Een streaker op het studentenschaakkampioenschap

Een streaker op het studentenschaakkampioenschap

Hinderen

Van 27 tot 30 december 2011 wordt aan de Texas universiteit in Dallas, Fort Worth, het Studenten Team Schaakkampioenschap van Noord- en Zuid-Amerika 2011gehouden. Deelnemers zijn studenten uit Noord- en Zuid-Amerika inclusief de Caribbean. Er worden zes ronden gespeeld. Er doen 28 teams aan mee.

Behalve teamkampioenschappen voor studenten zijn er ook leeftijdskampioenschappen voor middelbare scholieren uit Pan-Amerika. Met als prijzen, gehele of gedeeltelijke beurzen (voor vier jaar) om te studeren aan de universiteit van Texas in Dallas. Er zijn dus veel scholieren en studenten in de grote en lange speelhal.

Op het kampioenschap zijn de FIDE-regels niet van toepassing, wel de USCF-rules. Dat neemt niet weg dat volgens de organisatoren de resultaten wel meetellen voor de FIDE-rating en de USCF-rating. Dit is mooi, en tevens het bewijs dat men best mag afwijken van die bij tijd en wijle pietluttige FIDE-regels. Zo is op grond van de USCF-rules bijvoorbeeld bij een promotie een omgekeerde toren toegestaan, een speler met K+P kan niet winnen, maar heeft remise als tegenstander door de vlag gaat, en zo zijn er wel meer afwijkingen.

Dat is Amerika. Lekker praktisch. Want geschillen kosten tijd. En time is money. Echter, een arbiter in Nederland zou volledig van slag raken als hij dit hoort (‘dit mag helemaal niet van de FIDE!’)

In de vijfde ronde van het kampioenschap doet het volgende incident zich voor.

Een maffe streaker holt op sneakers door de grote en lange speelhal. Hij heeft alleen zijn onderbroek aan die vol is met gaten. Hij kraamt allerlei onzin uit. De gehele zaal met schakers die geconcentreerd spelen, staat paf. Omdat hij aan de andere kant van de speelhal door de uitgang wil, probeert een speler hem te pakken. Maar dat mislukt, en de streaker rent naar buiten, de zonsondergang tegemoet.

Dit nu is typisch een geval van de tweede volzin van artikel 13.2 van de FIDE-regels. De arbiter moet ervoor zorgen dat er goede speelomstandigheden worden gehandhaafd en dat de spelers niet worden gehinderd.

Maar wat moet een arbiter doen? Als hij niets doet, is het incident voorbij op het moment waarop de streaker de zaal heeft verlaten. Rent de arbiter de streaker achterna en weet hij hem te pakken, duurt de hinder langer. Wel optreden is dus hinderlijker dan niet optreden. Dit bewijst maar weer dat een arbiter niet over een fysiek goede conditie hoeft te beschikken. Hij mag gerust een boek lezen, opkijken en denken ‘hé, daar rent een streaker door de zaal. Die is zo weer weg.’ De zaal lacht, de arbiter lacht en trekt zijn schouders op, verdiept zich verder in zijn boek, en iedereen gaat rustig verder alsof er niets is gebeurd. Het voorval was een rimpel in de vijver.

Echter, de schaker die tevergeefs achter de streaker aanrent, is wel uit zijn concentratie geraakt. Hij moet maar zien of die concentratie terugkomt.

De les is dus: laat de streaker maar zijn gang gaan. Let niet op hem, maar let op je partij.

Zie het optreden van een streaker tijdens een uitzending van Paul de Leeuw. Het is een evergreen.

De einduitslag van PanAm Collegiate Championship 2011:

