Begrijp wat u doet: Siciliaans: Scheveninger 1

Siciliaans Scheveninger 1

Algemene beschouwingen

Dat het Siciliaans een van de meest boeiende openingen is, is in deze reeks van artikelen al ruimschoots gebleken. Na drie afleveringen over de Najdorf wordt het nu tijd om eens te kijken naar een andere variant, die we kunnen zien als het broertje van de Najdorf, de Scheveningervariant.

Voordat we inhoudelijk op de varianten ingaan, schiet me een kleine anekdote te binnen. Als ik het goed heb werd tijdens de tweede wereldoorlog in de loopgraven met een uiterst slim wachtwoord gewerkt. Het woord “Scheveningen” bleek uitstekend te werken om verraders te traceren. Er was geen enkele Duitser die dit woord met de juiste “sch-klank” uit zijn keel kon krijgen waardoor hij onmiddellijk door de mand viel. En wat betreft de geallieerde Engelse en Amerikaanse militairen: hun identiteit werd ook meteen duidelijk met hun merkwaardige uitspraak (Fonetisch: sjeefenningen).

De naam van deze variant ontstond omdat grootmeester Maroczy een systeem had ontwikkeld voor wit tegen het nieuwe Paulsen-systeem met … Pc6 en dat voor het eerst toepaste in een toernooi te Scheveningen (1923). De uitgangsstelling ontstaat na de volgende zetten:

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6

Zwarts bedoeling is om zijn stukken naar de meest natuurlijke velden te ontwikkelen. Paarden naar f6 en c6, lopers naar e7 en d7. Een van de gedachten is om bijvoorbeeld met … Pc6xd4 gevolgd door … Ld7-c6 de druk van wit in het centrum te verminderen. Verder is een belangrijk thema om met … e6-e5 het centrum “schoon te vegen”, waarna zwart hoopt gelijkspel te kunnen maken. We bekijken in verschillende afleveringen vier systemen:

A) 6. Le2

B) 6. g4

C) 6. f4

D) 6. Le3

In deze rubriek komen de eerste twee zetten aan bod.

A) Systeem met 6. Le2

De meest natuurlijke manier om het spel in gangbare banen te leiden.

6. … Le7 7. 0-0 0-0 8. f4 Pc6 9. Le3

9. … a6

Dit is de meest stereotiepe stelling voor de Scheveninger. Zwart maakt zich op voor een actie op de damevleugel met … b7-b5 of een actie in het centrum met … e6-e5. Deze stelling kan vanuit diverse volgordes ontstaan.

10. a4

Wit laat meestal niet toe dat zwart te snel met … Pxd4 gevolgd door … b5 ruimte kan creëren op de damevleugel.

Wit heeft twee hoofdideeën om aanval te creëren tegen de zwarte koning.

  • Aanval met stukken door onder meer de manoeuvres Dd1-e1-g3, Le2-d3.
  • Pionnenstorm met g2-g4-g5 en dan pas operaties met stukken die naar de vijandelijke koning gedirigeerd moeten worden.

In de eerste methode valt wit op de koningsvleugel aan met stukken. Hij beoogt met De1-g3 en Le2-d3 een paar stukken op de zwarte koning te richten en dan met e4-e5 of f4-f5 te gaan werken. We laten deze methode hier buiten beschouwing omdat de prak¬tijk heeft uitgewezen dat zwart weinig te vrezen heeft.

10. … Dc7 11. Kh1

Een nuttige zet om meerdere redenen. Zo wil wit voorkomen dat zwart al te makkelijk de zwartveldige loper op c5 zou kunnen ruilen na een actie met … e6-e5. Tevens wordt een mogelijk schaakje over de diagonaal b6-g1 uit de stelling gehaald en verder maakt wit veld g1 vrij voor zijn loper op e3, zodat hij niet gestoord kan worden door een eventuele paarduitval via g4.

11. … Te8

Een zeer subtiele zet. Zo wordt veld f8 vrij gemaakt voor een ander stuk en tevens staat de toren hier goed opgesteld mocht het centrum open komen.

12. Lf3

Wit wil de beste opstelling van de zwarte loper naar b7 zo lang mogelijk verhinderen.

12. … Tb8

Weer een wachtzet: niet alleen om uit de lange diagonaal te gaan, maar ook om een mogelijk … b7-b5 voor te bereiden.

13. Dd2 Ld7

Eindelijk is zwart door de nuttige zetten heen en dient hij toch zijn ontwikkeling te voltooien.

