Het DNA van een schaakpartij

Het DNA van een schaakpartij

Het weigeren het notatieformulier af te staan aan de organisatie

Op een belangrijk toernooi weigert een schaker zijn annotatie te geven aan de scheidsrechter. Uiteindelijk zwicht de speler onder de dreiging van de organisatie hem uit te sluiten van verdere deelname aan het toernooi. Hij geeft zijn formulier alsnog af.

In dit artikel wordt uiteengezet dat een schaakpartij een persoonsgegeven is van een schaker, de partij is zijn schaak-DNA, het is zijn schaak-chip. Het gevolg is dat een organisatie niet zomaar iemands schaakpartij op internet mag plaatsen. Doet zij dat wel, is dat schending van de privacy van de schaker.

1. Geklier om een formulier

2. Anonimiseren

3. Drie anonieme schaakpartijen

4. Een schaakpartij is meer dan een opsomming van zetten

5. Een schaakpartij is een privacygegeven

6. Enkele vragen

7. Het HSB-competitiereglement

1. Geklier om een formulier

In zijn column van 5 mei 2000 onder de titel ‘Geklier om een formulier’ schrijft Jan van den Ende een artikel over een speler die weigert zijn notatieformulier af te staan aan de organisatie.

Zie: schaaksite.nl/belevenissen-van-een-arbiter-geklier-om-een-formulier

De speler wil namelijk niet dat zijn partij op internet wordt geplaatst. Uiteindelijk zwicht de speler onder de dreiging van de organisatie hem uit te sluiten van verdere deelname aan het toernooi. Hij geeft zijn formulier alsnog af.

Ik weet niet waarom de organisatie de formulieren wil ontvangen. Misschien voor het beoordelen van een schoonheidsprijs. Of het controleren dat de partij geen doorgestoken kaart is. Echter, als de organisatie niets doet met die formulieren, is de reactie van de organisatie en die van de scheidsrechter overdreven. Dan gaat het alleen om het toepassen van de regels omwille van de regels.

Indien een organisatie over het notatieformulier beschikt is dat geen vrijbrief om de partij op internet te plaatsen.

2. Anonimiseren

Wanneer er scheidsrechterlijke geschillen zijn, ligt het bij scheidsrechters, zelfs bij internationaal arbiters, gevoelig als hun naam bekend wordt. Ik heb het meer dan eens meegemaakt, dat een (internationaal) scheidsrechter mij vraagt zijn reactie niet met zijn naam in een artikel te noemen. En ook op forums op internet zijn er scheidsrechters, zelfs internationaal arbiters, die alleen maar anoniem durven te reageren. Een internationaal arbiter die alleen maar anoniem durft te reageren, is ongeschikt als internationaal arbiter, omdat hij geen verantwoording durft af te leggen over zijn mening die hij publiekelijk anoniem uit. Het verantwoording afleggen is een kerncompetentie waar in ieder geval een (inter)nationaal arbiter over moet beschikken.

Een paar jaar geleden werd op een forum op internet een voorval besproken. De plaats, de wedstrijd en de namen van de spelers en de scheidsrechter werden genoemd. Nu deed zich later een tweede, identiek voorval voor, in diezelfde stad dus, maar met een andere scheidsrechter. De tweede zaak kwam niet in de publiciteit.

Veel later schreef ik een artikel over het eerste voorval. Ik noemde niet de namen van de spelers en ook niet die van de scheidsrechter. Maar wel dat het voorval zich had voorgedaan in een stad in Nederland waarvan ik de naam had genoemd, een stad met enkele honderdduizenden inwoners. Echter, ik ontving een e-mail van de scheidsrechter van het tweede voorval met het verzoek de naam van de plaats uit mijn artikel te verwijderen, omdat hij meende dat via het noemen van de stad achterhaald kon worden dat hij de betrokken scheidsrechter was geweest. Hij vond dat ik zijn privacy had geschonden. Uiteraard heb ik geweigerd de naam van de stad te schrappen. Het artikel voldeed m.i. aan de hoogste normen die gelden bij anonimiteit.

