De vrouw in de sportwereld

De vrouw in de sportwereld

De toespraak van eurocommissaris Vassiliou

Van 15 tot 18 september 2011 werd in Londen, Grange City Hotel, de tiende Europese Vrouwen en Sport Conferentie gehouden. Dat is één jaar voordat de Olympische Spelen worden gehouden. De conferentie gaat over de vrouw in de sport.

De Europese Commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid, Jeugd en Sport, mevrouw Androulla Vassiliou uit Cyprus, gaf een openingstoespraak. Het is altijd goed te weten wat de hoogste politicus in Europa op het terrein van Sport heeft te vertellen.

Ik geef de toespraak volledig weer. En dan moet u niet denken dat de inhoud daarvan niet van belang is voor de Nederlandse schaakwereld.

Integendeel. U zou in de eerste plaats eens voor de aardigheid moeten kijken hoeveel vrouwen zitten in commissies van de KNSB, vgl.

www.schaakbond.nl/knsb/organisatie/commissies

In de tweede plaats vertelt eurocommissaris Vasilliou dat in de meest sportieve leeftijdsgroep, namelijk die van 15 – 24 jaar, de verschillen in het deelnemen aan sport tussen mannen en vrouwen opmerkelijk zijn. Namelijk 19% voor mannen, tot slechts 8% voor vrouwen. Als die verdeling tussen mannen en vrouwen hadden gegolden voor de Nederlandse schaakwereld, zou dat fantastisch goed nieuws zijn geweest. Echter, de situatie is aanzienlijk beroerder. Terwijl ik zou menen dat er geen sport ter wereld zo geschikt is voor meisjes en vrouwen als schaken.

Hoe komt het toch dat schaakverenigingen in Nederland zo’n vrouwonvriendelijke uitstraling hebben? Waarom willen meisjes wel meedoen aan andere sporten, maar waarom niet aan schaken? Wat zou er gebeuren als NOC*NSF als subsidievoorwaarde stelt dat een sportbond over zeven jaar slechts dan subsidie ontvangt indien minimaal 25% van de leden bestaat uit het vrouwelijke geslacht? Ik zou dat helemaal geen gekke voorwaarde vinden. Een nieuwe manier van denken leidt namelijk altijd tot andere resultaten. Dan moet men eens opletten hoe snel de schaakwereld zijn best doet een vrouwvriendelijk klimaat te scheppen. Als eerste, directe maatregel verdwijnen de nutteloze, pietluttige regels. Sportiviteit komt terug in het schaakspel.

Uit de brochure van de conferentie

‘Deze conferentie bespreekt de sport door vrouwen in heel Europa, en let daarbij ook op internationale deskundigheid op dit terrein. Het thema ‘London Calling’ richt zich niet alleen op de ontwikkelingen bij de top, maar ook op aantoonbare ontwikkelingen op de weg voor de sport voor vrouwen.

De agenda van EWS2011 is bestemd voor individuen die zijn betrokken bij de sport van vrouwen, bonden, sporters, coaches en overheden. Ook wereldberoemde onderzoekers komen om te debatteren over vrouwen in de sport, en tevens om te vieren wat is bereikt.

Sportbonden, nationale comités voor Olympics en Paralympics, en overheden beschouwen tegenwoordig gelijkheid van mannen en vrouwen als centraal punt voor goed sportbestuur. Maar belangrijker is dat bonden en bedrijven vrouwen zien als een significante groeimarkt, of het nu gaat om het lidmaatschap van een vereniging of de verkoop van gezondheidsproducten. De business case voor gelijkheid van geslacht (gender) is krachtig. Sportgebieden, professionele clubs en wereldmerken zoeken in toenemende mate naar manieren om de markt te veroveren die over meer inkomen beschikt dan ooit tevoren.

