Eindspelstudies 39 – Onthaasting

website

E-mail:

Hierbij de 39ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


In het (verre) eindspel zijn pionnen kostbare waardebonnen die moeten worden ingewisseld voor een dame teneinde de winst te kunnen behalen. Ze zijn dan vaak meer waard dan een extra stuk. Zo winnen nogal wat eindspelen van koning en pion tegen koning, maar is koning plus paard of loper tegen koning remise. Ook als beide partijen bijvoorbeeld nog een extra toren hebben, gaat dat meestal op. Daarom is in het verre eindspel de pion meestal wel voorbestemd om naar de overkant te snellen. Een leuk idee is dan om een studie te maken waarin een pion vanuit de beginpositie in plaats van twee velden maar één stapje moet doen (en dus een extra stapje nodig heeft om te promoveren). In feite splitst wit de dubbelzet op in twee afzonderlijke zetten.

De Tsjech Artur Mandler (1891-1971) heeft een naam bedacht voor dit thema: festina lente. Vertalingen in het Engels (hasten slowly) en vooral het Duits (Eile mit Weile), waar ook weer Mandler voor tekende, zijn prachtig, maar in het Nederlands bevallen langzaam haasten/rustig haasten me minder. Misschien is de titel van dit artikel wel een goede benaming. Mandler’s artikel, dat precies één maand voor mijn geboorte verscheen, (Die Schwalbe no. 17, november 1960) had – zonder enige toelichting - de titel “Festina lente!”, en behandelde composities (waaronder eindspelstudies) die dit idee lieten zien. Hij verwijst weer naar een artikel van de Franse componist Camil Seneca (1903-1977) die in de eerste drie nummers van diens compositietijdschrift Thèmes-64 (januari-juli 1956) over het excelsior-thema schreef en daarin enkele schaakcomposities (geen eindspelstudies) behandelde die dat combineerden met het festina lente-thema. Zie ook nog aflevering 4 van deze rubriek over dit onderwerp. Die sloot ik af men de volgende constatering: “In mijn HHdbIV-database zitten 1568 studies met het Excelsior-thema volgens de ruime definitie dat een (witte/zwarte) pion vanuit de beginstelling uiteindelijk promoveert, waarvan dat bij 388 studies middels een extra stapje gebeurt. Of het allemaal studies zijn waarin het Excelsior-thema centraal staat, laat ik graag over aan de geïnteresseerde onderzoeker”.

Mandler geeft deze studie met het festina lente-thema als nauwelijks te overtreffen qua economie:

J. Moravec

Ceskoslovensky Sach 1952

Zelfs de allergrootste (of zeg je allerkleinste?) beginner zal inzien dat de winst hier van de witte pion zal moeten komen. Indachtig het thema zou men op het idee kunnen komen dat de oplossing 1.g3 is, en dat 1.g4? de (wel vrij domme) thematische verleiding is. Maar, zoals snel in te zien valt, snelt de zwarte koning nabij en is op tijd om de h-pion te dekken. Dan kan van winst nooit meer sprake zijn. Hetzelfde geldt voor 1.Kg1? Correct is 1.Kf2! waarna wit via veld g3 één zet eerder bij de zwarte h-pion is (1…Kd7 2.Kg3! Ke6 3.Kh4 en wint). Zwart heeft echter tegenspel: 1…h4! Waarmee de weg via g3 niet mogelijk is. Het mooie is dat het logische 2.Kf3? nu faalt op het verrassende 2…h3! 3.g4 (na 3.gxh3 heeft wit een waardeloze randpion over) 3…Kd7 4.Kg3 Ke6 5.Kxh3 Kf6 6.Kh4 Kg6 waarna wit niet meer kan winnen. Juist is 2.Kg1! Wit neemt alsnog de lange route naar de h-pion, want zwart heeft met de pionzet een tempo verloren. Zwart is echter nog niet helemaal uitgepraat: 2…h3

Voor de hand ligt nu 3.g4? maar dan is de zwarte koning wel weer op tijd, bijvoorbeeld: 3…Kd7 4.Kh2 Ke6 5.Kxh3 Kf6 6.Kh4 Kg6. Met het fijne zetje 3.g3! – ons thema – wordt de klus geklaard: 3...Kd7 4.Kh2 Ke6 5.Kxh3 Kf6 6.Kh4 Kg6 7.Kg4 en wint (de pion speelt binnenkort de extra zet naar de 4e rij).

