Magic Bus

Engeland was in de jaren ’80 het walhalla van de schaaktoernooien. Niet alleen komt bij mijn weten de weekendtoernooivorm, zoals wij nu in Nederland ook kennen, daar vandaan. Ook op het gebied van de Open grootmeestertoernooien was er van alles te genieten. Er waren diverse evenementen die sterk bezet waren. En dat kwam niet in het minst omdat organisatoren erin waren geslaagd sponsoring los te krijgen voor een Grand Prix. De exacte voorwaarden voor het winnen van deze prijs staan me niet zo helder meer op het netvlies. Feit was dat er een enorm bedrag (30.000 pond?) in het vooruitzicht was gesteld voor degene die over een aantal toernooien de meeste ‘Grand Prix’-punten had verzameld. Het gevolg was dat vrijwel alle topspelers zich in het strijdgewoel gingen mengen. Spelers als Nunn en Speelman en ook de jonge Short deden allemaal een gooi naar dit ‘jaarsalaris’.

Zelf probeerde ik regelmatig mijn geluk te beproeven in Ramsgate en ooit ging ik samen met clubgenoot Johan van Mil (die helaas al vroeg is overleden) naar Manchester. Dat was in 1982.

Johan van Mil (Foto Jos Sutmuller)

Wij boekten een goedkope reis met de zogenaamde Magic Bus. Deze bus bleek echter niet zo ‘magic’ te zijn als ons in het vooruitzicht was gesteld, daarover straks meer. Als arme student probeerde je overal op te bezuinigen, dus in dit geval ook op de annuleringsverzekering.

Laat ik nu twee weken voor vertrek met een potje cafévoetbal op een drassig veld mijn sleutelbeen breken. Ik sprong een paar keer over het uitgestoken been van een verdediger die mij voortdurend onder de grond wilde schoffelen en de laatste keer was het dan ook raak. Terwijl ik in de lucht zweefde om zijn tackle te ontwijken, wist hij mij te raken zodat ik uit balans raakte, op mijn hoofd terecht kwam en mijn sleutelbeen brak. Vlak voordat ik het bewustzijn even verloor, hoorde ik hem nog zeggen: “hoezo overtreding?”

Daarna ligt je schouder helemaal in elkaar, maar het enige dat men in het ziekenhuis doet is je een band om je schouder geven die elke dag aangetrokken dient te worden om de schouder weer recht te trekken. Ondertussen staat er zo’n 6 tot 8 weken voor het genezingsproces. De eerste dagen is slapen in een bed er ook nauwelijks bij, in een stoel gaat nog net.

De grote vraag was natuurlijk: kon ik wel mee in de Magic Bus om een lange reis te maken naar Manchester? Eigenlijk niet, het werd mij door de dokter afgeraden.

Maar ja, ik had er voor betaald en als een ware Nederlanders betaamd, stapte ik dus toch in voor een ware Helletocht. Elke beweging deed pijn, maar na zo’n 18 uur bereikten wij eindelijk Manchester.

Het schaken verliep niet zo voorspoedig, maar het verblijf bleek redelijk aangenaam, voor zover ik in het begin kon slapen tenminste.

Tijdens het toernooi maakten wij kennis met Hennie Maliankay, een enthousiaste schaker uit het Rotterdamse, die kunstenaar van beroep bleek te zijn. Toen wij na een ronde eens gezamenlijk bij een Indiaas restaurant (waar ze er in Manchester veel van hebben) terecht kwamen, vroeg de ober hoe wij ons eten geserveerd wilden hebben. “Mild, medium or hot”, was de standaardvraag die ons werd voorgelegd. Het was ons al opgevallen dat er een grote kan water op tafel stond, maar Van Mil en ik besloten om voor de gulden middenweg te kiezen, dus werd het medium. Maliankay kwam met een resoluut “hot” tevoorschijn.

Nadat wij even later onze eerste hap namen, riep Van Mil moord en brand, greep de kan met water en dronk die vrijwel tot de laatste teug leeg. “Medium” bleek in dit Indiase Engelse restaurant vreselijk “hot” te zijn voor ons beide. Zelf bleek ik er iets beter tegen bestand te zijn omdat mijn moeder geboren is in Indonesië en ik wel iets gewend was. Desalniettemin vond ik het een geen slecht idee om per persoon een kan water bij te bestellen. Maliankay zat ondertussen rustig zijn eten naar binnen te werken. “Jij hebt toch hot besteld?”, vroegen wij aan hem. “Heb jij geen brandend gehemelte van dit eten?” Het laconieke antwoord was dat hij het eten wat ‘flauwtjes’ vond. “Als je bij het ontbijt een broodje sambal eet, is dit helemaal niets”, was zijn riposte!

Tijdens het toernooi werd ik in een toreneindspel zoek gespeeld door Nigel Short die – zo jong als hij toen nog was – de partij met vaste hand naar winst speelde.

Nigel Short (Foto Jos Sutmuller)
Short – Grooten

Vanaf de diagramstelling wikkelde wit af met 20. Lxc6 bxc6 21. Txd8 Txd8 22. Txe5 waarmee hij een cruciale pion won. Short won het eindspel op instructieve wijze, zie de partij in de viewer.

Het werd tijd om de terugreis te aanvaarden. De helletocht werd zo mogelijk nog erger dan de heenreis. Door diverse oorzaken liepen wij enorme vertraging op. Ik herinner me dat de bus in een file kwam te zitten, waar geen beweging in te krijgen was en dat er ook met de aansluiting naar de boot het nodige mis ging. Dat was vervelend want wij hadden het toernooi zo gepland dat wij vrijdagavond laat thuis zouden zijn, net op tijd voor de KNSB-ronde die de dag erna op het programma stonden.

In het tijdperk waarin nog geen mobiele telefoons bestonden was het ons niet mogelijk geworden om de teamleider op de hoogte te brengen van de vertraging. Wij waren dus gewoon opgesteld toen de wedstrijd – gelukkig een thuiswedstrijd in Eindhoven – om 13:00 uur begon.

Inmiddels had men er wel lucht van gekregen dat wij nog in deze ‘Magic Bus’ zaten, maar niemand wist hoe ver wij gevorderd zouden zijn en of we überhaupt nog op tijd zouden komen. Volgens teamgenoot Gerard Welling arriveerden wij na ongeveer een half uur, niet geslapen, totaal gesloopt door de busreis, maar wel goed genoeg om als een streep de overwinning binnen te halen!

Ach, met mobiele telefoons zou dit allemaal niet zo heroïsch geweest…

N.B. Onlangs vernam ik dat het met Hennie Maliankay niet zo goed meer gaat. Hij heeft de ziekte van Alzheimer. Jan Timman is voor hem op de bres gesprongen door een benefietsimultaan te geven voor hem.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.