Eindspelfinesses 22: Recente toreneindspelen

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

De laatste tijd heb ik redelijk wat partijen door mijn vingers zien gaan. Speciaal voor Schaaksite maakte ik analyses van actuele toernooien. Maar in de haast om het redelijk snel te publiceren wil er dan wel eens iets doorheen schieten, waarvan je later denkt: daar moet ik nog op terugkomen. Zeker ook omdat sommige eindspelen zo ingewikkeld zijn dat je daar onmogelijk in een paar minuten een juist oordeel over kunt vellen. Zelfs niet met de huidige engines. Waar het rekentuig het in scherpe stellingen met veel varianten het vaak bij het rechte eind heeft, kom ik er steeds vaker achter dat je er niet blind op kunt varen in het eindspel. Waar het precies aan ligt, kan ik wel vermoeden, maar omdat ik de architectuur van die programma’s niet ken, mogen specialisten hier een gefundeerder oordeel over geven. Wel weet ik inmiddels dat er stellingen zijn waarin de sterkste engines soms boven +3 of zelfs boven +4 geven, waarin ik toch met zekerheid kan zeggen dat het remise is of domweg gelijk staat. En andersom zie ik soms ook gevallen waarin ik zeker weet dat een partij op winst staat, maar dat de computer komt met een waardering van 0.00. Een fenomeen dat de laatste jaren een vlucht lijkt te nemen zijn de zogenaamde ‘tablebases’. Dat is een database waarin alle stellingen met zes stukken (inclusief koningen) zijn opgenomen. Men heeft de computer al deze eindspelen laten uitanalyseren tot het mat. Dat werkt natuurlijk feilloos omdat het om droge data gaat. Het is een gigantische hoeveelheid gegevens die op diverse websites tevoorschijn gehaald kunnen worden. Bij mijn weten zijn er nu ook databases waarin men heeft gewerkt aan de ‘zeven-stukken-eindspelen’, maar men is er nog (lang) niet in geslaagd om alle eindspelen hierin op te nemen.

Na deze inleiding is het tijd geworden om concreet aan te geven welke stellingen ik in gedachten heb om nogmaals de revue te laten passeren. Het ging om twee eindspelen, te weten:

  • Ivo Maris – Nick Maatman, uit het laatste NK-jeugd
  • Evgeny Alekseev – Erwin l’Ami

Naar aanleiding van mijn oorspronkelijke analyse kwam in de eerste partij een reactie van Maatman zelf, in de tweede partij had ik zelf het onbevredigende gevoel dat ik iets verder uit te leggen had. Dat zal ik hieronder proberen goed te maken. Als schaaktrainer begin je dan natuurlijk eerst wat stellingen voor te schotelen waarin je de problematiek schetst.

Instructievoorbeeld 1

Zwart houdt gemakkelijk remise. Zijn toren blijft op de a-lijn, de koning pendelt tussen de velden g7 en h7 heen en weer. Vooral niet 1. … Kf7?? wegens 2. Th7! en wit wint wegens het bekende röntgenmotief. Het enige winstplan van wit is om met de koning naar b6 te lopen om zo de pion met de koning te dekken. Wit dreigt dan de positie van de toren te verbeteren waarna de stelling gewonnen is. Op het moment dat de witte koning echter op b6 staat, geeft zwart een schaakje en keert daarna weer terug naar de a-lijn.

1. Kf3 Ta2

1… Kf7 2. Th8 Txa7 3. Th7+.

2. Ke4 Ta1 3. Kd5 Ta2 4. Kc6 Ta1 5. Kb6 Tb1+ 6. Kc6 Ta1 ½ – ½

Na dit elementaire voorbeeld gaan we snel naar een geval dat helemaal niet zo triviaal is als je zou denken. Probeert u het eerst zelf maar eens.

Instructievoorbeeld 2

Kan zwart aan zet de stelling remise houden, of staat hij verloren?

