Eindspelstudie 9: Penning

website

E-mail:

Hierbij de 9e eindspelstudie voor de Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


Eindspelstudies 9 - De Penning

De Armeniër Ghenrik Kasparjan (1910-1995) wordt nog altijd als de beste eindspelstudiecomponist ooit beschouwd. Hij won vele onderscheidingen in toernooien, en het leek wel of alles wat hij aanraakte in goud veranderde. Het is erg verleidelijk om nu af te dwalen en u een aantal prachtige studies van hem voor te schotelen. Misschien doe ik dat later nog wel eens. Maar in deze rubriek gaat het om iets anders. Een essentieel en ook moeilijk onderdeel van eindspelcompositie is het bedenken van een nieuw idee voor een studie. Het is niet persé het meest creatieve gedeelte van eindspelstudiecompositie, want zo'n idee is vaak in algemene bewoordingen te formuleren, en zit de creativiteit 'm juist in de uitwerking (er zo'n nog allerlei andere aspecten zoals de technische uitwerking). Aan de andere kant blinken goede componisten ook vaak uit in het bedenken van originele ideeën. In 1945 kreeg Kasparjan een prachtidee: een patstudie waarin een wit stuk gepend staat door een zwart stuk, met een tweede hoofdvariant waarin juist zwart pat staat en nu hetzelfde witte stuk datzelfde zwarte stuk pent. Het kostte hem ruim 30 jaar om dit idee te verwezenlijken:

G. Kasparjan

1e prijs Roycroft JT 1978

Ik laat alleen de hoofdvarianten zien: Na de inleiding 1.Db5 Pd3+ 2.Dxd3 exd3 3.e8D zijn we in een kritieke stelling beland:

Wit moet e1 dubbel blijven dekken, anders volgt Tf1+. Zwart onderbreekt daarom de e-lijn met 3...Le6 en er zit niets anders op dan de dame te offeren 4.Dxe6 Maar zwart kan niet zomaar nemen wegens Lf6+ waarna zwart moet slaan: pat. En ook een tussenschaakje leidt tot pat: 4...Tf1+ 5.Le1 fxe6 pat. Maar zwart heeft een sterke, typische Kasparjan-zet: 4...Tg5!

Daarmee dekt zwart e5, en dreigt ook (als de dame 'gewoon' weggaat) naar b5 te spelen. Hoe kan wit Tf1+ voorko¬men?: 5.Lf2! en omdat 5...Tb4 geen goed idee is wegens 6.Df6+ Tb2 7.Ld4, blijven er twee mogelijkheden voor zwart over:

Allereerst 5...Tg1+ 6.Le1 Tb4 en nu lijkt wit kansloos, maar er volgt 7.Dxa2+ Kxa2 pat.

Hierbij pent de g-toren de witte loper.

De andere mogelijkheid 5...Tb5 6.Ld4+ (een klein smetje is hier dat wit ook eerst 6.Df6 kan spelen) 6...Tb2 en wit kan maar van één veld zowel d4 als f1 dekken: 7.Df6! Txf6 en wit moet wel nemen: 8.Lxf6 en zwart staat pat.

En nu pent die g-toren juist de witte loper!

Bij oppervlakkig naspelen van deze studie zou je 'm best wat rommelig kunnen vinden. Zo erkent ook de scheidsrechter (John Roycroft) in zijn rapport dat hij de studie pas waardeerde nadat hij zich realiseerde welk prachtige idee er in deze studie zat.

Uiteraard ben ik voor deze rubriek weer eens in mijn HHdbIV-database gedoken om andere voorbeelden met dit idee te vinden. Er is geen enkele voorganger van Kasparjan's studie te vinden, en ook maar één navolger:

A. Stavrietsky

Shakhmatnaja Kompozitsia 1999

1.gxh5+ Kf8+ 2.Kb1 Tg3+ 3.Pg6+ Dxg6+ 4.hxg6 Txg1 5.g7+ en nu:

5...Kxg7 6.f8D+ Kxf8 pat.

of: 5...Txg7 6.Lh6 b2 7.Kxb2 pat (of ook 7.Ka2/Kc2 b1D+ 8.Kxb1 pat, maar dat is tijdverlies).

Dit is iets te geforceerd, Kasparjan zou er vast niet blij van zijn geworden, maar de matrix is zonder twijfel goed gevonden. Een applausje waard!

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.