Tiende Europese Vrouwen en Sport Conferentie

London Calling: Leidraad voor gender gelijkheid bij sportevenementen’

De toespraak van de eurocommissaris

EU & Sport and Gender Equality

10th EWS Women and Sport Conference

Londen, 16 september 2011

Toespraak van de Eurocommissaris Androulla Vassiliou

Eurocommissaris Androulla Vassiliou

Mevrouw de voorzitter, baronesse Campbell, geachte aanwezigen,

Om te beginnen wil ik de organisatoren van dit tiende Vrouwen en Sport Conferentie gelukwensen. Ik wil ook de Raad van Europa gelukwensen met zijn initiatief zich op de derde Jaarlijkse EPAS conferentie zich te richten op het promoten van de diversiteit over vrouwen en sport, en daarvoor samen te werken met het netwerk van de EWS (European Women and Sport).

We zijn terug in het Verenigd Koninkrijk waar het allemaal is begonnen, in Brighton in mei 1994. We staan klaar om met frisse kracht de thema’s aan te pakken die dit netwerk vanaf het begin hebben bezig gehouden: het verbeteren van de onevenwichtigheden waarmee vrouwen te maken krijgen bij het sporten, als sporter en in het bestuur van de sport.

Sinds 1994 is de sportwereld veranderd, Europa is veranderd en de strijd voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen gaat door op alle terreinen van het leven. Op het specifieke thema van deelname van vrouwen in de sport is de tijd nu aangebroken om concrete acties in te zetten. De populariteit van sport kent geen grenzen. Zij gaat over de grenzen heen, over de continenten, de generaties, de culturele verschillen en natuurlijk ook het geslacht. Het heeft de unieke eigenschap mensen en samenlevingen te binden en groepen en individuen bewust te maken (‘to empower’), hen te motiveren en te inspireren.

Sport is te belangrijk om als onderdeel van onze sociale aangelegenheden geen vrouwen toe te laten, of hen te laten voelen dat hun deelname niet nodig is. Vrouwen hebben een lange weg moeten afleggen in de sport. In oude tijden mochten vrouwen niet in het Olympisch stadion komen, tot vandaag de dag waar sport een keuze is voor een carrière of in het andere geval een onderdeel van het alledaagse leven van veel vrouwen.

Volgens een onderzoek van Eurobarometer uitgevoerd in 2009, nemen in heel Europa tegenwoordig meer vrouwen deel aan sport dan ooit daarvoor. Dit is een zeer positieve ontwikkeling sinds de eerste Brighton Conferentie van 1994. Maar er bestaat nog steeds reden voor zorg: in de meest sportieve leeftijdsgroep, namelijk die van 15 – 24 zijn de verschillen in het deelnemen aan sport tussen mannen en vrouwen opmerkelijk. Namelijk 19% voor mannen, tot slechts 8% voor vrouwen.

We moeten hard blijven werken aan het promoten van deelname van vrouwen in de sport, vooral voor vrouwen en meisjes die in meer kansarme omstandigheden verkeren. Dat is de groep waar de kloof voor meisjes om te sporten het grootst is.

We weten allemaal hoe belangrijk het is de positieve waarden te promoten van alle soorten sport en lichamelijke activiteiten, zoals dansen, zwemmen en fietsen, vooral in de leeftijdsgroep van twaalf tot zestien jaar waar veel meisjes typisch stoppen met sporten. Ze krijgen dan als toeschouwer belangstelling voor sporten die mannen beoefenen en worden fans van mannelijke sterren.

Maar wij zijn ons ook terdege bewust van de belemmeringen en drempels die er voor sommige groepen vrouwen bestaan binnen sportorganisaties en sportinstituten. Een gender vriendelijk klimaat zou een van de belangrijkste kenmerken voor sportinstituten in elke tak van sport moeten worden.

Zo’n klimaat zou kunnen worden bereikt door gelijke aandacht te schenken aan meisjes en vrouwen op verenigingen, door coaches op te leiden, door te voorzien in een grotere diversiteit van mogelijkheden in de sport, en door actief de strijd aan te binden tegen discriminatie en seksueel ongewenst gedrag.

