Eindspelstudies 37 – De computer redt de engine-buster!

website

E-mail:

Hierbij de 37ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


Sinds jaar en dag krijg ik de vraag of er een studie bestaat die voor schaakprogramma’s (engines) onoplosbaar is. Ik denk dan al snel aan dolle-toren studies waarin wit op een bepaald moment een keuze moet maken uit twee mogelijkheden, waarvan dan tientallen zetten later blijkt dat de ene optie wel en de ander optie niet goed was.

Ik moet overigens daarbij nog even aantekenen dat een engine soms nog wel eens de juiste zet speelt, maar dat de bijbehorende score pas laat zien of de studie is opgelost. Als dan bij een winststudie een neutrale score of bij een remisestudie een sterk negatieve score wordt gegeven is de keuze min-of-meer toevallig en heeft de engine de studie dus niet opgelost.

Dolle-torenstudies zijn intuïtief de studies die het moeilijkste zijn voor engines, natuurlijk vanwege het grote aantal zetten van de oplossing. Het zal u daarom verbazen dat de echte engine-buster een studie is met een oplossing van slechts 3 (drie!) zetten.

Carl Behting

2e/5e prijs Bohemia 1906 (27-12-1906)

1.Kc6!! g1D 2.Pxh4 Dh1+ 3.Phf3 remise.

Waarom de slotstelling remise zou zijn, is gemakkelijk te begrijpen.

De zwarte koning zit in een gevangenis, en de witte poortwachtende paarden dekken elkaar en de belangrijke pion d2.

Die zetten nooit meer (behalve als ze de zwarte dame of c-pion kunnen slaan). De zwarte dame kan zonder hulp niets uitrichten tegen de eveneens eenzame koning. Een mooi geval van positieve discriminatie! Wel moet de monarch zich niet in de hoek laten werken waarna een zetdwang ontstaat en de gevangenisdeur voor de zwarte koning opengaat. Maar als Hij op z’n hoede is kan zwart dat niet afdwingen.

Ook is achteraf goed in te zien waarom 1.Kc6! de enige zet is. Op andere velden zou de pion met schaak promoveren of zou de zwarte dame een vervelend schaakje hebben.

(Foto Deutsches Wochenschach 15-1-1908.)

Ondanks de onwaarschijnlijk ogende sleutelzet, ben ik ervan overtuigd dat deze studie in een oploswedstrijd door veel deelnemers zou worden opgelost. Helaas kunnen we dat niet meer testen, want deze studie is zo beroemd dat geen enkele organisator het in z’n hoofd zou halen om deze studie aan de oplossers voor te leggen.

Maar voor schaakprogramma’s/engines is deze studie, ondanks die extreem korte oplossing een brug te ver. Daarom zit ‘ie al jarenlang in mijn studie-benchmark. Slechts één engine (Patzer) loste de studie op, maar inmiddels hebben we begrepen dat de programmeur ervan toegaf dat de engine “special Behting-study code” bevat. Hij bedoelt daarmee dat hij de zaak besodemietert en dat de engine dus simpelweg de studie herkent! Ja, zo kan mijn engine (…) het ook!

Hoe dan ook, op 7 augustus ontving ik van meerdere eindspelstudievrienden het bericht dat de Behting-studie weerlegd zou zijn. Naast de Patzer-kwestie is daar nog te lezen dat Mr. ChessBase Frederic Friedel al in 1983 schreef dat als computers deze studie konden oplossen, ze in staat zouden zijn om de wereldkampioen te verslaan.

Uiteraard haastte ik me het artikel te lezen, en zag in de eerste oogopslag dat 1.Pg7+ als nevenoplossing werd gegeven. Die zet had ik in de loop der jaren al verschillende keren als nevenoplossing van deze studie doorgekregen, waarbij ik dan telkens die claim wist te weerleggen. Ik slaakte een zucht van verlichting, maar aan dat gezucht kwam snel een einde toen ik las dat niemand minder dan John Nunn (zie foto Harold van der Heijden) de weerlegging claimde en ik mijn adem inhield.

Nunn is niet alleen een sterk partijschaker (IGM), maar ook nog eens een ex-wereldkampioen oplossen en bovenal erkend cook-hunter. Bovendien, zo las ik, was dit een testcase geweest voor zijn nieuwe razendsnelle computer met state-of-the-art multiprocessors (6 x 3,8 GHz) die hij ook nog eens overklokt had, en bovendien voorzien was van een hoeveelheid geheugen waar met gemak een melkwegstelsel in leek te passen. Met bibberende handjes startte ik mijn PCtje op. Weliswaar knippert nog steeds even de straatverlichting in Deventer als ik dat monster aanzet, maar inmiddels is het kreng alweer een paar jaar oud en is Nunn’s apparaat duidelijk de grootste, als u begrijpt wat ik bedoel.

