Drama in twaalf bedrijven

Menigeen zal een traan wegpinken nu het laatste Ambertoernooi gespeeld wordt. Joop van Oosterom stopt ermee. Vele mooie jaren met prachtige toernooien zitten er bijna op. De schaakmecenas heeft de schaakwereld een aantal schitterende evenementen geschonken. Daarvoor mogen we hem danken. Aan alles komt een eind. Zelfs voor een welvarend persoon, met wie het, naar verluidt, helaas qua gezondheid niet heel goed gaat.

De wereldtop die momenteel elkaar bestrijdt, voelt mee met dit emotionele moment. Het lijkt er soms op alsof de deelnemers het toernooi het afscheid willen geven, dat het verdient. En dat geeft schitterend schaak te zien. Dit loodzware toernooi, waarin de deelnemers elkaar tweemaal bekampen, eenmaal in een rapidpartij, eenmaal in een blindpartij, was een idee dat Van Oosterom had bedacht toen zijn dochter Amber geboren werd. Het toernooi draagt ook haar naam. We zijn inmiddels gevorderd tot de achtste ronde, maandag was een rustdag. Koploper is nog altijd Levon Aronian, maar hij wordt op de huid gezeten door Magnus Carlsen. Die blijkt vooral in het rapidschaak onovertroffen te zijn.

Het is moeilijk kiezen uit zoveel moois. Maar ik werd getroffen door de confrontatie tussen Carlsen en Kramnik in de zevende ronde. Beide spelers bevechten elkaar alsof hun leven ervan hangt. Het is niet de eerste keer dat het komt tot een ware ‘clash’ tussen twee grote spelers. We mogen niet vergeten dat Kramnik de bedwinger was van Kasparov in 2000. Hij nam, eigenlijk totaal onverwacht, de wereldtitel over van de man die 15 jaar geregeerd had als een vorst. Carlsen heeft een tijd samengewerkt met Kasparov en het lijkt net alsof er in deze onderlinge duels een onderhuidse spanning hangt, waarin er nog het nodige oud zeer van Kasparov de boventoon voert. Carlsen heeft al vaak van Kramnik gewonnen en dat zit de Rus niet lekker. In Monaco is het deze keer niet anders.

Magnus Carlsen, een paar jaartjes geleden alweer (Foto Jos Sutmuller)

Vladimir Kramnik (Foto Jos Sutmuller)

Ik heb deze minimatch er eens uitgelicht. Hieronder de rapidpartij die door Carlsen met zwart wordt gewonnen. Kramnik, die het juist van zijn witpartijen moet hebben, bereikt niets uit de opening en raakt allengs in het nadeel. De wijze waarop Carlsen de partij naar toe trekt is indrukwekkend.

Kramnik – Carlsen (rapidpartij)

1. Pf3 Pf6 2. c4 b6 3. g3 c5 4. Lg2 Lb7 5. O-O e6 6. Pc3 a6 7. b3 Le7 8. Lb2 O-O 9. e3 d6 10. d4 Pe4 11. d5 Pxc3 12. Lxc3 exd5

13. Pe1 De stelregel is dat wit graag met een stuk wil terugslaan op d5, zodat hij dit als een sterk veld in handen krijgt. Maar Kramnik eist misschien teveel van zijn stelling; de tekstzet is vermoedelijk te traag. [Interessant lijkt mij ook 13. Ph4!? Lxh4 14. Lxd5 Pc6 15. gxh4 Dxh4 met compensatie voor de pion.] 13… Lf6 14. Lxf6 [Na 14. Tc1 Pd7 15. Lxd5 Lxd5 16. Dxd5 Lxc3 17. Txc3 Pf6 18. Df3 heeft wit ook weinig bijzonders, vooral omdat zijn paard op e1 nogal beroerd staat.] 14… Dxf6 15. Tc1 Df5 Zo voorkomt Carlsen dat wit een sterk veld op d5 krijgt. 16. Pd3 Pd7 17. Pf4

17… Pf6 Het witte paard is op fraaie wijze geactiveerd, maar zwart is ook precies op tijd om de strijd over veld d5 verder aan te gaan. Nog altijd kan wit het veld d5 niet veroveren. 18. Te1 [Te traag zou 18. Tc2 (met de bedoeling Tc2-d2) zijn omdat zwart met 18… Tab8 de loper op b7 gedekt kan zetten waarmee hij de penning opheft en wit nu noodgedwongen dient te slaan op d5.] 18… Tfe8 19. h3 Te5 Carlsen gaat door op de ingeslagen weg. Hij dekt d5 nogmaals en activeert tegelijkertijd zijn stukken.

