Van der Wiel slaat toe na bange momenten

De derde partij tussen het Groningse talent Jorden van Foreest en grootmeester John van der Wiel is na een waar spektakelstuk geëindigd in een overwinning voor de Leidse grootmeester. Opnieuw kwam de Najdorfvariant met 6. h3 op het bord, maar Van der Wiel had zijn huiswerk gedaan. Hij koos voor een soort Draakopstelling met … g6. Maar Van Foreest wist ook van wanten, want hij koos onvervaard de aanval en toen de zwartspeler zijn witveldige loper moest inleveren tegen een paard, vertrouwde Van der Wiel het niet helemaal zodat hij omstreeks de twintigste zet remise aanbood. Dat werd resoluut afgeslagen, maar dat kwam de witspeler later duur te staan.

Het weigeren van het offer bracht onvermoede krachten los in Van der Wiel die nu op het scherp van de snede verderging. Hij moest ook wel, want de witspeler was bezig zijn koningsstelling te slopen. Het eerste kritieke moment deed zich voor bij de twintigste zet waar wit wellicht had moeten anticiperen op een van de mogelijke acties die zwart in de stelling had gevlochten. Dan is het de beurt aan zwart om zich niet in te laten op de meest kansrijke voortzetting. Deze stelling heb ik uitvoerig onderzocht. Aanvullingen zijn welkom!

Ook een zet later valt er weer van alles te analyseren. Nadat Van der Wiel vermoedelijk het verkeerde paardoffer heeft gebracht, had Van Foreest er verstandig aan gedaan om het offer te weigeren. In het variantencomplex denk ik aangetoond te hebben dat wit de overhand had gekregen met 21. Tc1!. Zoals het nu ging werd het bijzonder spannend. Zwart kwam binnenzeilen over de b-lijn, won een kwaliteit terug, maar nog altijd was er niet bijzonder veel aan de hand voor Jorden als hij op zet 29 maar niet mis had gegrepen. Hij ging met 29. Le4?? voor zijn eigen kansen, in plaats van het sterke 29. Pc6!, waarmee hij de zwarte dame buiten de deur zou hebben gehouden. De partij was dan hoogstwaarschijnlijk in remise geëindigd. Zoals het nu ging, kwam de zwarte dame sterk naar binnen en Van der Wiel maakte de partij met een paar rake klappen op fraaie wijze uit. De grootmeester zal opgelucht zijn dat hij op voorsprong is gekomen en dat hij na een paar bange momenten overleefd te hebben, nu met een gerust hart de laatste partij in kan gaan. Daar heeft hij ook nog wit, zodat het voor Van Foreest welhaast onmogelijk lijkt om de tweekamp nog gelijk te trekken. Maar zeg nooit nooit!

Van Foreest, Jorden – Van Der Wiel, John (derde matchpartij)

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. h3

Een herhaling van de eerste partij. Maar Van Foreest kon er donder op zeggen dat Van der Wiel zijn huiswerk zou doen.

6… g6

Hij kiest voor dit systeem dat een soort mix tussen de Najdorf- en de Drakenvariant is. Maar het is niet de ‘Dragondorfvariant’ die Nakamura wel eens van stal haalt.

7. Le3

De normale voortzetting. 7. g4 is ooit gespeeld door Carlsen die in een blitzpartij Ponomariov op grootse wijze de baas werd (zie partij in viewer).

7… Lg7 8. g4

Het maakt waarschijnlijk niet zoveel uit welke volgorde wit hanteert. In veel partijen werd gekozen voor Le3, Dd2, g4 en 0-0-0 waarna wit klaar staat voor een koningsaanval of voor een centrumactie.

8… Pc6 9. Dd2

9… h5

Van deze aanpak heb ik slechts twee voorbeelden kunnen vinden, van niet al te bijzondere schaakhelden. Het doet een beetje denken aan de aanpak van GM Genna Sosonko in de zeventiger en tachtiger jaren met de Draak. Hij wachtte met de korte rokade, maar hij probeerde eerst de naderende koningsaanval neer te slaan.

10. g5 Pd7 11. O-O-O O-O

Nu er voorlopig geen h-lijn open komt, kan zwart met een gerust hart kort rokeren.

12. f4 Pa5 13. Kb1 b5 14. b3

Deze zet bevalt me niet, hoewel dat in de praktijk erg mee zal vallen. Met een loper op g7 lijkt het niet verstandig om zwarte velden op de lange diagonaal vrijwillig te verzwakken. Daarbij wordt ook nog de c-lijn kwetsbaar waardoor zwart de nodige aanknopingspunten krijgt om het initiatief over te nemen. Het is overigens niet eenvoudig om een goed speelplan voor wit te bedenken. Het moet waarschijnlijk komen van de actie f4-f5 en daarbij zal hij op de koop toe moeten nemen dat hij veld e5 kwijtraakt. Maar na ooit fxg6, fxg6 krijgt wit de aanknopingspunten die hij nodig heeft: pion g6 en het verzwakte veld e6. Dit alles in combinatie met de voor zwart vervelende paardsprong Pc3-d5. Kortom, een spannende strijd ligt in het verschiet!