Uit de bestaande eindspeltheorie weten we dat het er voor beide kleuren vanaf hangt of wit erin slaagt zijn toren te verbeteren. Zoals uit vele voorbeelden bekend is, is het soms niet verstandig om a6-a7 te doen als daar niet direct een reden voor is. De schuilplaats op a7 heb ik ooit in een training een ‘bushalte’ genoemd, waar de witte koning naar toe kan lopen om zich te onttrekken aan de regen van schaakjes.

Zie mijn artikel Van Wely en de bushalte. De zwarte verdediging is er namelijk op gericht om ervoor te zorgen dat het ‘gaat regenen’ in de bushalte! In de literatuur wordt dat de techniek van de ‘flankschaakjes’ genoemd.

Hoe gaat dat in zijn werk? Om te beginnen moet zwart zorgen dat hij met zijn toren de a-pion onder schot houdt. Zou hij de toren naar de zijkant spelen, dan doet wit hetzelfde. De problematiek hierna is trouwens ook verre van eenvoudig, want de zwarte koning zal dan zo snel mogelijk naar de andere kant van het bord snellen. Het komt er kort gezegd op neer of de witte koning hem daarbij de pas kan afsnijden. In de viewer heb ik nogmaals de studie van Romanovsky opgenomen, die ook uit het artikel met Van Wely is aangehaald.

Dan zijn we nu eindelijk toe aan de twee recente partijfragmenten waarbij enkele onopgeloste kwesties nu opgehelderd kunnen worden.

Maris, Ivo – Maatman, Nick

Deze stelling was onderwerp van discussie. Nick Maatman liet weten na afloop van mijn analyse dat beide spelers na afloop hadden gevonden dat wit hier een betere poging had. Sterker nog, Maatman beweerde dat

48. Ta8

gewonnen moest zijn voor wit. Hij gaf aan dat wit met zijn pion naar voren loopt en met de koning pion c4 oppikt. Dat oordeel bestreed ik aanvankelijk en ik gaf de volgende variant waar k nu de hoofdvariant heb gemaakt.

Belangrijk is overigens dat 48. Txc4 Txa3 een remisestelling omdat wit op geen enkele wijze progressie kan boeken. In de partij werd 48. Ta7 gespeeld. Het vervolg was 48… Kxg4 49. f6 Tf3 50. f7 Kg5 51. a4 Kg6 52. Kb2 [Een andere poging is 52. Tb7 maar ook na 52… Kg7 53. Kb2 Tf6 54. Tc7 Tf3 55. Txc4 Kxf7! (55… Txf7? 56. Kb3 Tf1 57. a5 Kf7 58. Ta4! met winst.) 56. Te4 Th3 lijkt de remise een feit.] 52… Kg7 53. a5 Tb3+ 54. Ka2 Kf8 55. a6 Tb6 56. Ta8+ Kxf7 57. a7 Ta6+ 58. Kb2 Kg7 59. Kc3 Ta4 60. Kd4 c3+ 61. Kxc3 Ta1 62. Kb4 met remise.

48… Kxg4 49. f6

49. a4 levert niets op na 49… Kxf5 50. Tc8 Ke4 51. Txc4+ Kd5 en hier valt niets te halen.

49… Tf3 50. a4 Txf6 51. a5

en daarin gaf ik het verdedigingsidee aan met de zogenaamde flankschaakjes. Het komt er kort gezegd op neer dat zwart de toren op de g-lijn houdt, zodat de eigen koning beschermd is tegen een schaakje in de rug. Tegelijkertijd valt hij de witte pion aan de zijkant aan (dat noemen we ‘plakken’) en dan zou wit geen progressie meer kunnen boeken. Om dit oordeel te staven en om wat duidelijker te worden gaf ik nog wat zetten:

51… Tg6 52. a6 Kg5

53. Kc3!

Wit moet de pion op a6 houden. Wat daar de reden van is, zullen we straks pas ontdekken… Ik ging echter uit van een stelling waarin wit de pion naar a7 brengt en dan is het in elk geval zeker remise. Dat gaat als volgt: 53. a7? Tg7 54. Kc3 Kg4 55. Kxc4 Kg5 56. Kd5 Kg4 57. Ke6 Kg5! Het is essentieel dat de toren op g7 niet verdreven kan worden, want die heeft een dubbele functie. Hij moet aan de pion blijven ‘hangen’ en hij moet zijn eigen koning beschermen tegen schaakjes in de rug.

