Meer dan 60 minuten te laat (2)

Meer dan 60 minuten te laat (2)

Overmacht

Indien een speler in een wedstrijd van de KNSB meer dan 60 minuten te laat komt, verliest hij de partij. Als bovendien de helft plus één van de teamleden (dus vijf of zes) meer dan 60 minuten te laat komt, geldt de wedstrijd als niet gespeeld. Vervolgens kan de competitieleider het onvolledig of niet verschenen team straffen. Tot slot bepaalt de competitieleider een nieuwe datum waarop de wedstrijd alsnog moet worden ingehaald.

Indien het team ook bij de inhaalwedstrijd onvolledig verschijnt of geheel niet, wordt het voor twee jaar uitgesloten van deelname aan de competitie. Tenzij het team zich kan beroepen op overmacht.

Dit artikel gaat over de straffen die kunnen worden opgelegd bij het niet doorgaan van:

a. de wedstrijd

b. de inhaalwedstrijd

Het gaat in het bijzonder om de strafuitsluitingsgrond bij het beoordelen van de straf. Hoewel het KNSB-competitiereglement regelt dat het criterium van een strafuitsluitingsgrond bij de inhaalwedstrijd ‘overmacht’ is, past de competitieleider dit criterium ook toe bij de eerste wedstrijd. Dat nu is een te streng beleid.

Aantekeningen

  1. Straffen
  2. Overmacht
  3. Bij slechte weersomstandigheden eerder vertrekken
  4. Problemen bij het openbaar vervoer

1. Straffen

Indien een team na 60 minuten niet komt opdagen, kan een straf worden opgelegd. Dat is niet alleen zo bij de KNSB, maar ook bij andere sporten. Het KNSB-competitiereglement bevat twee artikelen voor het opleggen van een straf bij het niet doorgaan van:

a. de wedstrijd

b. de inhaalwedstrijd

Het niet doorgaan van de wedstrijd

In artikel 29.3 van het KNSB-competitiereglement is het volgende geregeld:

29.3. Na kennisneming van de omstandigheden welke tot het niet opkomen met tenminste zes respectievelijk vijf spelers hebben geleid, bepaalt de competitieleider de eventuele straf, welke bestaat in het in mindering brengen van twee matchpunten, dan wel een boete, waarvan het maximum door de Algemene Vergadering van de KNSB wordt vastgesteld, dan wel een combinatie hiervan.

Tevens kan de competitieleider bepalen dat de vereniging waarvan het team niet is verschenen, de kosten van de zaalhuur en arbiter van de nader vastgestelde wedstrijd of een deel daarvan betaalt en/of eventuele reiskosten van het wel verschenen team, berekend overeenkomstig artikel 35.

Het gaat niet om een verplicht op te leggen straf, maar om een mogelijk op te leggen straf. De eventuele straf bestaat uit:

a. het in mindering brengen van twee matchpunten of

b. het opleggen van een boete

c. een combinatie van a en b.

d. geheel of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van zaalhuur en arbiter en/of eventuele reiskosten van het wel verschenen team

Indien de competitieleider geen straf wil opleggen is het criterium daarvoor: ‘de omstandigheden die hebben geleid tot het niet komen opdagen van het team.’ Het is een open norm, de competitieleider heeft een eigen, vrije bevoegdheid die in te vullen.

Het niet doorgaan van de inhaalwedstrijd

Indien een team ook voor de tweede keer – dus bij de inhaalwedstrijd – niet komt opdagen geldt artikel 29.4 van het KNSB-competitiereglement, dat luidt:

29.4. Indien een tiental ook op de nieuwe wedstrijddag niet met ten minste zes spelers opkomt en een achttal niet met ten minste vijf spelers, wordt het voor de duur van de lopende en de volgende competitie van wedstrijden uitgesloten, tenzij het overmacht kan aantonen, zulks ter beoordeling van de competitieleider.

De competitieleider is dwingend rechtelijk verplicht de volgende straf op te leggen:

e. uitsluiting van wedstrijden voor de duur van de lopende en de volgende competitie, tenzij het team kan aantonen dat sprake is overmacht

Indien het team niet gestraft wil worden, is niet bepalend ‘de omstandigheden die hebben geleid tot het niet komen opdagen van het team’, maar: moet het team aantonen dat sprake was van overmacht. De bewijsplicht rust op het team.

