HDC Media schaakrubriek 14 april 2012

Johan Hut

Gooi- en Eemlander, Noord-Hollands Dagblad, Haarlems Dagblad/IJmuider Courant, Leidsch Dagblad

Meesterwerken van schrijver Timman

In het Hogeschool Zeeland Toernooi in Vlissingen speelde Richard Vedder in 2004 met wit tegen grootmeester Merab Gagunashvili uit Georgië. Na 72 zetten stond de eerste diagramstelling op het bord.

Zwart dreigt Th4 en slaan op g4, want met toren en loper van een toren winnen zal tegen een sterke tegenstander niet lukken. Daar kwam bij dat Vedder nog één minuut had en Gagunashvili nog een halfuur. Een mogelijkheid om Th4 te verhinderen was 73.Ke6, om Th4 met Lf6 te beantwoorden. Vedder, in zijn laatste minuut, meende dat dat ook op een andere manier kon.

73.Ld6? Th4! 74 Le7+ Kf4 75.Lxh4

Klaar, dacht Vedder, en hij kreeg inderdaad een hand van zijn tegenstander. Maar terwijl hij van binnen juichte, hoorde hij een toeschouwer zeggen: “Nice stalemate, I can use that for a study.” Stalemate? Dat betekent pat, zwart staat pat en Gagunashvili had Vedder een hand gegeven om de remise te bezegelen. Later in het clubblad schreef Vedder met de hem kenmerkende humor: “Ik weet nu hoe het voelt om van een grootmeester te winnen, ik heb het twee seconden gevoeld.”

Die toeschouwer was Yochanan Afek. De in Amsterdam wonende Israëliër is vooral deskundig op het gebied van eindspelstudies. Hij componeert ze zelf, is ook arbiter bij compositiewedstrijden en weet er alles van. Terug in zijn hotelkamer zag hij in zijn enorme database dat het thema van het slot Vedder-Gagunashvili al eerder voor een studie was gebruikt. Daarop besloot hij er niet zelf mee aan de slag te gaan.

De partijen uit Vlissingen gaan binnen een dag de hele wereld over en kunnen via schaaksoftware snel worden nagespeeld. Uiteraard werpt ook Jan Timman dagelijks een blik op de belangrijkste partijen en hij vond de wending wel leuk genoeg om zelf een studie met dat thema te componeren. We beginnen bij diagram 2.

De opgave luidt: wit begint en maakt remise.

Het is een moeilijke studie, want het is zeker niet makkelijk om te zien dat de stelling na 1.Lxe6 Pd3+ 2.Ke3 Pxc5 3.Lf7 Lf5 gewonnen is voor zwart, maar het is het wel.

1.Tc4+ Kb3 2.Txf4

Hier is volgens Timman 2.Lxe6 Pxe6 3.Tc6 Lf5 gewonnen voor zwart, die zijn koning dichterbij kan brengen. Ook dat is niet makkelijk te zien.

2…Txe5 3.Td4 Kc3

Na 3…hxg4 4.Txg4 kan wit met f4 de laatste pionnen afruilen.

4.Td1 Lc2 5.Tg1 hxg4

Nu is na 6.Txg4 Ld1 de zet f4 niet mogelijk.

6.f4!!

De mooiste zet van de studie.

6…gxf4 7.Txg4 Tf5 8.Kf3 Ld1+ 9.Ke4 Lxg4

Pat. Op dezelfde manier als bij Vedder-Gagunashvili.

Timman nam deze studie op in zijn boek ‘The Art of the Endgame, My Journeys in the Magical World of Endgame Studies’, dat onlangs verscheen bij uitgeverij New in Chess. Timman maakte zelf meer dan tweehonderd studies en is waarschijnlijk de grootste schaker in de geschiedenis die zowel wedstrijdschaak als eindspelstudie op topniveau bedreef. In het boek geeft hij een schematische ordening van studies van hemzelf en van anderen. Zeven maanden werkte hij er intensief aan, met als doel zijn liefde voor de eindspelstudie op anderen over te brengen. Wie meer wil weten over deze tak van sport, kan zich geen betere gids wensen dan Jan Timman.

Direct na dit boek begon Timman aan het boek ‘Schakers, portretten’, dat verscheen bij De Bezige Bij. Het bevat tien verhalen, waarvan er vijf eerder verschenen in Matten of New in Chess Magazine. Er zijn portretten van schakers tegen wie hij nooit heeft kunnen spelen (Aljechin, Botwinnik, Fischer; de laatste twee heeft hij wel ontmoet), schakers tegen wie hij wel heeft gespeeld (Larsen, Tal, Spasski, Kasparov), schakers tegen wie hij speelde en met wie hij goed bevriend is (Andersson, Polgar) en ten slotte Magnus Carlsen, tegen wie hij wel speelde maar die toch echt van na zijn tijd is. Uiteraard levert dat verhalen op van diverse soorten, want wat Timman niet heeft gedaan is objectieve biografieën schrijven. Het zijn verhalen over hoe de levens van de tien schakers raakten aan zijn eigen leven. Daarom is het verhaal over zijn vriend Andersson van een andere orde dan dat over Aljechin, die al was overleden toen Timman werd geboren.

In het hoofdstuk over Carlsen vertelt Timman hoe hij (Timman) als twaalfjarige de moeilijke keuze had tussen een schoolkamp en een schaaktoernooi. Vanuit die ervaring legt hij uit hoe hij Carlsen begrijpt. Zo is Timman zelf de elfde hoofdpersoon in het boek. Ik vind Timman geen literaire kunstenaar, maar iemand die heel veel te vertellen heeft over de schaakgeschiedenis en zijn rol daarin en dat op een prettig luchtige manier doet. Een heerlijk schaakboek, vol anekdotes en wetenswaardigheden.

Meer informatie over beide boeken: www.newinchess.com.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.