Vijf vicepresidenten van de FIDE (3)

Vijf vicepresidenten van de FIDE (3)

Nigel Short flip flopt verder

Op 3 juli 2012 heeft het Hof van Arbitrage voor Sport beslist in een anderhalf miljoen dollar kostende arbitragezaak die de Engelse en Georgische Schaakbond hebben ingesteld tegen de FIDE. Zij hebben die zaak verloren. Vervolgens probeert Nigel Short, Afgevaardigde van de Engelse Schaakbond in de FIDE, die procedure te rechtvaardigen. Hij heeft een (eerste) reactie gestuurd naar enkele sites. Vervolgens heeft de penningmeester van de FIDE, Nigel Freeman, daarop gereageerd. Dat is weer aanleiding voor Nigel Short voor een tweede reactie. Die reactie geef ik hieronder weer, gevolgd door mijn commentaar. Dat de geheime geldschieter één miljoen dollar heeft verloren, is zijn eigen schuld dikke bult. Echter, het is erg dat de FIDE half miljoen dollar aan deze dwaze procedure heeft moeten spenderen. Dat geld had nuttiger besteed kunnen worden. Bijvoorbeeld aan schaken voor de jeugd. Laten we hopen dat de Afgevaardigde van de KNSB in de Algemene Vergadering van de FIDE hierover scherpe vragen gaat stellen aan Nigel Short.

Overzicht van aantekeningen

  1. De tweede reactie van Nigel Short
  2. Klasje democratie
  3. Mond open doen in Algemene Vergadering
  4. Beroerde kwaliteit van regels
  5. De papegaaientaktiek

‘102. Het panel heeft opnieuw de memories van beide partijen bekeken en naar behoren overwogen. Het merkt op dat deze memories op zijn minst op het eerste gezicht enige kwesties aan de orde stellen die gaan over de duidelijkheid van de FIDE Statuten en het Kiesreglement en over het interne bestuur van de FIDE. Echter, nu is besloten dat CAS 2011/A/2392 niet-ontvankelijk is, wil het Panel in deze beslissing niet ingaan op de gronden van de partijen, zoals hierboven uiteen zijn gezet in paragraaf VIII.

103. Toch wil het Panel de FIDE aanmoedigen kritisch te kijken naar de praktijk van de afgelopen tijd gelet op de tekst van haar statuten en reglementen, om op die manier een passend niveau van transparantie te behouden in haar besluitvorming.

109. In het licht van het succes van verweerder in het bestrijden van beide eisen van de eisers overweegt het Panel dat een bijdrage door de eisers in de kosten van verweerder is geboden. Echter, het Panel overweegt dat de omvang van zo’n bijdrage moet worden beperkt in het licht van het feit dat de onaangename minachting van verweerder voor constitutionele formaliteiten op het Congres van de FIDE, dat – door onder meer het creëren van een mate van onduidelijkheid over de aard van de aanstelling van de vijf vicepresidenten – door de FIDE had moeten worden begrepen als het veroorzaken van een mogelijke tweedracht en tot het indienen van eisen.

Toen onlangs de FIDE haar voorstellen voor wijzigingen van de Statuten en het Kiesreglement indiende, probeerde zij net te doen alsof deze wijzigingen niets voorstelden en voorzag zij het van een minimale uitleg over wat er aan de hand is. In wezen blijven de hoognodige wijzigingen van het Panel van het Hof in stand, omdat de voorstellen van de FIDE onduidelijk zijn, tegenstrijdig, geschreven in slecht Engels, en uit op eigen belang: let op de mogelijkheid dat zij de President van de FIDE het recht geeft een onbeperkt (cursivering Nigel Short) aantal vicepresidenten te benoemen!

Daar staan tegenover de wijzigingen die White & Case heeft voorgesteld en die onder alle leden van de FIDE werden verspreid in een poging om de regelgeving van de FIDE te professionaliseren. De voorstellen van White & Case laten onder meer zien, wie wie benoemt, waneer en hoe. Ze zijn ook duidelijk, consistent, geschreven in goed Engels (van fundamenteel belang voor het opstellen van wetten of regelgeving) en gebaseerd op internationaal aanvaarde beginselen van goed bestuur (bedenk dat het advies van White & Case alleen slaat op de belangrijkste bepalingen en dat een nog meer omvangrijke inspanning echt nodig is).

3. Zoals hierboven is beschrevenis was de vraag die het Hof moest behandelen – of een beslissing volgens het Zwitserse recht ‘null and void’ is, moet voldoen aan de 21 dagen termijn of dat die elk moment kan worden ingesteld –nooit eerder behandeld door het Hof, zodat niemand die vraag eerder kon beantwoorden tot het moment waarop Hof duidelijkheid gaf. In ieder geval geeft de FIDE in de derde paragraaf aan dat het weer haar eigen regels negeert, precies waarvoor het Panel van het Hof had gewaarschuwd. De omstreden benoemingen vonden plaats op 2 oktober 2010, maar zoals Nigel Freeman verklaart, de FIDE maakte het verslag van die vergadering van de Algemene Vergadering pas openbaar op 8 februari 2011. Dat was meer dan vier maanden later (129 dagen, om precies te zijn) na afloop van de Algemene Vergadering, terwijl de regels voorschrijven dat het verslag binnen drie maanden moet worden gepubliceerd (artikel 4.12 van de Statuten). De heer Freeman heeft ongelijk over het indienen van het eerste beroepschrift dat niet 29 maart 2011 was, maar 24 februari 2011 (en dus binnen de termijn van 21 dagen na publicatie van het verslag).