Het verschil tussen beide gevallen

Het spreekt voor zich dat als een team voor de inhaalwedstrijd ook niet komt opdagen het een zwaardere straf moet krijgen. Zo gaat het immers altijd in het leven. Het is het beginsel van ‘een gewaarschuwd mens telt voor twee’. Indien iemand voor de tweede keer hetzelfde geintje uithaalt, volgt een zwaardere straf. Dit systeem komt ook voor in de FIDE-regels, vgl. artikel 12.8.

Uiteraard worden bij een herhaling zwaardere eisen aan een beroep op een strafuitsluitingsgrond gesteld dan bij de eerste keer. Een team kan doorgaans niet dezelfde reden opgeven die het ook heeft gegeven bij de eerste verhindering. Het is dan ook begrijpelijk dat de regelgever bij de herhaling het zwaardere criterium ‘overmacht’ hanteert als strafuitsluitingsgrond.

2. Overmacht

De vraag rijst hoe bij de eerste wedstrijd het begrip ‘de omstandigheden die hebben geleid tot het niet komen opdagen van het team’ moet worden uitgelegd. Het is een vrije bevoegdheid van de competitieleider om dat uit te leggen. Hij is degene die die norm invult. Echter, dat wil nog niet zeggen dat de competitieleider maar mag doen wat hij wil. Hij moet zorgvuldig en redelijk handelen. De commissie van beroep kan zijn beleid toetsen. Die toets is niet ‘hoe zou de commissie die vrije bevoegdheid hebben uitgelegd?’, maar: is het redelijk dat de competitieleider die bevoegdheid zo heeft uitgelegd? Dat is een marginale toets.

Mag de competitieleider voor het invullen van zijn open norm dezelfde strafuitsluitingsgrond hanteren die ook geldt bij de inhaalwedstrijd?

De competitieleider vindt van wel. Hij past het begrip ‘overmacht’ ook toe als strafuitsluitingsgrond bij de eerste wedstrijd. Echter, als het zo moet had dat criterium ook wel gestaan in artikel 29.3. Het beleid van de competitieleider voldoet dan ook niet aan de redelijkheidstoets. Zijn beleid is onredelijk, en dus onjuist.

Ik had het logischer gevonden dat bij het eerste voorval aansluiting wordt gezocht bij een criterium als ‘opzet’ en of ‘ernstige verwijtbaarheid’.

Denk in het eerste geval aan het voorbeeld dat een team weet dat twee spelers te laat zullen komen. Dan heeft dat team al twee nullen te pakken. Calculerend gedrag kan ertoe leiden dat vier andere teamleden zogenaamd ook een uur te laat komen. Met als gevolg dat de wedstrijd moet worden ingehaald. Om die truc tegen te gaan moet de omstandigheid worden onderzocht van het te laat komen. Het criterium is dan de opzet. Omdat vier leden opzettelijk te laat kwamen krijgt het team een straf.

Hierna volgen twee uitspraken die gaan over het niet doorgaan van de wedstrijd. Het gaat om voorvallen waarin voor de eerste keer een team te laat is. De competitieleider past in beide gevallen het overmachtcriterium toe. In het eerste geval beslist de competitieleider dat geen sprake is van overmacht. Om het effect van die beslissing te begrijpen, bedenkt u zich eens het volgende:

Stel, dat het voorval zich had voorgedaan bij de inhaalwedstrijd. Wat had u in dat geval beslist als u de competitieleider was geweest?

In een volgend artikel zal ik meer voorbeelden geven van het afwijzen van het overmachtcriterium. En ook in die gevallen geldt de vraag die ik hiervoor heb gesteld. Het zou mij niets verbazen dat als de straf zo zwaar is (twee jaar uitsluiting aan deelname aan de competitie) er vanzelf een grote druk komt om het begrip ‘overmacht’ sneller van toepassing te verklaren. Kortom, we hebben te maken met een criterium dat niet werkt.

