Voor wiens rekening komt het onbehoorlijke gedrag van de teamleider?

Voor wiens rekening komt het onbehoorlijke gedrag van de teamleider?

Voorronde van het Europees clubkampioenschap 1997

Indien een speler minder dan vijf minuten bedenktijd heeft hoeft hij niet te noteren. Zijn tegenstander die meer bedenktijd heeft moet dat wel doen. Dat is een oneerlijke regel, die soms tot conflicten leidt.

Denk bijvoorbeeld aan Sevillano – Lawton, USA kampioenschap 2009, en PION Groesbeek – Veenendaal, KNSB, 3de klasse H 2007-2008. In die zaken ging het om het gedrag van een van de spelers zelf. In dit artikel gaat het om het gedrag van de teamleider.

In de voorronde van het Europees clubkampioenschap 1997 in de partij Summerscale – Felsberger 1997 gaat de Oostenrijkse teamleider door het lint als hij verneemt dat zijn speler wel moet noteren, maar de tegenstander niet. Dat ervaart hij als het toppunt van oneerlijkheid. Dan kunnen de emoties als een raket naar boven schieten, en kan onbeheerst gedrag ontstaan.

Hierover ging de Botwinnikprijsvraag 2010

pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_148.html

De Oostenrijkse teamleider gedraagt zich hoogst onbehoorlijk. Hij brengt ten onrechte tweemaal de klok in beweging van de tegenstander van zijn teamlid, zegt tegen zijn teamlid dat hij niet hoeft te noteren maar streepjes mag zetten, stompt de tegenstander van zijn teamlid in de rug, en maakt die tegenstander uit voor ‘Motherfucker’. En verscheurt het bezwaarschrift van de tegenstander. Dit gedrag haalt zelfs de wereldpers. Hoewel de teamleider uit de speelzaal is verwijderd, is de concentratie bij de onbehoorlijk aangesproken speler verdwenen. Weliswaar loopt de klok door, maar de concentratie is definitief weg en feitelijk is de partij afgelopen.

De kern van de zaak is wie de rekening van dit onbeheerste gedrag van de teamleider moet betalen. Is dat de speler die onbehoorlijk is behandeld of is dat het teamlid van de teamleider?

De Engelse scheidsrechter verklaart de partij verloren voor het teamlid van de teamleider. De commissie van beroep verklaart het beroep gegrond, en verklaart de partij gewonnen voor dat teamlid. Dit is een wereldvreemde beslissing. Het geeft ook een inkijkje over de werkwijze van de commissie van beroep. Waar de schaakwereld behoefte aan heeft is aan leden van commissies van beroep die hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden, die – eenvoudig gezegd – meer ‘streetwise’ zijn.

De zaak-Summerscale – Felsberger is een leuk geval om over te discussiëren. Het belang hiervan doet zich ook voor in de zgn. Franse soap, waar ook het gedrag van de Franse teamleider aan de orde is, en de vraag rijst of hij als schaker kan worden gestraft voor uitsluiting van deelname aan de competitie voor een bepaalde periode. Een uitvoerig verslag.

Overzicht van paragrafen:

1. Summerscale – Felsberger

2. Het verslag van de hoofdscheidsrechter

3. The Times

4. Verslag Hans Ree

5. Een oneerlijke regel

6. De waarschuwing

7. De opvatting van Gijssen

8. De teamleider in het algemeen

9. De Oostenrijkse teamleider

10. ‘Motherfucker’

11. Juridisch gezien is de scheidsrechter een domme schaker

12. Het optreden van de scheidsrechter

13. Leeftijdsgrenzen

14. De beslissing van de commissie van beroep van de Europese schaakunie

15. Commentaar op de beslissing van de commissie van beroep

16. Het voorstel tot wijziging van het HSB-competitiereglement

17. Prijsvraag

1. Summerscale – Felsberger

Wit: Aaron Sum¬merscale (2440, Engeland, club: Slough)

Zwart: Alfred Felsberger (2375, Oostenrijk, club: Merkur)

Voorronde van het Europees clubkampioenschap 1997

Slough, Berkshire, 26 september 1997

Hoofdscheidsrechter: Bob Wade (1921 – 2008, IM en internationaal arbiter)

The Times, 26 september 1997, voorpagina ‘Unchecked temper tips chess chief overboard’

Hans Ree, ChessCafe, Scrimmage in Slough

NRC, 27 september 1997, Geweld in Slough

1. Pf3 Pf6 2. c4 c5 3. Pc3 b6 4. g3 Lb7 5. Lg2 e6 6. 0-0 a6 7. Te1 d6 8. e4 Le7 9. d4 cxd4 10. Pxd4 Dc7 11. Le3 0-0 12. Tc1 Pd7 13. f4 Tc8 14. b3 Te8 15. Lf2 Lf8 16. h3 g6 17. Pe2 Db8 18. g4 b5 19. Pg3 h6 20. cxb5 axb5 21. Pxb5 Txc1 22. Dxc1 Tc8 23. Dd1 La6

24. Pd4 e5 25. Pe2 d5 26. g5 exf4 27. gxf6 fxg3 28. Lxg3 Lxe2 29. Lxb8 Lxd1 30. Txd1 Txb8

31. exd5 Pxf6 32. Lf1 Pe4 33. Kg2 Tc8 34. Lc4 Kg7 35. a4 Lb4 36. Td4 f5 37. Lb5 Lc5 38. Td3 Kf6 39. a5 Ke5 40. Lc4 g5 41. a6 h5 42. Td1 g4 43. Tb1 f4.

De vlag van wit valt.

2. Het verslag van de hoofdscheidsrechter

Het verslag van de hoofdscheidsrechter:

‘Dit is een verslag over de problemen die zich hebben voorgedaan op het vijfde bord in de partij tussen A. Summerscale (Slough) en A. Felsberger (SK Merkur Versicherungen Graz).

Toen mijn tussenkomst werd ingeroepen lette ik op een ander bord.

Ik ontdekte dat:

Summerscale beide klokken had stilgezet.

Summerscale ongeveer een minuut bedenktijd had voor zijn volgende tien zetten.

Felsberger vanaf zijn 23ste zet geen zetten had genoteerd, maar in plaats daarvan streepjes op zijn notatieformulier had gezet (dus van zet 23 tot zet 30 geen notatie).

Summerscale meer dan eens indringend Felsburger was gevraagd de zetten te noteren.

De heer Andrew P. Smith, een speler met een rating van 2255, die was aangewezen als assistent-scheidsrechter, noteerde de partij en vroeg de heer Felsburger de zetten te noteren. De heer Felsburger is ervaren genoeg te begrijpen dat hij verplicht is te noteren en dat hij door dat niet te doen zijn tegenstander op deze wijze niet mag ‘uitvluggeren’. Echter, de heer Felsburger ging naar zijn teamleider, de heer Peter Detter, vermoedelijk als tolk op te treden. De heer Detter adviseerde zijn speler streepjes te zetten. Dit was een onjuist advies. Ik had de heer Summerscale twee minuten extra bedenktijd kunnen geven.

