Ilyumzhinov – Karpov (2)

Ilyumzhinov – Karpov (2)

De uitspraak van het Hof van Arbitrage voor Sport

Vervolg op een eerder artikel. Hierna geef ik de volledige weergave van de uitsprak van het Hof van Arbitrage voor Sport. In een derde artikel geef ik een toelichting.

De presidentiële raad 23 – 26 juli 2010 in Tromso, Noorwegen

De vijf personen achter de middelste tafel, v.l.n.r. Lewis Ncube (vicepresident),

Ignatius Leong (secretaris-generaal), Kirsan Ilyumzhinov (president),

Georgios Makropoulos (plaatsvervangend president) en Nigel Freeman (penningmeester)

Achter de rechter tafel in het midden Alexandra Kosteniuk

De presidentiële raad van de FIDE komt raad viermaal per jaar bijeen. Die raad is een beetje te vergelijken met onze ministerraad.

Overzicht van aantekeningen

De arbitrale uitspraak van het Hof van Arbitrage voor Sport

1. De partijen

2. De feiten

3. Het wettelijke kader

De statuten

De Kiesreglementen

4. De stellingen van de partijen

De stellingen van eisers

De stellingen van verweerder

5. De procedure voor het Hof van Arbitrage voor Sport

6. De constitutie van het Panel en de hoorzitting

7. Het toepasselijke recht

8. De bevoegdheid

9. Overwegingen van het Panel ten aanzien van de bevindingen

(i) De eis over de nominaties

De eerste vraag

De tweede vraag

a. De geldigheid van de nominatie van de heer Ilyumzhinov

b. De geldigheid van de nominatie van mevrouw Marinello

(ii) De subsidiaire eisen

10. De tegeneis van verweerder

11. De kosten

De beslissing

De arbitrale uitspraak van het Hof van Arbitrage voor Sport

Arbitrale uitspraak

van

het Hof van Arbitrage voor Sport

samenstelling:

president:

dr. Dirk-Reiner Martens, advocaat in München, Duitsland

arbiters:

prof. Richard H. McLaren, advocaat in London, Canada

dr. Quentin Byrne-Sutton, advocaat in Genève, Zwitserland

ad hoc griffier: mr. Roderick Maguire, advocaat in Dublin, Ierland

in de arbitrage zaak tussen

Franse Schaakbond, Duitse Schaakbond, Zwitserse Schaakbond, Oekraïense Schaakbond, Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika en Karpov 2010, Inc.

vertegenwoordigd door mevrouw Ank A. Santens, White and Case LLP in New York, USA en dr. Antonio Rigozzi, Lévy Kaufmann-Kohler, advocaat in Genève, Zwitserland

– eisers –

en

Fédération Internationale des Echecs

vertegenwoordigd door de heer Jean-Marc Reymond, Reymond & Hohenauer Advocaten, advocaat in Lausanne, Zwitserland en dr. Sébastien Besson, Python and Peter, advocaat in Genève, Zwitserland.

– Verweerder –

1. De partijen

1.1 De eerste vijf eiseres zijn resp. de nationale schaakbonden van Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oekraïne en de Verenigde Staten van Amerika. Zij zijn bondsleden van verweerder. De eisers omschrijven de zesde eiser, Karpov 2010, Inc., als lijsttrekker voor de verkiezing op 30 september 2010 om het presidentschap van de FIDE. De FIDE is georganiseerd en handelt als een non-profit organisatie.

1.2 De verweerder is de Fédération Internationale des Echecs, of FIDE, de internationale organisatie van de schaaksport.

2. De feiten

2.1 Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste relevante feiten, die zijn gebaseerd op de schriftelijke conclusies, de pleidooien en het bewijsmateriaal zoals overgelegd op de hoorzitting. Wat betreft het juridische geschil hierna, kunnen aanvullende feiten worden vermeld daar waar dat relevant is.

2.2 Het doel van de heer Karpov is president te worden van verweerder. Zijn tegenstander voor die functie is de huidige president, de heer Kirsan Ilyumzhinov, die deze functie vervult sinds 1995.

2.3 Het Kiesreglement formuleert de eisen voor het lijsttrekkerschap in artikel 1. Samengevat moet elke lijsttrekker voor het presidentschap zes kandidaten opgeven voor bepaalde functies, van wie één in ieder geval een vrouw moet zijn. Een bond mag niet meer dan één kandidaat nomineren voor een functie.

2.4 Op 29 juni 2010 heeft de FIDE op haar website aangekondigd dat er twee lijsten zijn voor het presidentschap, te weten die van de heer Karpov en die van de heer Ilyumzhinov. De aankondiging vermeldde onder meer, dat de heer Ilyumzhinov werd genomineerd door de Russische Schaakbond, de Argentijnse bond en de Mexicaanse bond. Ook werd vermeld dat mevrouw Beatriz Marinello die op de lijst van de heer Ilyumzhinov staat, werd genomineerd door de Chileense en Braziliaanse bonden.

2.5 Dezelfde aankondiging vermeldde dat de heer Karpov werd genomineerd door de nationale bonden van Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. In de voorbereiding van de zaak ontdekten de eisers dat de heer Karpov geen lid was van de Zwitserse bond en stelden zowel het Panel als de verweerder van dit feit op de hoogte.

2.6 De aankondiging van de FIDE ging vergezeld van een verklaring van de nominatie van de Russische Schaakbond die luidde als volgt:

‘Wat betreft de verkiezing van de FIDE heeft de Russische Schaakbond op 28 juni 2010 de FIDE ingelicht dat de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond tijdens zijn vergadering op 28 juni de inhoud van de brief van 21 april heeft bevestigd van zijn voorzitter de heer Arkady Dvorkovich aan de FIDE waarbij Kirsan Ilyumzhinov werd genomineerd als kandidaat van Rusland voor de functie van president van de FIDE 2010-2014. Voorts heeft de Russische Schaakbond de FIDE ingelicht dat de brief van de heer Aleksander Bakh van 23 juni ongeldig is inzake de nominatie van een kandidaat van de Russische Schaakbond.’

2.7 Bij brief van 21 april 2010 heeft de heer Dvorkovich, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond, de FIDE ingelicht dat de Russische Schaakbond de heer Ilyumzhinov aanbeveelt en hem steunt als kandidaat voor het presidentschap van de FIDE voor de komende verkiezingen.

2.8 Op 14 mei 2010 was er een vergadering van de Raad van Toezicht waarin het besluit werd genomen om de heer Karpov te nomineren voor de functie van president van de FIDE namens de Russische Schaakbond.

2.9 Op 21 mei 2010 stelde de heer Aleksander Bakh, in zijn hoedanigheid als voorzitter van het bestuur van de Russische Schaakbond, een brief op aan de FIDE met als bijlage de notulen van de vergadering van 14 mei 2010. In die brief informeerde de heer Bakh de FIDE dat de Russische Schaakbond de heer Karpov nomineert voor het presidentschap van de FIDE. De brief werd pas op 23 juni 2010 verzonden, toen de heer Bakh een brief bijvoegde die de nominatie bevatte. Een brief van de heer Karpov dat hij de nominatie aanvaardde werd met de brief van 23 juni verzonden. Deze werden per fax van 28 juni verzonden. Op 28 juni overhandigde de heer Nigel Short, een schaak grootmeester die woont in Athene, Griekenland, deze persoonlijk op het bureau van de FIDE door.

2.10 Op 28 juni 2010 werden de nieuwe statuten van de Russische Schaakbond geregistreerd in het Register van de Verenigde Staten van Rusland over wettelijke openbare lichamen. Diezelfde dag vond op grond van de nieuwe statuten een vergadering plaats van de Raad van Toezicht.

2.11 Die vergadering aanvaardde het ontslag van de heer Bakh uit zijn functie met ingang van 10 juli 2010.

2.12 De vergadering besloot tevens om

de heer Dvorkovich, de voorzitter van de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond, aan te wijzen als degene die tot de buitengewone vergadering van het congres van de Russische Schaakbond heeft plaatsgevonden, bevoegd is naar derden de belangen van de Russische Schaakbond te vertegenwoordigen.’

2.13 Na die vergadering schreef de heer Dvorkovich op 28 juni 2010 aan het Verkiezingscongres van de FIDE in het Russisch dat

‘overeenkomstig het besluit van de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond, waarvan de vergadering plaatsvond op 28 juni 2010, bevestig ik hierbij de brief ik op 21 april 2010 heb verzonden inzake de nominatie van de kandidatuur van de Russische Schaakbond voor de verkiezing van de functie van president van de FIDE voor de verkiezingen op het congres van de FIDE in de stad Khanty-Mansiysk (2010)’

2.14 Tussen beide partijen staat vast dat op grond van de artikelen 1.2 en 1.3 van het Kiesreglement van de FIDE zoals hierna wordt uiteen gezet in paragraaf 3, de nominaties moeten zijn ingediend bij het secretariaat van de FIDE op 28 juni 2010 om middernacht, tijd van Athene, dat is drie maanden voorafgaand aan de opening van de Algemene Vergadering op 28 september 2010. Aan het slot van hoorzitting van de arbitrage was er niet langer een verschil van mening over wat er is gebeurd over de verschillende nominaties die het secretariaat op de deadline van 28 juni had ontvangen.

