100 jaar denkwerk (1911 – 2011) en uitslag prijsvraag

100 jaar denkwerk (1911 – 2011) en uitslag prijsvraag

Twee maanden geleden kwam het jubileumboek uit van het Bussums Schaak Genootschap (BSG), onder redactie van Wim Vijvers, Bert Kieboom, Tom de Ruiter en Lennart Ootes. Dit boek is een lustrumboek en gaat over de jaren 1991 – 2011. In 1991 werd ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van het Genootschap het jubileumboek Van denkers en doeners uitgebracht. Het lustrumboek bevat ruim 25 bijdragen van verschillende auteurs waaronder ook een bijdrage van Youp van ’t Hek.

We besteden aandacht aan twee bijdragen. Een van Rob Disselhoff over Jaren van sponsoring (1990-2001) en een van Theo Slisser over Het roer om bij het jeugdschaken.

Jaren van sponsoring

Rob Disselhof schreef o.m.:

‘ Een bestuur van een schaakvereniging met ambities zal altijd in tweestrijd verkeren, moet het proberen een sponsor aan te trekken om de ambities waar te maken met alle gevolgen van een uittocht van topspelers na het afhaken van de sponsor, of moet het proberen met minimale financiële middelen een plaats in de hoofdklasse te verwerven en te behouden. Het meestrijden om het kampioenschap is in dat geval uitgesloten. Philidor heeft sinds het overlijden van waling Dijkstra gekozen voor de tweede mogelijkheid. Helaas bleef dat niet lang haalbaar tussen alle professionals.

Najaar 1989 besloot het bestuur met goedkeuring van een grote meerderheid van de algemene ledenvergadering van BSG te gaan kijken naar kandidaat sponsoren.’

Grootmeesters die deel uitmaakten van BSG in deze periode waren: Rustam Kasimdhanov, de latere wereldkampioen, Igor Glek, Alexei Barsov, Dorian Rogozenko, Vladimir Chuchelov (de huidige bondscoach van de KNSB), Dimitri reinderman, Erik van den Doel en Hans Ree. Met daarnaast nog een aantal meesters.

Sponsoren waren in die periode: Baldwin Adviesgroep, Van Berkel Schoonmaak en later Magnus Informatica .

In 2001 kende BSG een hoogtepunt, zij werden tweede van Nederland.

Het roer om bij het jeugdschaken

Theo Slisser schreef o.m. :

Jaren negentig

´In de jaren negentig en in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw zat het jeugdschaken in een dip. Het beleid van BSG was er in die jaren vooral opgericht een vaste positie als topclub in de hoofdklasse van de KNSB te verwerven en daarnaast om talentvolle jeugd uit de regio aan te trekken. Geld speelde daarbij een steeds grotere rol; dat moest via sponsoring worden binnen gehaald. De economische factor sloop hiermee de schaakwereld binnen.

Een aantal jaren slaagde BSG erin voldoende sponsoren te vinden om een rol in het kampioenschap van Nederland te spelen. Er speelden in die jaren zelfs drie teams in de KNSB-competitie. Maar dit beleid had wel tot gevolg dat er een steeds grotere afstand ontstond tussen topspelers (betaalde spelers die nooit interne competitie speelden) en cluschakers. Ook bleven er voor het jeugdbeleid weinig financiële middelen over. De club kwam geleidelijk aan voldoende en goede jeugdtrainers te kort. De vergrijzing werd ook bij BSG zichtbaar en maakte het steeds moeilijker om genoeg clubleden te vinden die iets voor de jeugd wilden doen.

In 1992 verliest BSG in één keer een groot deel van de sterke, zelf opgeleide spelers als een aantal dan nog jonge spelers van de jaren-tachtiglichting, de vrienden club SOPSWEPS’ 29 opricht. (Gert Pijl besteedt in zijn bijdrage hieraan uitgebreid aandacht. SOPSWEPS staat voor Samen Op Pad Spelen Wij Een Potje Schaak. De ’29 in de naam van de vereniging verwijst naar de palindroom datum 29-2-92, dit is ook de oprichtingsdatum van deze vereniging.)

De aderlating slaat niet alleen een flink gat in de leeftijdsopbouw van de club, maar de animo om jeugdtrainer te worden daalt naar een dieptepunt. Gelukkig zagen enkele leden nog wel het belang van het jeugdschaken in. Tom de Ruiter en later ook Edwin Baart bleven zich voor het voortbestaan van het jeugdschaken bij BSG inzetten.´

Jaren 2000 -2010

´Het roer werd resoluut omgegooid aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Een nieuw bestuur verzette de bakens en koos voor een aanpak die meer gericht was op recreatieschakers en jeugdschaken dan op een rol in de KNSB-competitie.

