Gespot 44: Confrontatie tussen twee stijlen

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Op een of andere manier raak ik altijd gebiologeerd door partijen waarin er sprake is van tegengestelde stijlen. Bij deze botsing tussen spelers met een totaal andere kijk op het spel, kun je meestal rekenen op heel interessante gevechten. Bij het bladeren in My Great Predecessors van Kasparov kwam ik in deel III de confrontatie tegen tussen de toen nog jonge Gary Kasparov en oud-wereldkampioen Tigran Petrosian.

Gary Kasparov (Foto Jos Sutmuller)

Vooral in zijn beginjaren speelde Kasparov bijzonder scherp. Hij richtte zijn stukken zo snel mogelijk op de koning van de tegenpartij waarna hij er vaak lustig op los offerde.

Moet je net Petrosian (zie foto Wikipedia) hebben. De speler die het meest latente gevaar al wist uit te bannen, voordat het überhaupt een gevaar kon worden! Wat is er dan mooier dan een partij tussen met wit de rekenaar, de aanvalskunstenaar en met zwart de man die erom bekend stond dat hij nauwelijks omver te krijgen was. In mijn database heb ik vijf onderlinge confrontaties kunnen vinden. In al die partijen had Kasparov wit. De eerste, in 1979 werd remise, maar in de volgende twee (allebei in 1981) liep hij stuk op de stugge verdediging van ‘De Tijger’, zoals de bijnaam van Petrosian was. Pas daarna stelde hij orde op zaken. In 1982 overklaste hij zijn kwelgeest in zijn eigen positionele stijl. Hij zette hem klem, zodat deze niets meer kon doen en haalde daarna het punt binnen. De laatste keer was in 1983 en toen was al duidelijk dat Kasparov ook op ander gebied superieur was geworden. Hij klopte Petrosian in het eindspel dat zeer remise-achtig was, maar dat toch dermate onaangenaam te verdedigen viel, dat zelfs een groot eindspelkunstenaar als Petrosian op de nodige foutjes kon worden betrapt.

De meest bijzondere partij was de tweede uit 1981. Die werd in ons land, bij het Interpolistoernooi in Tilburg gespeeld. Kasparov offerde in de opening een pion voor een bijzonder gevaarlijk initiatief. Niettemin stuitte hij op hevig verzet en toen het allemaal niet helemaal liep, zoals hij zich het voorgesteld had, werd hij verrast door een hoogst originele koningsmanoeuvre. Petrosian liep met een bord vol stukken vrolijk met de koning naar voren en hij ontsnapte zo aan alle dreigingen, waarna wit met een puinhoop bleef zitten.

Kasparov, Garry – Petrosian, Tigran, Tilburg 1981.

We nemen de draad op van de partij tussen deze twee schaakgiganten in een zeer geladen stelling. Wit heeft een pion geofferd en daarvoor heeft hij een op het oog bijzonder gevaarlijk initiatief voor teruggekregen. Met alle zware stukken nog op het bord en een zwarte koning die aardig in het nauw gedreven wordt, lijkt een beslissende klap voor wit niet meer ver weg. Petrosian is er echter niet de man naar om zich naar de slachtbank te laten leiden. Als er iemand is met gevoel voor gevaar, dan is hij het wel. Voorlopig kan hij bogen op het geweldige paard op d5, dat daar als een rots in de branding staat.

32… Kb7!?

Het begin van een bijzonder originele koningsmanoeuvre die de jonge Kasparov – naar later blijkt – in verwarring weet te brengen. Vooral niet 32… bxc4 wegens 33. Txa6+! Kxa6 34. Dxc4+ en het gaat mat. Ook 32… Ld6 33. Txb5 Txb5 34. Pxd6 Dxd6 35. Dxb5 ± is bepaald geen pretje voor zwart.

