Eindspelstudies 35 – Harold van der Heijden-50 JT

website

E-mail:

Hierbij de 35ste eindspelstudie voor de Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


In de schaakcompositiewereld is het gebruikelijk dat als een componist een kroonjaar haalt, dat meteen aanleiding is om een jubileumtoernooi (JT) te organiseren. Het feit dat ik op 18 december 2010 “Abraham zag” was dus voor de eindspelstudievereniging ARVES voldoende aanleiding om een eindspelstudietoernooi te organiseren. Nog steeds gaat het bij die toernooien meestal alleen om de eer, maar de laatste jaren zien we toch wel steeds vaker een (bescheiden) prijzenfonds. Zo ook hier: 600 EUR, waaraan zowel ARVES als mijn eindspelstudiebedrijfje “Harold van der Heijden eindspelstudies” bijdroegen.

Zoals gebruikelijk was het een zogenaamd formeel toernooi, hetgeen inhoudt dat een toernooidirecteur wordt benoemd (in dit geval René Olthof), die de ingezonden studies anonimiseert, noodzakelijke correspondentie met de deelnemers afhandelt en de studies na de sluitingstermijn aan de scheidsrechter ter jurering aanbiedt. Dat is meestal de jubilaris “himself”, zo ook hier. Er bleken niet minder dan 110 eindspelstudies te zijn ingezonden (boven de 50 wordt gewoonlijk al als uitzonderlijk beschouwd). Dat betekende veel werk, want alle studies moeten niet alleen op correctheid worden gecontroleerd, maar ook op voorgangers (anticipaties). De uiteindelijke ranglijst omvatte 22 studies, maar die had ik met gemak met nog zo’n aantal kunnen uitbreiden (de studies die niet in de ranglijst komen, worden niet gepubliceerd maar geretourneerd naar de componisten en mogen deelnemen aan een ander toernooi). Ik probeer in de gaten te houden wat die studies in andere toernooien gaan doen!

Zoals bij andere vormen van kunst, is het beoordelen van eindspelstudiecomposities een kwestie van smaak. Maar dat neemt niet weg dat vrijwel alle scheidsrechters erin slagen om het kaf van het koren te scheiden, en is er in grote lijnen algemene consensus over wat uitstekende (en slechte) studies zijn.

Een aardige studie, die ook een algemeen schaakpubliek zou moeten aanspreken is de volgende van twee Duitse componisten:

S. Hornecker & M. Minski

3e bijzonder vermelding HH-50JT 2011

Meteen promoveren is natuurlijk niet goed: 1.g8D? Tb8+ 2.Kf7 Tf1+ en nu moet wit de loper wel tussenplaatsen, kan zwart op g8 slaan en kan de andere zwarte toren naar e1. Wit speelt de mooie stille zet 1.La5! met de bedoeling om de loper op d8 tussen te plaatsen. Dan is het trouwens nog niet eens zo gemakkelijk: 1…Tb8+ 2.Ld8 Tg1 3.Kf8 Tf1+ 4.Kg8 Te1 5.Kh8 Txe7 6.g8D wint. 1…Tg1 2.Kf8 Kh6 (De stelling na 2…Tb8+ 3.Ld8 hebben we al gehad).

Beide damepromoties falen nu op 3…Tbf1+. Wit heeft echter 3.g8P+! Dat lijkt niet erg zinvol, maar na 3…Kh7 4.Pf6+ Kh8 heeft wit met tempowinst het probleem van de open torenlijn opgelost: 5.e8D wint. Dus 3…Txg8+ 4.Kxg8 Tb8+ 5.Ld8. Promotie van de e-pion lijkt nu niet meer te verhinderen. Maar zwart speelt zijn laatste troefkaart: 5…Tb7!

Nu faalt damepromotie toch: 3.e8D? Tg7+ 7.Kf8 Tg8+! 8.Kxg8 en zwart staat pat! Zou u de volgende zet zien: 6.Lc7! Txc7 7.e8D en weg is het pat!

Eindelijk was het een keer niet zo moeilijk om de eersteprijswinnaar van het toernooi te kiezen. Ik overwoog zelfs even om de tweede en derde prijzen niet toe te kennen om dat te onderstrepen.

Oleg Pervakov

Eerste prijs HH-50JT 2011

Even de knopen tellen: wit heeft twee stukken meer, maar er staan er ook twee aangevallen, terwijl zwart ook nog eens een pion op promoveren heeft staan. Daarentegen heeft de witte loper uitzicht op de toren op h6. Hé, idee! Als de zwarte koning op de lange diagonaal komt, dan de witte loper op h6 slaan, en volgt op promotie een röntgenschaak op g7. Dus 1.Te5+? Kxe5 2.Lxh6 a1D 3.Lg7+ Ke4 4.Lxa1 Tc1 oeps!

Twee witte stukken staan in, en in het handige 5.Tf4+ (Kxf4? 6.Pe2+) trapt zwart niet, maar speelt bijvoorbeeld 5…Ke3.

Wit heeft beter: 1.Td4+! Kxd4 2.Lb2+! (natuurlijk niet 2.Lxh6? a1D 3.Lg7+ en zwart zou nu zelfs de toren op e5 kunnen tussenplaatsen). Met de tekstzet lost wit schijnbaar alle problemen op, want de pionpromotie wordt nu verhinderd, en wit gaat de toren op c5 scoren (2…Kd5 3.Tf5+). Dat zou overigens na 1.Te5+? Kxe5 2.Lb2+ niet werken wegens 2…Kd6. Nu moet zwart dus ook de witte toren aanvallen: 2…Ke3.