Ik sommeerde de heer Felsburger zijn notatieformulier bij te werken en hij begon daar onmiddellijk mee om dat te doen – zijn klok was reeds stil gezet.

Terwijl de heer Felsburger daar mee bezig was, bracht zijn teamleider – zonder dat hij daartoe bevoegd was – de klok van de heer Summerscale in beweging, hoewel Summerscale niet eens aan zet was! Dit gedrag is onaanvaardbaar. Welke straf moet worden opgelegd?

De heer Summerscale zette direct zijn klok stil, en bracht daarbij per ongeluk de klok van de Oostenrijkse clubspeler in beweging. De heer Detter bracht daarop opnieuw de klok van de speler van Slough in beweging. En weer zette de heer Summerscale zijn klok stil en bracht die van zijn tegenstander in beweging.

Het aanraken van de klok van de heer Detter is onaanvaardbaar. Ik verzocht onmiddellijk de heer Detter de speelruimte te verlaten, en keerde me terug om toezicht te houden op de partij. Voordat hij de zaal verliet, porde de heer Detter de heer Summerscale in de rug en noemde hem vermoedelijk een ‘m….. f…..’, een zeer grove uitdrukking. Ik schrijf ‘vermoedelijk’ omdat ik dit niet heb gezien, maar er zijn betrouwbare getuigen die dit kunnen bevestigen.

Nadat Felsburger zijn notatieformulier had bijgewerkt werd de partij vervolgd en haalden beide spelers de tussentijdse tijdscontrole.

Grootmeester Tony Miles, de teamleider van Slough Club, gaf mij een getypt bezwaarschrift over het gedrag van de heer Detter. Ik gaf deze getypte versie rustig aan de heer Detter en vroeg hem om zijn commentaar. De heer Detter verscheurde dit, zonder het te lezen!

Hoe moeten dergelijke voorvallen worden aangepakt? Ik raadpleegde de regels. Dat kostte tijd. Ik gaf de spelers toestemming hun partij te vervolgen. En ik hield andere partijen in de gaten. Op de 43ste zet viel de vlag van de heer Summerscale op het derde uur. Dit reglementair verlies viel samen met mijn beslissing de winst van de partij toe te kennen aan Summerscale vanwege het onaanvaardbare gedrag van de heer Detter.

Als dat mogelijk was geweest, had ik liever gehad het team een verliespunt te geven en niet de speler.

Een kopie van dit verslag stuur ik naar de FIDE rating functionaris in Lausanne met het verzoek de partij Summerscale – Felsburger niet te behandelen als verlies voor Felsburger, maar wellicht als een winstpartij voor hem.

Voorts sluit ik in een bezwaarschrift van de heer Detter. Volgens mij is dit op wezenlijke punten ongegrond.

Robert G. Wade, scheidsrechter.’

3. The Times

Het voorval Summerscale – Felsberger haalt op 26 september 1997 de voorpagina van het prestigieuze The Times. De kop, die schaaktermen bevat, luidt: ‘unchecked temper tips chess chief overboard’.

‘Alan Hamilton. Onbeheerst gedrag is teamleider fataal.

Schakers zijn bekend met de Siciliaanse verdediging, maar de Oostenrijkse aanval is een geheel nieuw gambiet.

Stelt u zich eens een Europees clubkampioenschap voor waarin de teamleider van het bezoekende team de gele kaart van de scheidsrechter verscheurt, met diens klok knoeit, met lichamelijk geweld dreigt tegen een thuisspeler, stampvoetend het veld verlaat en daarbij luidkeels kwaadspreekt over de tegenstander, en dat alles wanneer zijn eigen team aan het winnen is. De wedstrijd waar het om gaat, was een voorronde voor een Europese kwalificatie tussen Engeland en Oostenrijk. Maar het ging niet om voetballen. Het ging om een denksport waarbij traditioneel wordt gespeeld op velden van gelijk niveau van het schaakbord.

In Slough, Berkshire, stond het afgelopen weekend Alfred Felsberger op het Europese clubkampioenschap duidelijk gewonnen in zijn partij tegen de plaatselijke clubspeler Aaron Summerscale. Summerscale was in tijdnood, Felsberger die over veel tijd beschikte zou volgens de strikte etiquette van het spel zijn zetten moeten noteren. Dat deed hij niet. Maar de scheidsrechter was zo vriendelijk deze kleine overtreding door de vingers te zien. Daarop ontstak de Oostenrijkse teamleider, Peter Detter, in woede.

Getuigen verklaarden dat hij zich bemoeide met de klok, een schriftelijke klacht verscheurde over zijn speler die de zetten niet had genoteerd, de Engelse speler in de rug duwde, hem openlijk voor iets zeer ernstigs uitmaakte, en de zaal uit stormde. De conclusie was dat Felsberger werd gediskwalificeerd. Slough won de wedstrijd en gaat nu naar de Europese kwartfinales.

In de schaakwereld was deze uitbarsting van dwaasheid het gesprek van de dag. Raymond Keene, schaakcorrespondent van The Times, verklaarde: ‘Een teamleider die zich bemoeit met de partij van een van zijn spelers die aan het winnen is, is niet goed wijs. Elke gezonde teamleider, zelfs als hij onder grote spanning staat, zou dan een blokje zijn gaan omlopen.’

4. Verslag Hans Ree

Het verslag van de scheidsrechter roept vragen op. Hans Ree verduidelijkt in NRC van 27 september 1997:

‘Er waren teams die fanatieker op de winst belust waren. Het stadje Slough zal velen alleen bekend zijn door het gedicht van John Betjeman dat begint met de regels

‘Come, friendly bombs and fall on Slough

It isn’t fit for humans now

There isn’t grass to graze a cow

Swarm over, Death!’

In de finale tussen Merkur en de thuisclub Slough leek de grimmige sfeer van Slough een ongunstige invloed op de schakers te hebben, want het spel eindigde met schelden en lichamelijk geweld.

In de tijdnoodfase wees de Engelsman Summerscale de Oostenrijker Felsberger er op dat die in strijd met het reglement zijn zetten niet opschreef, maar alleen streepjes zette om sneller te kunnen spelen. Summerscale was door dit gejakker net een stuk kwijt geraakt. De klokken werden stil gezet en Felsberger werkte zijn notatieblaadje bij. Toen ging captain Detter van Graz zich er mee bemoeien. Hij zette de klok van Summerscale tot twee keer toe weer in werking, hoewel Felsberger aan zet was, spoorde Felsberger aan om zijn illegale streepgedrag voort te zetten, noemde Summerscale een ‘motherfucker’ en stompte hem in de rug. Een haastig door mannen van Slough geschreven protestbrief scheurde hij in stukken. Ik geef hier de Engelse versie van het incident, de Oostenrijkse is me nog niet bekend.