2.15 Bij brief van 28 juni 2010, schreef de heer David Jarrett, algemeen directeur van de FIDE, aan de heer Dvorkovich dat hij hem bedankte voor zijn briefwisseling inzake de nominatie van de heer Ilyumzhinov. Hij sloot voorts een kopie bij van het document dat hij op 23 juni had ontvangen van de heer Bakh. Verder vroeg de heer Jarrett daarvan om opheldering en tot slot vroeg hij aan de heer Dvorkovich of de brief van de Russische Schaakbond rechtsgeldig was.

2.16 Bij e-mail van 29 juni 2010 in het Russisch van de heer Ilya Levitov, in zijn hoedanigheid als eerste plaatsvervangend voorzitter van de Russische Schaakbond , informeerde hij het secretariaat van de FIDE dat de brief van de heer Bakh van 23 juni 2010 van de Russische Schaakbond geen rechtsgeldig document was inzake de nominatie van de functie van president van de FIDE. (PdG: Levitov is inmiddels president van de Russische Schaakbond, is tevens vicepresident van de FIDE, en is tot slot lid van de commissie tot modernisering van de FIDE)

2.17 Bij een mededeling op zijn website van 29 juni 2010, kondigde de FIDE aan dat:

‘De FIDE onderzoekt de rechtsgeldigheid van alle kandidaturen zoals die binnen de deadline van 28 juni zijn overgelegd. De FIDE zal de lijst van kandidaten verifiëren in de vergadering van de presidentiële raad in Tromso, 24-25 juli.’

2.18 Bij een mededeling op zijn website van 2 augustus 2010 verklaart de FIDE dat:

‘In Tromso, Noorwegen, werd op 24-25 juli de vergadering van de presidentiële raad van de FIDE van het derde kwartaal gehouden. In de vergadering werden de kandidaturen geagendeerd voor het presidentschap van de FIDE en die van de Continenten. Omdat verschillende leden van de presidentiële raad persoonlijk bij de verkiezing zijn betrokken, zal de presidentiële raad alle lijsten van de kandidaturen agenderen voor de Algemene Vergadering en alle kwesties die met deze nominaties te maken hebben, voorleggen aan de Algemene Vergadering.’

3. Het wettelijke kader

De Statuten van de FIDE en het Kiesreglement luiden, onder meer, als volgt:

De statuten

‘1.1 The International Chess Federation or Federation Internationale des Echecs, (hierna afgekort: FIDE) is de internationaal erkende bond op het terrein van schaken, die werd opgericht in Parijs op 20 juli 1924. Het Internationaal Olympisch Comité heeft de FIDE erkend als het hoogste lichaam dat verantwoordelijk is voor schaken en haar kampioenschappen. De FIDE heeft het alleenrecht om de Wereldkampioenschappen Schaken en de Schaakolympiades te organiseren. De FIDE verenigt de nationale schaakbonden over de hele wereld en houdt toezicht op alle internationale competities.

(…)

1.3 Schaken is een van de oudste, intellectuele en culturele spelen. Het is een combinatie van sport, wetenschappelijk denken en bevat elementen van kunst.

(…)

Het doel van de FIDE is de verspreiding en ontwikkeling van schaken over alle landen in de wereld, en zowel het verhogen van het niveau van de schaakcultuur en kennis op sportieve, wetenschappelijke, creatieve en culturele basis. De FIDE steunt een hechte internationale samenwerking van de schaakliefhebbers op alle terreinen van schaakactiviteiten, en heeft daarbij ook tot doel de vriendschappelijke harmonie tussen alle volkeren van de wereld te verbeteren.

(…)

2.1 De leden van de FIDE zijn nationale schaakbonden die het voornaamste gezag hebben over schaakactiviteiten in hun landen en die door de FIDE worden toegelaten als bondslid van de FIDE, als zij de statuten van de FIDE hebben erkend en activiteiten ontwikkelen die niet in strijd zijn met deze statuten. Slechts één bond van een land kan worden aangesloten bij de FIDE. Daarnaast kan de FIDE op grond van artikel 2.8 de status van voorlopig lid toekennen aan schaakbonden. Echter, verzoekers van een voorlopig lidmaatschap moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. het land of de bond (met dezelfde grenzen) moet een land of een grondgebied zijn dat lid is van het Internationaal Olympisch Comité

b. het land of de bond (met dezelfde grenzen) moet een land of een grondgebied zijn met een lidmaatschap of een status van waarnemer in de Verenigde Naties

(…)

Hoofdstuk 03 – FIDE officials en organisaties

(Algemene Vergadering ’96)

De FIDE officials en organisaties zijn:

a. de Algemene Vergadering

b. de Raad van Bestuur

c. de presidentiële raad

d. de president

e. de ere president

f. de plaatsvervangend president

g. de vicepresidenten

h. de ere vicepresidenten

i. de presidenten van de vier continenten

j. de secretaris-generaal

k. de penningmeester

l. de accountant

m. de presidenten van de zones

n. de algemeen directeur

o. directeur Voorlichting en public relations

p. de permanente en tijdelijke commissies

q. de afgevaardigden

r. de vertegenwoordigers van de continenten

s. Afdeling algemeen beheer

t. de commerciële directeur

De president en alle andere officials van de FIDE en organisaties worden verkozen, benoemd of indien nodig bevestigd, voor een periode van vier jaren. De algemeen directeur zal aanblijven tot hij zijn functie neerlegt, of zijn termijn is verstreken, zoals de president die heeft vastgesteld en die de Algemene Vergadering heeft goedgekeurd. Indien bij aftreden of door overlijden een tussentijdse verkiezing noodzakelijk is, zal de verkozen persoon aanblijven tot de rest van de normale verkiezingsperiode.

4.1 De Algemene Vergadering, die het hoogste orgaan is van de FIDE, heeft wetgevende en – tenzij hierna anders is geregeld – ook besturende bevoegdheden. Zij houdt toezicht op de activiteiten van de Raad van Bestuur, de presidentiële raad, de president en ook op de andere FIDE officials en organisaties. Zij keurt de begroting van de FIDE goed, kiest de presidentiële raad, de Ethische-, de Verificatie- en de Constitutionele commissies en stelt het programma van de activiteiten van de FIDE vast.

Wanneer de Algemene Vergadering niet in zitting bijeen is, worden haar bevoegdheden overgedragen aan de Raad van Bestuur. Echter, de Raad van Bestuur kan niet beslissen in de volgende gevallen:

– het verkiezen van officials – zoals hiervoor genoemd

– wijzigingen in de statuten

– zaken die de Regelscommissie betreffen

– zaken die de Kwalificatiecommissie betreffen.

Alle besluiten van de Raad van Bestuur moeten in de eerstvolgende vergadering van de Algemene Vergadering worden bekrachtigd. De Wereldkampioen en de Wereldkampioen bij de vrouwen worden uitgenodigd deel te nemen aan de Algemene Vergadering en hebben een adviserende stem, maar kunnen niet stemmen.

(…)

5.1 De Raad van Bestuur is belast met de lopende gang van zaken tussen de vergaderingen van de Algemene Vergadering; in het bijzonder is hij belast met de jaarverslagen van de president en de penningmeester evenals met alle andere onderwerpen op de agenda van de Algemene Vergadering en met het adviseren van activiteiten. Tijdens de jaren dat een Olympiade wordt gehouden houdt de Raad van Bestuur slechts een korte vergadering waarin alleen die onderwerpen worden behandeld die belangrijk zijn en die van algemeen belang zijn of die op de Algemene Vergadering kunnen leiden tot tegenstellingen.

5.2 De Raad van Bestuur bestaat uit: de president, de ere president, de plaatsvervangend president, de secretaris-generaal, de penningmeester, de vicepresidenten, de ere vicepresidenten, de vier presidenten van de continenten, de presidenten van de zones, vier vertegenwoordigers van elk van de continenten, de accountant, de Wereldkampioen en de Wereldkampioen bij de vrouwen.