14. Pb3

Een mysterieuze terugtrekking van het paard uit het centrum. De belangrijkste reden is dat zwart niet het centrum kan openbreken als wit aan de gang gaat met zijn flankactie g2-g4. Tegelijkertijd dreigt er ook a4-a5 waarmee veld b6 vastgelegd zou worden.

14. … b6

15. g4

Eindelijk acht wit de tijd rijp voor de zogenaamde bajonetaanval.

15. … Lc8!

Het is grappig dat de zwarte loper terug moet naar zijn uitgangsveld. Niet alleen wordt veld d7 vrijgemaakt voor het paard (waar het harmonieus staat opgesteld), tevens streeft de loper nu wel naar de lange diagonaal nu wit die met g2-g4 heeft verzwakt.

16. g5 Pd7 17. Df2

Wit maakt zich op om met de dame op de koningsvleugel te penetreren.

17. … Lf8

Zwart moet zich wapenen tegen de aanval van Dh4 en Th3 waarna er mat dreigt op h7. Daarom wil hij zich graag met … g7-g6, … Lf8-g7 en … Pd7-f8 verdedigen tegen het komende aanvalsgeweld.

18. Lg2

De loper maakt plaats voor de toren en tegelijkertijd beschermt hij de eigen koning.

18. … Lb7 19. Tad1 g6

Deze stelling kwam voor in de beroemde partij Karpov-Kasparov, 24ste matchpartij WK 1984, waar een wereldtitel op het spel stond. Karpov moest winnen om zijn titel te behouden. Speel deze adembenemende partij na, waarin Kasparov voor het eerst wereldkampioen werd.

20. Lc1 Tbc8 21. Td3 Pb4 22. Th3 Lg7 23. Le3 Te7 24. Kg1 Tce8 25. Td1 f5 26. gxf6 Pxf6 27. Tg3 Tf7 28. Lxb6 Db8 29. Le3 Ph5 30. Tg4 Pf6 31. Th4 g5 32. fxg5 Pg4 33. Dd2 Pxe3 34. Dxe3 Pxc2 35. Db6 La8 36. Txd6 Tb7 37. Dxa6 Txb3 38. Txe6 Txb2 39. Dc4 Kh8 40. e5 Da7+ 41. Kh1 Lxg2+ 42. Kxg2 Pd4+ 0-1

B) Systeem met 6. g4 (De Keresaanval)

Het ‘nadeel’ van de Scheveninger ten opzichte van Najdorfvariant is dat wit deze extra mogelijkheid heeft. Deze zet werd lange tijd gezien als de zwaarste aanslag tegen de Scheveninger. Wit wil het paard op f6 zo snel mogelijk aan de tand voelen. Waarom het de Keresaanval wordt genoemd is mij trouwens een raadsel, omdat ik slechts drie partijen van de illustere crack heb kunnen vinden met dit systeem. Daaronder wel een fraai voorbeeld van zijn hand:

Keres – Bogoljubow, Salzburg 1943.

6. … Pc6 7. g5 Pxd4 8. Dxd4 Pd7 9. Le3 a6 10. Le2 Dc7 11. f4 b6 12. f5 Pe5 13. fxe6 fxe6 14. a4 Le7 15. h4 Dc5 16. Dd2 Dc7 17. Tf1 Lb7 18. Ld4 Tf8 19. O-O-O Txf1 20. Txf1 Ld8 21. Df4 Pg6 22. Dg4 De7 23. Dh5 e5 24. Le3 Lc7 25. Dxh7 Pf4 26. Lxf4 exf4 27. Lh5+ Kd7 28. Lg4+ Kc6 29. Df5 b5 30. Dd5+ Kb6 31. Dd4+ Kc6 32. Pd5 1-0

Dan nu terug naar de algemene beschouwing.

6. … h6

De meest principiële voortzetting. Zwart houdt nog even de opmars g4-g5 tegen maar het nadeel is wel dat hij de koningsvleugel verzwakt, waardoor de korte rokade uit den boze is in de toekomst.

Zwart kan ook "alles" over zich heen laten komen met 6. … Pc6 7. g5 Pd7 8. Le3 Le7 9. h4 0-0

Daarmee rokeert hij ‘middenin de storm’ maar de praktijk heeft uitgewezen dat het toch niet zo eenvoudig is om er ‘doorheen te komen’.