Mooi! Toch mankeert er een en ander aan dit voorbeeld dat Mandler ons voorschotelde. Om te beginnen zou volgens diverse secundaire bronnen precies dezelfde stelling (of gespiegeld) al in 1921 zijn gepubliceerd, alweer door een Tsjech: F. Dedrle. Ik geloof dat eigenlijk niet, bijvoorbeeld in Dedrle’s boek Studie (1925) komt ‘ie niet voor. Wel heeft Dedrle in 1918 een sterk verwante stelling gepubliceerd (Kc2, b2; Kf6, a4: 1.Kb1! a3 2.b3! etc) die uiteraard Moravec’ studie volledig anticipeert. Maar dat was dan weer een exacte kopie van een versie (1910?) van een studie van F. Cassidy uit 1884 (Kc2, b2, e5; Kd5, a4: 1.Kb1 a3 2.b3! Kxe5 3.Ka2, etc). Dit illustreert het grote probleem van zulke elementaire stellingen: het risico is groot dat iemand het al eerder bedacht heeft.

Maar Mandler had ook overzien dat er wel degelijk een nog economischere setting mogelijk was, èn gerealiseerd. Het is niet verbazingwekkend dat de Pionnenkoning (zie aflevering 15) dat karweitje voor z’n rekening nam en en-passant ook nog eens het thema verdubbelde nog voordat het bestond!

N. Grigoriev

64 1935

Juist in de pionneneindspelen met 2 tegen 1 pion blonk Grigoriev uit. Wit speelt natuurlijk 1.Ka6, waarna zwart al bijna uitgepraat lijkt. Want na 1…Ka8 2.b7+ Kb8 3.Kb6 moet de d-pion worden opgespeeld: 3…d5. Deze stelling zullen we later nog terugzien. Maar zwart heeft het subtiele 1…d6! Festina lente!

Wit moet nu verschrikkelijk oppassen, want de zet die vrijwel iedere partijschaker hier zonder al te veel nadenken zou spelen is niet goed: 2.Kb5? Kb7 en wit is in zetdwang 3.Ka5 d5 4.Kb5 d4 en dit wordt remise. Ook 2.b7? d5 3.Kb5 Kxb7 4.Kc5 Ka6 is niet goed. En de snelle leerling komt ook bedrogen uit: 2.b3? d5 3.Kb5 Kb7 4.Kc5 d4 5.Kxd4 Kxb6 6.Kc4 Kc6 met oppositie. In deze variant zit ‘m wel de crux van de oplossing, zoals we later zullen zien. Winnend is 2.Ka5! waarna zwart met een zetdwangprobleem wordt opgezadeld (2…Kb7 3.Kb5) of zijn beurt weer aan wit wil doorgeven: 2…Ka8! Nu komt er een slimmigheidje: 3.Kb4 Kb8 4.Ka4 Ka8 5.Ka5 Een driehoekje! Zoals vaak werkt een symmetrisch driehoekje hier ook: 3.Ka4 Kb8 4.Kb4 Ka5 5.Ka5, en dat nemen we de componist niet kwalijk. 5…Kb8 Wat is wit met dat gedriehoek nou eigenlijk opgeschoten? 6.Ka6! Wie deze stelling bekend voorkomt heeft groot gelijk, want zo stond het na de eerste zet ook. Nu is echter zwart aan zet: 6…Ka8 7.b7+ Kb8 8.Kb6 d5. En ik had beloofd dat we ook deze stelling nog zouden terugzien. De zwarte pion kan nu zonder problemen door de witte koning worden opgesmikkeld: 9.Kc5 Kxb7 10.Kxd5 Kb6 11.Kc4 Kc6

