De Telegraaf schaakrubriek 17 maart 2012

Hans Böhm

Talenten onder elkaar

Talent is een goddelijk gegeven maar de mens moet er wel wat mee doen. Je ziet vaker dat kinderen die zich opvallend onderscheiden van leeftijdgenoten in kennis, sport of muziek tien jaar later weinig meer boven de anderen uitsteken, dan dat hun talent daadwerkelijk is uitgegroeid. Talent moet getraind worden en vergis u niet, in ieder succesvol talent zitten duizenden trainingsuren. Daarom is het spannend als een kind uitzonderlijk goed is, niemand weet nog wat de toekomst zal brengen.

In de KNSB-competitiewedstrijd klasse 1A tussen En Passant (Bunschoten) – Unitas (Groningen) zaten aan het eerste bord Jan Smeets en Jorden van Foreest. Smeets is tweevoudig kampioen van Nederland, 2008 en 2010; als jeugdspeler won hij in 2002 op zeventienjarige leeftijd de Young Masters Group van het Euro Chess Tournament. In de laatste WK-tweekamp in Sofia 2010 tussen Viswanathan Anand en Veselin Topalov behoorde Smeets bij het secondantenteam van uitdager Topalov. Topalov verloor toen nipt met 6,5-5,5 en dat lag niet aan zijn secondanten. Sindsdien combineert Smeets zijn schaakactiviteiten met de studie economie aan de Erasmus Universtiteit in Rotterdam.

Jorden van Foreest is pas dertien jaar maar er is al veel over hem te vertellen. Zijn betovergrootvader was (officieus) kampioen van Nederland in 1889, 1893 en 1902. Jorden heeft de Jong Oranje-status zodat hij binnenkort naar het EK en het WK gaat en hij wordt ondersteund door de KNSB in zijn gehele trainingsprogramma. Jorden heeft hetzelfde grote talent als Jan Timman, Daniël Stellwagen, Anish Giri, Robin van Kampen en Jan Smeets op diezelfde leeftijd. Wordt hij meer dan een goede grootmeester?

J. van Foreest – J. Smeets, 10 maart.

(de aantekeningen zijn mede gebaseerd op commentaar van de spelers na afloop).

1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 a6

De Kan-variant van het Siciliaans. Wit heeft vele voortzettingen, van positioneel tot agressief, maar Jorden gaat daar een beetje tussenin zitten.

5.Ld3 Lc5 6.Pb3 La7 7.0-0 Pc6 8.Dg4 Pf6!?

Met elan gespeeld. Zwart laat tevens merken dat hij het totale gevecht aan wil. Het lijkt logisch om nu door te bijten met 9.Dxg7 Tg8 10.Dh6 Pe5 11.Pc3 en zwart heeft natuurlijk compensatie voor de pion maar Lc8 en Ta8 doen voorlopig niet mee.

9.Dg3!? d6 10.Pc3 b5 11.Le3?!

Met de ruil van de lopers van de zwarte velden worden de witte aanvalskansen beduidend minder. Zwart is gelijk uit de problemen en heeft een gelijkwaardige stelling. Wit houdt alle opties open na bijvoorbeeld 11.a4 b4 12.Pd1. Het lijkt erop dat Jorden de openingsfase risicoloos wil spelen. Dat is zeer verstandig tot een bepaald niveau maar tegen goede grootmeesters moet je elke kans pakken want anders ga je dat later bezuren.

11…Lxe3 12.Dxe3 e5 13.Td1 Le6 14.Lf1 0-0 15.Td2

Het lijkt alsof wit pion d6 kan winnen maar dat is schijn: 15.Dd3 Db6! 16.Dxd6 Lxb3 17.axb3 Tf-d8 18.Da3 Pg4 en zwart wint op f2.

15…Dc7 16.Ta-d1 Tf-d8 17.f4 Pg4 18.Dg3 Pf6

En wat nu als wit zijn zet had herhaald met 19.De3? “Dan had ik 19…h6 gedaan en gaan we gewoon verder,” zei Jan.

19.fxe5!? dxe5 20.De3 Pb4?!

Dat geeft wit plotseling de mogelijkheid om actief te worden. Meer in lijn met de stelling lag 20…Lxb3 21.axb3 Txd2 22.Txd2 Pd4 en wit staat onder een algehele druk en hij komt daaruit moeilijk los.

21.Dc5! Dxc5 22.Pxc5 Txd2 23.Txd2

Met remiseaanbod. “Ook al is de stelling nu in evenwicht, dat durfde ik op die leeftijd niet tegen een speler zoals ik nu ben”. Misschien is dat juist wel een positief onderscheid voor Jorden.

23…Pxa2 24.Pxa2?!

Ziet er op het oog goed uit, met die ingesloten loper straks, maar betere kansen bood 24.Pd5 Lxd5 25.exd5 en wit heeft in d6 een sterke troef.

24…Lxa2 25.b3 Kf8 26.Ld3 Ke7

La2 mag dan ingesloten staan, Pc5 heeft ook weinig velden. Bijvoorbeeld 27.Td1 a5 28.Ta1 Kd6. Wit kan het beste de stelling handhaven met 27.h3 en het aan zwart overlaten hoe het probleem van La2 op te lossen. Het probleem daarbij is dat de koning niet over de d-lijn kan komen: 27.h3 Kd6 28.Pxa6. Jorden doet nu een serie mindere zetten, hij verdedigt niet goed in slechtere stelling.

27.c3? Tc8 28.b4 Le6 29.Pxa6? Txc3 30.Lxb5? Tc1+

en wit geeft op vanwege de vork op e4.

Toch een mooie vechtpartij waar veel uit te leren valt voor ons jongste talent. “Hij kan goed worden,” was de slotconclusie van Jan Smeets en hij kan het weten.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.