idiote uitspraken. Niet lang daarna verliet hij zelf "het ambacht" en werd steeds meer de manager van de Joegoslavische blitzmaffia, met onder meer (Slobodan) Kovacevic, Aleksic en de al door jou genoemde Arapovic. Deze laatste had een eigen klok bij zich, met metaal verzwaard, en bestand tegen het grofste vluggergeweld. Tot begin jaren 80 wederom in Biel de Franse meester Thierry Manouck tegenover hem plaats nam. Deze had een eigen stijl van klokbehandeling, waarbij zijn hele bovenlijf meebewoog om de op de klok uitgeoefende kracht zo groot mogelijk te maken. Met enorme knallen sloeg hij het ene na het andere zwitserse klokje in puin, en ook Arapovic eigen klok dreigde ondanks het ijzeren harnas het loodje te leggen. Hoewel hij aan de winnende hand was wilde laatstgenoemde zijn geliefde klok niet langer blootstellen aan die Franse barbaar en hij stopte er mee.

Het jaar waarover jij schrijft heb ik niet meegemaakt, zelf was ik tweemaal in Lugano aanwezig, 1986 en 1989. Wel herinner ik me een kunstje van Yasser Seirawan maar weet niet meer of het in Biel of in Lugano was .

Op een gegeven moment wist Eric Lobron de verzamelde Joegoslavische snelschaakelite de stuipen op het lijf te jagen en de een na de ander haakte af. Als het geld ging kosten hadden ze geen interesse meer.. Op dat moment kwam Seirawan voorbij en hij ging de strijd met Lobron aan, met een behoorlijke handicap. Het was met één of hoogstens twee minuten tegen vijf, en Lobron kreeg geen been aan de grond. Vooral de manier waarop was ontzagwekkend, het waren gewone positiepartijen compleet met technische fase die Seirawan er in hoog tempo uitgooide.

Ook de Israeliers vond je vaak bij het vluggeren, gokkers in hart en nieren maar toch vaak aan de verliezende hand. Eén van hen was flink aan het verliezen, als ik me niet vergis van Arapovic, en stelde toen voor dat zijn "goede vriend" zou doorspelen. Dat was een verlegen en onschuldig ogende jongeman. Die echter volstrekt muteerde toen er zetten moesten worden gedaan. Deze Avni, die later naam heeft gemaakt als (schaak)psycholoog veegde zijn opponent keer op keer van het bord, en uiteindelijk wilde geen Joegoslaaf meer tegen hem spelen…

De meest opvallende snelschaker die ik ooit heb gezien was echter met afstand Israel Zilber.

Hij won het snelschaaktoernooi van Biel voor een reeks titelhouders, zonder ook maar iets te laten liggen en in een saaie, bijna slaapverwekkende stijl. Vluggertjes om geld speelde hij toen eigenlijk niet maar ik hoorde dat hij ook de 24 uur van Brussel met een recordscore had gewonnen. Zilber werd altijd begeleid door een rijzige knappe jongedame, en minimaal tweemaal per dag wisselde hij van pak – een soort dandy. Later is hij naar de USA geemigreerd waar hij helemaal vastliep, en als een clochard in het Washington Square park om geld ging schaken voor zijn primaire levensonderhoud. Hij speelde met een grote ster op zijn morsige kleding en werd "de sheriff van Washington Square park" genoemd De mooie dame had hem toen al lang verlaten. Hulpvaardige schakers die hem wat wilden toestoppen werden afgewimpeld, trots zei hij dan dat een schaker die driemaal van Tal heeft gewonnen ( in Lettische kampioenschappen ) zich zelf kan redden…

Het schijnt – volgens informatie van Yochanan Afek – dat Israel Zilber op latere leeftijd toch nog terug naar Israel is geraakt, waar hij enkele jaren geleden is overleden.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.