(…)

7.1 De presidentiële raad is de besturende organisatie van de FIDE. Hij is belast met de dagelijkse leiding van de FIDE. Hij behandelt alle zaken tenzij die op grond van de statuten uitdrukkelijk zijn overgelaten aan een ander orgaan. De presidentiële raad oefent de bevoegdheden uit van de Algemene Vergadering en de Raad van Bestuur tussen resp. de vergaderingen van de Algemene Vergadering en de Raad van Bestuur. Zulke bevoegdheden omvatten ook het recht besluiten te nemen die (de Algemene Vergadering neemt, pdg) overeenkomstig artikel 1.2 met een meerderheid van driekwart van de stemmen. Elke bevoegdheid die op deze wijze is uitgeoefend heeft na de volgende Algemene Vergadering geen gelding, tenzij goedgekeurd met de vereiste meerderheidsstemmen.

Echter, de presidentiële raad kan geen besluiten nemen in de volgende gevallen:

– het verkiezen van officials – zoals hiervoor genoemd

– wijzigingen in de statuten

– zaken die de Regelscommissie betreffen

– zaken die de Kwalificatiecommissie betreffen

– behandelen van de begroting.

7.2 (Algemene Vergadering ’96) De presidentiële raad bestaat uit: de president, de ere president, de plaatsvervangend president, de secretaris-generaal, de penningmeester, de vicepresidenten, de ere vicepresidenten, de vier presidenten van de continenten, de Wereldkampioen, de Wereldkampioen bij de vrouwen en de ere vicepresidenten. De ere vicepresidenten zijn officieel lid van de presidentiële raad zonder stemrecht. De accountant wordt voor alle vergaderingen van de presidentiële raad uitgenodigd. De accountant hoort geen lid te zijn van de presidentiële raad indien hij is gekozen door de Algemene Vergadering.

Indien een vacature ontstaat in de presidentiële raad wordt deze in de raad door de raad opgevuld, behalve in het geval van een vacature van een president van een continent die door verkiezing van het bedoelde continent wordt opgevuld, aangenomen dat diens lidmaatschap van de presidentiële raad niet in strijd is met de statutaire vereisten.

(…)

14.1 In afwijking van elke voorziening die anders luidt in deze statuten, onderschrijft de FIDE hierbij de definitieve regeling van elk geschil dat direct of indirect te maken heeft met schaken in zijn geheel of slechts voor een deel in de praktijk voorkomt, zakelijk of dat betrekking heeft op de praktijk en de ontwikkeling van het schaken of een geschil naar aanleiding van een besluit van de FIDE, te sturen naar het Hof van Arbitrage voor Sport in Lausanne zonder tussenkomst van elk ander gerecht of tribunaal, zoals de FIDE eerder is overeengekomen op 11 oktober 1995.’

16.3 Beslissingen van de Algemene Vergadering over de statuten, de besluiten of de kiesreglementen treden in werking op de laatste dag van de Algemene Vergadering, nadat de Algemene Vergadering is geëindigd, met uitzondering van wijzigingen in Financiële Reglementen die treden in werking op de eerste dag van het volgende fiscale jaar.

De Kiesreglementen

1.1 De lijst voor de verkiezing tot president bestaat uit zes personen, van wie in ieder geval één een vrouw moet zijn. Nominaties op de presidentiële lijst worden gespecificeerd in nominaties voor de functies van president, plaatsvervangend president, twee vicepresidenten, secretaris-generaal en penningmeester.

1.2 Nominaties voor de presidentiële lijst en presidenten van de continenten moeten het secretariaat van de FIDE in ieder geval drie maanden hebben bereikt voorafgaande aan de opening van de Algemene Vergadering. Om verkozen te worden moet iedere kandidaat worden voorgedragen door zijn bond. Hij of zij moet een lid zijn van zijn of haar bond voor in ieder geval één jaar voorafgaand aan de Algemene Vergadering.

1.3 De bond van de kandidaat stuurt een brief met de nominatie naar het secretariaat van de FIDE per fax en per aangetekende post. Het secretariaat van de FIDE bevestigt de ontvangst van deze brief. Genomineerden bevestigen op hetzelfde moment aan het secretariaat van de FIDE de acceptatie van hun nominaties.

1.4 Het secretariaat van de FIDE verzekert dat de lijst van alle genomineerden wordt geagendeerd op de agenda die wordt gestuurd naar alle ledenbonden voorafgaand aan het Congres.

1.5 De verkiezingen voor de president worden gehouden voor de andere verkiezingen.

1.6 Op de dag van de verkiezingen ontvangen alle kandidaten voor het presidentschap elk maximaal vijftien (15) minuten spreektijd om hun programma te presenteren. De volgorde van optreden wordt bepaald door loting.

(…)

4. Voorwaarden voor verkiezing

Geschikt voor een functie zijn slechts die personen die behoren tot een bond die lid is van de FIDE. Niemand kan een functie van de FIDE verkrijgen tegen de wil van zijn nationale bond. De Algemene Vergadering kan deze bepaling slechts in uitzonderlijke gevallen opschorten. Bonden die tegen de benoeming zijn van een van hun leden voor een functie bij de FIDE, moeten hun bezwaren daartegen indienen voorafgaand aan de verkiezingen.

4. De stellingen van de partijen

4.1 Het volgende overzicht van de stellingen van partijen is slechts ter illustratie. Het is niet noodzakelijk dat elk punt dat de partijen naar voren hebben gebracht moet worden weergegeven. Het Panel heeft uiteraard alle stellingen van de partijen grondig bestudeerd, zelfs als er geen bijzondere verwijzing is naar de stellingen in de volgende samenvatting.

De stellingen van eisers

4.2 De stellingen van eisers

De eisers stellen dat zij op grond van de arbitrageovereenkomst zoals vermeld in artikel 14.1 van de statuten van de FIDE, het Hof van Arbitrage voor Sport verzoeken te beslissen over een ‘geschil dat met schaken heeft te maken, dat wil zeggen over een geschil of de FIDE haar verplichting heeft geschonden om voor de Algemene Vergadering van de FIDE aan het eind van september 2010 nauwgezet de geldigheid te verifiëren van de nominaties voor het presidentschap van de FIDE.

In het bijzonder stellen de eisers dat ‘de nominaties’ van de heer Ilyumzhinov op 21 april en 28 juni 2010 ongeldig waren omdat zij niet waren gebaseerd op een normale resolutie van het bevoegde orgaan van de Russische Schaakbond en niet door de heer Bakh werden bericht (aan de FIDE, pdg) die als enige bevoegd was namens de Russische Schaakbond juridisch bindende besluiten te nemen. Hetzelfde geldt volgens de eisers, voor de ‘verduidelijking’ van de heer Dvorkovich van 29 juni 2010.

Wat betreft de nominaties van de heer Ilyumzhinov door Mexico en Argentinië, betogen de eisers dat deze ongeldig zijn omdat de heer Ilyumzhinov geen ‘lid’ is van de onderscheiden bonden een jaar voor de Algemene Vergadering van de FIDE, zoals paragraaf 1.2 van het Kiesreglement van de FIDE voorschrijft. In het algemeen betogen de eisers dat in verband met de nominaties voor het presidentschap van de FIDE, de FIDE duidelijk handelde ten gunste van de heer Ilyumzhinov en de middelen van de FIDE op onjuiste wijze gebruikte in het voordeel van Ilyumzhinov.

In hun conclusie van eis van 20 augustus 2010 verzoeken eisers het volgende:

Vooropgesteld:

a. te beslissen dat het Hof van Arbitrage voor Sport bevoegd is te oordelen over het geschil waar alle partijen bij deze arbitrage zijn betrokken;

In de hoofdzaak

b. te bepalen dat de kennelijke nominaties van de heer Ilyumzhinov als kandidaat voor het presidentschap van de FIDE ongeldig zijn;

c. te bepalen dat de heer Karpov op rechtsgeldige wijze is genomineerd door de Russische Schaakbond om als enige te worden voorgedragen voor het presidentschap van de FIDE;

d. te bepalen dat de kennelijke nominaties van mevrouw Beatriz Marinello als genomineerde vicevoorzitter op de lijst van de heer Ilyumzhinov ongeldig is;

e. op grond van het bovenstaande te oordelen dat de lijst van de heer Ilyumzhinov wordt gediskwalificeerd voor de verkiezingen;

f. de FIDE te gelasten de schade te betalen van eiser Karpov 2010, Inc. die bestaan uit alle campagnekosten die Karpov heeft uitgegeven voor het lijsttrekkerschap om het presidentschap na 29 juni 2010, die tot op de dag van deze conclusie van eis $ 106,028.17 bedragen en die eisers zullen actualiseren binnen vijf dagen na het einde van zitting in Lausanne;

g. de FIDE te gelasten de rente te betalen voor alle schade die wordt toegekend, die wordt gesteld op 5% per jaar.