20. g4?! Volgens Carlsen was dit een lelijke verzwakking van de witte koningsstelling. 20… Dd7 Nu de loper gedekt staat, moet Kramnik zijn kaarten op tafel leggen. 21. Pxd5 Lxd5! Uiteraard met de loper! Na een ruil met het paard, zou wit met cxd5 terugnemen, waarna de zwarte loper op b7 hoegenaamd niets doet. Het zwarte paard werkt tegelijkertijd mee aan een naderende koningsaanval, nu wit die met g3-g4 heeft verzwakt. 22. cxd5 De7 In het verslag valt te lezen dat Carlsen zeer tevreden was over de Benoni opstelling die hij nu bereikt heeft. Wit is met een slechte loper komen te zitten en het gebruikelijke plan met een doorbraak in het centrum te komen is helemaal niet aan de orde hier. 23. Dd3 Wit dreigt nu f2-f4. 23… g5 Haalt f2-f4 uit de stelling. 24. Kf1 Zo dekt wit de toren op e1 waarna f2-f4 weer tot de mogelijkheden gaat behoren. De zwartspeler reageert adequaat. 24… Pd7 25. a4 [Na 25. f4 Df6 26. Dd2 Tae8 27. Kg1 T5e7 zou wit alleen maar van de regen in de drup zijn gekomen. Een actie met e3-e4 is totaal onmogelijk geworden.]

25… Tf8! Tijd voor een pionoffer. Zwart bereidt … f7-f5 voor nu wits koning op het wat vreemde veld f1 staat. 26. Dxa6 f5 27. Db7? Dit was een forse fout, als ik het verslag moet geloven. [De logische zet is 27. Kg1 en dan moet zwart nog wat bewijzen hoewel hij met 27… f4 meer dan voldoende compensatie voor de pion heeft.] 27… fxg4 28. hxg4 Txe3 Deze zet had Kramnik kennelijk over het hoofd gezien. 29. Da6 Dit helpt bepaald niet, het is nu meteen uit.

29… Df6! 30. Te2 Pe5 Alle zwarte stukken functioneren nu fantastisch. 31. Tce1 en tegelijk opgegeven. [Kennelijk had Kramnik geen zin meer om 31. Tce1 Pxg4! af te wachten. Maar misschien had hij het mooie slot met 32. Db5 [32. Kg1 De5! -+] 32… Dxf2+ 33. Txf2 Txf2+ 34. Kg1 Txe1+ 35. Lf1 Texf1+ moet laten uitvoeren.] 0-1

Maar daar was eerst een fantastisch spektakelstuk aan voorafgegaan. De blindpartij tussen beide spelers duurde maar liefst 91 zetten. Volgens het bulletin ontstond er net nu een computerstoring, waardoor de buitenwereld verstoken werd van de livetransmissie. Maar toen dat hersteld was en de rookwolken waren opgetrokken, werd duidelijk dat hier een drama in twaalf bedrijven had plaatsgevonden. De diagrammen hieronder geeft een beeld van het problematische eindspel dat Carlsen tegen wellicht zelfs de grootste eindspelspecialist ter wereld weet af te nemen.

De marathonzitting in plaatjes: Carlsen – Kramnik

Magnus Carlsen, nog meer jaartjes geleden… (Foto Jos Sutmuller)

Vladimir Kramnik (Foto Jos Sutmuller)

Voor wie het naadje van de kous wil weten, hieronder mijn bevindingen:

Carlsen – Kramnik (blind)

1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. Pxe5 d6 4. Pf3 Pxe4 5. d4 d5 6. Ld3 Ld6 7. O-O O-O 8. c4 c6 9. Dc2 Pa6 10. a3 Lg4 11. Pe5