12.b3! Het uitroepteken geef ik vanwege ons thema. Na 12.b4? Kb6 is het remise. 12…Kb6 13.Kb4 en wint. Helaas kan ook 12.Kb4 Kb6

13.b3, wat natuurlijk op hetzelfde neer komt. Maar we moeten het de componist nu wèl kwalijk nemen als hij uitdrukkelijk dit thema zou hebben benoemd (gelukkig voor hem, bestond het nog niet). Ik geef het diagram ook nog om een veelgemaakte fout te illustreren. Sommige componisten roepen al snel dat er een festina lente-thema in hun studie zit als ’n pionnetje vanaf de tweede rij maar een klein stapje doet. Voor het thema is het echter essentieel dat de pion wel twee velden kàn opspelen. Als dat veld geblokkeerd is (zoals hier door de koning), dan wordt niet aan het thema voldaan.

In dit verband kan ik nog melden dat de stelling uit het laatste diagram (eventueel op een andere lijn) uit 7 studies bekend is, beginnen met een van G. Lolli uit 1763.

Mandler gaf zelf nog een goed te begrijpen voorbeeld van een festina lente-studie in het genoemde artikel:

A. Mandler

Die Schwalbe 1960

1.c4? Ka7 2.c5 Kb8! 3.c6 (3.cxb6 pat) 3...Ka7 4.c7 pat. Maar 1.c3! Ka7 2.c4 Kb8 3.c5 Ka7 4.b8D+ Kxb8 5.c6 wint.

Ook de Brit John Beasley heeft zich uitvoerig met het festina lente-thema beziggehouden. Zonder twijfel heeft dat te maken met het feit dat hij zich intensief in Mandler verdiept heeft, en diens boek vertaalde uit het Tsjech. Dat is recent hier on-line beschikbaar gekomen.

Een aardig voorbeeld:

J. Beasley

Diagrammes 1998

De inleiding is zeker de moeite waard: 1.Pe3 (1.Pe1? h2 2.Pd3 h1P remise) 1...h2 2.Pf1 (2.Pg4? h1P!) 2...h1P. En ook de zijvariant is niet te versmaden: 2...h1D 3.Pg3+ Kd4 4.Pxh1 Kc3 5.Kd1

Hier zien we een bijzondere eigenschap van een pion op de tweede rij. Die verhindert dat zwart 5…Kb3 kan spelen, waarna het meteen remise zou zijn. Na 5…Kb2 6.a4! schiet de pion er als een haas vandoor en is niet meer door de koning te achterhalen. En na 5… Kb4 6.Kc2 Ka3 7.Kb1 is de pion gered en wint wit gemakkelijk.

Terug naar de hoofdvariant:

Na 3.a4? Kd4(5) 4.Kf4 Kc4 gaat de pion onherroepelijk verloren. En na 3.Pd2+? Kf4 dreigt het zwarte paard via g3 uit de hoek te ontsnappen. Er zit niets anders op dan 4.Pf1 Ke4 en wit krijgt een tweede kans om de juiste zet te doen:

3.a3! Festina lente! Een niet-onbelangrijke pointe is dat na 3...Kd4 4.Kf3 Kc3 5.Pe3 Kb3 6.Pc2 het witte paard de pion dekt en zelf onschendbaar is (de haas, weet u nog?). Overigens kan wit in deze variant ook nog de fraaie zet 5.Pd2 spelen. Na 3…Kf4 4.a4 wint wit eenvoudig, bijvoorbeeld 4…Ke4 5.a5 Kd5 6.Kf3 Kc5 7.Pd2 Kb5 8.Pb3.