Na een uur nadenken verklaarde de Engelse scheidsrechter Bob Wade de onderbroken partij gewonnen voor Summerscale en nu waren de Oostenrijkers woedend. Felsberger stond gewonnen. Wat had hij eigenlijk gedaan om een nul te verdienen? Streepjes gezet in plaats van zetten noteren, maar dat is een klein vergrijp. Als Felsberger gewonnen had, zou Merkur naar Kazan mogen gaan, nu ging Slough. Was die Engelse scheidsrechter wel onpartijdig? De Oostenrijkers laten het er niet bij zitten en hebben een protest bij de FIDE ingediend.’

Een tijd later geeft Ree op ChessCafe de visie weer van de Oostenrijkers (vertaling pdg).

‘Volgens de Oostenrijkers is het voorval erg overdreven en is het hele incident slechts gechicaneer van de Engelsen om alsnog de verloren partij te redden. In ieder geval, na de eerste tijdscontrole had Summerscale een volledig verloren stelling, deed daarna geen zet en liet de klok lopen. Uiteindelijk viel zijn vlag en verklaarde de Engelse scheidsrechter Bob Wade de partij verloren voor Summerscale. Echter, na lange beraadslagingen met het boze team van Slough veranderde Wade van opvatting en verklaarde nu de partij voor Felsberger voor verloren.

Daarop werden de Oostenrijkers boos. Wat had Felsberger gedaan om zo’n draconisch zware straf te verdienen? Hij had zijn zetten niet genoteerd, maar dit is slechts een klein vergrijp. En daar komt bij dat de scheidsrechter Summerscale enkele minuten extra bedenktijd had kunnen toekennen. Dat zou trouwens Summerscale in ieder geval niets hebben geholpen, omdat zijn stelling hopeloos was.

Indien Felsberger de partij had gewonnen, hadden de Oostenrijkers zich gekwalificeerd voor de finale in Kazan. Nu werd Slough gekwalificeerd. Was de Engelse scheidsrechter voldoende onpartijdig geweest? De Oostenrijkers waren ervan overtuigd dat dat niet zo was. En daarin stonden zij niet alleen. Na afloop schreef de Nederlander John van der Wiel een brief waarin hij het gedrag van de scheidsrechter bijna strafbaar vond en vervolgde: We bevelen aan de scheidsrechter Bob Wade te schorsen. Hij heeft in de afgelopen jaren vaker en nu weer zijn onbekwaamheid laten zien en heeft werkelijk een kapitale blunder begaan,’ aldus Ree.

5. Een oneerlijke regel

In mijn artikel ‘Het niet bijgewerkt notatieformulier’ heb ik al beschreven dat artikel 8.5a geen eerlijke regel is.

Zie:

pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_126.html

Spelers horen op dezelfde wijze te worden behandeld, en horen dezelfde rechten en verplichtingen te krijgen. Als een speler 40 zetten moet noteren, is het oneerlijk dat de tegenstander er maar 25 hoeft te noteren. Het argument van beperkt hoeveelheid tijd is geen argument, daar had de betrokken tegenstander rekening mee moeten houden.

De regelgever wilde natuurlijk niet de spelers hetzelfde recht geven, omdat de werklast van de scheidsrechter enorm zou toenemen. Dat is organisatorisch niet uitvoerbaar. Vandaar dat de speler met meer bedenktijd wel moet noteren. Kortom, de oneerlijke regel dient uitsluitend het belang van de scheidsrechter.

Op zich kan men zich daar wel wat bij voorstellen. Bij het opstellen van regels moet men rekening houden met de uitvoering. Een regel die niet uitvoerbaar is, is geen goede regel. Echter, dan had de FIDE niet zo’n royale termijn van vijf minuten moeten nemen, maar bijvoorbeeld een termijn van één minuut.

Wanneer vermeend onrecht in het spel is, gaan de remmen los. De meeste schakers weten daar gelukkig beheerst mee om te gaan. Echter, slechts een enkeling vertoont onbeheerst gedrag.

Artikel 8.5a zal dan ook altijd voor problemen blijven zorgen. Een scheidsrechter moet daarop zijn voorbereid. Hij moet zonder de FIDE-regels te raadplegen, direct weten hoe hij moet handelen.

6. De waarschuwing

Indien een speler in tijdnood niet noteert en de tegenstander ten onrechte dat ook niet doet is het heel vervelend voor een scheidsrechter in te grijpen. Hij is namelijk gehandicapt. Hij moet rekening houden met de andere spelers die nog aan het schaken zijn. Die zo weinig moeten worden gestoord door het gesprek. Een bot en storend optreden is bijvoorbeeld indien een scheidsrechter luid uitroept: ‘Wat hoor ik?! Noteert u niet?! Als u meer dan vijf minuten bedenktijd heeft zult u moeten noteren, anders geef ik u een straf! Dus: noteren!!!’ Hoewel de scheidsrechter juist handelt door de betrokken speler duidelijk te maken dat hij moet noteren, is de manier waarop hij dat doet – zijn gedrag – onbehoorlijk.

Of het volgende werkbaar is, weet ik niet. De scheidsrechter spreekt op gewone, rustige toon: ‘Ik verzoek u de partij te noteren. U heeft meer dan vijf minuten bedenktijd zodat u verplicht bent te noteren. Pas wanneer u ook minder heeft dan vijf minuten hoeft u niet meer te noteren. Nu u ten onrechte niet noteert, geef ik u een waarschuwing. En die houdt in dat als u een tweede maal niet noteert, ik u een tijdstraf toeken, en uw tegenstander twee minuten extra bedenktijd. Laten we het zover niet komen, want dan wordt het ongezellig hier. Derhalve verzoek ik u uw notatieformulier bij te werken en de zetten te blijven noteren tot u ook nog maar vijf minuten bedenktijd heeft.’

Iedere scheidsrechter doet het weer anders. Over hun manier van optreden zouden scheidsrechters meer ervaring met elkaar moeten delen.

7. De opvatting van Gijssen

Gijssen citeert instemmend: ‘Een Nederlandse teamleider waarschuwt een speler dat hij al 40 zetten heeft voltooid. De scheidsrechter geeft de teamleider een waarschuwing. Vervolgens beslist een lid van het bestuur van de KNSB dat de partij is verloren voor de speler die is voorgezegd. In beroep is deze beslissing vernietigd: een speler hoort niet te worden bestraft voor de fout van een ander.

Min of meer eenzelfde geval is gebeurd tijdens een Europese club competitie. Uiteindelijk heeft de commissie van beroep geoordeeld dat de speler niets valt te verwijten, maar dat de teamleider werd gestraft. Hij werd voor twee jaar ontheven van alle officiële functies in de Europese club competitie,’ aldus Gijssen, januari 1999, Through the eyes of a spectator.

In het eerste geval verwijst Gijssen wellicht naar de zaak Het Witte Paard (HWP(Z)) – ASG

Klasse 1B 1998-1999, 19 september 1998, beslissing competitieleider van 25 september 1998, beslissing commissie van beroep van 7 december 1998, Zaaknummer: 9899-1.