1st Team: University of Texas At Dallas A, $1400

2nd Team: University of Maryland Baltimore County, $800

3rd Team: Texas Tech A, $600

4th Team: New York University, $400

5th Team: University of Texas at Brownsville A, $250

Top International Team: University of Toronto A, $500

2nd International Team: University of Toronto B, $400

3rd International Team: University of West Indies – Mona Campus

Division I Champ (Team rated 2200 or above): University of Texas at Dallas B

Division II Champ (Team rated 2000-2199): University of Texas at Dallas C

Division III Champ (Team rated 1800-1999): University of New Mexico

Division IV Champ (Team Rated below 1800): Washington University B

Top Board 1: GM Timur Gareyev, $100

Top Board 2: GM Giorgi Margvelashvili, $100

Top Board 3: GM Julio Sadorra, $100

Top Board 4: GM Andre Diamant, $100

Top Alternate: Adithya Balasubramanian

11 Comments

  1. Avatar
    Paul-Peter Theulings december 30, 2011

    Een omgekeerde toren mag terecht niet als dame figureren op het schaakbord,

    dat is geen pietluttige regel. Als je promoveert met een pion en er is geen dame beschikbaar, dan zet je maar de klok stil om dan een dame ergens vandaan te halen. Je mag de arbiter daarvoor aanspreken.

    Schaken is de stelling die je waarneemt visueel in je opnemen en dan een zet bedenken. Een omgekeerde toren vertraagt de visuele waarneming. Het eerste signaal van een omgekeerde toren naar je ogen is niet dat van zijnde een dame. Je moet het in je gedachte nog vertalen naar dame. Dat hindert. Als je deze vorm van hinderen in een extreme vorm wil meemaken dan moet je proberen een partij te schaken met stukken zoals deze:

    Niet geschikt om wedstrijdschaak mee te spelen, net als de omgekeerde toren.

  2. Avatar
    Pieter de Groot december 31, 2011

    Maar, wat doe je nou als je geen tweede Egyptische dame hebt?

    Toen de hoofdscheidsrechter op het afgelopen 27ste Botwinnik Rapidtoernooi, John Pouwels, aankondigde dat bij een promotie een omgekeerde toren een dame is, kreeg hij een spontaan applaus van alle deelnemers.

    Ik begrijp dat wel. Het probleem van een tweede dame doet zich altijd voor bij tijdnood. Dan moet iemand niet de partij stilleggen, om vervolgens minutenlang te moeten wachten op een arbiter. Het is in strijd met de fundamentele beginselen van het schaakspel om het tempo te onderbreken. Schakers moeten op zo’n cruciaal moment niet afhankelijk zijn van een arbiter.

    Zie www.maxeuwe.nl/columns/tijdnood.html Nijboer waarschuwt voor de domheid van tijdnood. Het is de fase waarin in heel korte tijd beslissingen moeten worden genomen. Dan mag je de partij niet stilleggen voor iets pietluttigs, opdat een speler extra bedenktijd kan benutten.

    Dan treedt het subsidiariteitsbeginsel in werking: er is een aanvaardbaar alternatief. Een alternatief dat al eeuwenlang bekend is, en dat miljoenen schakers waar dan ook ter wereld begrijpen.

  3. Avatar
    Paul-Peter Theulings december 31, 2011

    Pieter,

    het argument om de snelheid in het spel te houden door niet te onderbreken vind ik minder belangrijk dan het feit dat een omgekeerde toren hindert.

    Ik weet zeker dat er meer fouten gemaakt worden als je tegen een omgekeerde toren moet spelen. Een goede arbiter is voorbereid. Hij loopt met extra dames op zak om snel te kunnen helpen waar nodig, dat kost dan een paar seconden.

    Meestal kan de speler een dame zelf wel regelen van een ander spel waar de partij al is afgelopen of waar de dame al geslagen is.

  4. Avatar
    Pieter de Groot januari 01, 2012

    Paul-Peter, het gaat niet alleen om een geval bij gewoon schaak, maar ook bij rapid- en snelschaak. Uiteraard is er geen probleem als een speler zelf een tweede dame weet regelen. Maar, er zijn nu eenmaal situaties waarin dat niet lukt.

    Denk aan Karpov – Kasparov, Linares 1993

    {bord}2bq1rk1/3n1p1p/6p1/4P3/1p1QnP1P/2P5/N1p5/1N1RKB1R b – – 0 14, normaal, centrum,{/bord}

    Kasparov aan zet doet 1. … cxd1. Maar, wat is dat? Er is geen tweede dame. En de arbiter is in geen velden of wegen te bekennen. Uiteindelijk komt de arbiter met een tweede dame. Hij kent beide spelers extra bedenktijd toe, om zo het ongemak dat hij hen heeft toegekend te verzachten.