53… Kg4

De zwarte toren blijft aan de pion hangen; als hij dat niet doet, wordt de positie van de witte toren onmiddellijk verbeterd en dan is het snel met hem gedaan.

54. Kxc4 Kg3

"Met remise!" schreef ik in mijn enthousiasme. Had ik maar even de tijd genomen om de ‘tablebases’ te raadplegen. Die geeft tot mijn stomme verbazing een geforceerde winst voor wit aan. Laten we een paar zetten die de databank ophoest geven.

55. Kd5 Kg4

en nu komt het:

56. Kd4!!

Even drong er niet tot mij door wat het idee achter deze zet was, maar na bekomen te zijn van de verbazing, zag ik ineens wat er aan de hand is. Wit draait een ongelooflijk slim driehoekje. Laten we de tablebases maar weer verder volgen, ik kies wel steeds de ‘menselijke’ zet uit de lijst van veelal volkomen idiote zetten die ook schijnen te winnen.

56… Kg5 57. Ke5

Het gaat wit om deze stelling te bereiken, met zwart aan zet. Wat is er namelijk aan de hand? De zwarte koning is gekluisterd aan de g-lijn, dus die kan alleen naar g4. De toren blijft gebonden aan de aanval van pion a6 en aan de g-lijn, dus die moet blijven waar hij staat. Er is dus maar een zet:

57… Kg4

En dan komt nu de aap uit de mouw:

58. a7!

Nu de zwarte koning te ver ‘naar voren’ is gedrongen, speelt wit de pion op.

58… Tg7

Gedwongen, want anders komt de witte toren uit zijn schuilplaats tevoorschijn. Maar nu wint wit met

59. Kf6!

De zwarte koning had nu op g5 moeten staan om deze dreiging te verhinderen. Omdat de zwarte toren gebonden is aan veld g7, mag zwart nu de handdoek in de ring werpen. Een opmerkelijk staaltje van eindspeltechniek!

1-0

Vorige week besprak ik het uiterst interessante eindspel van onze belangrijkste vertegenwoordiger in Polen.

Alekseev, Evgeny – L’Ami, Erwin

Deze stelling had op het bord kunnen komen. Daarvan schreef ik dat er een technische winst valt te behalen voor wit met

73… Kd7

In de partij volgde 73… Kc6 74. Te6+ Kb5 75. Ke5 Kc4 76. Tc6+ Kd3 77. Kxd5 Tf8 78. Ke6 Txf3 En hier gaf zwart zich gewonnen.

74. Te5

Een van de subvarianten was:

74… Tf8+

Ik analyseerde ook 74… Kd6 75. Te6+ Kd7 76. Ke5 Tc8 77. Td6+ Ke7 78. Txd5 Txc3 79. Ke4 Kf6 80. Tf5+ Kg6 81. f4! gxf4 [81… g4 82. Tg5+ Kf6 83. Txg4 is uit.] 82. Txf4 en omdat de zwarte koning is afgesneden staat wit op winst.

75. Kxg5 Txf3 76. Txd5+ Kc6 77. Tc5+ Kd6

En hoewel wit twee pionnen meer heeft, staat zijn koning afgesneden. Omdat bekend is in de eindspeltheorie dat een dergelijk eindspel soms nog wel eens remise is, nam ik nu wel een blik in de ‘tablebases’. Die gaf ons te zien dat de stelling gewonnen is voor wit. "Winst in 36 zetten", schreef ik er droog achter tussen haakjes. Eigenlijk parkeerde ik hiermee het probleem om dat op een later tijdstip verder uit te zoeken. Daar is het nu dan van gekomen. Ik ga opnieuw uit van de ‘menselijke’ aanpak. Daarmee bedoel ik dat ik uit het rijtje zetten die winnen er eentje pak die ik met enige logica kan begrijpen om dat in een praktische partij wellicht ooit nog eens ten uitvoer te kunnen brengen. En met mij hopelijk alle lezers van deze rubriek!