Hoe anders ligt het bij schakers! Sommigen zelfs scheidsrechters pleiten ervoor dat alle partijen die zijn gespeeld in (bepaalde klassen van) de KNSB op internet worden geplaatst. Het maakt niet uit hoe beroerd de speler zich voelt over de partij die hij heeft verloren: de partij wordt gepubliceerd met naam en toenaam. Of, denk aan een amateurschaker die niet wil dat zijn nieuwtje aan de grote klok wordt gehangen. Die schaker heeft pech, want ‘iedereen’ vindt kennelijk dat publicatie van zijn partij normaal is. Sterker nog, de speler die probeert de publicatie tegen te houden, wordt weggehoond: artikel 8.3!

Zo ontstaat in de 21ste eeuw een nieuw type amateurschaker: de leesbare schaker. We kunnen al zijn partijen nalezen. We kunnen zijn ontwikkeling nagaan, zijn zwakheden en zijn sterke kanten.

3. Drie anonieme schaakpartijen

De volgende partijen zijn daadwerkelijk gespeeld, en hebben in die tijd veel aandacht gekregen. Maar, stel nu eens dat deze geanonimiseerd waren gepubliceerd. Ook een datum en plaats in combinatie met een schaakpartij is een privacygegeven. Aan de hand van de datum en de plaats en de schaakpartij kunnen namelijk de schakers worden getraceerd (denk maar aan de zorg van die scheidsrechter die ik hiervoor noemde en wilde dat ik de plaats zou verwijderen uit mijn artikel).

Eerste partij

Wit: NN

Zwart: NN

Toernooi: NN

Hoofdscheidsrechter: N.N.

Plaats en tijd: NN

Auteur, krant:NN

1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 Pf6 4. cxd5 exd5 5. Lg5 c6 6. Dc2 h6 7. Lh4 Ld6 8. e3 b6 9. Lxf6 gxf6 10. Pf3 f5 11. g3 Le6 12. Lh3 Df6 13. 0-0-0 Pa6 14. Ph4 0-0-0 15. Lxf5 Kb7 16. Lxe6 fxe6 17. f4 c5 18. Kb1 Pb4 19. De2 cxd4 20. exd4 Thf8 21. a3 Pc6 22. Pf3 a6 23. The1 Tde8 24. De3 b5 25. Tc1 Lc7 26. Dd3 Lb6 27. Pe5 Pxd4 28. Pd7 Df5 29. Dxf5 Txf5 30. Pxb6 Kxb6 31. Tcd1 Pf3 32. Te2 Kc5 33. Td3 Pd4 34. Ted2 Pb3 35. Tc2 Kc4 36. Td1 Pd4 37. Tcc1 Pb3 38. Tc2 Pd4 39. Pxb5+ Pxc2 40. Pd6+ Kc5 41. Pxe8 Pe3 42. Tc1+ Kb6 43. Pg7 Tf6 44. Te1 d4 45. Kc1 Kc5 46. b3 Kd5 47. Kd2 Tf7 48. Pe8 e5 49. fxe5 Kxe5 50. Tc1 Pd5 51. Te1+ Pe3 52. Tc1 Tf2+ 53. Kd3 Txh2 54. Tc5+ Ke6 55. Pc7+ Kd6 56. Pxa6 Tg2 57. Kxd4 Txg3 58. Ke4 Pg4 59. Td5+ Kc6 60. Pb4+ Kb6 61. Td6+ Kc5 62. Td5+ Kb6 63. Kf4 Txb3 64. Kxg4 Txa3 65. Pd3 Ta4+ 66. Pf4 Tc4 67. Td6+ Tc6 68. Td4 Kc5 69. Ta4 Kd6 70. Kh5 Ke5 71. Pg6+ Kf6 72. Tf4+ Kg7 73. Pe5 Tf6 74. Tg4+ Kh7 75. Te4 Te6 76. Kg4 Kg7.