3. Bij slechte weersomstandigheden eerder vertrekken

De volgende zaak dateert nog van de tijd waarin in het KNSB-competitiereglement kennelijk was geregeld dat het bestuur bevoegd is straffen op te leggen. Tegenwoordig is geregeld dat de competitieleider die bevoegdheid heeft.

De beslissing van het bestuur van de KNSB

Bestuur van de KNSB

Klasse 1B 2000-2001

3 februari 2001

‘Bij de wedstrijd De Pion – SMB 2 in klasse 1B van de KNSB-competitie, die was vastgesteld op 3 februari 2001 om 12.00 uur, waren op die datum om 13.00 uur niet tenminste zes spelers van SMB 2 aanwezig. Even na 13.00 uur is SMB 2 compleet aanwezig. In verband met danslessen ‘s avonds moet de speelzaal om 18.45 uur ontruimd zijn. De wedstrijd wordt niet gespeeld. Conform artikel 30 lid 1 van het KNSB-competitiereglement bepaalt de competitieleider een nieuwe datum en plaats voor de wedstrijd.

Het bestuur heeft zich beraden over de vraag of SMB 2 een straf dient te worden opgelegd en zo ja welke. Het bestuur heeft daarbij kennisgenomen van de volgende stukken: een brief van wedstrijdleider van 3 februari, een brief van De Pion van 4 februari, een brief van SMB 2 van 6 februari en een brief van De Pion van 6 februari.

SMB 2 heeft een beroep gedaan op overmacht en daarbij het volgende aangevoerd. SMB 2 heeft afgesproken om 10.30 uur op station Nijmegen CS om met acht man en twee auto’s naar Roosendaal te gaan. De overige twee spelers zouden vanuit andere plaatsen op eigen gelegenheid naar Roosendaal gaan. Een van de autobestuurders vanuit Nijmegen moet uit Wychen (10 km van Nijmegen, reisduur normaal 15 minuten) komen. Hij constateert zaterdagochtend om 9.30 uur dat het fors heeft gesneeuwd. De avond ervoor, toen hij om 22.00 uur thuis kwam, viel er slechts natte sneeuw. Hij vertrekt om 10.00 uur. Onderweg komt zijn auto door sneeuw en gladheid twee keer dwars te staan, een keer op de oprit van de snelweg. Hij rijdt over dezelfde weg die hij later ook met het team naar Roosendaal moet rijden. Hij komt om 10.45 bij station Nijmegen CS aan. Daar wordt besloten dat het veiliger is om met de trein te gaan. De acht spelers nemen de trein van 11.08, die volgens de dienstregeling om 12.35 uur in Roosendaal moet aankomen. Aangezien deze trein ruim 20 minuten vertraging had, kwam deze trein pas kort voor 13.00 uur in station Roosendaal aan.

Het bestuur is van oordeel, dat het voor een goed verloop van de competitie noodzakelijk is, dat overmacht niet snel dient te worden aangenomen, en dat iemand die te laat vertrekt, nooit een beroep kan doen op overmacht, ongeacht welke tegenslag hij onderweg ondervindt. De speler die uit Wychen kwam, wist op vrijdagavond om 22.00 uur, dat er natte sneeuw op de weg lag. Dit had deze speler erop moeten attenderen, dat hij de volgende dag wellicht problemen zou krijgen bij de reis naar Roosendaal. Hij had zo alert moeten zijn om op zaterdagmorgen tijdig de toestand van de wegen in ogenschouw te nemen om te kunnen beoordelen of hij niet veel eerder moest vertrekken. Het valt hem te verwijten, dat hij pas om 10.00 uur vertrok, hetgeen gezien de toestand van de wegen kennelijk veel te laat was. Niet alleen de speler uit Wychen, maar ook de andere spelers van SMB 2 valt echter een verwijt te maken. Toen de speler uit Wychen om 10.30 uur niet aanwezig was, hadden de andere spelers een beslissing moeten nemen om een auto met vier of vijf spelers reeds te laten vertrekken, of, indien men autorijden gezien de toestand van de wegen onverantwoord achtte, vijf of zes spelers met de trein te laten vertrekken, terwijl de overige een of twee spelers de speler uit Wychen konden opvangen. Dat dit niet is gebeurd, valt SMB 2 te verwijten.