Subsidiair

h. te bepalen dat de FIDE haar verplichtingen heeft geschonden na te gaan of de bovenstaande nominaties voldoen aan het Kiesreglement;

i. te bepalen dat de FIDE haar verplichtingen heeft geschonden naar de kandidaten op een onpartijdige manier te handelen en de verkiezing op een eerlijke manier te organiseren;

j. te bepalen dat de FIDE van haar website de onjuiste en suggestieve verklaringen moet verwijderen over de nominatie van de kandidaat voor het presidentschap voor de verkiezingen van de FIDE 2010 van de Russische Schaakbond, evenals de documenten die zijn bijgevoegd om deze verklaringen te ondersteunen, of als alternatief, de juiste verklaringen te plaatsen met de bijlagen met de documentatie die de steun bevat van de nominatie van Anatoly Karpov;

k. te bepalen dat de FIDE en haar officials zich moeten onthouden FIDE middelen te gebruiken (dit houdt in niet alleen te beperken tot geld, websites, de naam van de FIDE, en personeel) om de kandidaten van de leden van de kieslijst van Ilyumzhinov en die van de daarmee verbonden presidenten van de continenten (Ali-Nihat Yazici, Jorge Vega Fernandez Dabilani Bhutali, Mohammed Moammar Gadaffi, en Lakhdar Mazouz).

(Aantekening van het Panel: aan het slot van de hoorzitting op 16 september 2010, hebben de eisers verzocht dat conclusies van eis genoemd onder (h) tot (k) te behandelen als zaken in de hoofdzaak waartegen de verweerder geen bezwaren had)

De stellingen van verweerder

4.3 De stellingen van verweerder

Hoofdzakelijk voert verweerder aan dat het Hof van Arbitrage voor Sport niet bevoegd is, omdat de arbitrageclausule in de statuten van de FIDE gaat over een ‘een aanbod tot arbitrage’ waarvan het niet de bedoeling is geschillen te behandelen die niet zijn verwant aan de praktijk van het schaken.

Indien het Panel oordeelt dat het wel bevoegd is, voert verweerder voorts aan dat de nominatie van de heer Ilyumzhinov door de Russische Schaakbond is gedaan overeenkomstig de Russische wet en de toepasselijke reglementen van de Russische Schaakbond en die van de FIDE.

Verweerder bestrijdt ook dat de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello resp. door Mexico/Argentinië en Chili/Brazilië, voldoen aan de reglementen van de FIDE omdat beiden lid zijn van de onderscheiden bonden voor meer dan een jaar voorafgaand aan de Algemene Vergadering van de FIDE.

In zijn conclusie van antwoord van 2 september 2010 voert verweerder de volgende eis in reconventie:

I. te beslissen dat het Hof van Arbitrage voor Sport niet bevoegd is en/of dat de eis van eisers niet-ontvankelijk zijn;

II. als alternatief voor I., in het geheel alle eisen in de conclusie van eis door de eisers af te wijzen (Franse Schaakbond, Duitse Schaakbond, Zwitserse Schaakbond, Oekraïense Schaakbond, Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika en Karpov 2010, Inc.);

III. als alternatief voor I, en indien het Hof van arbitrage voor Sport een van de eisen in de conclusie van eis van eiser inwilligt, de lijst van de heer Karpov voor de verkiezing te diskwalificeren;

IV. in ieder geval de eisers (Franse Schaakbond, Duitse Schaakbond, Zwitserse Schaakbond, Oekraïense Schaakbond, Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika en Karpov 2010, Inc.) te veroordelen, gezamenlijk en ieder apart, de kosten van de arbitrage te betalen, inclusief zonder een beperking in de vergoeding van de kosten en uitgaven van het Panel, in die van rechtsbijstand en in die van de onkosten van verweerder.

5. De procedure voor het Hof van Arbitrage voor Sport

5.1 Bij verzoek tot arbitrage van 9 juli 2010 hebben de eisers hun verzoek om arbitrage ingediend alsmede voor het treffen van voorlopige maatregelen tegen de verweerder.

5.2 Op 23 juli 2010 heeft verweerder zijn verweerschrift ingediend tegen het verzoek van eisers om voorlopige maatregelen.

5.3 Het verzoek om voorlopige maatregelen werd vervolgens ingetrokken.

5.4 Op 9 augustus 2010 overlegden de eisers hun conclusie van eis over bevoegdheid, vordering en ontvankelijkheid. Op dezelfde dag overlegde verweerder zijn conclusie van antwoord op het verzoek voor arbitrage en diende eveneens een verzoekschrift in tot zekerheidstelling voor de kosten.

5.5 Op 11 augustus 2010 overlegden de eisers hun reactie op het verzoek van verweerder over zekerheidstelling voor de kosten.

5.6 Het verzoek tot zekerheidstelling voor de kosten werd vervolgens ingetrokken.

5.7 Op 16 augustus 2010 overlegde verweerder zijn commentaar op het verzoek van eisers om toezending van documenten.

5.8 Op 19 augustus 2010 overlegde verweerder de documenten die zij vrijwillig inzond.

5.9 Op 20 augustus 2010 overlegden de eisers hun verklaring tot eis, de bijlagen, juridische deskundigen, getuigenverklaringen en een deskundigenverslag.

5.10 Op 24 augustus 2010 overlegden eisers een bijgestelde lijst van juridische deskundigen en een gewijzigde vertaling van bijlage CL-34.

5.11 Op 2 september 2010 overlegde verweerder zijn antwoord op de verklaring van eis, de feiten en juridische uiteenzetting en getuigenverklaring.

5.12 Op 8 september 2010 overlegde de verweerder aanvullende uittreksels van juridische bronnen en vertalingen.

6. De constitutie van het Panel en de hoorzitting

6.1 Op 3 augustus 2010 informeerde de griffie van het Hof van Arbitrage voor Sport de partijen dat het Panel van arbitrage in de arbitragezaak als volgt is samengesteld: dr. Dirk-Reiner Martens, president van het Panel, prof. Richard H. McLaren, co-arbiter aangewezen door de eisers, en dr. Quentin Byrne-Sutton, co-arbiter aangewezen door de verweerder (het ‘Panel’).

Zonder bezwaren van partijen werd het Panel samengesteld overeenkomstig de artikelen R33 en R40 van de Code van het Hof van Arbitrage voor Sport.

6.2 Het Panel hield een hoorzitting op woensdag 15 september 2010 en donderdag 16 september 2010 in Hotel De La Paix, Lausanne, Zwitserland. Op de eerste dag van de hoorzitting hoorde het Panel de argumenten met betrekking tot de bevoegdheid, en op de tweede dag van de hoorzitting die over de inhoud van de zaak.

6.3 Het Panel heeft de volgende getuigen gehoord:

• de heer Aleksander Bakh, oud-voorzitter van de Russische Schaakbond

• de heer Jean-Pierre Chamorro, voorzitter van FENANIC, de Nicaraguaanse Schaakbond

• de heer Garry Kasparov, oud-wereldkampioen schaken, campagneleider en adviseur van de heer Karpov

• de heer Bessel Kok, oud-kandidaat voor het presidentschap van de FIDE

• de heer Nigel Short, beroepsschaker en supporter van de heer Karpov

• de heer David Jarrett, algemeen directeur van de FIDE

• dr. Bernhard Berger, advocaat en docent aan de Universiteit van Bern, Faculteit der Rechtsgeleerdheid

• prof. Henri Peter, hoogleraar aan de Universiteit van Genève, Faculteit der Rechtsgeleerdheid

• de heer Michael Khodarkovsky, voorzitter van de commissie van Buitenlandse Zaken van de Amerikaanse Schaakbond en afgevaardigde van de FIDE

• de heer Gregory Chernyshov, Russische advocaat bij Egorov Puginsky Afansiev &

Partners, Moskou

• mevrouw Olga Baglay, Russische advocaat bij Watson, Farley & Williams, Londen

• de heer Ilya Levitov, waarnemend hoofd van de Raad van Bestuur van de Russische Schaakbond

• de heer Darcy Lima, delegatielid van de FIDE van de Braziliaanse Schaakbond

• de heer George Mastrokoukos, FIDE official

• mevrouw Eli Sperdokli, huisadviseur van FIDE.

6.4 Aan het slot van de hoorzitting verzochten de partijen een gemotiveerde uitspraak op korte termijn te leveren, in ieder geval voor 28 september 2010. Om aan het verzoek van partijen tegemoet te komen, was het niet mogelijk een samenvatting te geven van de verklaringen van partijen of de getuigenverklaringen. In plaats daarvan geeft het Panel om deze redenen aan of het zijn uitspraak baseert op verklaringen van getuigen of op die van juridisch deskundigen.

7. Het toepasselijke recht

Op grond van R45 van de Code voor Sport-gerelateerde Arbitrage (‘CAS Code’) en de overeenkomst van partijen, is het Zwitserse recht van toepassing op zowel het procesrecht als op het materiële recht.