De mogelijkheden om deel te nemen waartoe ik oproep moeten verder gaan dan de dagelijkse praktijk van de sport. Meer vrouwen zouden moeten worden betrokken bij het bestuur van de sportverenigingen en in het bestuur van sportorganisaties. De aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende posities in de Europese sportbeweging is alarmerend laag (20 van de 52 Europese sportbonden hebben geen enkele vrouw in hun bestuur en slechts twee van hen hebben een vrouwelijke voorzitter).

De situatie voor de internationale bonden is niet beter. Het IOC bijvoorbeeld heeft in totaal 131 leden waarvan slechts 16% vrouw is. Het gemiddelde percentage vrouwen in internationale sportbonden is onder de 10%. En 21 bonden hebben helemaal geen enkele vrouw in hun bestuur. Dit is iets dat me direct opviel tijdens mijn regelmatige bezoeken in de sportwereld. Tijdens mijn eerste bezoek aan het UEFA hoofdkantoor en mijn vergadering met hun raad van bestuur was ik gewend me op de gebruikelijke manier uit te drukken ‘dames en heren’, maar toen ik rondkeek, realiseerde ik me dat er geen dames in de zaal aanwezig waren! Dit is onaanvaardbaar en dat heb ik ze laten weten. Ik geloof dat wij als politici de verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat zo wordt gehandeld.

De vraag is natuurlijk hoe! Hoe moeten we de voorstellen uitvoeren en die van de goede bedoelingen zoals uitgedrukt in verklaringen, handvesten en conclusies van conferenties? Het is geen gemakkelijke opgave om werkmethoden en aannames te veranderen die de sportwereld voor generaties heeft bevestigd.

Ook denk ik niet dat mensen die opkomen voor de rechten van de vrouw de zaak voldoende aandacht geven – mijn eigen indruk is dat de sport slechts een lage prioriteit krijgt in gender discussies. Dat neemt niet weg dat op grond van positieve ontwikkelingen op het terrein van de sport en gender, ik op het Europese niveau meer betrokkenheid en vooruitgang zie in de naaste toekomst voor de steun van belanghebbenden en publieke instellingen.

Het nieuwe Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (het Verdrag van Lissabon 13 december 2007, pdg) heeft het mogelijk gemaakt de Europese dimensie van sport te plaatsen op de agenda van de Europese Unie. Het heeft tijd gekost en de discussies erover verliepen niet gemakkelijk, maar uiteindelijk heeft de Europese Commissie dit jaar haar eerste Mededeling over de ontwikkeling van sport in Europa aanvaard.

De Mededeling geeft voor de komende jaren de ideeën weer van de Commissie voor samenwerking op het terrein van sport op het niveau van de Europese Unie. Zij zoekt namelijk altijd naar gebieden waar de dimensie van de Europese Unie werkelijk toegevoegde waarde kan brengen.

We doen voorstellen om de sociale, economische en organisatorische dimensie van sport te verbeteren. Sporters, sportorganisaties en burgers zullen van onze acties profiteren.

De agenda van de Europese Unie voor sport is gebaseerd op handelingen waar zij de toegevoegde waarde van de Europese Unie de handelingen van de Lidstaten zal aanvullen en de inspanningen van de sportorganisaties zal steunen. Een van onze aandachtspunten is het bevorderen van de toegang van vrouwen tot leidinggevende functies in de sport. We stellen een formele, voortdurende, gestructureerde dialoog voor met de sportbeweging die als eerste structuur kan worden gebruikt om zich in het bijzonder te richten op de rol van vrouwen in sportbesturen.

Lidstaten en het Europese Parlement hebben hun positieve houding over deze prioriteit al laten blijken. Onder het Belgisch voorzitterschap in 2010 hebben de EU ministers van Sport de rol van sport erkend als bron van of als aandrijver voor actieve sociale inclusie. Ze hebben gewezen op de noodzaak gender gelijkheid in de sport aan te moedigen. Dit betreft zowel de mogelijkheid van toegang tot de sport als de vertegenwoordiging in besluitvormende lichamen, en inclusief actieve maatregelen tegen gender stereotypering.