Auteur: ‘Potremise natuurlijk, maar wit had meer tijd op de klok en bovendien had hij eerder in de partij de winst gemist.’

Stelling na 76. … Kg7 (eerste maal)

77. Kf5 Tf6+ 78. Kg4 Te6 (tweede maal) 79. Kf4 Tf6+ 80. Kg4 Te6 (derde maal).

Auteur: ‘De zwartspeler eiste dus remise op maar de arbiter wees zijn claim om onduidelijke redenen af. Hij gaf zwart een tijdstraf van vijf minuten en de partij werd voortgezet.’

81. Kh5 Kh7 82. Te1 Te8 83. Kg4 Kg7 84. Kf5 Kf8+ 85. Ke6 Te8+ 86. Kd6 Ta8 87. Tg1+ Kf6 88. Tg6+ Kf5 89. Txh6 Ta6+ 90. Pc6 Ke4 91. Tf6 Ta1 92. Te6+ Kf5 93. Te5+ Kf4 94. Kd5 Td1+ 95. Pd4 Ta1 96. Te4+ Kg3 97. Ke5 Ta5+ 98. Kf6 Ta8 99. Pf5+ Kf3 100. Tb4 Tf8+ 101. Ke6 Te8+ 102. Kd5 Td8+ 103. Pd6 Ta8 104. Ke5 Ta5+ 105. Pb5 Ta8 106. Pd4+ Kg3 107. Pf5+ Kf3 108. Tb3+ Kg4 109. Tg3+ Kh5 110. Pg7+ Kh4 111. Tg1 Ta5+ 112. Kf6 Ta6+ 113. Pe6 Ta2 114. Tg8 Tf2+ 115. Ke5 Ta2 116. Pd4 Ta4 117. Pf3+ Kh3 118. Kf5 Tb4 119. Pe5 Ta4 120. Tg1 Tb4 121. Pd3 Tb8 122. Pf4+ Kh2 123. Tg2+ Kh1 124. Tg7 Tf8+ 125. Ke4 Ta8 126. Ke3 Ta3+ 127. Kf2 Ta2+ 128. Pe2 en onder bezwaar geeft zwart op. Eindstelling:

‘Het is duidelijk dat zwart de verdediging niet optimaal heeft gevoerd maar wie zal het hem kwalijk nemen na zo’n onrechtvaardige arbitrale beslissing. Nadat hij onder protest had opgegeven, ontdekte hij dat zijn remiseclaim wel degelijk terecht was geweest. De commissie van beroep kende hem het halve punt alsnog toe maar in het vervolg van het toernooi verrichtte zwart geen grote daden meer,’ aldus de auteur.

Tweede partij

Wit: NN

Zwart: NN

Plaats: NN

Datum: NN

Hoofdscheidsrechter: NN

Mededeling op de website van het toernooi en een mededeling van de hoofdscheidsrechter voorafgaande aan de ronde: voor de dertigste zet is het verboden remise overeen te komen, tenzij de scheidsrechter toestemming verleent.

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 a6 5. c5 Pbd7 6. Lf4 (eerste maal)

6. … Ph5 7. Ld2 Phf6 8. Lf4 (tweede maal) Ph5 9. Ld2 Phf6 10. Lf4 (derde maal) Ph5 11. Lg5 h6 (pionzet, waardoor de stelling verandert) 12. Ld2 (eerste maal)

12. … Phf6 13. Lf4 Ph5 14. Ld2 (tweede maal) Phf6 15. Lf4 Ph5. En nu claimt wit remise wegens driemaal dezelfde stelling als zijn volgende zet 16. Ld2 zal zijn. Echter, de hoofdscheidsrechter wijst de claim af, omdat remise voor de dertigste zet ongeoorloofd is. Wit moet een andere zet doen. 16. Le5 Pxe5 17. Pxe5 Pf6 18. e3 Lf5 19. Ld3 Lxd3 20. Dxd3 e6 21. 0-0 Le7 22. Pa4 Db8 23. Pb6 Ta7 24. b4 Ld8 25. a4 Lc7 26. f4 Lxd6 27. cxb6 Ta8 28. b5 cxb5 29. axb5 a5 30. Tfc1 Dd6 31. Tc7 0-0 32. Txb7 Tab8 33. Txb8 Txb8 34. Txa5 Dxb6 35. Pc6 Pe4 36. Dc2 Tb7 37. h3 g6 38. Da4 Kg7 39. Da3 Td7 40. Ta8 Td6 41. Tb8 Dc7 42. Da8 h5 43. Tb7 Txc6 44. bxc6 1-0