8. De bevoegdheid

De meerderheid van het Panel is van mening dat het bevoegd is in deze arbitragezaak te beslissen, behalve over de claim van Karpov 2010, Inc., waar het gehele Panel meent dat het geen bevoegdheid heeft. In deze paragraaf 8 van de uitspraak wordt de term ‘Panel’ gehanteerd voor de meerderheid van het Panel.

8.1 In de eerste plaats stelt de verweerder dat er geen arbitrage overeenkomst bestaat tussen de eisers en de FIDE. Hij meent dat hoofdstuk 14 van de statuten van de FIDE een ‘aanbod tot arbitrage’ inhoudt en dat volgens vaste jurisprudentie van het Zwitserse Federale tribunaal zo’n aanbod strikt moet worden uitgelegd. Het Zwitserse Federale tribunaal verklaart, citaat:

‘Door een arbitrageovereenkomst aan te gaan onthouden de partijen zich van de keuze hun mogelijke geschillen te laten beslissen door een gerecht van de overheid; dit is een verregaande keuze gegeven de beperkingen die er bestaan aan beschikbare juridische oplossingen en de typisch hogere kosten van arbitrages in vergelijking met procedures gevoerd voor een gerecht van de overheid. Men kan daarom niet lichtvaardig aannemen in de onderhavige kwestie dat zo’n overeenkomst was bereikt. Echter, wanneer de aanwezigheid van zo’n overeenkomst tot arbitrage is vastgesteld, bestaat er niet langer een grond om een restrictieve aanpak toe te passen: in zulke gevallen moet men aannemen dat de partijen de uitgebreide bevoegdheid van het arbitrage tribunaal hebben gewild toen zij in de eerste plaats de omvang van de arbitrageovereenkomst vaststelden.’

8.2 Het Panel is het niet eens met de eerste stelling van de verweerder en verwerpt deze. Het Panel overweegt wat de FIDE betreft dat deze een Zwitserse vereniging is. Die leden, dat zijn dus de bonden, vormen een vereniging en hebben op grond van de statuten een overeenkomst. En wat de onderhavige kwestie betreft meer in het bijzonder een arbitrageovereenkomst. Die overeenkomst bestaat of naar aanleiding van de totstandkoming van de vereniging (als de arbitrageovereenkomst al bestond in de statuten), of als het gaat om een nieuwe bond door zich aan te sluiten tot de vereniging of op grond van een resolutie van de leden om zo’n arbitrageclausule toe te voegen. Het Federale tribunaal en de bevoegdheid van het Hof van Arbitrage voor Sport leiden beide tot de conclusie dat wanneer eenmaal een arbitrageovereenkomst is gesloten, zij ruim moet worden uitgelegd ten gunste van de arbitrage.

8.3 Het Panel is derhalve van mening dat een (reeds bestaande) arbitrageovereenkomst aanwezig is tussen de leden van de FIDE en de FIDE.

8.4 Echter, het Panel is niet bevoegd inzake Karpov 2010, Inc. die dit Panel heeft gevraagd de schade toe te wijzen over ‘campagnekosten die Karpov heeft uitgegeven voor het lijsttrekkerschap om het presidentschap’. Het Panel overweegt dat wat betreft niet-leden het ‘aanbod tot arbitrage’ strikt moet worden geïnterpreteerd en dat het niet is gericht tot elke derde partij maar slechts tot diegenen genoemd in 14.3.

8.5 In de tweede plaats stelt de verweerder dat zelfs als naar het oordeel van het Panel een arbitrageovereenkomst geldt tussen de partijen, zo’n overeenkomst alleen geldt voor geschillen die te maken hebben met de praktijk van het schaken, dat wil zeggen zaken betreffende de speelactiviteiten.

8.6 Het Panel is het niet eens met de tweede stelling van de verweerder: hoofdstuk 14.3 van de statuten van de FIDE regelt dat ‘handelingen gedaan door de FIDE als een organisatie’ vallen binnen de arbitragegeschillen van hoofdstuk 14.1. Bovendien maakt de tekst van hoofdstuk 14.1 duidelijk dat geschillen ‘die direct of indirect hebben te maken met (…) de (…) ontwikkeling van het schaken’ voorwerp kunnen zijn van arbitrage. Aangezien het doel van de FIDE ‘is de verspreiding en ontwikkeling van schaken (…)’ (Hoofdstuk 1.3 van de statuten van de FIDE) en de presidentiële raad van de FIDE, waarvan de president van de FIDE lid is, belast is met de dagelijkse leiding en alle zaken behandelt tenzij die uitdrukkelijk zijn overgelaten aan een ander orgaan (…) (hoofdstuk 7.1 van de statuten van de FIDE) overweegt het Panel dat het eerste doel van deze arbitrage, dat wil zeggen de geldigheid van de nominatie voor het presidentschap, valt binnen het bereik van de arbitrageovereenkomst.

8.7 In de derde plaats stelt de verweerder dat op grond van artikel 75 van het Zwitserse Burgerlijk Wetboek , dat volgens de verweerder verplicht moet worden toegepast, het Panel geen bevoegdheid heeft, omdat beslissingen van de FIDE alleen voorwerp kunnen zijn voor arbitrage indien zij (i) definitief zijn en (ii) alle interne rechtsmiddelen zijn uitgeput. Voorts kan volgens de verweerder elke oplossing slechts geschieden in de vorm van een aanvaarding van een beslissing of haar verwerpen en terzijde stellen.

8.8. Het Panel is het hiermee niet eens en verwerpt het derde argument van de verweerder. De eisers hebben vanaf het begin betoogd dat zij niet een ‘beslissing’ van de FIDE bestrijden, maar eerder dat zij het Panel vragen een ‘geschil dat direct of indirect heeft te maken met schaken’ willen arbitreren. In feite maakt de arbitrageovereenkomst van de leden van de FIDE en de FIDE het mogelijk dat in twee gevallen een zaak kan worden voorgelegd voor arbitrage (artikel 14.1 van de statuten van de FIDE);

‘elk geschil dat direct of indirect heeft te maken met schaken (…), en

– ‘een geschil naar aanleiding van een besluit van de FIDE’.

8.9 Terwijl de vereisten van artikel 75 van het Zwitserse Burgerlijk Wetboek in feite aangeven dat een ‘beslissing’ het voorwerp is van de arbitrage, is er niets dat een vereniging weerhoudt in de uitoefening van haar contractsvrijheid en de ruime zelfstandigheid die artikel 8 van de Zwitserse wet toelaat, dat in aanvulling op de beslissingen ‘elk geschil dat heeft te maken met schaken’ voorwerp kan zijn van arbitrage. Dit is precies wat de leden van de FIDE en de FIDE zelf hebben gedaan, namelijk ‘elk geschil’ dat te maken heeft met schaken voor te leggen aan arbitrage. Bovendien is het goed te vermelden dat de griffie van het Hof van Arbitrage van Sport de procedures heeft geopend binnen het kader van de ‘Gewone Arbitrage’ en niet onder de Bepalingen van beroep.

8.10 De voorafgaande conclusie van het Panel betekent niet dat de arbitrageovereenkomst op alles van toepassing is en dat elk lid van de FIDE op elk moment elk geschil ‘in abstracte zin’ kan voorleggen voor arbitrage. Echter, in dit geval hebben de eisers (behalve Karpov 2010, Inc.) direct belang bij hun rechten om de FIDE hun eigen regels na te laten leven in verband met de komende verkiezingen waarvoor de eisers/bonden een kandidaat hebben voorgesteld, en de FIDE tijdig de geldigheid van alle kandidaten te laten verifiëren. Het Hof van Arbitrage voor Sport is in dit soort geschillen bevoegd.

9. Overwegingen van het Panel ten aanzien van de bevindingen

9.1 Toegankelijkheid

Nu het Panel bevoegd is te oordelen overweegt het dat de eisers (met uitzondering van Karpov, Inc) hun vorderingen kunnen indienen tegen de FIDE. Het Panel overweegt dat de bondsleden het recht hebben de FIDE te verzoeken dat een organisatie op juiste wijze haar eigen regels naleeft met betrekking tot het Kiesreglement. Eisers verzoeken dit Panel te bepalen ‘dat de Russische Schaakbond de heer Karpov rechtsgeldig heeft genomineerd om als enige te worden voorgedragen voor het presidentschap van de FIDE’. Om ervoor te zorgen dat de FIDE (en dit Panel) dit vaststellen, zou het de interne procedures van de Russische Schaakbond moeten onderzoeken naar de rechtsgeldigheid van de beslissingen die de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond heeft genomen. Met betrekking tot de eis van eisers heeft de FIDE geen rechtstitel voor zo’n rechtsvordering. Een partij die deze zaken wil onderzoeken moet zich wenden tot het bevoegde orgaan in het desbetreffende land, in dit geval Rusland.

