Ongelooflijke ontknoping bij Univé Open

Het open toernooi van het Univétoernooi te Hoogeveen is verrassend gewonnen door Erwin l’Ami (foto toernooisite). Door in de laatste ronde zijn directe concurrent, Friso Nijboer, die een punt meer had, met zwart te verslaan, kwam de grootmeester uit Woerden nog langszij. Omdat hij over duidelijk betere weerstandspunten (de Buchholzscore) beschikte, werd hem de toernooi-overwinning toegekend.

Voor Nijboer was het heel zuur, omdat hij – na zijn verlies in de eerste ronde – een geweldige serie van 7 uit 7 had neergezet en bij het begin van de laatste ronde een punt voor stond op een paar spelers. Aangezien hij wit had tegen l’Ami leek hem de toernooizege niet meer te kunnen ontgaan. Dat het toch gebeurde mag op zijn minst een mirakel heten.

Maar laten we bij de draad opnemen dat de zevende ronde begon. Een van de spelers in vorm, Thomas Willemze, stond nu voor een zware vuurproef. Met zwart tegen Timman, die aan een aardige opmars bezig was. Ziehier wat er gebeurde:

Timman, Jan – Willemze, Thomas

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 d5 4. Pc3 Lb4

De Ragozinvariant van het Damegambiet.

5. cxd5 exd5 6. Lg5 O-O

Een slimme voortzetting van Timman. [De kritieke varianten ontstaan na 6… h6 7. Lh4 c5]

7. Db3

Deze zet wordt niet zoveel gespeeld, maar past wel in wits strategie om iets te doen aan die lastige penning. [7. e3 Veel bekender is hier]

7… Pc6?!

Was Willemze in de war? Na de tekstzet komen zwarts stukken op een dwaalspoor. 7… c5 8. dxc5 Pc6 kwam voor in een partij Gagunashvili-Jobava, 2005 die door zwart in slechts 24 zetjes werd gewonnen.

8. e3 Le6 9. a3 Lxc3+ 10. bxc3

Wit is iets beter uit de opening gekomen. Hij heeft een sterk centrum, het loperpaar en de halfopen b-lijn. Daar staat tegenover dat zwart een lichte ontwikkelingsvoorsprong heeft.

10… b6?!

Dit lijkt mij een ernstige verzwakking van de witte velden op de damevleugel. 10… Tb8 en 10… Pa5 waren betere pogingen.

11. La6

Wit probeert de zwakke velden bloot te leggen, maar dat valt nog tegen. [Ik heb een lichte voorkeur voor het normale 11. Ld3]

11… h6 12. Lh4

12. Lxf6 Dxf6 13. Lb7?? kan natuurlijk niet vanwege 13… Pa5.

12… g5

Dat is wel het idee van de Ragozinvariant, maar in deze stelling werkt het misschien averechts. De koningsstelling wordt onherstelbaar verzwakt en het het enige dat zwart daar tegenover kan stellen is het bezit van veld e4.

13. Lg3 Pe4 14. Dc2 Lf5 15. Ld3 Df6

Daarmee verliest zwart controle over het centrum. Timman aarzelt geen moment; hij probeert de fundamenten onder het paard op e4 te ondermijnen. Hier blijkt ook de slechte positie van het paard op c6. De voorkeur verdient nu 15… Te8, waarna het misschien allemaal nog meevalt ook voor zwart.

16. c4! Tfe8?!

Hiermee vergooit wit bijna het zorgvuldig opgebouwde voordeel. [16… Pxg3 17. hxg3 Lxd3 18. Dxd3 dxc4 19. Dxc4 ik ook al zeer goed voor wit. Hij heeft het centrum, een mooie c-lijn en ook blijft zwart met de zwaktes in zijn koningsstelling zitten.]

17. Le5?!

Er was niets op tegen om verder te gaan met 17. cxd5 waarna wit ook mag bogen op bovengenoemde strategische voordelen. Een voorbeeld: 17… Pxg3 18. hxg3 Pxd4 19. Pxd4 Dxd4 20. Td1 Lxd3 21. Txd3 Da1+ 22. Td1 Df6 23. O-O en wit heeft uitstekende vooruitzichten vanwege zijn onbetwistbare strategische voordelen.

17… Pxe5 18. dxe5

18… Txe5!

Zo’n kansje moet je Willemze niet geven. Met dit kwaliteitsoffer blijft hij in de partij.