11… Lf5 Hiermee wijkt Kramnik af van zijn normale speelwijze. Misschien angst dat Carlsen iets gevonden heeft in zijn ‘lijfvariant’? [11… Lxe5 12. dxe5 Pac5 13. f3 Pxd3 14. Dxd3 Pc5 15. Dd4 Pb3 is een variant die Kramnik vaak met zwart gespeeld heeft.] 12. Pc3 Volgens mijn database is dit pas een keer eerder gespeeld. [De hoofdvariant is hier 12. b4] 12… Lxe5 13. dxe5 Pac5 14. cxd5 Pxd3 [14… cxd5 15. b4 Pxd3 16. Dxd3 Pxc3 17. Dxf5 d4 kwam op het bord in een partij Marxen-Werle, 2004.] 15. Dxd3 Pxc3 16. Dxf5 Pxd5

17. Ld2 Eindelijk dan een nieuwtje en ook even tijd om de balans op te maken. Wit heeft een pionnenmeerderheid op de koningsvleugel, zwart op de damevleugel. Het zwarte paard staat erg sterk op veld d5, maar met pionnen op twee vleugels en geen vastgelegde pionnen, lijkt de loper toch iets sterker te zijn in deze stelling. [17. b3 werd gespeeld in Vuckovic-Jakovljevic, 2010.] 17… Db6 18. Dc2 Tae8 19. Tae1 Te6 20. Te4 f6 21. exf6 Texf6 22. Lc1 h6 23. De2 Kh8 24. h3 Db3 25. f3 Tg6 26. Kh1 Td6 27. Te1 Pf6 28. Te3 Dd5 29. Te5 Dd4 30. Te7 Td7 31. Le3

31… Da4 [31… Txe7 32. Lxd4 Txe2 33. Txe2 is een voordelig eindspel voor wit: de loper is hier zeker sterker dan het paard.] 32. Txd7 Pxd7 33. Dd2 [Ook nu kon wit min of meer dameruil afdwingen. 33. Dd1] 33… Pf6 34. Lc5 Tf7 35. Dd3 Het goede idee, maar hij de dame op dezelfde veld kunnen krijgen met een tempo meer: [35. Dd8+ Kh7 36. Dd3+ Kg8] 35… b6 36. Le7 Pg8 37. Lb4 c5 38. Lc3 Dc6 Zwart heeft zijn meerderheid iets naar voren gekregen, maar de witte loper is inmiddels veel sterker geworden dan het zwarte paard. 39. Dc4 Dd7 40. Te6 b5 41. Dg4 Een stap in de verkeerde richting, denk ik. [Meer voor de hand ligt 41. De4!?] 41… Te7 42. Tg6 [Of nu zou 42. Ta6!? dan iets moeten opleveren na 42… Dxg4 43. hxg4 en pion a7 is een doelwit.] 42… Dxg4 43. Txg4 [Begrijpelijkerwijs vermijdt Carlsen de dubbelpion, maar daarmee doet hij afstand van de actieve positie van de toren. Omdat de dubbelpion op te lossen is met een later g4-g5 had hij m.i. hier toch beter voor kunnen opteren. 43. hxg4] 43… Kh7

44. Te4? Maar dit is dan wel een echte beoordelingsfout. De witte toren en loper werken juist mooi samen en nu ruilt hij totaal onnodig de torens. 44… Tb7 [Na 44… Txe4 45. fxe4 Pf6! zou zwart afwikkelen naar een eindspel dat volgens Kramnik dichtbij de overwinning is. Hoe zit dat dan? Wit is min of meer gedwongen om het loper/paard eindspel in te gaan maar omdat zijn pion naar voren moet spelen (waar hij kwetsbaar wordt en op de verkeerde kleur komt te staan), zal hij waarschijnlijk een harde dobber krijgen om dit nog te houden na 46. e5 [46. Lxf6 In het pionneneindspel beschikt zwart over de verst verwijderde vrijpion en dat geeft hem inderdaad uitstekend winstkansen. 46… gxf6] 46… Pd5 47. e6 Pc7 48. e7 Kg8 49. Kh2 Kf7 50. Kg3 Pe6 51. Kf3 Kxe7 en zwart heeft een gezonde pion meer. De reden dat Kramnik de torens niet ruilde was omdat hij dacht zijn toren op d7 stond en niet op e7. In paniek speelde hij daarom een torenzet en dat bracht hem later flink op.] 45. Te5 b4 46. axb4 cxb4 47. Ld4 Pe7 48. Te6 a5 49. Ta6 Td7 50. Lc5 Pg6