Zwart is allerminst verstoken van tegenspel. Met … Pxd4 en … b5 gevolgd door … Lb7 mobiliseert hij ook al zijn stukken, waarna hij klaarstaat om op de damevleugel een tegenaanval te beginnen. Ook hier geldt dat zwart met stukken kan aanvallen, maar ook hij beschikt over een pionnenstorm: … b5-b4, … a6-a5-a4 en dan desgewenst … b4-b3 of … a4-a3.

Vanuit de diagramstelling de volgende twee voorbeelden:

Malakhov – Gabrielian, Moskou 2002.

10. Dh5 a6 11. O-O-O Pxd4 12. Lxd4 b5 13. Ld3 Pe5 14. f4 Pxd3+ 15. Txd3 b4 16. f5 bxc3 17. Lxg7 Kxg7 18. Dh6+ Kh8 19. g6 fxg6 20. fxg6 Tf7 21. gxf7 Lf8 22. Dh5 1-0

Valenti – Cvitan, Forli 1992.

10. Dd2 a6 11. O-O-O Pxd4 12. Lxd4 b5 13. a3 Lb7 14. Tg1 Pe5 15. Le2 Tc8 16. f4 Pc6 17. Lf2 b4 18. axb4 Pxb4 19. Dd4 Da5 20. Kb1 Tc5 21. Tg3 Tfc8 22. Le1 e5 23. De3 d5 24. fxe5 dxe4 25. Lg4 T8c7 26. e6 Ld5 27. exf7+ Kf8 28. Df4 La2+ 29. Kc1 Lb3 30. cxb3 Da1+ 31. Kd2 Dxb2+ 0-1

Terug naar de hoofdvarianten:

7. h4 Pc6 8. Tg1 h5

Een op het eerste gezicht merkwaardige voortzetting. Zwart wil echter proberen de vroegtijdige vleugelactie ontregelen.

9. gxh5

Na 9. g5 Pg4 10. Le2 Db6 blijkt zwart geen enkel probleem heeft, zoals bleek in Rodriguez – Adorjan 1982.

9. … Pxh5 10. Lg5 Pf6 11. Dd2 Db6 12. Pb3 a6

Zwart heeft een soort verdedigingswal opgeworpen die in de praktijk moeilijk te slechten is. Een meester in het verdedigen van deze wal is de Zweed Andersson. Na 13. 0-0-0 Ld7 wist zwart moeiteloos op de been te blijven in de partij Cardosa – Andersson, Manilla 1974.

Illustratieve partijen:

  • Karpov – Kasparov, 24ste match¬par¬tij WK 1984.
  • Keres – Bogoljubow, Salzburg 1943.
  • Malakhov – Gabrielian, Moskou 2002.
  • Valenti – Cvitan, Forli 1992.
  • Cardosa – Andersson, Manilla 1974.

Alle partijen en fragmenten via de viewer:

Belangrijkste geraadpleegde bronnen: De wereld van de schaakopening, deel 3 van Paul van der Sterren, Sicilian Labyrinth van Polugaevsky en de database van Chessbase.

Reageren? Stuur een e-mail naar .

(wordt vervolgd)

2 Comments

  1. Avatar
    tom bottema september 24, 2011

    Ter info: In de relatief zeldzame loopgraven van WO II werden Duitse soldaten in principe aan hun uniformen herkend. Tijdens WO I – toen loopgraven veel populairder waren – overigens ook. Verraders waren de Duitse soldaten over het algemeen niet: de grote meerderheid bleef Duitsland trouw, ook toen duidelijk werd dat dat land de oorlog ging verliezen. Zogenoemde verraders waren er percentage-gewijs veel meer onder de Nederlandse bevolking, echter die vielen dan weer niet door de mand bij het uitspreken van de naam Scheveningen. Wellicht dat een keer een undercover SD-agent zo ontmaskerd is, hoewel :) het is moeilijk voor stellen dat zo iemand verder met zijn uitspraak het Nederlandse verzet wist te misleiden.

  2. Avatar
    HermanGrooten september 24, 2011

    Bedankt voor de interessante historische beschouwing. Minze bij de Weg heeft deze alinea in Schaakmagazine verwijderd omdat hij zich niet kon voorstellen dat het zo gegaan zou zijn. Ik eigenlijk ook niet, maar ik heb de anekdote ooit een keer gehoord en ik vond hem te leuk om niet aan een groter publiek voor te leggen. En zoals je hier in het Zuiden vaker hoort: de waarheid mag een mooi verhaal nooit in de weg staan!

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.