19. Pxe5 Dxe5 20. Tc1

Ook mogelijk is 20. O-O dxc4 21. Lxc4 maar zwart heeft ook hier compensatie.

20… dxc4 21. Dxc4 Da5+ 22. Db4

22… Pxf2?

Onnodige paniek. Zwart had zich al teruggevochten en nu had hij beter de dames op het bord kunnen houden. [Na 22… De5! 23. O-O c5 staat wit slechts iets beter.]

23. Lxf5!

De weerlegging.

23… Dxb4+ 24. axb4 Pxh1 25. Ke2

Het paard gaat eraan en twee pionnen zijn in deze stelling niet genoeg compensatie. Vandaar dat zwart zich onmiddellijk gewonnen gaf.

1-0

Timman de runner-up en ondertussen was het natuurlijk ook de vraag hoe het de andere speler verging die met een valse start was begonnen. Een getergde Nijboer reeg inmiddels de zesde opeenvolgende tegenstander aan zijn zegekar.

Nijboer, Friso – Valdes, Leonardo

29. Txd4

Een prima zet. [Maar nog sterker was waarna wit de pion desgewenst met het paard kan terugnemen en ook nog Pg5 in de stelling heeft. 29. e5]

29… Lg4 30. Pg5!

Als er voor de aanval gekozen kan worden, laat Nijboer er meestal geen gras over groeien.

30… Lxd1?

Hiermee krijgt wit een ‘vrije doortocht’. [Alleen met het obscure 30… Pe5 kon zwart nog strijd leveren. Het sterkste antwoord is dan het eveneens merkwaardige 31. Dc1 waarmee het paard op g5 indirect gedekt wordt.]

31. Dxd1 Dc5

[Het dekken van punt f7 komt ‘nicht im Frage’ vanwege 31… Tf8 en het is uit. 32. Dxh5]

32. Lxf7+ Kf8

33. Lxe8

Het is moeilijk kiezen voor de witspeler, zo’n beetje alles wint. Heel grappig is dat wit ook na 33. Lxg6!? de winst binnenhaalt, zelfs nadat hij zijn toren verliest op d4 vanwege de penning na 33… Tad8 34. Kh2 Dxd4 Nu volgt namelijk 35. Db3 Td7 36. Pe6+ Txe6 37. Dxe6 en mat valt niet meer te voorkomen.

33… Txe8 34. Kh2 h4 35. Db3 hxg3+ 36. Kxg3 Pe5

37. fxe5

Ruim voldoende voor de winst. Aha, we hebben de witspeler betrapt :). Hij kon mat in drie geven met 37. Ph7+ Ke7 38. Dxb7+ Ke6 39. f5# Toch niet zo makkelijk te zien…

37… Dxe5+ 38. Kg4

Ondanks de geëxponeerde witte koning gaf zwart zich gewonnen.

1-0

Daar kwam zelfs nog een overwinning bij. Ook de verrassend voor de dag gekomen Li Riemersma ging onder het juk van de Amsterdamse grootmeester door. Het werd een interessant middenspel dat plotseling veranderde in een pionneneindspel dat voor zwart gewonnen bleek te zijn.

Riemersma, Li – Nijboer, Friso

1. d4 f5 2. g3 Pf6 3. Lg2 g6 4. Pf3 Lg7 5. O-O O-O 6. c4 d6 7. Pc3 c6 8. d5 e5 9. dxe6 Lxe6 10. b3 Pa6 11. Pg5 Lc8 12. Lb2 De7 13. Dd2 h6 14. Ph3 Le6

15. Tfe1

Ietwat timide. [15. Pf4 Lf7 16. Tad1 lijkt iets normaler.]

15… Pe4

Ook 15… g5 om het paard op h3 buitenspel te zetten, komt in aanmerking.

16. Pxe4 Lxb2 17. Dxb2 fxe4 18. Dd4 Lf5

19. f4?!

Zijn wens om het paard weer tot leven te wekken wordt krachtig weerlegd.

19… e3!

Er dreigt nu voornamelijk … De6 met stukwinst.

20. Kh1?

Feitelijk is dit pas een lelijke fout. Wit had het paard moeten offeren met 20. Ted1! De6 21. Dxd6 Lxh3 22. Lxh3 Dxh3 23. Dxg6+ Kh8 24. Td6 waarna hij voldoende compensatie heeft.