51. Txa5 De eerste oogst is binnen. 51… Td1+ 52. Kh2 Td2 53. Ta7 Ph4 Kramnik vindt de enige verdediging. [Uiteraard kan 53… Txb2? niet wegens 54. Ld4 en zwart gaat ten gronde aan de batterij op g7.] 54. Kg3 Pf5+ 55. Kf4

55… Txg2! Op tactische wijze blijft hij in de partij. 56. Tb7! Maar Carlsen is ook voor geen kleintje vervaard. Hij vindt ook een manier om het spel gaande te houden. [56. Kxf5? Tg5+ 57. Ke4 Txc5 en het is remise.] 56… Ph4 57. Ld4 [57. Lxb4 Txb2 58. Txg7+ Kxg7 59. Lc3+ Kg6 60. Lxb2 is te mager om tot winst te komen.] 57… Pg6+ [Na 57… Kg8 moet wit 58. Ke4! zien te vinden. Nu blijft wit alle kansen aan zijn zijde houden. [Heel weinig is 58. Txb4 g5+ 59. Ke4 Te2+ 60. Kd3 Th2 en remise lijkt erg waarschijnlijk.]] 58. Ke3 Ph4 59. Ke4 Te2+ 60. Kd3 Tg2 61. Ke4 Te2+ 62. Kd5 Pf5 63. Le5 Kg6 [63… Te3!?] 64. f4 Td2+ 65. Ke6

65… Td8?! De grote eindspelspecialist Kramnik heeft duidelijk zijn dag niet. Hij had de toren actief moeten houden. [Hier lijkt 65… h5 binnen de marge. Als wit voor een ultieme winstpoging gaat met 66. Tf7 Pd4+ kan hij in de fuik lopen na 67. Ke7?? [67. Lxd4 is dan remise.] 67… Pc6+ 68. Kf8 Td8#] 66. Txb4 Te8+ 67. Kd7 Te7+ 68. Kc6 Kh5 69. Tb7 Te8

70. b4 De witte b-pion wordt nu een factor van belang. Het paard kan moeilijk ingrijpen op de damevleugel. 70… g5 71. Tf7 Pe3 72. b5 Pc4

73. Lc7! Carlsen speelt deze fase werkelijk voortreffelijk. De loper domineert hier het paard. 73… Kg6 74. Td7 Te3 75. Kc5 Tc3 76. Kb4 Tc1 De zwarte stukken raken steeds verder in de knoop in een poging de witte b-pion onschadelijk te maken. 77. fxg5 hxg5 78. Td4 Pe3 79. Td6+ Kf5 80. b6 Tb1+ 81. Kc5 g4 82. hxg4+ Pxg4

Het is Kramnik gelukt om vrijwel al het materiaal uit te dunnen. Het is nu zaak om zijn paard voor de b-pion te kunnen offeren, dan zou er een theoretische remise op het bord komen. 83. Td5+ Ke6 84. Td6+ Kf5

85. Td4 Carlsen werkt aan een ‘brug’ op veld b4. Daar wordt mee bedoeld dat hij zijn toren tussen de zwarte toren en de b-pion in zet, zodat die de pion niet meer tegen kan houden. 85… Pf6 86. Kc6 Alle velden van het paard blijven systematisch afgenomen. 86… Tc1+ 87. Kb7 Ke6 88. Td6+ Ke7

89. Kc8 Het is ‘kruipdoor-sluipdoor-schaak’. De witte koning is op c8 beschut tegen schaakjes en vanaf dat veld ondersteunt hij de pion. 89… Pe8 90. Td7+ Ke6

91. b7 In de slotpositie dacht Kramnik dat zijn toren op b1 stond en hij probeerde nu om Txb7 te spelen. Toen hij merkte dat het programma dat niet toeliet, gaf hij zich maar gewonnen. Inderdaad is de pion niet meer af te stoppen. Een onvoorstelbaar knap gespeeld eindspel, zeker als we bedenken dat het allemaal zonder bord gespeeld werd. 1-0

De analyses nogmaals, nu via de viewer:

Eerdere verslagen over dit toernooi:

Verslag 1

Verslag 2

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.