Derde partij

Wit: NN

Zwart: NN

Plaats: NN

Datum: NN

Hoofdscheidsrechter: NN

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 Dc7 6. Le3 Pf6 7. f4 d6 8. Df3 Le7 9. 0-0-0 a6 10. g4 Pd7 11. g5 b5 12. Pxc6 Dxc6 13. Ld3 Pc5 14. Ld4 0-0 15. a3 Te8 16. Kb1 Tb8 17. Pd5 exd5 18. exd5 Dd7 19. Lxc5 dxc5 20. The1 Lb7 21. h4 c4 22. Le4 f5 23. gxf6 Lxf6 24. Dh5 g6 25. Df3 Lxh4 26. Tg1 Df7 27. Lxg6 hxg6 28. Dh5 Lf6 29. Txg6+ Kf8 30. Tdg1 Ke7 31. d6+ Kd7 32. Dc5 Lc6 33. Df5+ De6 34. Txf6 Dxf5 35. Tg7+ Kd8 36. Txf5 Tb7 37. Txb7 Lxb7 38. Tc5 Te1+ 39. Ka2 Le4 40. Te5 Kd7 41. f5 Kxd6 42. Te8 Kd5 43. f6 Tf1 44. d8+ Kc6 0-1

Heeft u belangstelling voor deze partij? Ik denk het niet. Maar het wordt anders wanneer u weet wie deze spelers zijn, en ook in welk kader, onder welke omstandigheden deze partij werd gespeeld. Of het bijvoorbeeld werd gespeeld in een clubcompetitie, een regionale competitie, een landelijke competitie, een Nederlands kampioenschap, een FIDE-wedstrijd.

4. Een schaakpartij is meer dan een opsomming van zetten

Men moet zich eens voorstellen wat er gebeurt als voortaan schaakpartijen worden gepubliceerd met ‘NN tegen NN’, plaats en datum onbekend. Als een lezer geen idee heeft wat het niveau is van de spelers en de ernst van de partij zal hij voortdurend twijfelen over de ‘juistheid’ van bepaalde zetten. Is het een nieuwe opening, of een partij met achterhaalde openingszetten? Het naspelen van een partij wordt zo een vermoeiende aangelegenheid. De belangstelling om de partij na te spelen zou dan snel afnemen.

Daarom is een schaakpartij pas interessant indien men weet wie de spelers zijn en wat hun niveau is. En sommigen, zoals ik, willen zelfs graag weten wie de organisatoren en de (hoofd)scheidsrechter zijn. Schaakboeken worden saai wanneer deze geen namen bevatten van de spelers (of die van de hoofdscheidsrechters). Een schaakpartij is dan ook meer dan een opsomming van zetten.

Waar het om gaat is dat er een koppeling bestaat tussen de gehele schaakpartij en de betrokken spelers, plaats en tijdstip. Zo is in feite elke schaakpartij uniek. Claude Shannon (1916-2001, grondlegger van de informatietheorie) heeft uitgerekend dat er 169.518.829.100.544.000.000.000.000.000 manieren zijn om de eerste tien zetten in een partij te spelen.

5. Een schaakpartij is een privacygegeven

‘Persoonsgegevens zijn in de 21e eeuw een belangrijke grondstof geworden. Mensen produceren niet alleen artistieke werken, uitvindingen en kennis, maar in toenemende mate informatie over zich zelf: wie zij zijn, waar zij zijn, wat hun wensen zijn en wat zij doen. De informatiesamenleving is immers in de 21e eeuw niet alleen de kennissamenleving die in de 20e eeuw is gevormd, maar ook en vooral de informatie-over-mensen-samenleving,’ aldus prof. dr. Egbert Dommering.

