Eindspelstudies 43 – Studie van het Jaar 2011

website

E-mail:

Hierbij de 43ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies.
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld.
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies.
  • De database is in standaard pgn-formaat en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s.


De verkiezing van de Studie van het Jaar is een traditie die al zeker twee decennia teruggaat. Het idee is om een goede studie uit een bepaald jaar te selecteren die een algemeen schaakpubliek – u dus – aanspreekt. Die studie wordt naar diverse schaakredacteurs gestuurd in de hoop dat die ‘m publiceren in hun tijdschrift of schaakrubriek. Propaganda van het zuiverste water! Gebruikelijk is dat de eindspel- studiecommissie uit een rijtje voorgeselecteerde kandidaten een keuze maakt op het jaarlijkse compositiecongres. Ik ben voorzitter van die commissie, maar was dit jaar glad vergeten om die voorselectie te maken nadat ik om achteraf moeilijk te begrijpen redenen had besloten om niet naar het verre Japan af te reizen waar afgelopen september het congres in Kobe plaatsgreep. Mijn schaakvriend GM David Gurgenidze nam de virtuele voorzittershamer over en bedacht een oplossing voor de genante kwestie: een internetverkiezing. Iedereen mocht kandidaten insturen, waarna de commissie (dit jaar bestaande uit Gurgenidze, Ilam Aliev uit Azerbaijan, Marcel Van Herck uit België en mijzelf) punten moest toekennen en de studie met het meeste aantal punten zou “winnen”.

Ondanks dat het een officieuze procedure is, voelen de componisten zich enorm vereerd als hun studie wordt verkozen – vooral in Oost-Europa, waar elke eretitel kansen oplevert. Soms leverde het een heuse polemiek in de vakbladen op, maar eigenlijk was ik altijd wat verbaasd over de grote mate van consensus in de commissie bij de keuze (zie ook aflevering 32). De meeste discussie ontstaat omdat het ieder jaar weer niet duidelijk is dat het niet gaat om de beste studie van het jaar. Vriend Gurgenidze had dat niet helemaal uitgelegd bij de internetverkiezing, met als gevolg dat componisten en anderen de crème-de-la-crème van het studiejaar 2011 instuurden. Van de zeventien kandidaten leden er mijns inziens een dozijn, vaak terechte prijswinnaars in toernooien, aan het ingewikkeldheidsvirus, de materiaalbulkbacterie, de merkwaardige-materiaal-verhouding-parasiet of aan alle drie tegelijk. Die waardeerde ik daarom voor de duidelijkheid met 0 of 1 punt, hetgeen tot enige verbazing leidde – ik druk mij voorzichtig uit – bij de inzenders.

Graag gun ik u een blik achter de coulissen. Een kandidaat die bij de anderen hoog scoorde was de volgende:

A. Skripnik

1e prijs Argentinië-200 JT 2011

Het is interessant om te vermelden dat ik dit prestigieuze toernooi mede jureerde. Als beloning daarvoor ontving ik, evenals de gelauwerde componisten, een bronzen plaquette die inmiddels een tikje in de weg staat op mijn bureau. Het wordt tijd die naar het schaakprijzenkastje op zolder te verhuizen waar ik enkele vetleren medailles en ik geloof één bekertje heb staan uit een grijs partijschaakverleden – je gaat je niet voor niets bekwamen op een ander gebied.

Oorspronkelijk was het jeugdige supercompositietalent Sergiy Didukh uit Oekraïne co-auteur van deze studie. Hij is de Jekyll and Hyde van de eindspelstudiewereld. Geweldig componist – en dito querulant. Toen bekend werd dat “zijn” studie de eerste prijs won, wilde hij er niets meer mee te maken hebben. In eerste instantie begreep ik dat hij vond dat zijn bijdrage te gering was; hij had een eerdere versie van Skripnik weerlegd en gezorgd voor een correctie, maar later bleek dat hij nogal smalende reacties van collega-componisten had gekregen over deze mansuba.