Twee commissies van het Europese Parlement hebben deze kwestie opgepakt, te weten de Cultuur Commissie die over sport gaat en de Commissie voor Vrouwenrechten en Gender. Zij hebben zeer concrete voorstellen gedaan om gender mainstreaming in te voeren in alle activiteiten die betrekking hebben op sport. Het debat in het Europese Parlement is nog niet afgelopen, maar reeds nu zijn de signalen helder. Zij ondersteunen de positieve agenda die ik hier vandaag vertel.

Ik ben ook in staat geweest om een bepaalde hoeveelheid middelen uit het fonds van de Europese Unie te besteden aan het ondersteunen van pilot projecten om leiderschap van vrouwen in de sport te promoten. De projecten begonnen in januari 2010 en werden afgesloten in maart 2011. Het WILD project van ENGSO heeft opleiding en advies voor vrouwen in nationale en internationale sportorganisaties aangeboden om hen te steunen in hun carrièrestappen voor leidinggevende posities. Daarnaast was er een baanbrekend project van de Europese Atletiekbond gericht op het bewust worden van nationale atletiekbonden door het thema van leiderschap van vrouwen ter discussie te stellen: alle algemeen directeuren van de deelnemende nationale bonden kregen een specifieke opleiding over leiderschap van vrouwen.

En in dit verband moet ik niet vergeten te noemen het Olympisch project dat wordt gecoördineerd door de organisatie van de Italiaanse Sport voor Allen – UISP. Dit project stelde de bewustwording van sport en gender thema’s aan de orde op verschillende festivals en andere evenementen, het wist de aandacht te trekken van de media voor de uitdagingen van vrouwen in sport en de positie van vrouwen in nationale en internationale sportorganisaties. UISP stelde een nieuw handvest op over vrouwen en sport, dat met succes werd gepresenteerd in het Europees Parlement in mei.

De ervaringen met deze projecten hebben me overtuigd van de toegevoegde waarde van de steun uit Europa om de uitwisseling van best practices op dit terrein te steunen. Ze bevestigden dat we gelijk hadden toen we hoge prioriteit schonken aan het thema van vrouwen in leidinggevende posities.

De resultaten van deze projecten waren erg succesvol. De conclusie kan worden getrokken dat opleiding en begeleiding nuttig zijn voor het opbouwen van de bekwaamheden van vrouwen als kandidaat voor leidinggevende posities. Echter, ik krijg de indruk dat activiteiten zoals deze die zich richten op het trainen van vrouwelijke kandidaten, op zichzelf niet zullen leiden tot het doorbreken van het glazenplafond dat nog steeds bestaat in veel bestuursorganen van de sport. Daarvoor is een discussie nodig om andere hulpmiddelen en instrumenten in te zetten om ook de strijd aan te binden tegen het aanpakken van het stereotyperen van mannen en vrouwen in de sport. En tegen de media die daaraan meedoet als het gaat om vrouwen in de sport.

Pas dan zullen institutionele vormen van discriminatie, stap voor stap, verdwijnen en zal het bestuur in de sport aanzienlijk worden verbeterd. Ik ben optimistisch dat we deze stappen kunnen zetten. Een van de redenen waarom ik positieve verwachtingen heb is het besluit van de Europese Commissie voor het voorstel van het volgende Meerjarige Financiële Kader van de Europese Unie voor de periode 2014 – 2020. Het bevat voor de eerste keer een begroting voor de sport, het is een subprogramma voor de Sport dat is gekoppeld aan ons hoofdprogramma van Onderwijs.

Er wordt nog steeds gewerkt aan bijzonderheden over dit programma. Aan het eind van dit jaar worden deze openbaar gemaakt. Maar ik kan u nu alvast vertellen dat de sport een van de prioriteiten zal zijn om de sociale inclusie te versterken (en een onderdeel daarvan is, gender gelijkheid).

Zo’n subprogramma over sport zal het mogelijk maken om op concrete wijze de goede ideeën en acties van de sportbeweging te steunen en in het bijzonder die van de organisaties voor breedte sport.