De eis van eisers gesteld onder ad c. wordt dus afgewezen.

9.2 Eisers hebben in hun conclusie van eis verschillende verzoeken ingediend die het Panel zal behandelen, behalve voor de eis onder ad f. omdat die eis is gedaan namens eiser Karpov Inc. waarover het Panel geen bevoegdheid heeft.

9.2.1 Als zijn voornaamste eis verzoeken de eisers het Panel te bepalen dat de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello ongeldig zijn en dat de FIDE haar verplichting heeft geschonden deze nominaties te onderzoeken (‘de eis over nominaties’).

9.2.2 De eisers verzoeken voorts te bepalen dat de FIDE haar verplichtingen heeft geschonden om onafhankelijk en eerlijk te handelen. Tot slot verzoeken de eisers het Panel te bepalen dat bepaalde wijzigingen moeten worden aangebracht op de website van de FIDE met betrekking tot de nominaties over het presidentschap (‘de subsidiaire verzoeken’).

9.3 De verweerder verzoekt het Panel al deze eisen af te wijzen en dient een tegeneis in voor het geval het Panel bepaalde eisen van eisers zal inwilligen.

(i) De eis over de nominaties

9.4 De eis van de eisers over de nominaties kan alleen slagen als de FIDE

– de plicht heeft te beslissen over de nominaties voorafgaand aan de Algemene Vergadering (‘de eerste vraag), en

– indien FIDE – had gehandeld overeenkomstig de genoemde verplichting en een besluit zou hebben genomen – had zij de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello moeten afwijzen, omdat deze ongeldig waren (de tweede vraag).

9.5 Om onderstaande redenen beantwoordt het Panel de eerste vraag bevestigend, maar het Panel overweegt dat de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello (de tweede vraag) in overeenstemming zijn met de geldende regels en reglementen. De eisen over de nominatie moeten derhalve worden afgewezen.

De eerste vraag

9.6 De eerste vraag

9.6.1 In deze subparagraaf 9.6 verwijst de term ‘Panel’ naar de meerderheid van het Panel.

9.6.2 Om te bepalen of er een plicht bestaat de nominaties voorafgaand aan de Algemene Vergadering te verifiëren, moet het Panel onderzoeken

– wie in de organisatie van de FIDE is belast met het verifiëren van de nominaties, en

– of de instantie die belast is met de verificatie haar verantwoordelijkheid kan overdragen aan de Algemene Vergadering indien sprake is van een conflict van belangen of anderszins.

9.6.3 De statuten van de FIDE en het Kiesreglement regelen niet welke instantie is belast met de verificatie van de nominaties voor het presidentschap van de FIDE. Daarom geldt als principe dat de Algemene Vergadering als ‘de hoogste autoriteit van de FIDE (die) – tenzij hierna anders wordt bepaald – ook is belast met de uitvoerende macht’ (hoofdstuk 4.1 van de statuten van de FIDE) het orgaan is dat bevoegd is de nominaties te verifiëren.

9.6.4 Echter, artikel 4.1 van de statuten van de FIDE regelen dat wanneer de Algemene Vergadering niet bijeen is ‘haar bevoegdheden worden uitgeoefend door de Raad van Bestuur.’ Toch kan de Raad van Bestuur bepaalde beslissingen niet nemen, inclusief beslissingen met betrekking tot de ‘verkiezing van officials’. De presidentiële raad is, volgens artikel 7.1 van de statuten van de FIDE, ‘belast met het dagelijkse bestuur van de FIDE’ en oefent de bevoegdheden uit van de Algemene Vergadering en de Raad van Bestuur tussen de vergaderingen van de Algemene Raad en de Raad van Bestuur. Net als de Raad van Bestuur kan de presidentiële raad niet beslissen inzake de ‘verkiezing van officials’.

Het Panel interpreteert deze bepalingen aldus dat zowel de Raad van Bestuur als de presidentiële raad zijn uitgesloten van het stemmingproces voor officials, iets wat de exclusieve bevoegdheid is van de Algemene Vergadering. Echter, het Panel is niet van mening dat de statuten van de FIDE de presidentiële raad beletten de nominatie en de geschiktheid van kandidaten te verifiëren voor de verkiezing. Als instantie die verantwoordelijk is voor het ‘dagelijkse bestuur van de FIDE’ heeft de presidentiële raad namelijk de plicht de nominaties te onderzoeken en indien noodzakelijk te verifiëren. Deze conclusie wordt om de volgende praktische overwegingen bevestigd: anders dan de verweerder heeft betoogd, is het hoogst onpraktisch van een vergadering of van delegatieleden uit meer dan 150 landen die tientallen verschillende talen spreken, te verwachten te beslissen over onderwerpen waarover dit Panel verwacht wordt te beslissen, aan de hand van duizenden bladzijden van bijlagen en hoorzittingen waarvoor in twee dagen tijd 31 uur beschikbaar is.

9.6.5 Het is bij praktisch alle sportbonden gebruikelijk de bevoegdheden van de algemene vergadering over te dragen aan een orgaan dat de zaken van de bond behandelt tussen de vergaderingen van de algemene vergadering (dat eens in de twee of vier jaar bijeenkomt). In de onderhavige kwestie is dit orgaan de presidentiële raad die niet alleen het recht heeft, maar ook de plicht heeft te beslissen in een zaak als deze, dat wil zeggen de nominaties voor het presidentschap te verifiëren. Dit moet voorafgaand aan de vergadering van de Algemene Vergadering gebeuren opdat de laatste kan beslissen waarover zij de exclusieve bevoegdheid bezit, namelijk het houden van verkiezingen en de daarmee verband houdende stemmingen.

9.6.6 Verweerder stelt dat de presidentiële raad uiteindelijk niet mag beslissen over de rechtsgeldigheid van de nominaties omdat de beslissingen van de presidentiële raad niet definitief zijn en de goedkeuring vereisen van de Algemene Vergadering wanneer die bijeenkomt. Het Panel is het daarmee niet eens: Hoofdstuk 4.1 van de statuten van de FIDE regelt dat ‘alle beslissingen van de Raad van Bestuur door de volgende vergadering van de Algemene Vergadering worden beoordeeld.’ Zo’n voorziening kan niet worden gevonden in hoofdstuk 7 van de statuten van de FIDE die gaan over de presidentiële raad. Nogmaals, deze toewijzing van plichten en verantwoordelijkheden komt volledig overeen met de praktische behoeften: de presidentiële raad zal niet in staat zijn de taken van de FIDE uit te voeren indien zijn handelingen voorwerp zijn van definitieve goedkeuring van de Algemene Vergadering.

9.6.7 Verweerder heeft ook verwezen naar hoofdstuk 7.1 van de statuten van de FIDE waarin is geregeld dat ‘zulke bevoegdheden (de bevoegdheid de rechten van de Algemene Vergadering tussen twee vergaderingen in uit te oefenen) ook het recht omvatten besluiten te nemen die de Algemene Vergadering overeenkomstig artikel 1.2 neemt met meerderheid van driekwart van de stemmen. Nauwkeurige lezing van de bepaling leidt duidelijk tot de conclusie dat de tweede zin (’elke bevoegdheid die op deze wijze is uitgevoerd’) verband houdt met de beslissingen gevolgd in de voorgaande zin (‘beslissingen die een meerderheid van driekwart van de stemmen vereisen’) en niet naar het dagelijkse bestuur van de FIDE.

9.6.8 Tot slot wordt de conclusie van het Panel bevestigd door de volgende overwegingen: Artikel 16.3 van de statuten van de FIDE regelen dat beslissingen van de Algemene Vergadering ‘betreffende (…) de kiesreglementen in werking treden op de laatste dag van de Algemene Vergadering, nadat de Algemene Vergadering is geëindigd (…)’. Alleen al om deze reden kan de Algemene Vergadering niet het juiste forum zijn besluiten te nemen over de rechtsgeldigheid van de nominaties, omdat het besluit over de rechtsgeldigheid niet in werking zou treden nadat de stemming heeft plaatsgevonden.

9.6.9 De verweerder heeft gesteld dat in de bijzondere omstandigheden van dit geval de presidentiële raad de verantwoordelijkheid voor de rechtsgeldigheid van de nominaties voor het presidentschap van de FIDE kan en moet teruggeven naar de Algemene Vergadering, omdat sommige leden van de presidentiële raad op dit onderwerp een conflict ervaren om te beslissen.