33. Lb4?

Kasparov: "Vreemd genoeg is deze natuurlijke zet, die de druk verder opvoert, een serieuze fout. Ik onderschatte zwarts defensieve potentieel". Hij moet niet om het zwarte ‘fort’ heen spelen, maar hij moet de structuur (a6, b5 en d5) juist aanvallen! Dit doel kan bereikt worden door de paardmanoeuvre Pc4-a3-c2-b4.

Ik ontdekte de grandioze zet 33. Pa3! onmiddellijk na de partij.

A) In mijn boek ‘The Test of Time’ uit 1984 gaf ik 33… Lb6 34. Pc2! Ta8 35. Pb4 Dd6.

Met nu:

A1) 36. e4?!

36… fxe4 37. Dxe4 als de belangrijkste hoofdvariant. Die ging dan zo: 37… Ta7 38. Dxg6 Lxd4+ 39. Kh1 Pb6 40. f5! Daarbij overzagen we de spectaculaire weerlegging, later aangewezen door Timman (zie analysediagram): 36… Pc5!! gevonden door Timman. 37. dxc5 Dxc5+ 38. Kh2 Dg1+ 39. Kg3 Df2+ 40. Kh2 Dg1+ met eeuwig schaak tot gevolg.

A2) Maar met behulp van de computer kwam ik later het accuratere 36. Tb1! op het spoor. De varianten gaan dan zo:

1) 36… Tc4? 37. Da3!;

2) 36… Pb8 37. Db3 Tc4 (37… Td8 38. Tc1) 38. Tc1 Txc1+ 39. Lxc1 met een overweldigend voordeel voor wit.

B) Mijn Siliconen vriend bracht nog meer vreugde in een andere richting. In mijn boek had ik aangegeven dat 33… Pb6 zou verliezen vanwege 34. Pxb5 axb5 35. Dxb5. En nu:

B1) 35… Ta8 36. Lxd5+ exd5 37. Dxd5+;

B2) 35… Td8 36. Lb4! De8 37. Da6+ Kc6 38. Lc5 Kd7 (Of 38… Ta8 39. Txb6+.) 39. Lf1! B3) Later bleek dat 35… Th8! de sterkste voortzetting is. Wit moet nu op een ingenieuze wijze zijn aanval voeren:

Met een nieuwe splitsing:

1) 36. Tc3?! Kc8!

2) 36. Lxd5+ exd5 37. Tc3 Kc8 38. Ta7 Pc4 39. Dxd5 Pxd2 40. Tcxc7+ Dxc7 41. Txc7+ Kxc7 42. Da5+ Kd6 43. Dxd2 Txh3 44. Dc1 Tbh8 45. Dc5+ en alleen een speciale analyse kan uitmaken of de dame en de pionnen de twee sterke torens kunnen overwinnen.

3) 36. Lb4! 36… De8 37. Da6+ Kc6

38. Lf1! [38. Lc5 Maar niet 38… Kd7 39. Tab2 Dc8! 40. Db5+ Kd8] 38… Pxb4 39. Txb4 Dd8 40. Db5+ Kd6 41. De5+ Ke7 42. Dxg7+ Kd6 43. Tc2 Pd5 44. Lb5 Txb5 45. Txb5 en wit wint.]

Concluderend mag gesteld worden dat het smalle pad dat leidt tot een winst voor wit, vele jaren en heel wat computerkracht heeft gekost om die winst min of meer aan te tonen. Aan het bord, niet rekenend op enkele latente gevaren, besloot ik om simpel de druk op te voeren. Zo’n algemene aanpak blijkt echter niet altijd correct te zijn, zoals ik me een paar zetten later realiseerde.

33… De8!

Vanaf hier dekt de dame pion b5 indirect. Veel zwakker was 33… Dd8? in het licht van 34. e4! fxe4 35. Dxe4 met onweerstaanbare dreigingen: 35… De8 [35… bxc4 36. Dxe6 Pb6 37. Tb1 Dd7 38. Dxd7 Pxd7 39. Lxd5+ Ka7 40. Tba1 Tb6 41. Lc5 met winst.] 36. Dxd5+ exd5 37. Lxd5+ Ka7 38. Txa6+ Kxa6 39. Ta3+ La5 40. Txa5#.