En er zijn meer voordelen voor het bestaan van een vastgesteld budget voor sport wat betreft de afgelopen pilot projecten:

– de bijstand voor een subprogramma wordt voor zeven jaar gegarandeerd

– de bijstand zou voor meerjarenprojecten kunnen worden bestemd, wat voordelig is voor de duurzaamheid van de te bereiken resultaten

– afhankelijk van de gemaakte voorwaarden kunnen landen in Europa die geen lid zijn van de Europese Unie projectleiders worden

– en tot slot zou de samenwerking met de Raad van Europa meer concreet kunnen worden gemaakt zodat beide organisaties hun activiteiten volledig op elkaar kunnen afstemmen. De komende twee jaar worden cruciaal om te bepalen hoe het een en ander wordt uitgewerkt.

De laatste reden voor mijn optimisme over de toekomst is gebaseerd op de groeiende erkenning van sport als deel van een groter en samenhangende strategie van de Europese Unie voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen. De Europese Unie is terecht trots op de manier waarop vanaf het begin de steun voor vrouwenrechten en gelijke mogelijkheden een kerntaak is van haar beleid.

De nieuwe gender strategie van de Europese Unie die in 2010 heeft aanvaard, schenkt voor het eerst in het bijzonder aandacht aan de sport. Het vestigt de aandacht op de potentiële rol van de sport in de strijd tegen de gender stereotypering. Het verwijst naar het nieuwe budget voor de sport dat ik heb beschreven in de lijst van acties. Ik denk dat deze erkenning erg belangrijk is. De Europese Unie wordt gecommitteerd gelijkheid van kansen te bevorderen binnen de sport. En sport bovendien te gebruiken als een instrument in de voortdurende, bredere strijd voor gelijke kansen.

In dit verband is erg interessant de manier waarop mijn collega, commissaris Reding, de leiders in de zakenwereld van Europa heeft uitgedaagd om de aanwezigheid van vrouwen in besturen van bedrijven te vergroten ‘Vrouwen in de besturen zijn de belofte voor Europa’. In maart 2011 daagde zij openlijk bedrijven in Europa uit die op de lijst staan de belofte voor maart 2012 te ondertekenen.

Deze belofte betekent een vrijwillige verplichting om ervoor te zorgen dat de besturen van bedrijven in 2015 voor 30%, en in 2020 voor 40% bestaan uit vrouwen. Bedrijven zouden concrete stappen moeten aangeven hoe zij het aantal vrouwen in topfuncties gaan vergroten. En voorts welke voorgenomen maatregelen daartoe zij dit jaar zullen uitvoeren. Het is de vraag natuurlijk hoe dit initiatief zal uitpakken en meer in het bijzonder wat de gevolgen zijn voor de Europese sport. Ik heb inmiddels op informele wijze tijdens mijn besprekingen met leden van de raden van bestuur van het IOC en UEFA het idee te berde gebracht dat de belofte ook zou kunnen worden opgenomen in de structuren van hun organisaties. Dit is iets waarvan ik van plan ben op terug te komen, dat kan ik u verzekeren!

Het idee van zo’n belofte zou volgens mij goed aanvullen op het initiatief van de Sydney Scoreboard van de Internationale werkgroep voor vrouwen en sport dat warm is onthaald. Waarschijnlijk is het een goed idee dat de EWS (European Women and Sport) en de Internationale werkgroep voor vrouwen en sport me op dit terrein in de nabije toekomst kunnen adviseren.

Dames en heren, beste mensen,

In een pre-Olympisch jaar voel je altijd de toenemende opwinding in de sportwereld, en in het bijzonder in het land van de gastheer. Sporters, coaches, organisatoren beginnen de dagen af te tellen. Alle ogen van sporters zich gericht op Londen 2012. Mijn eigen hoop is dat de Olympische Spelen groots en gedenkwaardige worden. Dat de Spelen voorts een doorbraak zijn voor deelname, bij uitstek en zichtbaar, voor onze vrouwelijke sporters. En dat dit op zijn beurt een duurzame nalatenschap zal vormen in de betekenis van een toegenomen deelname van vrouwen in de sport, zowel wat betreft sporters als beleidsmakers.

Ik wens u een inspirende en vruchtbare conferentie toe.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.