9.6.10 Het Panel deelt deze opvatting niet. Indien de presidentiële raad te maken heeft met een conflict van belangen, omdat sommige leden ook kandidaat staan op de lijst van de heer Ilyumzhinov, is de passende oplossing voor een Zwitserse organisatie dat diegenen die te maken hebben met dat conflict zich excuseren voor de vergadering wanneer de presidentiële raad de rechtsgeldigheid van de nominaties en de geschiktheid voor de lijsten van het presidentschap onderzoekt. Om juridische en praktische redenen heeft de presidentiële raad de plicht de nominaties vast te stellen. Hij moet dit tijdig doen voordat de Algemene Vergadering bijeenkomt.

9.6.11 De eisers hebben voorgesteld dat de uitkomst van een conflict van plichten zoals hiervoor uiteen is gezet, moet zijn dat de presidentiële raad niet geschikt is als forum om te beslissen over de rechtsgeldigheid van de nominaties. Zij betogen voorts dat het om praktische redenen zoals hiervoor genoemd de Algemene Vergadering op dezelfde wijze niet in staat is te beslissen over deze onderwerpen. Daarom concluderen de eisers dat in de omstandigheden van dit geval dit Panel moet beslissen in plaats van de presidentiële raad en de Algemene Vergadering. Het Panel is het niet eens met dit voorstel. Zoals hiervoor is uiteengezet, moeten de leden van de presidentiële raad die een conflict van belangen hebben zich excuseren bij het nemen van een besluit, maar de overige leden van de presidentiële raad zijn bevoegd en verplicht om ten behoeve van de Algemene Vergadering de nodige besluiten te nemen over de nominaties.

De tweede vraag

9.7 De tweede vraag

Nadat is vastgesteld dat de FIDE heeft gefaald haar plicht uit te voeren de rechtsgeldigheid van de nominaties te onderzoeken, zal het Panel nu onderzoeken of de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello op de juiste wijze zijn genomineerd overeenkomstig de statuten en reglementen van de FIDE. Bij dit onderzoek overweegt het Panel dat de rechtsgeldigheid van de nominaties van de bonden van de leden om te komen tot de nominatie van kandidaten op de lijst van het presidentschap moet worden vastgesteld aan de hand van de FIDE Kiesreglementen en niet aan de hand van de interne wetten en regels van de verschillende ledenbonden.

9.7.2 De regels van de FIDE vereisen dat

– een nominatie (zie hierna 9.7.3)

– van een geschikte kandidaat (zie hierna 9.7.4 en verder)

– tijdig moet worden ingediend.

9.7.3 Een ‘nominatie’ in de zin van het Kiesreglement is een verklaring van een bond die iemand voordraagt, gericht aan een derde partij (FIDE) en moet dus worden gedaan door iemand die juridisch bevoegd is dat te doen namens het orgaan dat iemand voordraagt.

9.7.4 Wat betreft de geschiktheid van kandidaten voor het presidentschap van de FIDE regelt 1.2 van het Kiesreglement dat

‘om verkozen te worden, iedere kandidaat moet worden voorgedragen door zijn bond. Hij of zij moet een lid zijn van zijn of haar bond voor in ieder geval één jaar voorafgaand aan de Algemene Vergadering.’

9.7.5 Afdeling 4 van het Kiesreglement (eerste paragraaf) regelt het volgende: ‘Geschikt voor een functie zijn slechts die personen die behoren tot een bond dat lid is van de FIDE.’

9.7.6 Uit de getuigenverklaring van de heer Mastrokoukos, een medewerker bij het Bureau van de Secretaris-Generaal van de FIDE, is het altijd de praktijk van de FIDE geweest dat de vereisten voor het lidmaatschap voor kandidaten voor de lijst van het presidentschap niet strikt werden toegepast, zolang de kandidaten maar deel uitmaakten van de ‘schaakfamilie’. Deze praktijk komt overeen met de tekst van de toepasselijke reglementen:

9.7.7 Afdeling 1.2 van het Kiesreglement hanteert drie verschillende woorden om het niveau van een ‘vereiste’ aan te geven waaraan moet worden voldaan:

– ‘nominaties (…) moeten het secretariaat van de FIDE bereiken (…)’

– ‘om verkozen te worden, zal elke kandidaat moeten worden genomineerd (…), en

– ‘hij of zij zou een lid moeten zijn geweest (…)’(nadruk is vet gemaakt)

9.7.8 In tegenstelling tot wat op de hoorzitting is verklaard, kan men niet ontkennen dat volgens de tekst van afdeling 1.2 van het Kiesreglement het lidmaatschap een ‘zou vereiste’ is, in tegenstelling tot een ‘moet’ of ‘zal worden’ vereiste. Het Panel overweegt daarom dat het vereiste van een eenjarig lidmaatschap geen vereiste is, maar een aanbeveling.

Voorts, indien het lidmaatschap verplicht is van een bond dat iemand voordraagt, zou een aantal bonden van de FIDE nooit in staat zijn kandidaten voor te dragen, omdat in hun land individuen geen lid kunnen zijn van een nationale bond, maar slechts van een club dat op zijn beurt leden heeft in (regionale organen of) in de nationale bond.

9.7.9 Deze bevinding wordt bevestigd in de bewoording van Afdeling 4, eerste paragraaf, van het Kiesreglement, dat regelt dat de geschiktheid van de kandidaat wordt bepaald door ‘behoort tot’ (niet: ‘een lid zijn van’) van ‘een’ bond (niet: ‘de bond die de persoon voordraagt’). Daarom overweegt het Panel dat het voor een kandidaat voor een lijst voor het presidentschap voldoende is om lid te zijn van één van de FIDE-leden.

9.7.10 Deze vereisten over ‘nominatie’ en ‘geschiktheid’ moeten worden onderzocht met betrekking tot a. de heer Ilyumzhinov en b. mevrouw Marinello.

a. De geldigheid van de nominatie van de heer Ilyumzhinov

9.7.11 Is de heer Ilyumzhinov rechtsgeldig genomineerd door de Russische Schaakbond?

9.7.11.1 Volgens de eisers was tijdens alle relevante momenten van deze geschillen, de heer Bakh als enige persoon bevoegd die rechtsgeldig de Russische Schaakbond kon vertegenwoordigen, zonder daartoe de bevoegdheid te bezitten van advocaat. Terwijl de nominatie van de heer Karpov was ondertekend door de heer Bakh, waren de nominaties van de heer Ilyumzhinov ondertekend door de leden van de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond. Dat geldt ook voor de ‘bevestiging’ van 29 juni 2010 en de mededeling dat de nominatie van de heer Karpov ongeldig is.

9.7.11.2 Indien het secretariaat van de FIDE er niet aan hoeft te twijfelen dat de persoon die namens de bond de nominatie voor de kandidaten bevoegd heeft getekend, kan de FIDE op deze verklaringen van de ledenbonden vertrouwen en hoeft zij niet de achterliggende wegen en bedoelingen te onderzoeken naar de wijze van de totstandkoming van de beslissing van de onderscheiden nationale bond en dientengevolge naar de verklaring van de nominaties.

9.7.13 Echter, indien het duidelijk wordt dat de rechtsgeldigheid van de nominaties vragen oproept, heeft het secretariaat van de FIDE een plicht tot nader onderzoek wat in dit geval bijvoorbeeld kan inhouden, een verzoek om ‘verduidelijking’ niet alleen naar de Raad van Toezicht van de Russische Schaakbond, maar ook naar de persoon die op dat moment de enige was die namens de Russische Schaakbond bevoegd was tot vertegenwoordiging.

9.7.11.4 Echter, gelet op de bevindingen van het Panel dat de nominatie van de heer Ilyumzhinov door de bonden van Mexico en Argentinië rechtsgeldig is (zie hierna) hoeft het Panel niet definitief vast te stellen of de nominatie van de heer Ilyumzhinov door de Russische Schaakbond rechtsgeldig is en of en in hoeverre het voor het secretariaat van de FIDE juist zou zijn geweest nader onderzoek te doen naar de nominatie van de heer Ilyumzhinov door de Russische Schaakbond.

9.7.12 Is de heer Ilyumzhinov rechtsgeldig genomineerd door Mexico/Argentinië?

9.7.12.1 Op de hoorzitting is bevestigd dat de heer Ilyumzhinov ‘in ieder geval’ een lid is van de Russische Schaakbond. In het licht van de bevindingen van het Panel dat het onder de regels van de FIDE voldoende is voor een kandidaat voor de lijst van het presidentschap lid te zijn van één van de FIDE-leden, overweegt het Panel dat het niet van belang is of de heer Ilyumzhinov een vol of slechts een erelid is van de Mexicaanse/Argentijnse bond. Het is voor hem voldoende deel uit te maken van de schaakfamilie (wat hij uiteraard is in het licht van zijn langdurig presidentschap van de FIDE), in de termen van het Kiesreglement behoort hij tot ‘een bondslid’. Het is niet van belang of de ‘aanbeveling’ dat hij lid ‘zou’ moeten zijn van de Mexicaanse/Argentijnse bond door hem is vervuld.