14… Lb7 15. f5 Pc5

Zwart gooit zijn stukken richting de witte koning.

16. Lg2

Eerst moet pion e4 extra dekking krijgen. De vork met 16. b4 faalt op 16… Pxe4 17. Pxe4 Lxe4 en zwart krijgt de overhand.

16… Tb8

Het is duidelijk waar Van der Wiel op zit te azen. Hij wil graag met een stukoffer de b-lijn zien te openen om zo bij de witte koning te kunnen komen. Vermoedelijk valt 16… Le5 te prefereren boven de tekstzet.

17. Thf1

Mijn engine vindt direct 17. Pd5! ijzersterk. Na 17… Lxd5 18. exd5 b4 19. Thf1 valt er voor zwart weinig eer te behalen op de damevleugel, terwijl wit nu wel klaarstaat om na fxg6 pion g6 te gaan belagen of via veld e6 de zwarte stelling binnen te dringen.

17… Le5 18. Pd5

Van Foreest doet alles wat hij moet doen.

18… Lxd5

Dat lastige paard moet eraf, maar de witte velden worden hierdoor wel ernstig verzwakt.

19. exd5 Dc7

20. c3?!

Dit ligt voor de hand, maar het verzwakt de koningsstelling nog meer. Met 20. Tde1 anticipeert wit op de verborgen dreiging met … Pa4. Beide paardoffers komen in aanmerking, vandaar het volgende overzicht:

  • De zet uit de partij 20… Pa4 lijkt hier minder effectief omdat … Pc3+ niet meteen materiaal wint, waardoor wit op de koningsvleugel zijn gang kan gaan: 21. fxg6 Dc3 (21… fxg6? 22. Txf8+ Txf8 23. bxa4 en alles is voorbij voor zwart.) 22. Dxc3 Pxc3+ 23. Kb2 b4 24. gxf7+ Txf7 25. Txf7 Kxf7 en wit staat erg goed.
  • 20… Pc4! Het begin van een offerfestijn dat zijn weerga niet kent! 21. bxc4 [Weigering van het offer is helemaal desastreus na 21. De2 Da5!] 21… bxc4+ 22. Ka1 Met de koning in de vuurlijn van de loper op e5 en een open b-lijn, is het niet verwonderlijk dat zwart verder mag combineren: 22… Tb2!? Wit heeft weer keuze:

    A) Riskant is 23. Kxb2 c3+ 24. Kxc3 (24. Dxc3?? Pa4+) 24… Pe4+ 25. Kd3 Pxd2 26. Kxd2 Dc4 27. Pc6 Lc3+ 28. Kd1 Lxe1 29. Txe1 Te8 en hoewel wit drie stukken voor de dame heeft, zal zwart zeker niet minder staan omdat de stukken nauwelijks samenwerken en de witte koning bepaald niet veilig staat.

    B) Vermoedelijk is 23. Tb1! de beste voortzetting, maar dat zal zwart er niet van weerhouden om verder te blijven offeren. 23… Pb3+!? 24. axb3 c3 25. Txb2 Enige zet, anders is het mat. 25… cxd2 26. Pc6 d1D+ 27. Txd1 Lxb2+ 28. Kxb2 gxf5 en in deze onduidelijke stelling gaat mijn voorkeur toch uit naar wit. Hier zijn de witte stukken veel beter dan de zwarte dame. Dat komt omdat ze hier veel beter samenwerken, terwijl ook de witte koning volkomen veilig staat.

20… Pa4?!

Waarschijnlijk het verkeerde paardoffer, hoewel dat heel moeilijk te voorzien was. De sterkste zet was 20… Pc4! omdat het paard op a5 de zwarte acties in de weg staat.

  • Als wit het offer aanneemt, wordt hij geslacht. 21. bxc4 Da5! met beslissend voordeel. Wit verliest tenminste een dame tegen een stuk. Een paar voorbeelden: 22. Dc2 (22. cxb5 Lxd4 23. Lxd4 Txb5+ 24. Ka1 Pb3+) 22… bxc4+ 23. Kc1 (23. Ka1 Pb3+ 24. Pxb3 cxb3 gevolgd door slaan op c3.) 23… Da3+ 24. Kd2 Tb2
  • 21. De1 maar dan heeft zwart geen problemen.
    • 21. bxa4?!