20… Pb4!

Er dreigt een ‘supervork’ op c2. Teveel stukken van wit staan op paardsprong afstand.

21. Tac1 Pc2 22. Txc2 Lxc2 23. Pg1 Tae8

Ook 23… g5 is sterk.

24. c5 d5

Vooral niet 24… dxc5? wegens 25. Dc4+ met stukwinst.

25. Pf3 g5 26. Pe5 Df6 27. Tf1

Dit had niet gemogen. De penning over de f-lijn wordt wit snel fataal.

27… Le4! 28. Tg1

[28. Lxe4 Txe5 29. Ld3 Te7 30. Dxf6 Txf6 was natuurlijk ook hopeloos.]

28… Lxg2+ 29. Txg2

29… Txe5!

Zeer goed gerekend. Zwart wikkelt af naar een pionneneindspel dat eenvoudig gewonnen is.

30. Dxe5 Dxe5 31. fxe5 Tf1+ 32. Tg1 Txg1+ 33. Kxg1 Kf7

Opgegeven. Op 33… Kf7 34. Kg2 volgt [34. g4 Ke6 35. Kg2 Kxe5 36. Kf3 d4 en wit is te laat.] 34… g4! waarna de witte koning in een hok blijft. Het resterende pionneneindspel is dan voor hem verloren omdat pion e5 ten dode is opgeschreven.

0-1

Daarmee stond Nijboer onbedreigd op de eerste plaats met 7 uit 8. Wie had dat kunnen denken na zijn afschuwelijke nederlaag in de eerste ronde tegen Zyon Kollen?

Nijboer had een punt meer dan het kleine groepje achtervolgers met L’Ami, Ernst, Van Kampen en Timman. Een ding was zeker voor de editie van dit jaar: er zou in elk geval een Nederlander het toernooi op zijn naam gaan schrijven! En het was ook duidelijk dat de nummer één van de ratinglijst, Erwin l’Ami, die lelijke averij had opgelopen door in de vijfde ronde van Willemze te verliezen, stiekem omhoog was gekropen. Uitgerekend hij mocht het in de laatste ronde opnemen tegen Nijboer die waarschijnlijk liever een veel vredelievendere tegenstander had gekregen. Want dat l’Ami het zou gaan proberen, kon op voorhand ook vastgesteld worden, ook al had hij zwart. Het werd een meeslepend gevecht dat absoluut niet foutloos was, maar toch ook op een heel hoog niveau werd gespeeld. Na een boeiend middenspel kwam er een paardeindspel op het bord met een pion meer voor zwart. Maar door het uitgedunde materiaal leek de remise voor Nijboer binnen handbereik. In het zicht van de haven, strandde het schip echter. Zwart zou nog slechts één pion overhouden, maar zijn paard en koning stonden mooi. De witte koning was naar de andere kant van het bord verbannen. En toen speelde Nijboer de verkeerde paardzet die hem de partij kostte. In plaats van een andere paardzet, waarmee hij zijn toernooi had kunnen bekronen, ging hij nu de mist in. Heel zuur voor hem, maar ook heel knap van L’Ami die door zijn onverzettelijkheid en doorzettingsvermogen toch ook de overwinning gegund zij.

Hier is mijn analyse van deze fascinerende partij:

Nijboer, Friso – L’Ami, Erwin

1. e4 c6 2. d4 d5 3. e5 Lf5 4. Pf3 e6 5. Le2 Pd7 6. O-O Pe7 7. Pbd2 Pc8

Moderne aanpak van het systeem! [7… c5 is de wat oudere voortzetting.]

8. a4

Nijboer zoekt zijn eigen wegen. 8. Pb3 werd onder andere gespeeld door Kramnik, Leko en Svidler.

8… Le7 9. a5 O-O 10. Pb3 a6

11. Lf4

Een wat merkwaardig veld voor de loper. Maar had Nimzowitsch ons niet ooit geleerd dat je het sterkste punt in je stelling (in dit geval e5) moest gaan überdecken? [Als ik sommige spelers uit de wereldtop moet geloven, staat de loper beter op e3: 11. Le3]

11… Pa7 12. c3

Technisch gezien de nieuwe zet. 12. Dd2 kwam nog voor in een partij Markidis-Pacher, 2012.

12… Tc8 13. h3 c5

Eindelijk komt zwart met de ‘bevrijdende’ actie.