In het laatste geval verwijst hij natuurlijk naar Summerscale – Felsberger. In de volgende paragrafen leg ik uit dat de opvatting van Gijssen onjuist is.

8. De teamleider in het algemeen

De vraag rijst of een teamleider is te vergelijken met een gewone omstander. En of gedragingen van een teamleider kunnen worden toegerekend aan het team. Om het antwoord op dergelijke vragen te kunnen geven moet gelet worden op de wettelijke kaders. En die zijn verschillend. De FIDE-Tournament Rules zijn anders dan die van de Europese schaakunie, en weer anders dan die van het KNSB-competitiereglement. En het HSB-competitiereglement wijkt daar weer ietsje van af. Vandaar dat deze kaders eerst worden genoemd.

Het artikel 15 van de FIDE-Tournament Rules bevat bepalingen over de teamleider. Sub b van dat artikel komt overeen met artikel 33 van het KNSB-competitiereglement. Maar bijzonder zijn sub a en c van die Rules. Die subartikelen heeft de KNSB niet overgenomen. Sub c is een opdracht aan de teamleider ervoor te zorgen dan de teamspelers zich onthouden van handelingen waardoor het schaakspel in diskrediet wordt gebracht. De teamleider moet de spelers erop wijzen dat zij niet alleen moeten leven naar de letter van de FIDE-regels maar ook naar de geest van die regels. Een teamleider moet dus grondige kennis hebben van de FIDE-regels. Daarnaast mag men van hem verwachten dat hij zelf aan de hoogste normen voldoet. Het is onbegrijpelijk dat de KNSB dit subartikel niet heeft overgenomen.

Artikel 15 van de FIDE-Tournament Rules

‘a. The role of a team captain is basically an administrative one during play. Depending on the regulations of the specific competition, the captain shall be required to deliver, at a specific time, a written list naming the players in his team who will participate in each round, communicate to his players their pairing, sign the protocol indicating the results in the match at the end of the play, etc.

b. A captain is entitled to advise the players of his team to make or accept an offer of a draw or to resign a game, unless the regulations of the event stipulate otherwise. He must confine himself to give only brief information, based solely on the circumstances pertaining to the match. He may say to a player, ‘offer a draw’, ‘accept the draw’, or ‘resign the game’. For example, if asked by a player whether he should accept an offer of a draw, the captain should answer ‘yes’, ‘no’, or delegate the decision to the player himself.

The captain shall abstain from any intervention during play. He shall give no information to a player concerning the position on the chess board, nor consult any other person as to the state of the game.

Players are subject to the same prohibitions. Even though in a team competition there is a certain team loyalty, which goes beyond a player`s individual game, a game of chess is basically a contest between two players. Therefore, the player must have the final say over the conduct of his own game. Although the advice of the captain should weigh heavily with the player, the player is not absolutely compelled to accept that advice. Likewise, the captain cannot act on behalf of a player and his game without the knowledge and consent of the player. All discussions shall take place in sight of the arbiter and he shall be entitled to insist on hearing the conversation.

c. A team captain should encourage his team always to follow both the letter and the spirit of Article 12 of the FIDE Laws of Chess concerning the conduct of the players. Team championships, in particular, should be conducted in the spirit of the highest sportsmanship.’

Ook de Europese schaakunie kent eigen toernooiregels. Zie artikel 12 van de Tournament Rules van die schaakunie. Het is een rommelig artikel. In 12.1 wordt de teamleider beschreven, in 12.2 het hoofd van de delegatie, in 12.3 de samenstelling van het team, waar een rol is weggelegd voor de teamleider, in 12.4 over de taken van de teamleider waarbij in 12.4 is geregeld dat de FIDE-Tournament Rules van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 12 van de Tournament Rules van de Europese schaakunie

‘12. Team captains

12.1 In team competitions each team must have a team captain.

12.1.1 The team captain may be one of the players or any of the reserves of the team, in which case he is referred to as a “playing captain”. If he is no player of the team he is referred to as a “non-playing captain”.

12.1.2 Each team is entitled to have only one team captain. The team captain may appoint a deputy to exercise his function but must inform the Chief Arbiter of this in writing. However, during the course of playing only one team captain will be allowed into the playing area.

12.2.1 The chief of delegation is not allowed to enter the playing area.

12.3 Team composition

12.3.1 The team captain must list the players of his team in a fixed board order, upon the time appointed by the Chief Arbiter before the start of the first round; this list is called the final players list. The board order cannot be altered during the tournament; hence reserves may play on the bottom boards only.

12.3.2 Before the start of a round, the team captain must deliver to the Chief Arbiter a list of the team members who are to take part in the round in question.

12.3.3 If this list is not delivered by the appointed time, the team may not use its reserve players. Every deviation from a board order 1,…, N (with N the number of boards in the competition) will result in the loss of the game(s) in question.

12.3.4 If the board order in which a team plays differs from the board order of its final players list, this will result in the loss of the game(s) in question.

12.3.5 The use of any player who does not figure in the final players list will cause the round to be forfeited N:0, in which N is the number of boards in the competition.

12.4 The basic duties and rights of a team captain are defined in the FIDE Tournament Rules.

12.4.1 In the exercise of his function the team captain has the right of access to the area reserved for the players, but it is his duty to ensure that the members of his team who are not involved in the current match or have finished their games do not enter or remain in this area.

12.4.2 During the games the captain must refrain from interfering in any way. He is, however, entitled to advise his players on the offering or accepting of draws or resigning of games, provided that he makes no comment on the actual position on the chess board, and confines himself to giving brief information which can in no way be regarded as an opinion about the progress of the game. The exchange of information should be done in the presence of the Arbiter.

12.4.3 At the end of the playing session, the captain is responsible both for reporting the result to the arbiters and for delivering to them legibly written score sheets of the finished games.’

Artikel 33 van het KNSB-competitiereglement luidt:

‘Een teamleider heeft het recht de spelers van zijn team te adviseren een remiseaanbod te doen of aan te nemen en ook een partij op te geven. Hij dient zich tot uitsluitend korte informatie te beperken, alleen op basis van omstandigheden die betrekking hebben op de wedstrijd. Hij mag een speler adviseren ‘bied remise aan’, ‘neem remise aan’, of ‘geef de partij op’. Als hem bijv. door een speler wordt gevraagd of hij remise zal aannemen, moet de teamleider antwoorden met ‘ja’, ‘neen’ of de beslissing aan de speler zelf overlaten.

De teamleider dient zich echter te onthouden van elke bemoeienis gedurende het spel. Hij mag geen speler inlichtingen over de positie op het schaakbord geven.