Nunn’s claim was: 1.Pg7+ Kg5 2.Pf3+ Kg4 3.Ke4 h3 4.Pf5 g1D 5.Pxg1 h2 6.Pxh6+ Kh5 7.Pf3 h1D 8.Pf5 Kg4 9.Pe3+ Kg3 10.Pf5+ Kf2 11.P5d4

en het lijkt erop dat zwart niet verder kan komen zonder de pionnen te ruilen, waarna het resulterende eindspel van dame tegen 2 paarden (theoretisch) remise is. Dat laatste hangt overigens wel van de stelling af, maar hier lijkt dat wel te kloppen. Nunn merkte nog op dat het ultieme antwoord waarschijnlijk pas kon worden gegeven als er een eindspeldatabase met deze 7 stukken gegenereerd zou worden.

Na wat proberen was ik helemaal niet zo overtuigd van Nunn’s gelijk - hoe eigenwijs kun je wezen? Ik heb alle 3-6-stukken eindspelen op harddisk staan, dus direct toegankelijk voor de engines. Niet veel mensen hebben dat, maar – uiteraard – John Nunn wel. Dus die zijvariantjes naar dame tegen 2 paarden daar wist mijn computer wel raad mee. Het bleek onmogelijk om alles te analyseren, maar als ik mijn computer wat zwarte zetten suggereerde bleek het telkens op winst voor zwart uit te draaien.

Die avond verstuurde ik een e-mail (met CC aan Nunn) aan Marc Bourzutschky (USA) en Yakov Konoval (Rusland) die gezamenlijk al diverse 7-stukken eindspelen genereerden in de hoop dat zij definitief uitsluitsel konden geven. Mij leek het aardig om een concreet variantje te geven: “I am not convinced yet. e.g. 11...Dh7+ 12.Kd5 Dg8+ 13.Dc8+ Kb4 14.Kb4 Kg3 15.Kc3 Da6 16.Kc2 Da3 and Black is winning”.

Nunn reageerde snel met de suggestie 14.Kd5 en bijv. 14…Dc7 15.Pe5 Da5+ 16.Ke4 Dc5 17.Pef3 waarna het lijkt alsof wit een vesting heeft.

Bourzutschky liet me weten dat hij de database zou genereren, hetgeen hem een aantal dagen computertijd zou kosten met een nog iets groter apparaatje. Een week later kwam hij met de volgende bevinding: “Interestingly, a 7-man database shows Black can convert to a winning 6-man endgame in only 12 moves. This would indicate that a chess engine with access to the 6-man tables should find the win. There are of course many variations. If one has access to a 6-man database, one can readily verify that 11...Kg2 12.Kd5!? Kg3 13.Kxc4

is winning for Black. Maybe the first move is a stumbling block for chess engines, as other moves can only force a conversion after 18 moves or longer. 11...Qh7+ also wins, with a DTC of 22. At the end of John's line, Black can actually win with 17...c3, as 18.dxc3 Qxc3 is a won Q/SS position”.

Dus de studie is toch correct. Hoera! En daarmee is dit een zeldzaam voorbeeld van een studie die gered wordt door een eindspeldatabase in plaats van erdoor te worden weerlegd. Voor de duidelijkheid geef ik nog even de volledige variant: 1.Pg7+? Kg5 2.Pf3+ Kg4 3.Ke4 h3 4.Pf5 g1D 5.Pxg1 h2 6.Pxh6+ Kh5 7.Pf3 h1D

8.Pf5 Kg4 9.Pe3+ Kg3 10.Pf5+ Kf2 11.P5d4

11… Dh7+ (11...Kg2 12.Kd5 Kg3 13.Kxc4 waarna zwart inderdaad wint met 13…Df1+ of 13…Df4) 12.Kd5 Dg8+ 13.Kc5 Dc8+ 14.Kd5 Dc7 15.Pe5 Da5+ 16.Ke4 Dc5 17.Pef3 c3 18.dxc3 Dxc3

wint.

Het laatste woord is aan John Nunn: “I am actually happy that this famous old study turns out to be correct. It also confirms, unsurprisingly, that computer analysis is usually more accurate than GM intuition!”

Alle fragmenten via de viewer:

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.