Begrijp wat u doet: Spaanse structuren 3

In deze rubriek worden de achtergronden van verschillende openingssystemen onder de loep genomen. Met toestemming van Minze bij de Weg, de hoofdredacteur van Schaakmagazine, het blad van de Nederlandse Schaakbond, zullen we in de loop van de tijd de afleveringen van deze rubriek integraal op Schaaksite online gaan zetten.

Iedere geïnteresseerde kan de rubrieken zo nog eens nalezen, het voordeel is dan ook dat alle (model)partijen en fragmenten via de viewer nagespeeld en gedownload kunnen worden. Veel plezier!

Honderden openingsboeken worden er geschreven over openingen. Veel daarvan kunnen zo de prullenbak in, niet alleen omdat ze al verouderd zijn op het moment dat ze verschijnen, maar ook omdat er nauwelijks uitleg wordt geboden over het waarom van de openingszetten. Gelukkig verschijnen er de laatste jaren meer boeken die een clubschaker daadwerkelijk verder kunnen helpen. Één daarvan wil ik graag onder de aandacht brengen, of beter nog een driedelige serie. In “De wereld van de schaakopening” (uitgegeven bij Tirion) behandelt grootmeester Paul van der Sterren in vogelvlucht alle openingen waarbij hij er in geslaagd is om op zeer instructieve wijze uitleg te geven bij de achtergronden van de diverse varianten. Hij geeft niet alleen op heldere wijze de structuur aan, maar ook maakt hij duidelijk wat de problematiek is in de belangrijkste varianten. Ik maak hieronder dankbaar gebruik van de raadgevingen van Van der Sterren in deel 3 dat gaat over de e2-e4-openingen.

In de tweede aflevering van deze rubriek zagen we in de volgende diagramstelling dat de zwartspeler de keuze heeft uit drie verschillende systemen.

Dat zijn:

A) 9. … Pb8, de Beyervariant.

B) 9. … Lb7, de Zaitsevvariant.

C) 9. … Pa5, de Chigorinvariant.

Ook hadden we gezien dat als wit na d2-d4 zijn sterke centrumopbouw tot stand heeft gebracht, zwart met … c7-c5 zijn sloopwerkzaamheden kan starten. Om de diepzinnige plannen in deze stelling wat beter te kunnen begrijpen, zullen we in gedachten de stukken van het bord halen. Strategisch gezien zijn er drie hoofdthema’s:

1) Wit sluit de stelling met d4-d5.

2) Wit heft de spanning op met d4xc5.

3) Wit handhaaft de spanning door verder te gaan met zijn manoeuvres.

We zullen de voors en tegens van elk plan op een rijtje zetten.

Ad 1) Als wit het centrum afsluit met d4-d5 krijgen we een zogenaamde pionnenketen die we ook kennen uit het Konings-Indisch. Onder een pionnenketen verstaan we de pionnen die vastgelegd zijn.

Nimzowitsch wees ons al de weg in stellingen met een pionnenketen. Hij noemde de pion op d6 de basis van de keten in het zwarte kamp (dus niet de pion op c7) en de pion op e4 bij wit. Wit dient de basis te ondermijnen met de actie c4-c5, zwart zal hetzelfde doen met … f7-f5. Als wit dan f2-f3 speelt, gaat zwart in veel gevallen verder met … f5-f4, waarmee hij de pionnenketen langer maakt en de basis verlegt naar pion f3. Het plan voor zwart wordt dan … g6-g5-g4. Wat Nimzowitsch natuurlijk goed gezien had, was dat als deze plannen worden uitgevoerd de stukken op de automatische piloot naar de goede velden worden gedirigeerd. Laten we nu de plannen in het Konings-Indisch eens vergelijken met de gesloten formatie in het Spaans (vergelijk het tweede en derde diagram met elkaar). Een paar aspecten vallen direct op:

  • Door zijn pionnen op b5 en c5 heeft zwart in het Spaans veel meer ruimte op de damevleugel dan in het Konings-Indisch en is de witte actie (basis d6 aanvallen met c4-c5) voorlopig van de baan.
  • Door de pion op b5 heeft wit een aanknopingspunt om met a2-a4 de a-lijn op een gewenst moment te openen.
  • Zwart kan in het Spaans nog niet zo goed met … f7-f5 komen omdat hij na e4xf5 veld e4 kwijtraakt. Hij zal dus eerst … g7-g6 moet spelen, maar zijn stukken bevinden zich niet op de ideale velden om de opmars direct te kunnen spelen. De loper moet eerst naar g7, de toren moet terug naar f8.
  • Door de pion op h3 heeft wit soms de mogelijkheid om met g2-g4 en Pf1-g3 de actie … f7-f5 grondig te verhinderen.
  • Wit kan (na een mogelijk … g7-g6) via het plan Pf3-h3-g4 zijn paard omspelen naar het verzwakte veld h6 en als het geruild wordt op g4, kan hij proberen gebruik te gaan maken van de open h-lijn.

Een zijdelingse opmerking: acties met … f7-f5 in Koning-Indisch-achtige structuren mogen in de regel alleen, als wit de stelling heeft gesloten met d4-d5, dus als er sprake is van een pionnenketen. Als het spanningsveld tussen de pionnen d4 en e5 bestaat, zal de actie … f7-f5 doorgaans averechts werken voor zwart na een dubbele ruil (d4xe5 en e4xf5) waarna de zwarte koning in de tocht komt te staan.