Ofschoon er in een teamwedstrijd een zekere mate van loyaliteit t.o.v. het team is, die uitgaat boven de eigen partij, is een schaakpartij in principe een wedstrijd tussen twee spelers. Om die reden moet een speler de uiteindelijke zeggenschap hebben over het verloop van zijn eigen partij. Hoewel het advies van de teamleider voor de speler zwaar dient te wegen is de speler absoluut niet verplicht de raad aan te nemen. Evenzo kan de teamleider niet namens een speler handelen over de partij zonder voorkennis en toestemming van deze speler.’

Artikel 1 van het HSB-competitiereglement omschrijft een teamleider als volgt:

‘de namens de vereniging aangestelde vertegenwoordiger van het team.’

Artikel 31 van het HSB-competitiereglement komt nagenoeg overeen met artikel 33 van het KNSB-competitiereglement, zij het dat het voor de leesbaarheid voorzien is van meer artikelleden.

Een teamleider vertegenwoordigt dus het team. Hij beheerst de FIDE-regels. Op een internationaal toernooi is hij ook de persoon die moet waken voor het handhaven van de sportiviteit in het team. Indien een speler zich misdraagt, is de teamleider daar indirect voor verantwoordelijk. Zo zal de nationale schaakbond eerst de teamleider daarop aanspreken. Pas in tweede instantie de betrokken speler.

De teamleider heeft dus een voorbeeldgedrag voor het team. De keerzijde daarvan is dat misdragingen van een teamleider ook gevolgen hebben voor het team. Dan hadden ze maar een betere teamleider moeten kiezen.

9. De Oostenrijkse teamleider

De Oostenrijkse teamleider heeft zich op verschillende punten ernstig misdragen.

Hij kende de FIDE-regels niet, en schond dus artikel 12.4 van de Tournament Rules van de Europese schaakunie in verband met artikel 15 sub c van de FIDE Tournament Rules. Hij wist niet dat zijn speler moest blijven noteren. Uit die fout vloeit voort het advies aan Felsberger om streepjes te zetten.

Het in beweging brengen van de klok van Summerscale, terwijl de klokken waren stilgezet en Summerscale nota bene niet eens aan zet was, heeft echter niets te maken met zijn onkunde van de FIDE-regels. Zelfs niet-schakers weten dat dit niet mag. Het is gewoon bot, onbeschoft gedrag. Nog erger is het dat de teamleider dit gedrag tweemaal doet.

En waar staat in de FIDE-regels dat het verboden is Summerscale in de rug te duwen? Het is het hinderverbod. Maar, ook dat begrijpt een ieder wel die de FIDE-regels niet kent. Ziet u het voor u hoe een trainer van een voetbalclub een speler van de tegenpartij tijdens de wedstrijd en binnen de voetballijnen duwt?

Zie voor het beledigen van Summerscale de volgende paragraaf.

Het verscheuren van het bezwaarschrift door de teamleider is ook in het dagelijks leven onbehoorlijk gedrag.

Stuk voor stuk ernstige misdragingen. De teamleider ging door het lint.

10. ‘Motherfucker’

De Oostenrijkse teamleider heeft tijdens een partij tegen de spelers een limitatief omschreven recht van vrijheid van meningsuiting. Op grond van artikel 15 van de FIDE-Tournament Rules mag hij slechts enkele bijzondere woorden zeggen: ‘bied remise aan’, ‘neem remise aan’, ‘geef de partij op’, ‘ja’, ‘neen’ e.d. Verder moet hij zich nergens mee bemoeien. En als hij iets wil moet hij zich wenden tot de scheidsrechter.

En dan zegt de Oostenrijkse teamleider ‘Motherfucker’ tijdens de partij tegen een speler van Slough. Los van het taalgebruik is dit in strijd met de regels. Bovendien mag dit taalgebruik misschien gebruikelijk zijn op bepaalde straten, in bepaalde kroegen, maar zeker niet op een internationaal schaaktoernooi. Ook niet na afloop van een partij. Op geen enkel schaaktoernooi mag dit tegen spelers of tegen omstanders worden gezegd. Scheidsrechters moeten daarop – ook na een partij – nauwgezet eigenmachtig toezien. Want het gaat om het behoud van leden, en de uitstraling op het publiek van het schaakspel. Zo is het voorval beschreven op de voorpagina van The Times, in The Observer, The Daily Telegraph, The Guardian, NRC-Handelsblad en ongetwijfeld in meer kranten. En iedereen kan lezen dat Aaron Sum¬merscale (2440) tijdens een partij voor iets ernstigs is uitgemaakt.

Om voor ‘Motherfucker’ te worden uitgemaakt is een grove belediging, die niemand hoeft te aanvaarden. Zou iemand dat wel doen, is hij een ‘watje’, iemand die over zich heen laat lopen. Vandaar dat na het uiten van die term het afgelopen is met de concentratie van de speler. De teamleider heeft met zijn belediging onmiddellijk al zijn schepen achter zich verbrand. Hij heeft zijn team onherstelbare schade toegebracht. En dan doet het er niet toe wat voor verweer de teamleider heeft. Als hij ontevreden is over iets, moet hij zich wenden tot de scheidsrechter. Hij mag nimmer het recht in eigen hand nemen.

De aangesproken speler kan zich niet verdedigen, want hij is aan het schaken en een ruzie gaat ten koste van zijn concentratie. Hij is daardoor direct een ‘loser’ geworden. Dat voelt niet lekker. Hoe de stelling er ook uitziet op het bord, de concentratie is bij hem weg en komt niet meer terug. Door zo te worden beledigd is de partij onmiddellijk afgelopen. Het spel is in diskrediet gebracht. En in feite is dat ook wat er is gebeurd. Summerscale deed nog maar drie zetten.

11. Juridisch gezien is de scheidsrechter een domme schaker

Ik stel me zo voor dat de Oostenrijkse teamleider door het lint ging toen hij vernam dat zijn speler wel moest noteren, terwijl de Engelsman dat niet hoefde. In zijn beleving was dit het toppunt van oneerlijkheid. Recht is nu eenmaal emotie. En dat maakt het werk van een scheidsrechter nu eenmaal interessant. De ‘jus’ van het werk van een scheidsrechter is niet, zoals Gijssen meent, het recht om ‘vlag’ te mogen roepen als de spelers dat niet bemerken. Nee, die ‘jus’ is het omgaan met emoties. Het proberen te begrijpen wat er aan de hand is, het verdiepen in de personen van het conflict. En dan dat met behulp van de FIDE-regels in goede banen te beslechten opdat de spelers vreedzaam verder kunnen leven. Dat is de kern van de taak van een scheidsrechter. De scheidsrechter als communicator.

En dan rijst de vraag hoe het na de driftbui van de teamleider verder moet, de teamleider uit de speelruimte is verwijderd, en Summerscale geen of nauwelijks zetten meer doet.

Weliswaar is de partij nog niet afgelopen, maar duidelijk is dat de concentratie bij Summerscale is verdwenen. Voor wiens rekening en risico komt dit?