De Wet bescherming persoonsgegevens kent een ruime definitie van het begrip ‘persoonsgegeven’. Het gaat om ‘elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’. Deze omschrijving is letterlijk overgenomen van artikel 2 van het Europees Dataverdrag. De regel geldt dus in heel Europa.

Een schaakpartij is in beginsel een persoonsgegeven, een privacygegeven. Dat klinkt misschien gek, maar toch is het zo. Zodra een partij de namen van de spelers bevat, is sprake van een privacygegeven. Dat blijkt wel als een speler in de KNSB-competitie weet wie zijn tegenstander is, en hij via internet de partijen kan raadplegen die die tegenstander heeft gespeeld. Die partijen zeggen wat over de tegenstander.

Jan van den Ende: ‘Zo kan je ook de partijen opzoeken van je komende tegenstander om je voor te bereiden op de partij. Een nadeel van dit systeem is, dat je tegenstander ook jouw partijen opzoekt om te proberen je ergens tijdens de strijd te verrassen!’

Je zou kunnen zeggen, dat de schaakpartij de schaak-DNA, of de schaak-chip is van een schaker. Als dat niet zo was, zou de speler die partijen niet naspelen. De partijen hebben dus met de privacy van de schaker te maken. En, in de praktijk bereiden veel sterke schakers zich ook zo voor. Op toptoernooi zijn er (zelfs teams van) secondanten van een beroemde speler die voorafgaande aan de wedstrijd weken- of maandenlang de partijen bestuderen van de tegenstander van de beroemde speler op ‘zoek naar diens zwakke plek’.

Daarentegen zijn geanonimiseerde gegevens geen persoonsgegevens als de betrokken personen ‘redelijkerwijs’ niet identificeerbaar zijn. Het gaat om het redelijkheid. Want, ook al is een schaakpartij geanonimiseerd, er zijn schakers die aan de stijl van schaken – het schaak DNA – kunnen ontdekken wie de speler(s) zijn.

Indien een organisator de schaakpartij toch wil publiceren, moet worden voldaan aan de eisen die artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens stelt. Gemakshalve heb ik het artikel aangepast aan de termen in de schaakwereld.

Een schaakpartij mag slechts worden gepubliceerd, indien:

a. de schaker voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;

b. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de schaker partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de schaker en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;

(…)

f. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de organisator of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de schaker, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

Eenvoudig gesteld kent de wet twee criteria, te weten ‘behoorlijkheid’ en ‘noodzakelijkheid’.

Bij ‘behoorlijkheid’ geldt als vuistregel: als u als amateur schaker zelf niet wilt dat uw partijen op internet worden geplaatst, kunt u zich voorstellen dat een andere amateur schaker dat ook niet wil. Als u dat vindt, weet u al dat het dubieus en of onjuist is indien een schaakpartij van een amateur schaker wordt gepubliceerd.

Bij noodzakelijkheid gaat het om de vraag of het noodzakelijk is dat de partij van een speler openbaar moet worden gemaakt. Die noodzaak ontbreekt als er een alternatief bestaat (subsidiariteitsbeginsel). Het is namelijk mogelijk de partij te publiceren zonder de namen van de schakers te noemen ‘NN tegen NN’.

Bij toernooireglement kan een organisator die begrippen niet omzeilen door op te nemen dat de partijen met namen van spelers worden gepubliceerd. Indien een van de betrokken spelers niet wil dat de partij met zijn naam wordt gepubliceerd, moet een organisator uitleggen waarom het ‘noodzakelijk’ en ‘behoorlijk’ is dat de partij met namen wel op internet moet worden geplaatst. Volgens mij lukt hem dat niet bij amateurschaak. Het welslagen van een volgend toernooi is niet afhankelijk van vermelding van de namen van de amateurschakers.