9.7.12.2. Voor de volledigheid wenst het Panel eraan toe te voegen dat het intrekken van de Argentijnse bond van haar goedkeuring voor de lijst van Ilyumzhinov geen invloed heeft op de nominatie die voorafgaand aan de toepasselijke deadline is ingediend.

9.7.12.3 Op grond van het bovenstaande overweegt het Panel dat de heer Ilyumzhinov op juiste wijze is genomineerd door de Mexicaanse/Argentijnse bonden.

b. De geldigheid van de nominatie van mevrouw Marinello

9.7.13. In het licht van de bevindingen van het Panel over de nominatie van de heer Ilyumzhinov, is het duidelijk dat mevrouw Marinello rechtsgeldig door de bonden van Chili en Brazilië is genomineerd.

9.7.14 Mevrouw Marinello ‘behoort’ tot de bond van de Verenigde Staten van Amerika en het is niet relevant of zij voldoet aan het ‘zou’-vereiste van een eenjarig lidmaatschap van de bonden die haar hebben genomineerd (Chili en Brazilië).

9.7.15 Conclusie

Op grond van het bovenstaande moeten de verzoeken van eisers dat de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello ongeldig zijn en, dientengevolge, de lijst van de heer Ilyumzhinov moet worden gediskwalificeerd voor de verkiezingen, falen.

(ii) De subsidiaire eisen

9.8 Schending van de verplichting van de FIDE om de nominaties te onderzoeken?

Op grond van de uitkomsten van het Panel zoals hiervoor genoemd, moet het verzoek van de eisers ‘dat de FIDE haar verplichtingen heeft geschonden de genoemde nominaties te onderzoeken gelet op haar kiesreglementen’ worden verworpen. Het Panel onderzoekt dit verzoek en let daarbij op de eerdere verzoeken om de nominaties van de heer Ilyumzhinov en mevrouw Marinello ongeldig te verklaren. Deze verzoeken heeft het Panel afgewezen.

9.9 Schending van de verplichting om onpartijdig en op een eerlijke manier te handelen?

9.9.1. De eisers verzoeken het Panel te bepalen dat ‘de FIDE haar verplichting heeft geschonden om onpartijdig te handelen jegens de kandidaten en de verkiezing op een eerlijke manier te organiseren’.

9.9.2 De getuigenverklaring voor het Panel heeft geen bewijs opgeleverd van een onpartijdige en oneerlijk gedrag van de zijde van de FIDE. Integendeel, het secretariaat van de FIDE attendeerde de lijst Karpov enkele uren voor het verstrijken van de termijn voor nominaties dat een bepaalde handtekening ontbrak. Het secretariaat zou zo zeker niet hebben gehandeld als zij de bedoeling had gehad de lijst Ilyumzhinov op oneerlijke wijze te helpen.

9.9.3 Tot slot overweegt het Panel dat het voorbarig zou zijn te beslissen dat de FIDE haar verplichting heeft geschonden ‘de verkiezing op een eerlijke manier te organiseren’. De verkiezing wordt gehouden aan het eind van de maand en pas dan zal blijken of FIDE eerlijk heeft gehandeld.

9.10 Verklaringen verwijderen van de website van de FIDE?

9.10.1 Eisers verzoeken het Panel te bepalen dat ‘de FIDE van haar website moet verwijderen de onjuiste en suggestieve verklaringen over de nominatie van de Russische Schaakbond voor haar kandidaat voor president (…)’ en overige informatie.

9.10.2 Het Panel signaleert dat de mededeling van de FIDE is gebaseerd op de handelingen van de presidentiële raad die het gevolg zijn van zijn beslissingen die zijn genomen in Tromso op 24-25 juli 2010 over het verifiëren van de nominaties voor de Algemene Vergadering. Inderdaad, de agenda van de Algemene Vergadering zoals gepubliceerd op de website van 16 augustus 2010 maakt nu duidelijk dat de geldigheid van de kandidaten voor beide lijsten voor het presidentschap is omstreden. Het probleem is op dat moment nog niet opgelost door de FIDE.

9.10.3 Derhalve vindt het Panel dat er op dit moment geen redenen zijn de inhoud van de website van de FIDE over de stand van zaken over de nominaties als misleidend te beschouwen. De eis van eisers moet worden afgewezen.

10. De tegeneis van verweerder

Het verzoek van verweerder dat de lijst van de heer Karpov moet worden gediskwalificeerd is slechts ingediend voor het geval het Panel gunstig zal beslissen op de eisen onder ad b tot en met ad e. Aangezien het Panel niet heeft beslist ten gunste van eiser, hoeft de tegeneis van verweerder geen bespreking.

11. De kosten

11.1 Artikel R64.4 van de Code luidt:

‘Aan het eind van de procedures, zal de griffie van het Hof van Arbitrage voor Sport het eindbedrag vaststellen van de kosten van de arbitrage, inclusief

– het griffierecht van het Hof van Arbitrage voor Sport,

– de administratiekosten van het Hof van Arbitrage voor Sport dat wordt berekend aan de hand van de normen van het Hof van Arbitrage voor Sport,

– de kosten en het salaris van de arbiters berekend aan de hand van de normen van het Hof van Arbitrage voor Sport,

– een tegemoetkoming in de onkosten van het Hof van Arbitrage voor Sport, en

– de kosten van getuigen, deskundigen en tolken.

De definitieve rekening van de kosten van de arbitrage kan of worden vermeld in de beslissing van de arbitrage of kan afzonderlijk aan de procespartijen worden meegedeeld.’

Artikel R64.5 van de Code luidt: ‘De arbitragebeslissing zal het Panel vaststellen welke partij de kosten van de arbitrage moet betalen of in welke verhouding de partijen deze moeten dragen. Als algemene regel geldt dat de partij die in het gelijk wordt gesteld een tegemoetkoming ontvangt in de kosten van rechtsbijstand en andere uitgaven die verband houden met de procedures, en in het bijzonder in de kosten van getuigen en tolken. Wanneer zo’n tegemoetkoming wordt vastgesteld, zal het Panel rekening houden met het resultaat van de procedures, evenals met het gedrag en met de financiële middelen van de partijen.’

11.2 In de onderhavige zaak hebben de eisers op een bepaald aspect van het geschil gelijk gehad (de bevoegdheid van het Hof van Arbitrage voor Sport om de eis van de nationale bonden te behandelen), maar hebben het geschil verloren op een wezenlijk onderdeel. De vordering van Karpov 201, Inc. is niet-ontvankelijk verklaard. Vandaar, rekening houdend met het gedrag van de partijen en hun financiële middelen acht het Panel het redelijk de kosten door de partijen als volgt te laten dragen:

– 65 % door Karpov 2010, Inc., de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika gezamenlijk

– 35% door de FIDE.

De griffie van het Hof van Arbitrage en Sport zal deze kosten afzonderlijk vaststellen en de partijen daarvan op de hoogte stellen.

11.3 Voorts om dezelfde reden, acht het Panel het redelijk de FIDE een tegemoetkoming toe te kennen in de kosten van rechtsbijstand en andere kosten tot een bedrag van CHF 35.000 zonder dat de partijen daarvoor aanvullende specificaties moeten overleggen. Dit bedrag betalen Karpov 2010, Inc., de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika gezamenlijk.

De beslissing

Het Hof van Arbitrage voor Sport beslist:

1. Het Hof van Arbitrage voor Sport is niet bevoegd in de zaak van Karpov 2010, Inc.

2. Het Hof van Arbitrage voor Sport is bevoegd in de zaak van de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika.

3. De vorderingen die de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika hebben ingediend, worden afgewezen.

4. De kosten van de arbitrage, die de griffie van het Hof van Arbitrage voor Sport aan de hand van de gegevens van de partijen moet vaststellen, worden als volgt verdeeld:

– 65 % door Karpov 2010, Inc., de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika gezamenlijk

– 35% door de FIDE.

5. Karpov 2010, Inc., de Franse Schaakbond, de Duitse Schaakbond, de Zwitserse Schaakbond, de Oekraïense Schaakbond en de Schaakbond van de Verenigde Staten van Amerika moeten gezamenlijk CHF 35.000 (vijfendertigduizend Zwitserse franken) betalen aan de FIDE als een bijdrage in de kosten van rechtsbijstand en andere kosten die de FIDE heeft moeten maken in verband met deze arbitrage.

6. Al het overige en andere eisen worden afgewezen.

Lausanne, 27 september 2010

Het Hof van Arbitrage voor Sport

Dirk-Reiner Martens, president van het Panel

Richard H. McLaren, arbiter

Quentin Byrne-Sutton, arbiter

Roderick Maguire, ad hoc griffier

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.