De C is van Capablanca

Het Schaakalfabet is een serie, geschreven door de ons helaas vroeg ontvallen Huub van Dongen, in oorsprong geschreven voor het Brabantse jeugdblad Minorpromotie, waarin alle letters van het Alfabet aan beroemde schakers, schaaktermen of andere schaakcuriositeiten worden gekoppeld. Herman Grooten heeft zijn serie bewerkt.

[i Capablanca (Foto bron onbekend)

Wat een naam: José Raúl Capablanca y Graupera. Hij was misschien wel het grootste schaaktalent aller tijden. Van tijd tot tijd worden er wel eens lijstjes gepubliceerd met de beste schakers ooit. José Capablanca staat dan bijna altijd in de top drie. Dat is geen wonder, want in zijn lange schaakcarrière scoorde hij in officiële partijen bijna 75 procent en hij verloor praktisch nooit.

José Capablanca werd in 1888 in Havanna geboren. Zijn vader schaakte thuis regelmatig met een vriend. Zonder dat iemand het door had, leerde de kleine José schaken. Alleen door te kijken. Toen hij vier jaar oud was, wees hij zijn vader op een foutieve zet. Vervolgens speelden ze een partijtje. En je begrijpt het al: de kleuter won.

Capablanca (Foto bron onbekend)

Op Cuba was schaken in die tijd een gewichtig spel. Hoge heren speelden op chique clubs deftige potjes met elkaar waarbij ze geleerde gezichten trokken. Zijn vader nam Capablanca mee naar zo’n club. Moet je je voorstellen: een klein ventje, met kapotte knieën onder een korte broek en misschien wel een lekkere groene snotpin! Er is een partijtje uit 1893 bekend waarin de clubkampioen aan Capablanca een dame voorgaf, maar die bleek onze jonge held niet echt nodig te hebben.

Op 12-jarige leeftijd speelde Capablanca zijn eerste schaakmatch. Tegen de 28-jarige Cubaanse kampioen Juan Corso. Wie het eerst vier partijen won, mocht zich de nieuwe kampioen van Cuba noemen. Als je de verhalen mag geloven, had José nog nooit schaakles gehad en zelfs nog nooit een schaakboek gezien. Om zich voor te bereiden op de match, kreeg hij van een paar fans drie schaakboeken. Een boek over openingen, één over het middenspel en één over het eindspel. Capablanca had geen tijd om alle drie de boeken door te nemen, maar het boek over het eindspel bestudeerde hij grondig. Corso overrompelde Capablanca in de eerste twee partijen in de opening. Maar toen had Capa het door. Hij begon de openingen lekker slap te spelen. Sloeg het middenspel over door zo snel mogelijk alles af te ruilen en bleek in het eindspel gewoon veel sterker dan zijn ervaren tegenstander. Er volgden nog vijf remises en vier overwinningen en Capablanca was kampioen.

Vervolgens slaan de geschiedenisboekjes een paar jaar in het leven van Capablanca over. Hij gaat in 1904 naar New York om Engels te leren. Hij doet toelatingsexamen voor de Culumbia University, omdat hij graag professioneel baseballer wil worden. Maar van studeren komt niet veel omdat hij altijd zit te schaken. Officiële toernooien speelt hij niet, tot hij in 1909 ineens een match mag spelen tegen de Noord-Amerikaanse kampioen Frank Marshall. Het wordt 8-1 voor Capablanca, remises niet meegeteld.

Capablanca (Foto bron onbekend)

In 1911 gaat Capablanca naar Europa. Daar zitten de echte toppers. Nimzowitsch en Bernstein protesteren heftig dat zo’n zwakke speler als Capablanca mee mag doen aan het sterke grootmeestertoernooi van San Sebastián. Capablanca neemt verschrikkelijk wraak. Hij wint het toernooi dik en schuift Bernstein en Nimzowitsch kansloos van het bord.

Daarmee is Capablanca’s naam in de schaaktop gezet. Hij is de belangrijkste kandidaat voor het wereldkampioenschap, maar door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) duurt het nog tot 1921 voor Capablanca in een match tegen wereldkampioen Emanuel Lasker op mag nemen. Het genie Lasker is dan al 27 jaar wereldkampioen, maar na tien remises en vier overwinningen van Capablanca geeft Lasker de match op. Het is ook om moedeloos van te worden. Capablanca wordt in die tijd ‘de schaakmachine’ genoemd: van 1916 tot 1924 verliest hij geen enkele partij!

In 1927 verliest Capablanca zijn titel aan Aljechin. Maar Capablanca blijft wel een echte supergrootmeester. Tot zijn dood in 1942 wint hij bijna ieder toernooi waar hij aan meedoet.

Waarschijnlijk heeft Capablanca nooit veel op het schaakspel gestudeerd. Zijn hele leven lang bleef hij zijn partijen bescheiden opzetten. Ook in het middenspel gebeurde niet veel spectaculairs: Capablanca zette gewoon systematisch zijn stukken naar de goede velden. Afruilen vond hij niet erg. Want in het eindspel had hij aan een heel klein voordeeltje meestal wel genoeg. Een typisch voorbeeld:

Capablanca, J – Tartakower, S, New York, 1924.