(…) De verrichtingen in Bussum zijn ook niet aan het jeugdbestuur van de SGS voorbij gegaan, want onverwacht kregen we te horen dat de jeugdafdeling van BSG tot vereniging van het seizoen 2009 – 2010 was uitgeroepen. In het huidige beleid van BSG is de nadruk gelegd op de samenhang tussen het senioren- en jeugdbeleid. Zo heeft het bestuur door de Oekraïense grootmeester Berelowitsch aan te trekken de coaching op een hoger niveau gebracht. De eerste successen zijn al zichtbaar want Lars Ootes en Ewoud de Groote krgen zicht op een internationale meestertitel (IM). Vooral de prestaties van Lars Ootes springen eruit. Hij werd jeugdkampioen van Nederland in de A-klasse, een geweldig resultaat en dit alles een jaar voor het honderdjarig bestaan. Het kan niet mooier.’

De toekomst

‘We zullen ons niet wagen aan een toekomstvoorspelling. Wij zijn op de goede weg, maar de weg naar succes is lang. Schaken moet verlost worden van het saaie imago. Er valt nog genoeg te verbeteren aan de organisatie. Wij streven naar een sociale omgeving, waar kinderen zich veilig en thuis voelen, waar zowel ruimte wordt geboden voor talentontwikkeling als aan de recreatieve waarde van het schaken. Dat kan alleen als iedereen bereid is iets voor de club te doen.’

We kozen deze twee bijdragen omdat ook andere clubs uit de Meesterklasse met deze problematiek geconfronteerd werden of er nu midden in zitten.

In het boek staan veel anekdotes, veel partijen en veel interessante historische artikelen. Bijvoorbeeld over Ton Sijbrands (oud-wereldkampioen dammen en kampioen blinddammen), die ook een tijdje lid is geweest van BSG.

Dit lustrumboek is meer dan het lezen waard en wordt van harte aanbevolen!

Verloting

BSG heeft vijf exemplaren ter beschikking gesteld voor onze verloting. Stuur een mailtje naar onder vermelding van BSG. De termijn van inzenden sluit 15 december a.s. Liefhebbers kunnen het ook bestellen bij BSG of kopen bij boekhandel Van Stockum in Den Haag.

Prijsvraag (samengesteld door Johan Hut)

Op de prijsvraag zijn geen goede inzendingen ontvangen. De antwoorden van de vragen hieronder.

1. Drievoudig (officieus) Nederlands kampioen jonkheer Dirk van Foreest verhuisde na

zijn pensionering als huisarts in een dorpje in de kop van Noord-Holland naar Bussum

en werd lid van BSG. Waarom verhuisde hij naar Bussum?

a. Omdat hij geen stadsmens was en Bussum het enige dorp in Nederland was met een

schaakteam in de hoofdklasse.

b. Omdat zijn broer jonkheer Arnold van Foreest, ook een vermaard schaker, vlak bij Bussum

woonde.

c. Omdat hij als huisarts had geconcludeerd dat de bossen en heiden van het Gooi gezonder

waren dan het ontluikende industriegebied waar hij woonde.

(Juiste antwoord: a.)

2. De vermaarde hoofdklasser Tom de Ruiter ging in 1968 plotseling over van Utrecht

naar BSG. Waarom?

a. Omdat Utrecht een beleidsmaatregel had getroffen die de doorstroming van jeugdspelers

belemmerde.

b. Omdat Utrecht tussen hoofdklasse en eerste klasse heen en weer ging en hij BSG meer als

een standvastige hoofdklasser beschouwde.

c. Omdat BSG’er Dick van der Lijn, zijn eeuwige rivaal in het SGS-kampioenschap, hem een

vacature onder de neus had geduwd op een school in Naarden.

(Juiste antwoord: c.)

3. Waarom splitste SOPSWEPS’29 zich af van BSG?

a. Omdat er na de sponsoring te weinig ‘echte’ BSG’ers in het eerste team speelden.

b. Omdat Tom Bottema van het bestuur niet met zijn vrienden in BSG 4 mocht spelen.

c. Omdat een deftige Gooise heer had geprotesteerd toen Gert Pijl in korte broek op de

ledenvergadering verscheen.

(Juiste antwoord: b.)

4. Wie heeft in de KNSB-competitie de meeste partijen gespeeld in het eerste team van

BSG?

a. Tom de Ruiter.

b. Henk van der Poel.

c. W. baron Thoe Schwartzenberg.

(Juiste antwoord: b.)

5. Welke Britse wereldtopper won ooit het BSG-Pinkstertoernooi?

a. Tony Miles.

b. Nigel Short.

c. John Nunn.

(Juiste antwoord: a.)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.