34. Ld6

Op 34. La5 volgt 34… De7! Maar Petrosians aanbeveling 34. Pd6+!? Lxd6 35. Lxd6 Ta8 36. e4 snijdt meer hout. Bijvoorbeeld: 36… Tc1+ 37. Kh2 fxe4 38. Lxe4 Tc6 39. La3 P7b6 40. Tf2 gevolgd door Lxg6 met initiatief.

34… Ta8! 35. Db1?

Wit speelt opnieuw op grond van algemene overwegingen, erop hopend dat een of andere combinatoire wending, zichzelf zal presenteren. Na het ‘concrete’ 35. e4 fxe4 36. Dxe4 Df7 zal zwart zichzelf kalm hebben gevoeld met het krachtige paard op d5. Maar na 35. Tb1! Lb6! (35… Kc6?! 36. La3! Pb6 37. Pa5+ Kd7 38. Txb5! Of 35… Pb6 36. Pa5+ met voordeel voor wit) 36. Pe5 zou wit nog steeds adequate compensatie hebben voor de pion.

35… Kc6!!

Een fantastische verdediging. Deze zet, die door Petrosian vrijwel à tempo werd gespeeld, bracht me in complete verwarring: hoe is het mogelijk om met de koning een zet naar voren te doen, met een bord vol met stukken? Na Steinitz, wie heeft zoiets nog gedaan? Het psychologische effect van de 30… b5!? opstelling en de koningsmars … Ka7-b7-c6 was zo sterk, dat ik niet in staat was om mijn gedachten bij elkaar rapen en ik verloor snel.

36. Tba3?

Het was essentieel om 36. Lxc7 te spelen. 36… bxc4 (Of 36… Kxc7 37. Pb2 Kd8 38. Da1! gevolgd door Pb2-d3 met compensatie voor de pion.) 37. Tb7! (Het overoptimistische 37. La5?! cxb3 38. Dxb3 Tab8 39. Tc2+ wordt weerlegd met 39… Pc5! 40. Txc5+ Kd7) 37… Txc7 38. Txa6+ Txa6 39. Db5+ Kd6 40. Dxa6+ Ke7 (40… Tc6? 41. Da3+) 41. Lxd5 Txb7 42. Lxb7 (Niet 42. Dxe6+? Kd8 43. Dxe8+ Kxe8 44. Lxb7 c3 °) 42… Db8! met een zeer remise-achtig eindspel. 43. Kf2.

36… bxc4 37. Txa6+ Txa6 38. Txa6+ Lb6 39. Lc5

Of 39. Db4 Kb7 40. Ta2 c3!

39… Dd8! 40. Da1

Na 40. Db4 Ta8 41. Da4+ Kb7 heeft zwart het ook voor elkaar.

40… Pxc5 41. dxc5 Kxc5 42. Ta4

In de analyses na afloop viel nog op te merken hoe veel dieper mijn tegenstander veel varianten had geëvalueerd.

0-1

(De aantekeningen in bovenstaand fragment zijn gebaseerd op die van Kasparov in My Great Predecessors III)

Deze fragmenten via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

2 Comments

  1. Avatar
    MvanLeeuwen september 13, 2012

    Leuk artikel!

    Bij het eerste diagram moet ik even een paar in mijn ogen wrijven: Lb4 van wit, die zet kan toch helemaal niet?!

    Totdat ik zag dat het bord wat verhaspeld is en veld b4 wit blijkt te zijn in plaats van zwart! Net als controleveld h1.

  2. Avatar
    HermanGrooten september 13, 2012

    Ik ging iets mis met knippen/plakken, maar het bord is nu weer zoals het moet. Nog bedankt voor het compliment!

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.