Schaakrubrieken 5 mei 2012

Schaaksite.nl is een site voor iedere geïnteresseerde in het schaken.

Daarom mag aandacht voor de schaakrubrieken in de landelijke bladen niet ontbreken.

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken.

Hans Ree

Zijn rubriek ‘Dick van Geet, een zelfdenker ’begint met:

´Dick van Geet, die afgelopen zondag op tachtigjarige leeftijd overleed, schaakte tot voor kort nog enthousiast voor zijn club Doorn/Driebergen en in correspondentietoernooien en internationale wedstrijden, en al begon hij zijn partijen al tientallen jaren zelden of nooit meer met de zet 1. Pc3, toch zal hij in de schaakwereld vooral bekend blijven als de man van de Van Geet-opening: 1.Pc3.

Er zijn niet veel Nederlanders naar wie een opening genoemd is. We hebben het Van Duijn-gambiet en de Van Geet-opening, maar Euwe, Timman en Sosonko zijn niet met een naamgeving beloond voor hun grote bijdragen aan de openingstheorie.

Van Geets opening is overigens in de literatuur ook naar andere schakers genoemd, zelfs naar Napoleon. In 2003 verscheen een Duits boek van Harald Keilhack, Der Linksspringer 1.Sc3, van 400 bladzijden. Als Van Geet zijn opening toen al niet had opgegeven, was dit het juiste moment geweest. Hij wilde zijn tegenstanders altijd op onbekend terrein lokken, en als er een boek van vierhonderd pagina’s bestaat over je eigen ’onbekende’ opening dan moet je daar wegwezen.’

Hij behandelt de partij Arturo Pomar – Dick van Geet, Hoogovens Beverwijk 1967.

De schaakopgave deze week is een stelling uit de partij Bosko Abramovic – Miroslav Markovic, kampioenschap Servië 2012.

Wit begint en wint

Oplossing: ´1.Txf7+ Kg8 (of 1…Kxf7 2.Db3 Kg7 3.Th7+ Kxh7 4.Df7+ enmat) 2.Th8+ Kxf7 (of 2…Kxh8 3.Dh1+ en mat) 3.Db3+ Kg7 4.TH7+ en zwart gaf op. Hij gaat mat.’

Gert Ligterink

Zijn rubriek Gelfand, bewaker van de klassiek traditie begint met:

Om in de stemming te komen voor de aanstaande WK-match herlas ik enkele artikelen die in de afgelopen 25 jaar over uitdager Boris Gelfand zijn geschreven. Vele complimenten vallen hem ten deel, maar de meeste waardering krijgt hij voor zijn rol als bewaker van de klassieke traditie van het spel. Weinig schakers zijn zo strijdvaardig als daaraan wordt gemorreld.

Gepassioneerd pleegt Gelfand van leer te trekken als hem gevraagd werd of het traditionele trage spel zijn langste tijd had gehad. `U wilt hoogstaande partijen zien? Geef ons dan de tijd. Belangrijke beslissingen in een schaakpartij kunnen niet in enkele seconden worden genomen.’ Collega’s als Grischuk en Tkachiev, die aan het rapid- en blitzspel de voorkeur geven boven het klassieke schaak worden streng door hem terechtgewezen.

Lees meer …

Hans Böhm

Zijn rubriek’ De morele winnaar ’ begint met :

Als een gevecht gelijk eindigt, wil men toch graag een winnaar aanwijzen en dat is dan ‘de morele winnaar’. Dat kan de jongste zijn of juist de oudste, of degene met een handicap, of degene die de meeste kansen heeft gehad. Natuurlijk zijn al die overwegingen achteraf arbitrair en de echte sportman zal zelden een excuus aandragen voor het feit dat hij niet gewonnen heeft. Hoe vaak gebeurt het niet dat juist degene met een blessure wint? Er komen dan vreemde krachten los: het publiek kiest voor de underdog, er komt meelij met de tegenstander. Het uitspelen van een blessure is een oervorm van overleven: zoals de plevier speelt dat zijn vleugel gebroken is om vijanden weg te lokken van zijn nest. De Engelse grootmeester Anthony Miles speelde een van zijn beste toernooien liggend op een brancard, omdat hij rugproblemen had. De tegenstanders hadden geen antwoord op de gewijzigde omstandigheden.

Voor de volledige column klik hier.

Bab Wilders

Voor zijn rubriek met een tweezet van David Shine , met boekbesprekingen en een analyse van de partij Anad – Gelfand klik hier.

Johan Hut

Zijn rubriek Topjeugd mijdt nationale titelstrijd begint met:

Toen Jan Timman twaalf jaar was, werd hij jeugdkampioen (tot twintig jaar!) van de Haagse Schaakbond. Daarom mocht hij in de paasvakantie meespelen in het Nederlands jeugdkampioenschap, wat hij tegen al die grote jongens een uitdaging vond. Maar hij mocht in plaats daarvan ook naar het paaskamp van zijn school, wat hem ook erg leuk leek. Hij koos voor het schaken en werd gedeeld vierde. Een jaar later ging hij naar het paaskamp, maar op zijn veertiende koos hij opnieuw voor het schaken. Hij werd de jongste Nederlands jeugdkampioen in de geschiedenis, een record dat nog steeds niet is verbroken. Maar wat zou er gebeurd zijn als het toernooi op een mislukking was uitgelopen, zo vraagt Timman zich af in zijn recente boek ‘Schakers, portretten’. Zijn antwoord: dan had hij zitten sippen over de gemiste kans met zijn schoolgenoten.