14. Pxc5 Pxc5 15. dxc5 Lxc5 16. b4

Ook 16. Pd4 komt in aanmerking.

16… Le7 17. Le3

Dat is kleur bekennen.

17… Pc6

Na 17… Pb5!? moet wit zijn mooie loper inleveren. De stelling na 18. Lxb5 axb5 19. Dd2 Dc7 20. Tfc1 lijkt mij geen probleem voor zwart.

18. Lb6 Dd7 19. b5! Pb8

Geen weelde. [Maar na 19… axb5 20. Lxb5 Le4 21. Pd4 staat zwart ook onder druk.]

20. Db3 Lc5 21. Pd4 Lg6 22. f4

22… Lxb6?!

Na deze ruil doemen er wat problemen op voor zwart. [22… axb5 Beter lijkt mij 23. Lxb5 De7 met iets beter spel voor wit, maar er is toch weinig aan de hand voor zwart.]

23. axb6 a5 24. Lg4

Nijboer droomt nog van het doorzetten van f5. [24. Da3 lijkt ook niet gek.]

24… De7 25. Kh1 Ld3 26. Tfd1 Le4 27. Da3 Dh4

Grappig genoeg moet zwart de dames op het bord houden en ineens lijken de kansen weer te kantelen.

28. Dc1?!

Nu is het wit die erg moet oppassen. [Wit kon met het bizarre 28. c4!? Txc4 29. Pxe6 Te8 de kansen weer in evenwicht brengen. [Niet 29… fxe6 30. Lxe6+ Tf7 31. Dd6! met winst.]]

28… Pd7 29. Txa5 Pxb6

Zwart had deze schamele pion beter kunnen laten voor wat hij is. Zwart had beter actief verder kunnen gaan: 29… Dg3! 30. Lf3 Lxf3 31. Pxf3 Pc5 en het paard komt vernietigend binnen op e4. Zwart staat hier duidelijk beter.

30. Ta7 Tc7 31. De3 Pc4 32. De1 Dxe1+ 33. Txe1

De dames zijn er nu toch af en de kansen lijken volkomen in evenwicht. Toch speelt de zwarte stelling wat makkelijker. Hij heeft de betere pionnenstructuur (c3 is zwak) en zijn stukken (Pc4, Le4) staan wat beter dan de witte. Het paard op d4 bezet een mooi veld maar het doet daar hoegenaamd niets. De loper op g4 is ook een dood stuk. Het enige waar zwart verbetering in aan moet brengen zijn de torens.

33… Te8 34. Lf3

Dat is goed gezien.

34… Lxf3 35. Pxf3 Tec8 36. Pd4 Kf8 37. Te2 Ke7 38. g4 Pb6 39. Kg2 Td7 40. Te3 Tc4

Langzaam maar zeker verbetert zwart zijn stelling.

41. f5

Wit wil actief worden, maar hierna raakt hij van de regen in de drup.

41… Ta4!

Een prima ruil: de witte toren was een lastige stoorzender, maar belangrijker is dat het paard op a4 erg goed komt te staan. De zwakke pion op c3 wordt onder schot genomen.

42. Txa4 Pxa4

Het probleem voor wit is dat de zwaktes op c3 en b5 zich langzamerhand doen voelen.

43. Tf3 Tc7 44. fxe6

[Ook na 44. f6+ gxf6 45. Txf6 Pxc3 staat zwart op winst.]

44… fxe6

45. Tf8?!

Zeer inventief gevonden, maar objectief gezien onjuist.

45… Kxf8

L’Ami schat in dat het paardeindspel erg goed voor hem is. [Na 45… Txc3 46. Tb8 Pc5 47. Th8 Tc4 48. Pf3 h6 lijkt het mij dat wit (bijna) is uitgepraat.]

46. Pxe6+ Ke7 47. Pxc7

47… Pxc3?

Hiermee versmaadt hij een ingenieuze winst! Hij had nu 47… Pb6! moeten spelen. Het witte paard is ingesloten en dat kost de witspeler direct de kop.

48. b6 d4 49. Kf2 g5 50. Ke1 Pa4 51. Kd2 Pxb6

Zwart heeft tijdelijk een pionnetje gewonnen maar inmiddels is wit terug in de partij.