In de woeste beginstelling is het een prestatie dat de oplossing begint met een stille zet: 1.Tg2 die b2 dekt. Zwart voert de hoge druk nog wat op: 1…Pc5 en wit gaat nu helemaal los: 2.Th2+ Kg8 3.Th8+ Kxh8 4.Pxf7+

Waarna een partijschaker misschien al het hoofd in de schoot zou leggen. Na 4…Lxf7 5.Dxf6+ is het vrijwel meteen mat, dus de zwarte monarch moet zich dapper blootstellen aan een batterij: 4…Kg7. Wit moet nu niet te gretig zijn, want na 5.Pxd8+? Kh6 6.Pf7+ Kh5 7.Txc5 Dxb2+ 8.Ka4 c2 is zwart ok. Beter is 5.Pe5+, waarna de zwarte koning in wildwater terecht komt: 5… Kh6 6.Dg7+ Kg5 7.Dxg6+ Kf4 8.Dxf6+ Ke3 9.Dg5+ Ke2 10.Dg4+ Ke3

Wit lijkt nu uitgekanoëd, maar weet de aanval middels een offer voort te zetten. 11.Pc4+ Zwart slaat het genereuze aanbod natuurlijk af omdat anders de toren gaat meedoen via e7. 11… Kd3 12.Qd1+, maar moet nu toch toehappen. 12…Kxc4 13.De2+ d3 14.Dg4+ d4

Op het eerste gezicht lijkt zwart de storm te hebben doorstaan. Maar na 15.De6+ Td5 16.Da6+ Db5 17.b3

is het zonder meer een smakelijk mat met twee gepende stukken en vier self-blocks. Dat had u vast niet vermoed vanuit de beginstelling. Deze project X-party kon dus niet op de aanloop van de gehele studiewereld rekenen. Mag u raden wie deze studie had gekandideerd. Juist, Sergiy Didukh! Deze studie behaalde bij de andere commissieleden 3, 3 en 4 punten, maar bij mij 0 punten. Ongeloof was mijn deel: wel de eerste prijs toekennen en deze studie vervolgens laten vallen. Maar de grote verdiensten van deze studie (stille sleutelzet, mooi mat, lange koningstocht, misschien vooral het feit dat zoiets technisch klopt) streepte ik weg tegen de verwachting van uw verwachting: dit ziet u niet als een eindspelstudie, maar als een middenspelcombinatie of een lastige hersenbreker. Heb ik gelijk of niet?

De andere 0- en 1-punters in mijn lijst waren prachtige studies waar de experts en ik onze vingers bij aflikten, maar die mijns inziens volkomen ongeschikt waren als “Studie van het Jaar”. De bovenstaande studie steekt nog heel gunstig af tegen die andere, maar negatieve scores waren niet toegestaan.

De studie die het op twee na hoogste puntenaantal kreeg, was het volgende toreneindspel:

V. Pogorelov & V. Kopyl

1e eervolle vermelding Problemist Ukrain 2011

Toen ik nog partijschaakte dagdroomde ik wel eens over fantastische combinaties en eindspelstudieachtige wendingen die ik in mijn volgende schaakpartij zou gaan vlechten. Soms bleek ik over profetische gaven te beschikken. Zo kondigde ik ooit tijdens een diepnachtelijk kroegbezoek als ideale voorbereiding op een KNSB-wedstrijd de volgende dag, aan dat ik die partij met een dameoffer zou gaan beslissen. Het liep uit op een weddenschap (biertje). Toen het inderdaad lukte (ik weersta de verleiding om het partijfragment te vertonen), vonden mijn team(medekroeg)genoten eigenlijk dat een dameoffer met mat als pointe, niet als een echt dameoffer kon worden beschouwd. Tja, ik ga natuurlijk geen dame offeren zonder pointe! Het biertje smaakte prima.

Na een lastig potje, droomt u maar met mij mee, zijn we in een toreneindspelletje beland waarin we weliswaar wat pionnetjes achterstand hebben, maar we aan de grote schoonmaak toekomen. Voor de hand ligt 1.Txa2? maar dat is juist fout. Wit moet eerst 1.Tf2+! spelen: 1...Ke1 en nu 2.Txa2 Txd7 3.Txa6 Td6 4.Txd6 cxd6 5.Kh4 d5 6.Kxh5 d4 7.Kg6 d3 8.Kxf6 d2 9.Ke7 d1D 10.f6

Als wit meteen 1.Txa2? had gedaan, dan stond nu de zwarte koning nog steeds op f1 i.p.v. e1. Dat is een enorm verschil, want dan zou zwart nu 9…De1+ kunnen spelen, om op 10.Kf8 met 10…Db4+ te kunnen antwoorden. Nu lukt dat niet: 10…De2+ 11.Kf8 met (een bekende) remisestelling; zwart kan 12.f7 niet voorkomen.