Voor de volledige rubriek klik hier

Henk Prins

Een bekend gegeven in de schaakwereld is dat oplossers van schaakopgaven in groepen zijn in te delen. Zo is er een groep die graag stellingen vanuit de praktijk, ofwel vanuit de schaakpartij, oplossen. Voor die groep is een mooi offer, het liefst rond de koningsstelling, met een berekenbaar vervolg tot mat of stukwinst, een lust. Een andere groep oplossers kan genieten van een schaakprobleem. Deze laat zich niet afschrikken door een stelling waarbij alles `in` staat en geen evenwichtige materiaalverhouding is te bekennen tussen wit en zwart. Het gaat in die opgaven puur om mat in een gegeven aantal zetten. Deze groep geniet van de fraaie onverwachte sleutelzet en van de fijnzinnige matzetten na de zwarte verdedigingen. Het mag duidelijk zijn, de eerste groep heeft een band met de schaakpartij, de tweede groep bestaat uit puzzelliefhebbers. Eindspelstieoplossers zijn een derde groep. Hen beschouw ik als een verbinding tussen de twee eerste groepen.

Twee partijstellingen en een schaakprobleem zijn de opgaven die aan de beurt zijn om toe te lichten. Voor elke groep wat wils.

791. Partijstelling Grichuk – Avrukh. Stelling; Kg1,Dd4,Td1,Lb4,Lf1,a5,b2,f2,g3,h3; Kg8,Da4,Td8,Ld6,Pe7,a7,b7,f7,g6,h7. Wit wint met 1. b3! Dxb3 2. Lc3 Kf8 3. Lc4 Da4 4. Dh8+ Pg8 5. Dg7+ Ke8 6. Dxf7 mat.

792. Partijstelling Robson-Bok. Stelling: Kh1,Dc2,Td1,Tf1,Le4; Kh8,Df8,Tb8,Lc8,Ld4,b5, c5,f4,g4,h6. Wit wint met 1. Txd4! cxd4 2. Dc7 1-0.

Tweezet 793 van mij, werd door Frank Christiaans economischer gemaakt. Het nieuwe probleem gaat als co-productie de geschiedenis in.

De witte dame van d4 staat in de penning met La1. Wit wil graag de dame gaan gebruiken en probeert 1. Tc3? als sleutelzet. Er dreigt nu 2. Dc4 mat. Zwart weerlegt dit met 1. ..Pe5! Op 1. …Txb4 komt 2, Dxd7 mat. Ook te proberen valt 1. Lc3? Nu is de dreiging 2. Dd5 mat. Nu komt er op 1. …Txb4 2. Dxb4 mat. Zwart weerlegt met 1. …Pf6!

De oplossing is 1. Lc8! Er dreigt 2. Lxd7 mat. Op 1. …Pf6 komt 2. Dc4 mat en op 1. …Pe5 2. Dd5 mat. Beide mats zijn mogelijk geworden door ontpenning van de dame door het zwarte paard. De weerleggingen van de verleidingen geven in de oplossing de matzetten omgekeerd vanuit de verleidingen. Dit heet het Hannelius-thema,

In de verleidingen staat de witte toren en de witte loper op c3 elkaar in de weg, waar zwart gebruik van maakt met zijn weerlegging. Dit heet een witte Grishaw.

Rini Kuijf

Uit zijn rubriek ‘Dagschaak’ opgave A5779 voor beginners en B5779 voor gevorderden.

A5779 Wit aan zet heeft een sterke zet welke?

B5779 Zwart aan zet wint hoe ?

Gert Ligterink, 11 mei 2012

Dick van Geet 1932-2012

Dick van Geet was een schaker die ik in clubwedstrijden liever ontweek. Hij was een innemend mens en zijn gedrag achter het bord was onberispelijk, maar ik voelde me ongemakkelijk als ik tegenover hem zat. Met zo veel zelfvertrouwen speelde hij zijn zelf bedachte openingsvarianten dat ik bang was meegesleurd te worden naar een terrein dat alleen aan hem bekend was.

De bekendste van die eigenzinnige openingsvarianten heeft de tand des tijds goed doorstaan, want ook in 2012 roept iedere Nederlandse schaker onmiddellijk Van Geet bij de zet 1. Pc3. Hij schreef een goed verkocht boekje over zijn lijfopening dat me indertijd verleidde tweemaal zelf met 1. Pc3 te beginnen. Tegen respectabele tegenstanders liep het beide keren goed af.

Toen vorige week het bericht kwam dat Van Geet op 80-jarige leeftijd was gestorven, sprak ik een jonge schaker die de naam van de overledene alleen kende van de zet 1. Pc3. Tot zijn verbazing had hij in een in memoriam gelezen dat Van Geet internationaal meester was: `Mensen die zulke openingen spelen worden meestal geen meester. Toch knap’, voegde hij eraan toe.

Er is de afgelopen vijftig jaar kennelijk niet veel veranderd. Naar schakers die in het spel hun eigen weg kiezen wordt gekeken met een mengeling van verbazing, afkeuring en jaloezie. Zo was het ook in de periode 1964-1967, toen Van Geet triomfen vierde in drie Hoogovenstoernooi Hij behaalde in Beverwijk zijn meestertitel en eenmaal, in 1967, was hij zelfs de sensatie van het toernooi. Maar daarover later meer.

Lees meer …

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.