    In jouw visie is sprake van een disfunctionerende arbiter, hij heeft zich onbehoorlijk gedragen. Mijn mening is dat men arbiters niet moet belasten met pietluttige taken, zodat je hen er ook niet kunt beschuldigen van onbehoorlijkheid.

  5. Avatar
    Paul-Peter Theulings januari 02, 2012

    De arbitrage in Linares heeft gefaald als de tweede dame niet snel voorhanden is.

    Zit de arbiter bijvoorbeeld een boek te lezen, maar is er wél materiaal snel beschikbaar bij de arbiterstafel , dan scoort de arbiter een voldoende. De oplettende arbiter die bij een promoverende pion al bij het bord is om te helpen scoort meer dan een voldoende.

  6. Avatar
    Pieter de Groot januari 02, 2012

    In jouw visie heeft de arbiter in Linares zich inderdaad onbehoorlijk gedragen. Echter, niet in die van mij.

    Als schakers van de arbiter verwachten dat hij (of zij) weet wat er op een individueel bord gebeurt, wordt niet voldaan aan het verwachtingenmanagement. Een arbiter kan niet aan die verwachting voldoen.

    De arbiter kan zijn beide ogen niet richten op de vele borden. Zo weet hij niet of ergens op een bord een pion het promotieveld nadert, of dat een speler ergens in de zaal wel of niet ‘j’adoube’ heeft gezegd, of dat een speler wel of niet een schaakstuk heeft aangeraakt. Wel zijn er toparbiters die schakers wijsmaken dat een arbiter dat wel kan. De schakers moeten hun eigen verstand gebruiken, en dus begrijpen dat het een onmogelijke bewering is.

    De FIDE-regels stellen deze eis ook niet aan een arbiter. Ook al had je het wel gewild, nog nog kun je voor zulke taken geen vrijwilligers kunt vinden. Schakers moeten ophouden te menen dat zij het onmogelijke kunnen vragen van schaakarbiters. Je stelt nogal brutaal, hoge eisen aan anderen die hun kostbaar, vrije tijd voor jouw partij beschikbaar moeten zijn. Arbiters, zijn gewone mensen, die hun tijd beschikbaar stellen voor schakers. Maar, die niet hun krullenjongen zijn, om pietluttige kwesties te behandelen. Schakers moeten problemen zelf oplossen, door zelf goede alternatieven toe te passen. Hup, bij promotie niet de partij stilleggen, maar een toren op zijn kop en als de wiede weerga verder spelen voordat de vlag valt.

  7. Avatar
    Paul-Peter Theulings januari 02, 2012

    Pieter,

    ik verwacht echt geen onmogelijke dingen van een arbiter. Een voorbeeld van wat ik wel verwacht bij het Tata Steel toernooi.

    Bij de amateurgroepen van Tata is het voor de arbiters ondoenlijk om alle borden in de gaten te houden. Daar is het voldoende om bij de arbiterstafels extra materiaal te bewaren, en dat vind ik niet onredelijk.

    Bij de grootmeestergroepen is een extra dame al aanwezig bij het bord. Dat lost al veel op. Ik verwacht dat de arbiters bij hun arbiterstafel toch enkele sets stukken bewaren, je kan nooit weten of er een keer een extra paard nodig is. Ook waardeer ik extra alertheid bij de arbiters bij de GM groepen. Het moet voor een arbiter die daar mag optreden gewoon een plezier zijn om de partijen met belangstelling te volgen. En als hij ziet dat er wel eens een paard nodig kan zijn bij promotie dan is het mooi als hij al bij het bord is met het paard in zijn zak. Niet omdat dat een eis zou zijn, Pieter, maar als het gebeurt heeft de arbiter de kans een goede beurt te maken bij de spelers. Geen onvoldoende voor de arbiter die niet klaarstaat met het paard. Als hij het paard maar bij de arbiterstafel beschikbaar heeft, dat is de enige eis.

  8. Avatar
    Pieter de Groot januari 03, 2012

    Artikel 1 van de Grondwet van de FIDE: ‘Alle schakers zijn gelijk’. Maar voor jou zijn grootmeesters meer gelijk. Met als gevolg dat je een redelijkheidsbeginsel hanteert in groepen schakers.