52. Kd3 Kd7 53. Pb5 Kc6 54. Pxd4+ Kd5 55. e6 Pc8 56. Pf3 h6 57. h4 gxh4 58. Pxh4 Pe7

Een mooi voorbeeld voor partijspelers waarom het oplossen van eindspelstudies nuttig kan zijn. Een studiecomponist ziet waarschijnlijk het volgende foefje in één oogopslag:

59. Pf3

Een interessante manier om het materiaal uit te dunnen bestond in 59. g5!? Zwart moet dan 59… h5! vinden, waarna de stelling nog altijd problematisch voor wit is. [Niet 59… hxg5 wegens 60. Pf3 g4 61. Ph2 g3 62. Pf1 g2 63. Pe3+ en de pion gaat de doos in, waarna de remise een feit is.]

59… Pg6

Zwart wil de koning centraal houden en op g4-g5 altijd met … h6-h5 antwoorden. De pionnen g5 en e6 blijven dan onder controle. [Vreemd genoeg is 59… Kxe6! hier de meest kansrijke voortzetting.]

60. Pd4 Pe5+ 61. Ke3 Pc4+ 62. Kd3 Pe5+ 63. Ke3 Pxg4+ 64. Kf4 Pf6 65. Kf5?!

Een belangrijke fout. [Waarom niet 65. Pf5! Ik kan geen winst ontdekken na 65… h5 66. e7 Ke6 67. Kg5 en waarschijnlijk was de partij dan in remise geëindigd.]

65… Pe8

66. Pc2?

En na deze foutieve paardzet is de stelling ineens verloren. Wits enige kans bestond in 66. Pb5! Pg7+ 67. Kg6 Pxe6 68. Kxh6 Het lijkt nog altijd zeer problematisch, maar het paard op b5 verstoort de opmars van de pion lang genoeg om ervoor te zorgen dat wits koning dichterbij kan komen. Een blik in de tablebases bevestigt dit oordeel: de stelling is remise!

66… Pg7+ 67. Kf6 Pxe6 68. Pe3+ Ke4 69. Pf5 Pd4 70. Pd6+ Kf4 71. Kg6 b6 72. Kh5 Pf5 73. Pb5 Ke4 74. Kg6 Ke5 75. Pa3 Kf4 76. Kh5 Ke4 77. Kg6 Pd6 78. Kxh6

Hier gaf Nijboer gedesillusioneerd op. De toernooiwinst is hem toch door de vingers geglipt… [Een mogelijk vervolg is: 78. Kxh6 Kd3 79. Kg6 Kc3 80. Pb1+ Kc2 81. Pa3+ Kb2 en het witte paard is ingesloten.]

0-1

De eindstand aan kop van de Open groep werd:

De foto’s zijn verkregen via de website van het toernooi.

De partijen die hierboven besproken werden via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

4 Comments

  1. Avatar
    Hondekop oktober 27, 2012

    Bedankt voor de analyses! Ik heb sterk de indruk dat in de eerste analyse (die van Timman dus) het commentaar soms een ply te vroeg staat. Verder mis ik in de uitgebreide analyse van de partij Nijboer – L’Ami hoe het komt dat wit aanvankelijk (rond zet 22) beter lijkt te staan, terwijl hij vijf zetten later langzaam in moeilijkheden komt. 28.c4 is, ondanks de achterliggende logica, geen menselijke zet. Als wit het van zulke artificiële kunstgrepen moet hebben, staat hij niet best. Hoe had wit het toren-en-paardeindspel wel moeten spelen? Met de koning de c-pion dekken?

  2. Avatar
    HermanGrooten oktober 28, 2012

    Bedankt voor het compliment. In de analyse van Timman-Willemze staat inderdaad bij 16. c4 het commentaar verkeerd.

    In Nijboer-l’Ami gaf ik als mogelijk alternatief voor 24. Lg4 aan dat wit 24. Da3!? kon spelen. Bij nader inzien moet dat 24. Da3! zijn waarna wit m.i. beter staat. En inderdaad, die vreemde capriolen zijn niet voor de menselijke schaker weggelegd (wellicht wel voor een speler van het type Nijboer, die heel goed is in het vinden van dit soort krankzinnige wendingen…).

  3. Avatar
    Ludo Tolhuizen oktober 29, 2012

    Ik dacht dat Nijboer beter 78.Pc2 had kunnen doen. Wint zwart dan na 78..Pf7?

    Of moet/kan zwart de h-pion geven en met de b-pion alleen winnen (ik heb geen table base..).

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.