Het uitgangspunt is dat de stelling er niet toe doet. Op grond van de FIDE-regels is juridisch gezien een scheidsrechter een domme schaker. Een scheidsrechter is iemand die alleen maar domme zetten kan doen. Dat is bijvoorbeeld wel gebleken op het wereldkampioenschap van vrouwen 2008 in Nalchik, Kaukasus.

Of, zoals de Duitse nationaal arbiter Markus Keller zijn toehoorders toeroept: ‘Seid gnädig zu den Schiedsrichtern! Man muss davon ausgehen, dass der Schiedsrichter der schlechteste Spieler im Raum ist …’ Daarom is het ook niet nodig dat een scheidsrechter een hoge ELO rating heeft. Ook het niveau van stap 2 is voldoende op een wereldkampioenschap.

Hoewel iedereen in de speelruimte weet dat de stelling voor Felsberger gewonnen staat, weet de scheidsrechter dat niet. Ja, misschien weet hij dat wel als mens, maar niet in zijn hoedanigheid als scheidsrechter.

Het is oneerlijk Summerscale die het slachtoffer is van het gedrag van de teamleider de rekening te presenteren. Doet men dat wel is het slachtoffer de dader. Summerscale moet dus worden beschermd. Derhalve blijven er twee mogelijkheden over.

De scheidsrechter verklaart de partij voor Felsberger verloren. Dat is sneu voor Felsbergen, maar het gedrag van de teamleider wordt toegerekend aan het team als geheel. Daar komt bij dat de teamleider meende te handelen in het belang van Felsberger. Zo is het team gebonden aan de onbevoegde vertegenwoordiging van de teamleider. En intern kunnen ze maatregelen treffen tegen de teamleider, bijvoorbeeld hem al of niet financieel aansprakelijk te stellen. Daarom wordt het gedrag van de teamleider toegerekend aan Felsberger, ook al kon die daar niets aan doen. Dan had het team Peter Detter maar niet als teamleider moeten aanwijzen.

En als de scheidsrechter niet weet wat hij moet beslissen omdat voor elk antwoord wel wat te zeggen valt, verklaart hij de partij remise. De uitslag is dan 3-3. Er zal dan moeten worden bepaald welk team naar de kwartfinales gaat. Indien een playoff moet worden gespeeld, loopt het programma wel heel erg uit.

Ik zou de partij voor Summerscale gewonnen hebben verklaard. Dat is tegelijkertijd een geweldige stok achter de deur om op te kunnen treden tegen een teamleider die zijn boekje te buiten gaan.

12. Het optreden van de scheidsrechter

De scheidsrechter kan niet alle borden in de gaten houden. Hij houdt toezicht bij een ander bord. En bij het bord Summerscale – Felsberger heeft hij een assistent-scheidsrechter aangewezen. De scheidsrechter heeft het dus goed georganiseerd.

Er is op zich niets aan de hand op het moment waarop Felsberger niet noteert. Dat is een overtreding die vaker voorkomt. Summerscale vraagt Felsberger te noteren. Als Felsberger dat niet doet handelt Summerscale juist door de klokken stil te zetten en de tussenkomst in te roepen van de scheidsrechter. De scheidsrechter verschijnt ook. Daarop sommeert de scheidsrechter Felsberger te noteren. Tot nu toe is er niets aan de hand.

Dan brengt de teamleider de klok van Summerscale in beweging. Summerscale reageert daarop direct door dat te verhinderen. Waarop de teamleider opnieuw de klok van Summerscale in beweging brengt. Ik stel me zo voor dat dit alles zo snel gaat dat ook een scheidsrechter daar nauwelijks tussen kan komen. De scheidsrechter reageert correct door de teamleider uit de speelruimte te verwijderen.

Wel was het beter geweest wanneer de scheidsrechter twee minuten extra bedenktijd had toegekend aan Summerscale. Dat had in de eerste plaats gekund omdat gedragingen van de teamleider kunnen worden toegerekend aan Felsberger of in de tweede plaats op grond van artikel 13.5 van de FIDE-regels (‘een van buiten komende verstoring van de partij’). Omdat het gaat om een discretionaire bevoegdheid van de scheidsrechter was hij niet verplicht die extra bedenktijd toe te kennen. Dus tot nu toe kan men niet zeggen dat de scheidsrechter niet-correct heeft gehandeld.

Wel ziet de scheidsrechter dat de teamleider Summerscale in de rug duwt, maar hij hoort niet dat de teamleider Summerscale grof beledigt. Dat de scheidsrechter niets heeft gedaan tegen het duwen in de rug is onjuist. Dat de scheidsrechter hardhorend is, kan hij niet helpen. Wel, dat hij meende met deze handicap scheidsrechter te kunnen zijn op een internationaal toernooi. Het was onjuist dat hij met deze handicap bereid was scheidsrechter te zijn. Maar dat mag men ook de organisatie kwalijk nemen.

Wat er ook van zij, de partij gaat verder. Kort daarop overhandigt de teamleider van Summerscale de scheidsrechter een geschreven bezwaarschrift over het gedrag van de teamleider van Graz. Ik denk dat de hardhorende scheidsrechter toen pas van de belediging vernam. De scheidsrechter handelt correct dit voor commentaar voor te leggen aan de teamleider van Graz. Zonder dit te lezen, verscheurt deze het bezwaarschrift.

Daarop raadpleegt de scheidsrechter de FIDE-regels wat hij moet beslissen. En ik denk dat hij ook de omstanders vroeg naar de juistheid van de gedane belediging. Ondertussen gaat de partij Summerscale – Felsberger door. De scheidsrechter stelt zijn beslissing uit tot de partij is afgelopen. Tot zijn vlag valt doet Summerscale slechts drie zetten. Door het vallen van de vlag zou Felsberger moeten winnen. Echter, dan beslist de scheidsrechter op het bezwaarschrift en verklaart de partij voor Felsberger verloren.

Om nou te zeggen dat het optreden van de scheidsrechter zo onjuist is, is overdreven. Hooguit mag men hem verwijten dat hij voor het vallen van de vlag op het bezwaarschrift had moeten beslissen. Maar er zijn ook argumenten te geven dat het juist heel verstandig was van de scheidsrechter zo te handelen. Namelijk als in beroep blijkt dat de beslissing onjuist is hoeft de partij niet meer te worden vervolgd.

Ik deel dan ook niet de opvatting van John van der Wiel die het gedrag van de scheidsrechter zelfs bijna strafbaar acht en voorstelt hem daarvoor te schorsen. Als Van der Wiel meent dat mensen boven een bepaalde leeftijdsgrens geen scheidsrechter op een belangrijk toernooi horen te zijn, ben ik het graag met hem eens.

13. Leeftijdsgrenzen

In Slough leidt de hoofdscheidsrechter op 76 jarige leeftijd een internationaal toernooi. Ik meen dat scheidsrechters tegen zichzelf moeten worden beschermd. En dat organisaties niet in pijnlijke situaties terecht moeten komen tegen een scheidsrechter te moeten zeggen dat hij inmiddels te oud is geworden. Indien een scheidsrechter 67 of 70 jaar is geworden hoort hij geen internationale wedstrijden meer te leiden. En ook geen NK-wedstrijden of een wedstrijd in de KNSB in de hoogste klassen. Tenzij geen andere scheidsrechter is te vinden.