Een aantal jaren geleden was ik betrokken bij een thematoernooi. De eindspelstudievereniging ARVES (zie www.arves.org) organiseerde toen het “quiet move”-toernooi. Het thema was dus een stille zet (geen slagzet, geen schaak). De volgende studie van een goede kennis van me, de Russische grootmeester Nikolai Kralin, behaalde de tweede prijs:

N. Kralin

2e prijs Quiet Move toernooi 2002

Er volgt een inleiding waar ik wel mijn wenkbrauwen bij optrok:

1.Tg8 (1.hxg7? Dxh3+) 1...Kxh6 2.Dg4! (2.h4? g4) 2...Dxg4 3.hxg4

Vermoedelijk had mijn grootmeesterlijke vriend hier te kampen met een probleem dat ik maar al te goed ken: een prachtige studie waarin zwart begint, maar waar is die plausibele inleiding die wit laat beginnen? Met het door scheidsrechters verfoeide houtjes hakken krijg ik het ook altijd wel kloppend, en het is geruststellend dat ook een GM (toen overigens nog IM) toevlucht moet nemen tot dergelijke praktijken. Goed, dat hebben we gehad.

Zwart lijkt totaal verloren te staan. Maar er is een interessante mogelijkheid: 3…Bf8! Wit kan nog even denken dat zwart zich vergist. Na 4.Txf8? is het geen pat, maar al snel blijkt dat het pat na 4…g6 wel degelijk onontkoombaar is. De enige mogelijkheid om verder te komen is om met de c-pion te zetten. U voelt ‘m vast aankomen: 4.c3!! Festina lente, een zet die ook kwalificeerde als oorverdovende stille zet voor het thematoernooi. Zoals u weet geef ik een zet slechts bij hoge uitzondering twee uitroeptekens, maar deze verdient ze dubbel en dwars. We zullen later zien waarom 4.c4? hier de thematische verleiding is. Natuurlijk probeert zwart de toren in bedwang te houden met 4…g6, want nu is 5.Txf8? wel meteen pat. Een slimmerd zou kunnen hebben bedacht dat wit’s bedoeling met dat kleine pionstapje was om nu alsnog 5.c4? te spelen, waarna de zwarte loper de witte toren moet laten gaan. Maar zwart heeft dan nog een ander pat in het vat: 5…Lg7+! 6.Txg7 pat. De juiste zet is een curieus torenoffer: 5.Tg7! O.a. vanwege de matdreiging op h7, moet zwart wel nemen: 5…Lxg7+ 6.Kg8

Nu wordt wit’s bedoeling langzaam duidelijk. De zwarte koning is buitenspel gezet, en de witte is van plan om pion c6 te gaan oppeuzelen. De zwarte loper blijkt daar niet veel aan te kunnen doen: 6…Bf6 7.Kf7! (Niet 7.Kf8? Kh7!) 7...Ld8 8.Ke6(8) La5 9.Kd6(7)

Dit is het moment om terug te komen op de thematische verleiding. Als wit 4.c4? zou hebben gespeeld, dan stond de c-pion nu dus op c4, en kon zwart hier 9…Ld2 spelen. Dan heeft zwart na 10.Kxc6 Lxe3 bijv. 11.Kd5 Lxc5 opeens een winnende vrijpion. De pion op c3 verhindert dus dat de loper meteen naar d2 kan, en dat kost zwart een kostbaar tempo. 9...Lxc3 10.Kxc6 Ld4! Zwart probeert wit nu nog even in verwarring te brengen. Na 10…Ld2 wint naast 11.Kb5 ook 11.Kb7.

11.Kb5! Bxe3 (11...Bxc5 12.Kxc5 Kg7 13.Kd5 wint gemakkelijk) 12.c6 Bb6! Zwart haalt het onderste uit de kan en krijgt het voor elkaar om zelf ook te promoveren 13.Kxb6 e3 14.c7 e2 15.c8D e1D maar moet nu boeten voor de vrijwillige opsluiting van diens monarch eerder tijdens dit epos: 16.Dh8 mat.

De stelling na de derde zet is ook een moeilijk neembare horde gebleken voor schaakengines.

Alle fragmenten via de viewer:

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.