Een studie die bij iedereen hoog scoorde was:

Yochanan Afek

1e/2e prijs internettoernooi Georgië 2011

Wit heeft een stuk meer, maar het pure chocoladeblokje op de koningsvleugel boezemt enig ontzag in. Na 1.Ke1 zou zwart 1…Kb7 kunnen spelen, waarna wit moet oppassen: 2.Kf1 Kc6 3.c4! f2 4.Kg2! (Niet 4.Ke2? g2! 5.Kxf2 f3 6.Kg1 g3) 4...f3+ 5.Kf1 g2+ 6.Kxf2 g3+ 7.Kg1 waarna wit wint. Na 1…g2 2.Kf2 g3+ 3.Kg1 Kb7

Nu de witte koning met handen en voeten gebonden is, is het winstplan heel eenvoudig: de loper moet de pionnen op f4 en g3 slaan. Daarbij is het lastig dat wit natuurlijk wel minstens één pion moet overhouden. Als de witte loper de korte weg via d8 en g5 kiest, dan gaan beide witte pionnen zoals u zelf gemakkelijk kunt nagaan. En na 4.La5? Kc6 5.Lb4 Kd5 6.c4+!? Kxc4 7.c6 Kd3 wint zwart zelfs. De zwarte koning moet van d5 worden weggehouden. 4.c3! Een mooie subtiele zet. Na 4.c4? Kc6 5.La7 Kb7 6.Lb6 Kc6 is wit in zetdwang. 4… Kc6 5.c4! en nu zit zwart aan de verkeerde kant van de wederzijdse zetdwang. 5…Kd7 (verhindert 6.Ld8)

Nu heeft de loper wat manoeuvreerruimte: 6.La5 Kc6 7.Lb4 Kd7 8.Bc3 Kc6 9.Bd4 Kc7

Het is grappig om te zien dat de loper stapje voor stapje vooruitgang boekt.

Nu moet wit nogmaals oppassen voor een wederzijdse zetdwang. Na 10.Lg7? Kc6 11.Lf8 Kc7 12.Ld6+ Kc6. Wit kan natuurlijk nog wel op zijn schreden terugkeren naar de vorige diagramstelling. Beter is 10.Be5+! Kc6 11.Bd6

En nu is zwart is de zetdwangstelling aan zet: 11…Kd7 12.Lxf4 Kc6 13.Ld6 Kb7 14.Lxg3 Kc6 15.Lf2 dekt de pion duurzaam en verdedigt veld g1. De witte koning is weer vrij en zwart kan het opgeven.

De winnaar is een studie waaraan ik zelf zeer goede herinneringen bewaar. Deze studie spreekt ons allen aan èn is een topstudie. Kortom, de perfecte studie van het jaar 2011. Deze studie heb ik al uitgebreid besproken in aflevering 35, maar een herhaling kan geen kwaad, denk ik:

Oleg Pervakov

1e prijs Harold van der Heijden-50 JT

Wit moet een keuze maken uit twee mogelijke schaakjes door de witte toren op e4. Fout is 1.Te5+? Kxe5 2.Lxh6 a1D 3.Lg7+ Ke4 4.Lxa1 Tc1 5.Tf4+ Ke3

En wit kan niet alle drie bedreigde stukken tegelijk dekken. Dus 1.Td4+! Kxd4 2.Lb2+ Ke3

En weer moet wit kiezen uit twee mogelijke schaakjes van de witte toren. Fout is nu 3.Te2+? Kd3 4.Kxc5 Th5+ 5.Kb4 a1D 6.Lxa1 Tb5+ 7.Kxb5

En, echt waar: de zwarte koning staat midden op het bord pat.

Dus de oplossing is dat andere schaakje: 3.Tf3+! Ke4 4.Kxc5 a1D 5.Lxa1 Tc6+. Nu moet wit even op z’n handen gaan zitten, want na 6.Kxc6? staat de witte koning opnieuw midden op het bord pat. De patstelling lijkt veel op de vorige, maar is toch anders!

De juiste weg is 6.Kb5 Tc1 7.Tf4+ Ke3

In vergelijking met het tweede diagram is er een klein verschil: de witte koning staat op b5 i.p.v. b4. Toch is dat nu juist de crux: 8.Ta4! Txg1 9.Ld4+ met een röntgenschaak.

Alle fragmenten via de viewer:

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.