Het wordt hoog tijd voor de FIDE een organisatie te worden die is gebaseerd op regels en niet een op leiderschap, dat maar doet wat het goeddukt, wanneer en hoe. In Istanbul moeten de Statuten en het Kiesreglement worden gewijzigd zoals voorgesteld in het memo van White & Case.

Nigel Short

Afgevaardigde van de Engelse Schaakbond

3. Mond opendoen in Algemene Vergadering” name=”tekst3″>3. Mond opendoen in Algemene Vergadering

Al heel lang kent de FIDE het bestaan van meer dan twee vicepresidenten. Tot oktober 2010 waren de volgende pesonen vicepresident: Lewis Ncube, Zurab Azmaiparshivili, Nizar Ali Alhaj, Khalifa Mohammed Al-Hitmi, Andrei Selivanov, William Kelleher en Ali Nihat Yazici. Inderdaad, meer dan twee. Het waren er zeven, en nu tien.

Zie: De wetgevende en de bestuurlijke macht in de FIDE

pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_128.html

Het was al vele jaren bekend dat er meer vicepresidenten waren dan op grond van de Statuten mocht. Zolang iedereen voorstemde was er niets aan de hand. Dat komt meer voor. Bijvoorbeeld bij de algemene ledenvergadering van een schaakvereniging. Ook daar gebeuren dingen – te goeder trouw – die in strijd zijn met haar eigen Statuten, of huishoudelijk reglement.

Dat de FIDE een voorstel heeft ingediend tot wijziging van de Statuten op het komende congres, toont juist haar respect voor de beslissing van het Hof van Arbitrage voor Sport. Dat vervolgens Nigel Short het inhoudelijk met die wijzigingen niet eens is, is zijn goed recht. Hij doet zijn mond maar open op de Algemene Vergadering. Daar is de plek waar hij zijn verontwaardiging moet laten horen. Daarvoor is hij Afgevaardigde. Short moet leren dat hij niet moet dromen tijdens de Algemene Vergadering van de FIDE (per slot van rekening is dat opletten werken en zit hij daar op kosten van de Engelse schakers).

Als Short na afloop van de Algemene Vergadering in 2010 denkt dat er iets niet klopt bij de benoeming van vijf vicepresidenten, kan hij daarover vragen stellen bij de eerstkomende Algemene Vergadering. Precies zoals Kamerleden ook doen. Dat is democratie: het debat over de wenselijkheid de samenleving in te richten, of het aantal ministers of vicepresidenten, voeren Afgevaardigden daar. Niet in de rechtszaal.

Bovendien moet Short niet verwijzen naar een (niet-openbare) memo van een duur advocatenkantoor. Hij moet zorgen dat die memo op de agenda van de Algemene Vergadering wordt geplaatst. Hij moet niet een passieve Afgevaardigde zijn, maar een actieve. Dat is democratie. Maar, als Short niet de durf heeft om te spreken, en instemt met een voorstel waarmee hij het niet eens is, deugt hij niet als Afgevaardigde. Hij moet aftreden, om plaats te maken voor iemand die wel durft.

Als in de komende vergadering de Algemene Vergadering van de FIDE beslist dat in de Statuten moet worden opgenomen dat er twee, tien of een onbeperkt aantal personen kunnen worden benoemd, gaat dat een Hof van Arbitrage voor Sport niets aan. Er bestaat dan duidelijkheid. Precies wat het Hof vraagt.

Dat nu had Nigel Short kunnen leren in het klasje democratie.

5. De papegaaientaktiek” name=”tekst5″>5. De papegaaientaktiek

Een van de dingen die men leert in de politiek is: de papegaaientaktiek. Als er een lastige vraag wordt gesteld, die vraag niet beantwoorden maar gewoon je eigen verhaal vertellen. Als iemand daar een kritische vervolgvraag over stelt, herhalen – desnoods in andere bewoordigen – wat je eerder hebt gezegd. Zo kun je tot in het oneindige doorgaan: papegaaien. Welnu, dat is ook de tweede reactie van Nigel Short: hij papegaait en laat nog duidelijker zien dat hij een flipflopper is.

Dat doet Nigel Short, opdat niemand vragen gaat stellen naar die geldverspillende, zinloze actie. Een actie waar alleen maar juristen rijker van zijn geworden, en schakers armer. Laten we hopen dat de Nederlandse Afgevaardigde in Istanbul op de Algemene Vergadering hierover scherpe vragen gaat stellen aan de Engelse Afgevaardigde. Mede door toedoen van Nigel Short is een half miljoen dollar dat bestemd was voor het schaken, door het afvalputje gegooid. Daar mag men, nee: moet men, Nigel Short op aanspreken.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.