Wit moet zijn toren nu dekken/redden met een schaakje op e2 of f3 om daarna die toren op c5 te kunnen meppen. Weer zijn er twee mogelijkheden. De foutieve keuze is 3.Te2+? Kd3 4.Kxc5 Th5+ 5.Kb4 en nu de verrassing 5…a1D 6.Lxa1 Tb5+ 7.Kxb5 (7.Ka3 Tb1)

met een prachtige patstelling midden op het bord. Omdat alle velden rondom de koning maar één keer aangevallen zijn, heet dit een “modelpat”, maar het is zelfs daar nog een speciale vorm van omdat alle stukken op het bord meehelpen aan het pat; dat heet dan een ideaal pat. Deze stelling, zo bleek mij bij controle op voorgangers, is ook niet eerder in een studie voorgekomen!

O ja, wit moest nog even proberen te winnen. De juiste keuze is dus 3.Tf3+ Ke4 4.Kxc5 a1D 5.Lxa1 Tc6+ en nu niet 6.Kxc6? pat.

en als we van de patschrik bekomen zijn, zien we dat dit een perfecte echo is van het vorige ideale pat!

Ja, ja, wit moest winnen; een beetje dommig is ook nog 6.Kb4? Tc1 met de al bekende dubbelaanval en remise. Maar 6.Kb5! Tc1 met alweer die dubbelaanval:

Er zijn nu niet één maar twee subtiele verschillen met de tweede diagramstelling. Wie ziet het? Ik laat even wat witte regels zodat u het kunt proberen te ontdekken alvorens verder te lezen.

Deze prachtige studie is van de Russische compositiegrootmeester Oleg Pervakov. Pas na het vaststellen van de ranglijst kreeg ik van René te horen wie de studies hadden gemaakt. Dat was afgelopen zomer. Een paar weken daarna woonde ik het internationale congres van de World Federation of Chess Composition in Jesi, Italië bij (zie rubriek 31). Ik was toen nog ijverig bezig met het schrijven van het boekje met de uitslag en wilde niet dat de uitslag al bekend zou worden voor het verschijnen daarvan.

[i ] GM Oleg Pervakov, Rusland (Foto Harold van der Heijden, Jesi, Italië, augustus 2011)

Natuurlijk informeerde menig aanwezig componist terloops naar de uitslag van mijn toernooi. Daaronder ook Oleg. Hij was zeer benieuwd, zo zei hij, want hij had één van zijn beste studies ooit ingestuurd. En dat wil wat zeggen in zijn geval! Het kostte me de nodige moeite om hem niet de uitslag te verklappen. Ik vermoed wel dat hij toen aan mijn reactie wel heeft gemerkt dat het wel goed zat.

De twee keer dat de witte toren schaak moet geven en moet kiezen uit twee mogelijkheden kwam mij vaag bekend voor. Een belangrijk aspect bij jurering is originaliteit; als een idee al gedeeltelijk eerder vertoond is, dan kan dat afbreuk doen aan de waardering van de studie. Ik vond slechts één voorganger…

Harold van der Heijden

4e prijs Paoli-95 JT 2003

1.Tg6+! f6+ (1...fxg6 2.Lxa1 en zwart kan de pion niet meer stoppen) 2.Txf6+ en nu moet wit na 2…Ke7 kiezen: niet 3.Tf7+? Kxf7 4.Lxa1 Pc5 5.a7 Pe6+ en 6…Pc7, maar 3.Te6+! Kxe6 4.Lxa1 Pc5 5.a7 en zwart kan nu niet op e6 schaak geven. Beter is daarom voor zwart 2…Kd5 waarna wit opnieuw een keuze heeft: 3.Td6+? Kxd6 4.Lxa1 Kc6 en de zwarte koning himself achterhaalt de a-pion. Dus 3.Tf5+ Pe5 (anders slaat wit simpelweg de toren op a1) 4.Txe5+ en nu heeft wit na 4…Kd6 wederom dè keuze: 5.Td5+? Kxd5 6.Lxa1 Kc6 is niet goed, maar 5.Te6+! Kxe6 6.Lxa1 wèl omdat de zwarte koning de a-pion niet kan achterhalen. Beter is daarom weer voor zwart 4…Kc4 5.Te4+ Pd4 (anders slaat wit simpelweg de toren op a1) 6.Txd4+ Kc5 en wit heeft nogmaals dè keuze: 7.Td5+? Kxd5 8.Lxa1 Kc6 9.Ld4 Kc7! en zwart behaalt op het nippertje een remise. Dus 7.Tc4+! Kxc4 8.Kxa1 Kb5 9.a7 en wit wint.

Inderdaad een gedeeltelijke anticipatie van Pervakov’s torenkeuzes, maar niet voldoende om diens studie lager te waarderen.

Met genoegen speelde ik die oude studie van me weer eens na. Ook zo’n jubileumtoernooi heeft iets narcistisch. Van de uitslag van mijn jubileumtoernooi met alle studies met uitvoerige uitleg heeft ARVES een prachtig (Engelstalig) boekje gemaakt. De familie, vrienden en een paar schaakminnende collega’s keken mij wat meewarig aan toen ik hen een schaakboekje in de hand drukte dat over mijzelf leek te gaan.

Mocht u het desondanks willen bestellen, dan kan dat (10 € en portokosten) via ARVES: .

Alle fragmenten via de viewer:

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.