Foundations of Chess Strategy by Lars Bo Hansen.

Foundations of Chess Strategy by Lars Bo Hansen.

Toen ik deze titel las dacht ik, weer een boek over schaakstrategie?! Er zijn al genoeg boeken over schaakstrategie geschreven? Een goed (E-)schaakboek moet volgens mij aan 3 criteria voldoen:

1. Wat wil de auteur bereiken;

2. Origineel, een onbekend onderwerp of het schaakspel, anders is het niet interessant op het te lezen;

3. Actueel; een zogenaamde update van een bestaand goed boek.

De rest is rotzooi en de auteur wil alleen maar met het boek scoren en natuurlijk geld verdienen.

Als het aan de titel lag, had ik het boek niet gekocht. Maar aan de hand van het voorwoord, de inleiding en de inhoudsopgave is het een interessant boek om te lezen en daarna te bestuderen.

Dit boek was het eerste boek van Lars Bo Hansen. Aan hand van zijn eigen ervaringen en partijen legt hij zijn ideeën aan de lezer uit. Hij is een zakenman van beroep en probeert als een zakenman zijn doelgroep, de consumenten te begrijpen waarom ze zich zo gedragen en reageren. Hij past de theorieën van zijn eigen vakgebied op het schaakspel toe.

De auteur heeft een doel. Je leert beter schaken door eerst toepassing van zelfreflectie als schaakspeler (voorkeur voor schaakopeningen) en de studie van grootmeesterpartijen. Naar aanleiding van je stijl en voorkeuren voor o.a. pionnenstructuren, veiligheid van de koning, hoeveelheid stukken op het bord bepaal je de strategie in je partij na het bestuderen van verschillende schaakscholen, de openingskeuzes en de speelstijlen van diverse (top)grootmeesters uit het verleden en heden.

Het boek bestaat uit 8 hoofdstukken:

1. Wat is strategie

2. Factoren van schaakstrategie

3. De tegenstanders: de rol van menselijke factoren in schaken

4. Karakteristieken van reflectoren

5. Karakteristieken van theoretici

6. Karakteristieken van pragmatisten

7. Karakteristieken van activisten

8. De omgevingsfactoren

Hoofdstuk 1 beschrijft de inside en out-side benadering, de criteria van een strategie en typen van voordelen.

Hoofdstuk 2 beschrijft verschillende theorieën over onderwerpen van zijn voorgangers als schaakauteur. De elementen van Nimzowitsch uit My System worden opgesomd. Ook de drie hoofdelementen van het schaken: kracht, ruimte en tijd van Znosko-Borovsky met zijn boek The Middlegame of Chess neemt hij als voorbeeld.

Volgens de auteur zijn er 2 vitale factoren:

1. een menselijk factor

2. een omgeving factor.

Met menselijke factor bedoelt hij: eigen schaakstijl en bijbehorende karakteristieke eigenschappen en de schaakstijl en bijbehorende karakteristieke eigenschappen van je tegenstander. Voor het gemak verdeelt hij de schaakspeler in 4 archetypen van schaakstijl.

In de volgende 5 hoofdstukken licht hij dit toe met partijen en voorbeelden van dit soort spelers. Met omgevingsfactor bedoelt hij de tijdsdruk (de schaakklok, team of individuele wedstrijd, stand in een toernooi, de achtergrond van de tegenstander en de tijdsdruk.

Hoofdstuk 3 beschrijft de menselijke factoren in het schaken. De auteur verdeelt de schaakspelers in 4 archetypen: de reflector, de theoreticus, de pragmatist en de activist. De schaakspeler, zegt de auteur lost een probleem in een schaakstelling op aan de hand van zijn karakteristieke eigenschappen. Is de schaakspeler een aanvallende of een verdedigende speler. Wil de schaakspeler zijn beslissingen bereiken door logica of door zijn ervaringen of intuïtie. Logische schaakspelers maken beslissingen door systematisch en “interrelated” lijnen van reden.

Zij ontwikkelingen verbonden keten van gedachten en argumenten waarna het leidt naar het einde van de beslissing. Een voorbeeld van gedachte: ik heb wat druk op zijn zwakke pion maar het is goed verdedigd. Als ik een andere zwakte creëer kan ik zijn krachten verdelen’.

De auteur vertelt ook waarom de partijen van logische spelers zo instructief en gemakkelijk te begrijpen zijn dan de partijen van intuïtieve spelers. intuïtieve spelers die voelen daarentegen simpel wat de juiste zet is en hoe zij hun stukken zo plaatsen dat zij goed gecoördineerd zijn. Zij zijn vaak erg sterk in vaststellen van de waarde van positionele of lange termijn offers zonder concrete berekeningen of logische deductie. Zij zijn moeilijk verbaal te begrijpen Het is moeilijk hun partijen te volgen. Pas op het einde wordt het duidelijk wat de bedoelingen van hun zetten zijn.

In een andere dimensie heb je een continuüm van feiten naar algemene concepten.

Intuitie: activisten en reflectoren

Logica: pragmatisten en theoretici

Van Feiten naar algemene concepten

Eind van dit hoofdstuk verdeelt hij de oude en hedendaagse topgrootmeesters in 4 archetypen.

De schrijver is bewust dat iedere speler niet zomaar in een van de 4 plaatsen verdeeld kan worden. In schaakspeler heeft ook iets van een ander maar zal toch spelen en beslissingen nemen tijdens de schaakpartij aan de hand van zijn specifieke karaktereigenschappen. (Top)Grootmeesters zijn verplicht om ook goed te zijn in andere archetypen om aan de schaaktop te blijven spelen.

De volgende 4 hoofdstukken legt hij de karaktereigenschappen van iedere archetype apart ieder hoofdstuk uit.

Het laatste hoofdstuk wordt de omgevingfactor toegelicht. Door factoren als de schaakklok, team of een individuele wedstrijd, stand in een toernooi, de achtergrond van de tegenstander en de tijdsdruk hangt het ook van wat voor beslissingen hij achter zijn schaakbord neemt.

Ik heb vaak schaakboeken over psychologie in het schaken, verschillende schaakspelers, elementen van tactiek en strategie, schaakscholen met hun opvattingen en de bouw van een openingsrepertoire gelezen. Maar nooit werd de verbanden tussen deze bovenstaande onderwerpen verteld en de schaker kon vertellen waarom hij bepaalde openingen niet kan of `mag’ spelen.

Volgens Mark Dvoretsky in zijn boek “Training for the Tournament player” moet je klassieke partijen bestuderen, een openingsrepertoire opbouwen en regelmatig vernieuwen en actualiseren, de verschillende opvattingen van schaakscholen moet de schaker bestuderen en de verschillende fasen in het schaakspel,de opening,het middenspel en het eindspel, moet je als schaker eigen maken met als doel, jezelf in het schaakspel verbeteren.Maar Mark vindt zichzelf een schaakauteur voor ELO 2000+ schakers.

Maar Lars Bo Hansen beschrijft de onderlinge verbanden tussen deze onderwerpen in heldere taal en voor een breed schaakpubliek.

Dus het is een "goed" boek die aan de 3 criteria van mij voldoet. In zijn volgende boeken gaat hij dieper op in waarom sommige archetypen de fasen van een schaakspel zo verschillend benaderen en reageren. Ook worden hierbij verteld hoe je moet reageren als je tegenstander een van de archetypen is.

Zijn volgende boeken zijn:

Secrets of Endgame Strategy

Why Chessgames are Won and Lost

Improve your Chess

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.