Bij beroepsschaak is veelal sprake van een geval onder ad a en b, de uitdrukkelijke toestemming of de gesloten overeenkomst. De schaker weet van te voren dat zijn partij wordt gepubliceerd. Maar bovendien is een organisator voor het welslagen van zijn toernooi afhankelijk van de nodige publiciteit.

Verder geldt als aandachtspunt dat het College bescherming persoonsgegevens – de privacywaakhond van Nederland – als richtsnoer heeft aangegeven dat er een verschil is tussen een privacygegeven dat gepubliceerd is in een krant of dat op internet. Informatie in de krant vervluchtigt namelijk. Al de volgende dag wordt de vis in de krant verpakt. En is nagenoeg iedereen de schaakpartij vergeten die er in stond. Maar dat is niet zo bij internet. Die partij blijft voor altijd bestaan, en kan via zoektermen in een oogwenk worden getraceerd.

6. Enkele vragen

Onder de column van Jan van den Ende stelt iemand mij de volgende vragen:

‘1. Mag de voetballer in zijn online clubblad melden dat tegenstander Jan Wester een rode kaart kreeg?

2. Mag de tennisser in zijn online clubblad melden dat tegenstander Peter de Weerd een sterke backhand heeft?

3. Mag de schaker in zijn online clubblad melden dat tegenstander Roy Schilder graag koningsgambiet speelt?

4. Mag de schaaktoernooi organisator de uitslagen en indelingen op de toernooisite melden?

5. Mag een schaakbond de ratinglijst online zetten?

6. Of moet de bond van iedereen toestemming daarvoor krijgen en N.N. invullen waar die toestemming niet gekregen is?

7. Waar is de grens, Pieter?’

Er zijn verenigingen die delen van hun sites hebben afgeschermd voor de openbaarheid. Alleen leden hebben via een code toegang tot bepaalde verslagen, standen enz. Uit het oogpunt van privacybescherming een goede zaak.

Privacy is geen absoluut recht, in die zin dat niets mag. Men mag best wel in sportverband persoonsgegevens publiceren, mits men dat met mate en op fatsoenlijke wijze doet. Dit verstevigt de band. Uit het oogpunt van ledenbehoud, en het verkrijgen van leden is het zelfs noodzakelijk dat verslagen worden gepubliceerd. En dan geeft het niet dat er namen worden genoemd. Artikel 8 sub f is dan van toepassing. ‘Als het gaat om activiteiten die voor de vereniging gebruikelijk zijn of zijn goedgekeurd door de ledenvergadering, hoeft geen expliciete toestemming gevraagd te worden aan de leden,’ aldus het College bescherming persoonsgegevens. Door deze informatie in een besloten deel van de site te vermelden is voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel.

7. Het HSB-competitiereglement

Tot slot. In september 2009 is het HSB-competitiereglement slechts een beetje gemoderniseerd. Artikel 22 van dat reglement bevat afwijkingen op de FIDE-regels. Sub b van dat artikel luidt:

‘b. anders dan artikel 8, derde en zevende lid, regelt, zijn de notatieformulieren niet het eigendom van de organisator van de wedstrijd en hoeven de beide notatieformulieren niet te worden ondertekend.’

Het artikel komt overeen met de dagelijkse praktijk. In de competitie van de HSB noteren de spelers de partij niet op een notatieformulier van de HSB, maar schrijven deze in hun eigen notatieboekje. En na afloop wordt de partij in het notatieboekje ook niet ondertekend.

Zo is de HSB gevrijwaard van gedoe. Men kan die bond er nooit op aanspreken als er iets is gebeurd. Simpel gezegd ligt in de HSB-competitie het auteursrecht (zo het van toepassing is) in handen van de betrokken spelers zelf, en dat geldt ook voor het privacyrecht. Alleen als de toestemming voor publicatie ‘ondubbelzinnig’ is gegeven mag een partij worden gepubliceerd. Uit het oogpunt van de bescherming van de amateurschaker is dat een goede zaak.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.