Waar gaat het nu om? Wit zal op een of andere manier de afsnijding van zijn koning ongedaan moeten maken, want als de eigen koning bij de pionnen kan komen, is het niet moeilijk meer. Dat moet wit slim spelen want hij loopt het risico soms een pion te verliezen of zelfs een blokkade toe te laten die niet meer te breken valt. Er zijn stellingen bekend waarin de vijandelijke koning de twee pionnen blokkeert waarna het remise is. Laten we eens kijken hoe een en ander in zijn werk gaat.

78. Kg4 Tf1

Of 78… Tf8 79. c4 Tf1 80. Tf5 Td1 81. c5+ Kc6 82. Tf6+ Kc7 83. Td6 Tf1 84. Kg3 Tf8 85. d5 Tf5 86. Kg4 Tf1 [86… Te5 wordt als iets hardnekkiger gegeven, maar het is van belang dat we erachter komen hoe het verder gaat als zwart de afsnijding behoudt. 87. Kf4 Th5 88. Ke4 Th4+ 89. Kd3 en de rest is niet moeilijk meer.] 87. Ta6 Tc1 88. d6+ Kb7 89. Tb6+ Kc8 90. c6 Td1 91. c7 met winst.

79. c4 Tf2

Op 79… Td1 volgt 80. Td5+ Kc6 81. Kf3 Tc1 82. Tc5+ Kd6 83. Ke3 en de koning is bij zijn eigen pionnen gekomen, waarna de rest een peulenschilletje is.

80. Tf5 Td2 81. Tf6+ Ke7 82. Tf4 Ke6 83. Kf3

En ook nu heeft wit de afsnijding ongedaan gemaakt, waarna de afwikkeling van dit eindspel geen probleem meer hoeft te zijn. Ik geef voor de grap de zetten van de tablebase (dus voor beide spelers de meest optimale zet) totdat het helemaal duidelijk is.

83… Tc2 84. d5+ Kd6 85. Tf6+ Ke5 86. Te6+ Kd4 87. Tc6 Td2 88. d6

Er zit ook een grappenmaker in de tablebase… 88. c5 wint namelijk ook even snel! 88… Kxd5 89. Td6+.

88… Ke5 89. c5 Td3+ 90. Ke2 Td4 91. Tc7 Ke6 92. Ke3 Td1 93. Ke4 Td2 94. Te7+ Kf6 95. Th7 Td1 96. Th6+ Kg7 97. Th3 Kf7 98. Ke5 Tc1 99. Kd5 Ta1 100. Te3

En een kind kan verder de was doen.

1-0

Tot slot nog een opgave om nog even te testen of u met bovenstaande problematiek nu uit de voeten kunt. De vraag in de volgende stelling is of wit (aan zet) kan winnen.

OPGAVE

De vraag is eigenlijk of wit aan zet in staat is de schuilplaats van de zwarte koning ‘op te blazen’? Wat denkt u?

Alle partijen of fragmenten via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

3 Comments

  1. Avatar
    Wiebe Cnossen mei 16, 2013

    Het schijnt dat de Lomonosov tablebases met 7 stukken al aardig compleet beginnen te worden.

    Eindspelen zoals hier besproken kun je overigens uitputtend analyseren met het programma FinalGen (www.mtu-media.com/finalgen/home_ing.php). Je moet – afhankelijk van de positie – wel een grote harde schijf en het nodige geduld hebben.

  2. Avatar
    HermanGrooten mei 16, 2013

    Dat zijn interessante toevoegingen; ik was hiervan nog niet op de hoogte!

  3. Avatar
    Kees Schrijvers mei 17, 2013

    FinalGen.

    Door in het commentaarvenster op de link-knop te klikken kan een verwijzing eenvoudig in het commentaar worden verwerkt.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.