Matten 8 over Mikhail Tal

Meer dan de helft van het nieuwe nummer van het literaire schaaktijdschrift Matten 8 is gewijd aan Mikhail Tal, de tovenaar van Riga, die vijftig jaar geleden wereldkampioen werd. In een persoonlijk essay vertelt Genna Sosonko zijn herinneringen. Sosonko hield van Tal en hij heeft er een prachtig verhaal van gemaakt vol passende citaten uit de Russische literatuur. Boeiend, vol bizarre anekdotes, maar tegelijkertijd ook verschrikkelijk.

Michael Tal werd in 1960 op 23-jarige leeftijd wereldkampioen. De eer was hem maar korte tijd gegund want Botwinnik won de revanchematch in 1961 dik, maar de partijen van Tal waren zo oogverblindend, zo ideeënrijk, zo vol wilde complicaties, dat hij voor altijd het idool bleef van de hele schaakwereld.

Van Joseph Henry Blackburne, een schaakgenie uit de 19e eeuw, beweren de schaakgeschiedschrijvers dat hij tijdens een simultaan vaak meer glazen whisky buit maakte dan pionnen. Over de nog briljantere Alexander Aljechin schreven de Nederlandse kranten in 1935 dat hij zijn WK-match met Max Euwe verloor door zijn drankgebruik. Over Tal waren wel wat hilarische anekdotes bekend, maar dat het zo erg was als Sosonko beschrijft, las ik nergens. Tal had een broze gezondheid. Dat was altijd de officiële lezing. Desondanks bleef hij een fantastische speler die zijn hele korte leven aan de top bleef. Maar met Sosonko’s publicatie moet die opvatting worden herzien.

In 1992 schreef Sosonko na het overlijden van Tal (1936-1992) in een necrologie in New in Chess: “During supper and often for a long time afterwards we drank. (…) And just to avoid any misunderstanding: this was none of your sipping through a straw business”, waarna hij vervolgt met enkele drankverhalen. Maar daar gaat het over een episode uit Tals veel te korte leven en de voorbeelden waren niet erg schokkend. Het verhaal in Matten 8, een sterk uitgebreide versie van het in memoriam, maakt duidelijk dat het allemaal veel erger is geweest. Nadat Tal wereldkampioen werd, heeft hij tot zijn dood nauwelijks iets anders gedaan dan hoeren en snoeren. Bovendien kampte hij met een morfineverslaving en rookte hij minstens drie pakjes sigaretten per dag. In 1961 zei Tals moeder al dat hij de titel nooit zou hebben verloren als hij tijdig in de gevangenis was opgesloten. Botwinnik won in 1961 van een junk. Tal bleef zijn leven lang avond aan avond slempen en brassen. In zijn partijen moest hij naar eigen zeggen vaak opzij ademen om zijn tegenstanders niet met zijn kegel te benevelen. Tal blijkt een held om je voor dood te schamen. Maar nog erger is, dat de schaakjournalistiek daar vijftig jaar over zweeg.

Lees meer…

1 Comment

  1. Avatar
    MvanLeeuwen november 12, 2010

    Wie kent het alcohol- en drugsgebruik van popartiesten, acteurs etc.? En willen we dat wel weten?!

    Moet de insteek niet zijn dat we genieten van muziek, films of in het geval van Tal van schaakpartijen?

    Het gaat mij te ver om de schaakjournalistiek in deze iets te verwijten.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.