Het is bovendien gewenst vrij baan te maken voor jongeren. Zo heeft de KNSB op 6 en 13 oktober 2010 een FIDE-seminar georganiseerd voor opleiding tot internationaal arbiter. Opdat jongeren het stokje van de ouderen kunnen overnemen. Er lopen momenteel in Nederland voldoende jonge internationaal arbiters rond, zodat er geen enkele reden is bejaarde scheidsrechters te vragen. Toch is de hoofdscheidsrechter 76 jaar op het NH Chesstournament 2010 waar in Krasnapolsky ‘the Rising Stars’ spelen tegen ‘Experience’.

En de hoofdscheidsrechter die in Elista 2007 een dramatisch wereldkampioenschap tussen Topalov – Kramnik leidde, was 73 jaar. Op een gegeven moment had hij een bloeddruk van 220.

Leeftijdsgrenzen gelden ook voor zitting nemen in commissies. Het is dwaasheid dat iemand ouder dan zeventig jaar lid is of zelfs voorzitter is van de regelscommissie van de FIDE. In de maatschappij komt zoiets niet voor, en bestaan er voorzieningen dat iemand na het bereiken van een bepaalde leeftijd automatisch zijn werkzaamheden beëindigt.

De organisatie en de betrokken scheidsrechter/voorzitter/lid van een commissie moeten begrijpen dat er een leeftijdsgrens is.

14. De beslissing van de commissie van beroep van de Europese schaakunie

De beslissing van de commissie van beroep

Het Oostenrijkse team heeft beroep aangetekend bij de commissie van beroep. De president van het Continentaal Europa, prof. dr. K. Jungwirth, heeft Filipowicz (Polen), Wallace (Schotland) en Gijssen (Nederland) gevraagd de zaak te bestuderen en bij afwezigheid van een commissie van beroep in Slough de eindbeslissing te nemen.

De documenten waarover de commissie beschikt, zijn:

– een verslag van de scheidsrechter Robert Wade

– een bezwaarschrift van de teamleider van Merkur, Peter Detter

– en het notatieformulier van de partij.

Nadat het overgelegde bewijs is vastgesteld, vervolgens is beoordeeld welke stellingen buiten beschouwing worden gelaten en de commissie van beroep daarna de gebeurtenissen in de juiste volgorde heeft gezet, zijn haar bevindingen als volgt.

De commissie concludeert dat

a. De heer Felsberger de eerste fout heeft gemaakt door te handelen in strijd met artikel 8.1 van de FIDE-regels (… is elke speler verplicht zijn eigen zetten en die van zijn tegenstander op de juiste wijze te noteren, zet voor zet,…)

b. De heer Summerscale maakte de tweede fout door te handelen in strijd met artikel 6.12 (b) (Een speler mag de klokken slechts stilzetten om de hulp van de arbiter in te roepen) en artikel 12.5 (tegenwoordig 12.6, red. Het is verboden de tegenstander, op welke wijze dan ook, af te leiden of te hinderen).

c. De scheidsrechter maakte de derde fout door zich ervan te verzekeren dat de klok van de heer Felsberger liep terwijl hij bezig was zijn notatieformulier bij te werken op grond van artikel 8.5.

d. De Oostenrijkse teamleider maakte de vierde fout door herhaaldelijk zich te bemoeien met de partij die aan de gang was, iets wat in strijd is met de Toernooiregels C06, blz. 7 V ‘De rol van de teamleider’.

Op een bepaald moment dient de teamleider van Slough, de heer Miles, een bezwaarschrift in. Op basis daarvan kent de scheidsrechter de winst van de partij toe aan de heer Summerscale vanwege het onaanvaardbare gedrag van de heer Detter.

Tegen deze beslissing tekent de heer Detter beroep aan.

De commissie stelt vast dat de organisator van het toernooi de vijfde fout heeft gemaakt door geen commissie van beroep samen te stellen als bedoeld in het Handboek van de FIDE, D.IV, blz. 5, paragraaf 4.41. Het feit dat de teamleiders, de scheidsrechter en de organisatoren dit niet hebben gezien, is begrijpelijk. Als er een commissie van beroep was geweest, had het geschil direct kunnen worden opgelost.

De commissie wijst erop dat een volstrekt juiste beslissing niet gemakkelijk is te realiseren, maar dat de commissie voorop wil stellen dat de beslissing van de scheidsrechter onjuist is om de winst van de partij toe te kennen aan de heer Summerscale. De enige fout die de heer Felsberger heeft gemaakt is de zetten niet te noteren (acht maal!) en op het moment waarop de scheidsrechter hem vraagt dat alsnog te doen, doet hij dat. Zo’n fout komt vaker voor, maar voor zover de commissie bekend, is het nog nooit voorgekomen dat de partij verloren werd verklaard voor de speler die handelde in strijd met artikel 8.1 en artikel 12.7 (…herhaaldelijk weigert zich aan de FIDE-regels te houden …).

Ook het onbehoorlijke gedrag van de teamleider van Merkur is onvoldoende reden zo’n zware beslissing te nemen. Dat is ook de opvatting van de scheidsrechter. In zijn rapport schreef hij: ‘Ik had liever gehad, als dat mogelijk was geweest, het team een straf te geven door een punt in mindering te brengen en niet aan de speler.’

De beslissing van de commissie:

1. de uitslag van de partij Summer¬scale-Felsberger is 0-1;

2. de heer Detter mag voor de volgende ronde in de Europa Cup competitive 1997 en de twee daarop volgende jaren niet optreden als teamleider in de Europa Club Cup Competitie.

Deze beslissing is definitief op grond van de brief van de heer Jungwirth aan de commissie.’

15. Commentaar op de beslissing van de commissie van beroep

In Engeland wordt deze beslissing met verbijstering ontvangen.

Wat in Engeland vooral kwaad bloed zet, is dat de commissie het gedrag van Detter bagatelliseert. Met name het weglaten van de fouten van Detter wordt de commissie zwaar aangerekend.

De reacties luiden, wat te denken van de volgende fouten:

– de vierde fout van de heer Detter vanwege diens onjuiste advies aan zijn speler

– de vijfde fout van de heer Detter om de klok van Summerscale in beweging te zetten

– de zesde fout van de heer Detter om de tweede keer weer de klok van Summerscale in beweging te zetten

– de zevende fout van de heer Detter om Summerscale in de rug te stompen

– de achtste fout van de heer Detter vanwege zijn weerzinwekkend gedrag

– de negende fout van de heer Detter door het bezwaarschrift van Miles te verscheuren?