      Van der Wiel heeft waarschijnlijk goed gezien dat het stukoffer niet aangenomen mocht worden. Wit had het offer moeten weigeren met 21. Tc1! waarna zwart min of meer verplicht er meteen een tweede paard tegenaan te gooien met 21… Pc4. Maar de zwarte aanvalskansen blijken op een hersenschim te berusten. We bekijken deze en nog een andere mogelijkheid:

      • Een poging is nog 21… gxf5 om de witte toren even weg te lokken na 22. Txf5 en dan pas te offeren, maar ook dan zal wit zegevieren na 22… Pc4 23. bxc4 bxc4+ 24. Ka1 Tb2 25. Tc2 (25. Dxb2 Pxb2 26. Kxb2 Da5 27. Tf2) 25… Tfb8 26. Tf1 Da5 27. Txb2 Txb2 28. Dxb2 Pxb2 29. Kxb2 en zwart komt er niet door. Met een toren en twee stukken voor de dame (en een pion) lijkt mij dat wit vrijwel zeker op winst staat.
      • 21… Pc4 22. bxc4 bxc4+ 23. Ka1 Tb2 Wat anders? 24. Tc2 Tfb8 25. fxg6 fxg6 26. Tfc1 Da5 27. Lf1 en zwart heeft helemaal niets hoewel zijn stukken erg dreigend lijken te staan.

      Het lijkt er dus op dat wit hiermee een goede kans op de overwinning heeft laten liggen. Dat is allemaal makkelijk praten met een sterk computerprogramma op de achtergrond 🙂 🙂 .

      21… Pc4 22. Dd3

      Op 22. Dc1 antwoordt zwart heel geschikt met 22… b4!

      22… bxa4+ 23. Ka1

      23… Pb2

      Zo wint zwart in elk geval een kleine kwaliteit terug, terwijl zijn operaties over de b-lijn nog bepaald niet beëindigd zijn.

      24. Dc2 Pxd1 25. Txd1 a3 26. fxg6

      Jorden gaat voor zijn eigen kansen. Ook 26. Lc1 had zo zijn nadelen: 26… Da5 27. fxg6 Tfc8 en ook nu werken alle zwarte stukken mee in de aanval, terwijl het initiatief van wit aan de andere kant slechts een storm in een glas water is: 28. gxf7+ Kxf7 29. Dh7+? [Beter is 29. Tf1+] 29… Ke8 30. Dg6+ Kd8! en zwart wint.

      26… Tb2 27. gxf7+ Txf7 28. Dg6+ Lg7

      We naderen nu het belangrijkste moment van de partij.

      29. Le4??

      Daarmee brengt hij een bijzonder gevaarlijke dreiging in de stelling (Dg6-h7+ gevolgd door Pe6+), maar zwart is nu eerder. Maar het blijkt een vreselijke blunder omdat de zwarte dame plotseling met grote kracht ten tonele verschijnt. Hij had een zet moeten spelen, die hij de hele partij niet mócht spelen, namelijk 29. Pc6! Nu de loper op g7 gepend staat, moet de zwarte dame hoe dan ook buiten de deur gehouden worden. 29… Txg2 [Belangrijk is ook dat 29… Db7 beantwoord wordt met 30. Dxf7+!] 30. Ld4 Dd7 31. Tb1 Tb2 32. Txb2 axb2+ 33. Kxb2 en hoewel wit een kwaliteit tegen een pion achterstaat, staan de witte stukken zo dominant dat hij volstrekt geen verliesgevaar heeft. Remise lijkt hier de meest waarschijnlijke uitslag.

      In de commentaarzaal probeerde Böhm 29. Pf5 waarna hij de zetten 29… Txf5 30. Ld4 op het demonstratiebord bracht waarna het inderdaad onduidelijk zou zijn. Zwart heeft echter een fantastische parade die hem ogenblikkelijk de zege oplevert: (zie analysediagram)

      29… Tf2!! Met winst, het zal je maar gebeuren!

      29… Dc4!

      Het is ineens over en sluiten.

      30. Pb3

      Hier faalt 30. Lb1 op 30… Txa2+ 31. Lxa2 Dxc3+ 32. Kb1 Db2#. Als wit zijn troeven uitspeelt met 30. Dh7+ Kf8 31. Pe6+ Ke8 32. Pxg7+ loopt de zwarte koning gewoon naar veilige oorden, terwijl hij alle schepen achter zich verbrandt. De dreigingen van zwart zijn zo sterk dat daar geen parade meer op mogelijk is. (32. Dg8+ aangegeven door Van der Wiel en nu moet zwart 32… Lf8 antwoorden waarna het witte initiatief wordt lamgelegd.) 32… Kd7 33. Lf5+ Kc7 34. Pe6+ Kb7 met winst.

      30… Txb3

      Uiteraard opent hij de lange diagonaal.

      31. Ld4 Tb2

      om vervolgens weer naar dit veld terug te keren.

      32. Lb1

      32… De2!

      De dreiging … Txa2+ gevolgd door … Dxb2 mat kan niet meer opgevangen worden, vandaar dat de witspeler zich hier gewonnen gaf.

      0-1

      De derde partij Van Foreest-Van der Wiel plus aanvulling via de viewer:

      Alle info op: Schaakfestival Groningen

      (De foto is van Harry Gielen op de toernooisite)

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.