Een echte Capablanca-stelling. Wit heeft de hele partij nog niets anders gedaan dan een beetje afruilen. Als je de stelling aan een computer laat zien, zegt ie vaak eerst dat zwart beter staat en na lang nadenken dat het gelijk staat of iets beter voor wit. In werkelijkheid staat wit gewonnen. Je hoeft alleen te begrijpen hoe het moet. En schaakmachine Capablanca begreep het!

35.Kf3-g3! Tc6xc3+ 36.Kg3-h4

Wit is een pion kwijt en zijn koning is weggejaagd uit het centrum. Wat is ie eigenlijk van plan? Zwart besluit nog maar een pion aan te vallen. Wit kan hem in elk geval niet dekken!

36… Tc3-f3 37.g5-g6! Tf3xf4+ 38.Kh4-g5 Tf4-e4 39.Kg5-f6

De aap komt uit de mouw.

Opgave 1: Wat dreigt wit?

Laten we nog eens terugkijken naar het vorige diagram. Zwart speelde daar 36. .. Tf3. Grappig genoeg zou wit op bijna iedere andere zet ook g5-g6 gevolgd door Kh4-g5 spelen. Daar staan de koning en de pion ideaal. Pion f5 gaat verloren en met zijn koning en zijn g-en f-pion duwt wit zwart snel van het bord. Probeer het maar!

39… Kf8-g8 40.Th7-g7+ Kg8-h8 41.Tg7xc7 Te4-e8 42.Kf6xf5

De 7e rij is het doel van bijna alle torenacties. Hier zie je maar weer eens waarom. Zwarts koning is afgesneden. Er dreigt iedere keer mat, zodat de zwarte toren alleen kan verdedigen. En wit begint op zijn gemak pionnen op te peuzelen.

42… Te8-e4 43.Kf5-f6 Te4-f4+

Opgave 2: Waarom speelt zwart niet gewoon 43. .. Te4xd4?

44.Kf6-e5 Tf4-g4 45.g6-g7+!

Hé, wat krijgen we nou?

Opgave 3: Waarom kan zwart nu niet gewoon 45… Tg4xg7 spelen?

45… Kh8-g8 46.Tc7xa7

Weten jullie wat ‘schwindelen’ is? Dat is proberen een slechte stelling te redden door een smerige truc. Ik stel voor zwart de volgende zetten voor: 46… b6-b5 46. a4xb5 Tg4-g5+ en als wit 47. Ke5-f6 speelt, doe ik 47… Tg5-g6+.

Opgave 4: Waarom mag wit niet gewoon 48. Kf6xg6 spelen?

Opgave 5: Hoe moet wit dan winnen?

46… Tg4-g1 47.Ke5xd5 Tg1-c1 48.Kd5-d6 Tc1-c2 49.d4- d5 Tc2-c1 50.Ta7-c7 Tc1-a1 51.Kd6-c6 Ta1xa4 52.d5-d6

Wit is met heel simpele zetten verder gegaan. Zwart gaf het hier op. Nog een paar vraagjes:

Opgave 6: Hoe wint wit het gemakkelijkst na 52. .. Ta4-d4 53. d6-d7 Kg8xg7?

Opgave 7: Hoe wint wit het gemakkelijkst na 52. .. Ta4-d4 53. d6-d7 Kg8-h7?

Oplossingen:

Opgave 1: Wit dreigt 40. Th7-h8 mat.

Opgave 2: Hè hè, wit dreigt weer 44. Tc7-c8 mat.

Opgave 3: Capablanca ruilt natuurlijk weer alles af. 45… Tg4xg7 46. Tc7xg7 Kh8xg7 47. Ke5xd5 Kg7-f7 48. Kd5-c6 Kf7-e7 (48… Kf7-e6 49. d4-d5+ en de pion loopt met hulp van de koning door.) 49. Kc6-b7 en wit pakt beide zwarte pionnen en loopt gewoon naar dame. Koning en dame tegen koning alleen kun je toch zeker wel winnen?

Opgave 4: 48. Kf6xg6?? is pat!

Opgave 5: Wit moet de g-pion niet dekken, maar zwarts d-pion slaan of met de b-pion doorlopen. Bijvoorbeeld: 48. Kf6-e5 Tg6-g5+ 49. Ke5-d6 en zwart mag kiezen hoe wit het uitmaakt.

Opgave 6: Gewoon een aftrekschaak 54. d7-d8D+ en zwart is alles kwijt.

Opgave 7: Het handigst is 54. g7-g8D+ Kh7xg8D 55. Tc7-c8+ Kg8-f7 56. d7-d8D Td4xd8 57. Tc8xd8 en wit wint gemakkelijk met Koning en Toren tegen Koning alleen. Dat weet je toch zeker ook wel?

Het fragment via de viewer:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Voor het overzicht klik hier.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.