De Engelsen beschouwen het niet als een straf om als teamleider te worden geschrapt. Als Detter doet alsof hij een toeschouwer is, kan hij elk toernooi bezoeken. Hij kan in elke wedstrijd feitelijk de teamleider zijn, maar niet officieel. ‘Detter valt om van het lachen!’ aldus de Engelsen.

Het is ook een wereldvreemde beslissing. De commissie handelt bovendien onzorgvuldig door niet de zienswijze van Slough/Summerscale in te winnen. Ook legt de commissie de zinsnede van de scheidsrechter onjuist uit. Want, ook de scheidsrechter vindt het gedrag van Detter zo kwalijk dat dat zeker hoort te leiden tot een verliespunt voor het team van Merkur.

Hoe zou de voorzitter van de commissie, prof. Jungwirth, het hebben gevonden indien tijdens zijn partij een teamleider van zijn tegenstander ten onrechte tweemaal de klok van Jungwirth in beweging stelt, tegen de tegenstander zegt dat hij niet hoeft te noteren maar streepjes mag zetten, Jungwirth in de rug stompt, Jungwirth uitmaakt voor ‘Motherfucker’, en het bezwaarschrift van de teamleider van Jungwirth verscheurt? De lust om verder te schaken zou ook bij Jungwirth zijn vergaan. En, reken maar dat de commissie anders zou hebben beslist als de speler van Slough niet ‘Summerscale’ had geheten, maar: Garry Kasparov of Anatoly Karpov.

Er zijn in Slough fouten gemaakt, maar de grootste fout heeft de commissie van beroep gemaakt. Het was haar taak om zoveel als mogelijk is fouten van anderen te herstellen. Daarvoor kreeg zij voldoende tijd om rustig over na te denken.

www.androsov.com/cartoons/femida/femida01.htm

Het weegproces van de commissie van beroep

Wat er is gebeurd, is dat de commissie in de inleiding van haar beslissing heeft aangegeven dat zij informatie heeft geselecteerd en dat zij bepaalde omstandigheden niet gaat meewegen in haar besluit. Zodoende werd slechts in de ene weegschaal het ‘niet noteren van Felsberger gelegd met vermelding dat toen de scheidsrechter hem verzocht dat wel te doen, hij dat ook deed’ en in de andere weegschaal ‘het verlies van de partij van Felsberger’.

Het optreden van Detter werd niet meegewogen, omdat dat optreden zogenaamd werd geneutraliseerd door een bepaalde interpretatie te geven aan een zin uit het verslag van de scheidsrechter. Ook het belang van Summerscale werd niet meegewogen.

Zo was van een afweging geen sprake. Er werd geen rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval. De weegschaal werd gewoon terzijde geschoven. Het ging alleen nog maar om het uitkiezen van de beslissing, het zwaard.

www.androsov.com/cartoons/femida/femida03.htm

Geen rekening houden met alle omstandigheden van het geval

Zo wordt het gedrag van de teamleider beloond en wordt het slachtoffer tweemaal gestraft. Zo gaat het wel vaker in het leven: misdaad loont, soms. Het was nu juist de taak van de commissie dit te voorkomen door middel van het toepassen van het recht. Waar de schaakwereld behoefte aan heeft is aan leden van commissies van beroep die hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden, die – eenvoudig gezegd – meer ‘streetwise’ zijn.

16. Het voorstel tot wijziging van het HSB-competitiereglement

In september 2009 is het HSB-competitiereglement een beetje gemoderniseerd. Artikel 22 van dat reglement bevat enkele afwijkende regels op de FIDE-regels.

Aan de algemene ledenvergadering werd voorgesteld in artikel 22 aanhef en sub e en f toe te voegen dat als volgt luidde:

Er wordt gespeeld volgens de FIDE-regels (laatste Nederlandse vertaling), behoudens de volgende uitzonderingen:

(…)

e. anders dan artikel 8.5 regelt, hoeft de wedstrijdleider of diens assistent niet te noteren indien beide spelers in tijdnood zijn.

f. anders dan artikel 8.4 regelt, hoeft een speler die niet in tijdnood is niet te noteren indien zijn tegenstander wel in tijdnood is en niet meer noteert.

In de toelichting op dat voorstel werd dit toegelicht.

De algemene ledenvergadering van de HSB aanvaardde sub e, maar verwierp sub f. Welnu, als men op democratische wijze een oneerlijke regel wil handhaven, moet men niet zeuren wanneer er in de praktijk moeilijkheden komen. Mensen maken nu eenmaal fouten. En dus ook teamleiders, schakers, omstanders en scheidsrechters. Het is juist de taak van de regelgever, de algemene ledenvergadering, met die zwakheden rekening mee te houden. En het leven niet moeilijker te maken dan het al is.

Als er in de HSB-competitie een voorval zoals Summerscale – Felsberger zich voordoet, ligt de fout niet bij de teamleider of bij de scheidsrechter, maar bij de algemene ledenvergadering: zij wenste deze oneerlijke regel te handhaven.

17. Prijsvraag

Zoals een schaker zelf problemen moet oplossen om het spel te begrijpen, zo moet ook een scheidsrechter scheidsrechterlijke problemen zelf oplossen. Door het antwoord te formuleren ervaart iemand pas hoe (nodeloos) ingewikkeld het schaakrecht is (gemaakt). Zo kan iemand dagenlang nadenken over een zaak. Precies zoals ook een advocaat en een rechter doen, of een jurist bij een bedrijf of bij een bestuursorgaan. Maar de scheidsrechter is slechts weinig bedenktijd gegund.

Gert-Jan van Vliet zond een antwoord in en ontving zijn inschrijfgeld terug voor deelname aan het Botwinnik Rapidtoernooi.

Hij vond het een interessante prijsvraag en heeft er met veel plezier over gedacht en aan gewerkt. In de praktijk heeft hij regelmatig rare situaties meegemaakt (vooral in de regionale bonden). Meestal werden deze in goed onderling overleg opgelost. Niet altijd werd de juiste beslissing genomen, maar bijna altijd werd de genomen beslissing wel door alle partijen aanvaard, aldus Gert-Jan.

Ik zond hem mijn concept artikel, waarop hij reageerde: ‘Vooral het standpunt dat het oneerlijk is dat de een mag vluggeren, terwijl de ander moet noteren vind ik het overdenken waard. Ik ben zelf een vrij snelle speler en heb vaak in de situatie gezeten dat ik bijvoorbeeld nog een half uur had, terwijl mijn tegenstander onder de vijf minuten kwam. Soms wachtte ik dan bewust tot ik onder de vijf minuten zat om ook niet meer te hoeven noteren. Een enkele keer heb ik meegemaakt dat mijn tegenstander nadat hij de tijd had overschreven, mij om deze reden onsportief noemde. Ik vond dit een verbazingwekkende omkering van de werkelijkheid: inderdaad ligt het probleem bij de tijdverbruikende de speler zelf!’ zo meent hij.

In ieder geval heeft hij veel plezier beleefd aan het denken over de juiste beslissingen.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.