    Bij de uitvoering van regels doet het er niet toe of een speler een amateur is of een grootmeester. Jij mag jouw onderscheid tussen schakers niet maken. Het is onredelijk, oneerlijk en gemeen dat bij een promotie van een pion de ene schaker moet opstaan en naar de arbiterstafel moet gaan, en dat een grootmeester een dame krijgt toegereikt door de toekijkende arbiter, dan wel dat naast zijn bord alvast een tweede dame staat.

    Ik heb veel vaak geschreven dat toparbiters bij het interpreteren van de regels uitsluitend kijken naar de situatie aan de top van de schaakwereld. Ze hebben geen flauw idee hoe hun regels en hun interpretaties kunnen worden uitgevoerd door amateurs. Ze begrijpen niet dat er al een behoorlijk tekort is aan arbiters in Nederland (en de rest van de wereld).

    En geef de schakers/vrijwilligers eens ongelijk dat ze geen arbiter willen worden: wie is bereid zijn kostbaar vrije tijd ter beschikking te stellen voor schakers opdat zij kunnen genieten van het schaakspel, om voor hen allerlei truttige klusjes op te knappen (aanreiken dame bij promotie, noteren van zetten, luisteren of ‘j’adoube’ wordt gezegd, snel genoeg vlagval roepen, opletten bij doen van zetten, nullen uitdelen bij geluid mobiele telefoon of bij te laat komen etc.). En om bij het tekortschieten daarvan om de oren te worden geslagen met termen als ‘onbehoorlijk’. Jij wilt dat toch ook niet? Maar je eist het wel van een ander. Nee zo zit de wereld niet elkaar.

  9. Avatar
    Paul-Peter Theulings januari 03, 2012

    Nou Pieter, dien een klacht in bij de organisatie van het Tata Steel toernooi.

    De grootmeestergroepen hebben betere tafels, stoelen, bord en stukken en meer ruimte dan de amateurgroepen.

    Dit onderscheid mag je niet maken volgens jou. Gelijke behandeling voor iedereen.

  10. Avatar
    Pieter de Groot januari 03, 2012

    Er valt niets te klagen. Natuurlijk mogen grootmeesters een luxe behandeling ontvangen, de organisator mag hen ook een reis- en verblijfkosten vergoeding geven. Daarvoor maken ze deel uit van de top. Dat heeft niets met de FIDE-regels te maken, noch met ongelijkheid.

    Het gaat om iets anders. Jouw interpretatie gaat over het optreden van de arbiter. Op grond van het Voorwoord moet hij of zij een objectief, neutraal persoon zijn. Echter, jij laat hem een onderscheid maken. Bij de amateurs laat je hen de partij onderbreken (voor lange tijd omdat naar de arbiter moet worden gezocht), maar bij de grootmeesters blijft de vaart erin. Dat is ongelijkheid. Ook bij de amateurs moet de vaart erin worden gehouden. Hoe dat moet? Nou, zo moeilijk is dat niet. Inderdaad, op een manier zoals dat al sinds de late Middeleeuwen gebeurt. Hoor je grootmeester Donner al brullen van het lachen als ie hoort dat hij de partij had moeten stilzetten om vervolgens tussenkomst van de scheidsrechter in te roepen om die te vragen naar een tweede dame?

  11. Avatar
    Paul-Peter Theulings januari 03, 2012

    Pieter,

    ik ben zelf een amateur. Ik vind het voldoende als bij de arbiterstafel reservestukken aanwezig zijn. Dan is het een kwestie van even naar de arbiterstafel lopen en weer naar het bord. De arbiter hoeft niet eens bij zijn tafel aanwezig te zijn, als de reservestukken maar zichtbaar aanwezig zijn.

    In de toernooien waar ik gespeeld heb, Dieren, Groningen, Amsterdam, staan er ook vaak ongebruikte borden met stukken opgesteld. Ook daar kan snel reservemateriaal gehaald worden. Alleen als een speler nergens snel het reservemateriaal kan vinden heeft de arbitrage het niet goed gedaan. Dat is alles.

    Bij GM groepen zijn er minder borden per arbiter, deze ongelijkheid is nu eenmaal zo. Als het gevolg daarvan is dat een GM sneller geholpen wordt door een arbiter, dan is dat volledig acceptabel. Een helpende arbiter in een GM groep blijft gewoon de neutrale arbiter.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.