Met deze standaardplannen in het achterhoofd gaat het er dus om wanneer wit bereid is om de zaak te klaren in het centrum. Als wit de spanning het centrum zo lang mogelijk in stand wil houden, zal hij er rekening mee moeten houden dat zwart met … c5xd4, c3xd4 de c-lijn opent en die zal proberen te exploiteren. Een ander belangrijk thema is, dat als wit te lang aarzelt, zwart nog meer olie op het vuur zal gooien met … d6-d5. We zetten nu de diverse systemen kort tegen elkaar af.

A) 9. … Pb8, de Beyervariant.

Op het eerste gezicht een idiote zet, maar het plan erachter is duidelijk: het paard gaat naar d7 waar het een nuttige rol vervult. Het dekt de pion op e5 en na een eventueel d4-d5 kan zwart het centrum aanvallen met … c7-c6. Als zwart besluit om ooit nog eens verder te gaan met … c7-c5, kan d4-d5 bestreden worden met … c5-c4 waarna het paard naar het mooie veld c5 kan springen. Liefhebbers kunnen de partij Fischer – Spassky, Belgrado 1992, 1ste matchpartij naspelen.

B) 9. … Lb7, de Zaitsevvariant.

Een zeer scherpe variant, die door Karpov in een van zijn tweekampen tegen Kasparov uit de mottenballen werd gehaald. Met de loperzet voltooit zwart zijn ontwikkeling en voert hij de druk op e4 op. Een belangrijke gedachte daarbij is dat wit niet het standaardplan met Pb1-d2-f1-g3 kan spelen omdat hij na 10. d4 Te8 11. Pbd2 Lf8 12. Lc2 g6 13. Pf1 net te laat is. Zwart riposteert zeer sterk met 13. … exd4! 14. cxd4 Pb4! en omdat pion e4 hangt moet wit zijn witveldige loper inleveren en daarmee een groot stuk van zijn slagkracht. Na de logische zetten 10. d4 Te8 is de principiële zet is 11. a4 om pion b5 aan te tasten en daar zit een veel dieper idee achter. Zwart dient verder te gaan met 11. … h6 en waarom dat is, zal ik proberen uit te leggen.

Wit staat klaar voor het afsluiten van het centrum met d4-d5. Zwart zal dat dan met … c7-c6 zo snel mogelijk willen ondermijnen waarna er een strategisch gevecht ontbrandt om het bezit van veld d5. Van der Sterren geeft een voorbeeld als zwart het fout doet: 11. … Lf8?! 12. d5 Pb8 13. axb5 axb5 14. Txa8 Lxa8 15. Pa3 (wit valt de nieuwe zwakte aan) 15. … c6 16. dxc6 Lxc6 17. Lg5! (zo verzwakt wit de invloed van zwart op veld d5) 17. … Pbd7 18. Pc2 en veld d5 valt in wits handen. Na de tekstzet zijn de volgende logische zetten al vaak gespeeld: 12. Pbd2 Lf8 13. Lc2 exd4 14. cxd4 Pb4 15. Lb1 c5 16. d5 en plotseling heeft de stelling alle kenmerken van een Benoni (zie diagram).

De Benoni (die op het bord komt na de openingszetten 1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 e6 4. Pc3 exd5 5. cxd5 d6 6. e4 g6) is een scherpe opening met zeer specifieke plannen. Belangrijk om te weten is dat wit doorgaans in het centrum en op de koningsvleugel speelt (vanwege zijn pionnenmeerderheid op de koningsvleugel) en zwart op de damevleugel. Het doorzetten van … b7-b5 is vaak een probleem en daarom kan zwart proberen het witte centrum te ondermijnen met … f7-f5 met alle risico’s van dien.

In de Benonistructuur die in het Spaans ontstaat, heeft zwart al … b7-b5 doorgezet, maar staat de loper op b7 tegen de pion op d5 aan te kijken. Vandaar dat Karpov vaak verder ging met het riskante … f7-f5. Liefhebbers kunnen de partij Kasparov – Karpov, New York/Lyon 1990, 20ste matchpartij naspelen.

C) 9. … Pa5, de Chigorinvariant, ook wel de oude hoofdvariant genoemd. De volgende zetten zijn een logisch gevolg: 10. Lc2 c5 11. d4.

Ook hier geldt dat wit weer het moment moet uitkiezen of hij het centrum sluit met d4-d5 of dat hij besluit om de spanning op te heffen met dxc5. Die laatste keuze zal wit alleen maken als hij op geschikte wijze gebruik kan maken van veld d5. Dat kan als hij de paardmanoeuvre Pb1-d2-f1 een krachtig vervolg kan geven met Pf1-e3-d5.

Voor zwart geldt dat hij moet zien wanneer hij de c-lijn opent met … c5xd4, hoe zijn paard van a5 een toekomst krijgt (bijvoorbeeld na … c5-c4, Pa5-b7-c5) en waar hij zijn witveldige loper laat. Op b7 lijkt hij goed te staan, maar na d4-d5 staat hij echter voor aap. In de praktijk wordt de loper dus naar d7 ontwikkeld; niet alleen om veld b7 open te laten voor het paard maar ook om veld f5 te bewaken waar wit met een paard naartoe zou kunnen springen. Liefhebbers kunnen de partij Sadvasakov – Bacrot,Tripoli 2004 naspelen.

    Modelpartijen:

  • Fischer – Spassky, Belgrado 1992.
  • Kasparov – Karpov, New York/Lyon1990.
  • Sadvasakov – Bacrot,Tripoli 2004.

Alle partijen en fragmenten via de viewer:

(wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.