Op grond van het bovenstaande is het bestuur van oordeel, dat het beroep van SMB 2 op overmacht faalt. Het bestuur vindt het een ernstige zaak, dat SMB 2 onvoldoende moeite heeft gedaan om met tenminste zes spelers een uur na het vastgestelde aanvangstijdstip aanwezig te zijn. Met inachtneming van artikel 30 lid 2 van het KNSB-competitiereglement bepaalt het bestuur, dat SMB 2 twee matchpunten in mindering worden gebracht,’ aldus het bestuur.

4. Problemen bij het openbaar vervoer

Het volgende geval deed zich voor in 2001. Bedacht moet worden dat tegenwoordig op www.ns.nl staat vermeld waar vertragingen zijn.

Competitieleider KNSB

Klasse 3D 2001-2002

24 november 2001

‘Aan de teamleiders van VAS 2 en Paul Keres 3

inzake: te laat komen Paul Keres 3 op 24 november 2001

Ten aanzien van het te laat komen van zes spelers van Paul Keres 3 heb ik kennis genomen van een mail-brief van A van 26 november 2001 namens Paul Keres 3 en van een mail-brief van 26 november 2001 van B namens VAS 2. Verder heb ik een telefoongesprek gevoerd met speler C van Zeist. Ik heb verder geconstateerd dat het niet mogelijk was op korte termijn betrouwbare informatie van NS te krijgen.

De verklaring van A komt op het volgende neer. Het aanvangstijdstip was 13.00 uur. Zes spelers van Paul Keres 3 hadden het volgend reisplan. Om 12.02 uur de intercity-trein nemen richting Amsterdam. Om 12.25 uur uitstappen op station Amsterdam Amstel. Dan met de metro naar metrostation Weesperplein en dan lopen naar de speelzaal van VAS.

Om ongeveer 12.00 uur kwam de intercity station Utrecht CS binnengereden. Er werd omgeroepen dat deze trein zou worden omgeleid via Hilversum naar Amsterdam CS en niet zou stoppen in Amsterdam Amstel. Reizigers met bestemming Amsterdam Amstel werd aangeraden deze trein toch te nemen en vanaf Amsterdam CS terug te reizen naar station Amstel. De zes spelers stapten in. Tot Hilversum, waar de trein niet stopte, ging het goed. Daarna reed de trein zeer langzaam en stond hij regelmatig stil. Rond 13.10 uur kwam de trein in de buurt van Amsterdam CS. Daar bleef de trein een half uur stilstaan buiten het station. Uiteindelijk bleek geen perron op Amsterdam CS beschikbaar en reed de trein zonder in Amsterdam CS te stoppen door naar station Sloterdijk, waar de trein om 13.50 arriveerde. De zes spelers namen vervolgens de sneltram naar metrostation RAI, waar ze ongeveer 14.05 aankwamen, daarna de metro naar station Weesperplein waar ze om ongeveer 14.15 uur aankwamen en om 14.20 uur waren zij in de speelzaal.

Zeist moest uitspelen tegen VAS 1. Zeven spelers van Zeist gingen met de auto. Een speler van Zeist ging met de trein. Dat was C. Deze vertelde het volgende. Hij wilde voor de wedstrijd nog winkelen in Amsterdam. Daarom ging hij extra vroeg weg. Hij nam de trein uit Utrecht CS van 11.16 naar Amsterdam. Om ongeveer 11.45 uur was de trein vlakbij station Amsterdan CS. Daar bleef de trein anderhalf uur stil staan. Na anderhalf uur mochten de reizigers de trein verlaten om te voet over de rails te lopen naar station Amsterdam CS. C kwam ongeveer 13. 45 uur in de speelzaal van VAS aan.

Het verhaal van C bevestigt het verhaal van Paul Keres 3, dat het treinverkeer bij station Amsterdam CS een chaos was. Ik heb geen reden te twijfelen aan het relaas van Paul Keres 3. Ik vind dat Paul Keres 3 overmacht voldoende heeft aangetoond. Ik zal Paul Keres 3 terzake het op 24 november 2001 meer dan een uur te laat komen dan ook geen sanctie opleggen,’ aldus de competitieleider.

(wordt vervolgd)

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.