Giri fluitend een ronde verder in wereldbeker

Anish Giri is met speels gemak door de tweede ronde van de Fide World Cup 2013 in Tromsø (Noorwegen) gerold.

De Chinees Li Chao bleek niet opgewassen te zijn tegen het gestroomlijnde spel van onze landgenoot. Na de uitschakeling van Jan Smeets is Giri het enige ijzer in het vuur voor ons kleine kikkerlandje. Nadat hij de eerste partij met wit ogenschijnlijk eenvoudig in zijn voordeel had beslecht, ging het er in de tweede zelfs veel harder aan toe.

In slechts 28 zetjes had Giri de klus geklaard: met een klinkende overwinning van 2-0 ging hij fluitend naar de derde ronde.

Giri won de eerste partij van de Chinees Li (2686). Ogenschijnlijk met speels gemak, maar in de analyse bleek er toch het een en ander aan de hand geweest te zijn. Er stond na een Catalaanse opening al snel een eindspel op het bord waarin onze man op een bijzonder prettig strategisch voordeel kon bogen. Nadat de dames en aan weerszijden drie lichte stukken waren geruild, verdwenen op zet 30 ook alle torens van het bord.

Het paard van Giri bleek sterker te zijn dan de loper van Li en hij veroverde een mooie pion. Op het oog leek de klus al geklaard maar dat was geenszins het geval. Li beschikte over een bijzonder lastig af te stoppen c-pion. Uiteraard ging Giri er vanuit dat zijn verbonden a- en b-vrijpionnen de beslissing zouden moeten brengen. Het kritieke moment ontstond op zet 35. Het stond toen zo:

Hier koos de zwartspeler voor 35… c2?! en daarna wikkelde Giri gladjes af. Ik heb mij het hoofd gebroken over de mogelijkheid 35… Kf8! want ik heb – ook na intensieve analyses – geen winstweg voor wit kunnen vinden. Daarom daag ik de bezoekers van Schaaksite uit om hun tanden eens in deze stelling te zetten. Kijkt u eens of u verbeteringen kunt vinden van de analyse die u verderop aantreft.

Misschien was de weerstand hierdoor gebroken, want Li speelde de tweede partij een stuk onder het niveau dat je van een speler met een rating van 2686 mag verwachten. Opnieuw kwam er een soort Catalaan op het bord, dit keer Giri met zwart. Die bracht op de 11e zet een venijnig pionoffer waarmee hij vrijwel al zijn stukken in no time wist te activeren. Omdat in het witte kamp de samenhang wat ver te zoeken was en de witspeler ook meteen twee zwakke zetten uit zijn vingers liet komen, was de partij na zo’n twintig zetten in hogere zin al voorbij. Voor de vorm speelde de Chinees nog door tot de 28e zet en toen het al bijna genant begon te worden, gaf hij zich maar gewonnen.

In de derde ronde wacht Giri de Peruviaan Granda Zuniga (die we nog kennen van het Donner Memorial in Amsterdam). Ook deze horde lijkt te nemen voor de jongeman uit Delft.

De partijanalyses

Giri, Anish – Li, Chao b (eerste partij)

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pf3 Lg7 4. g3 d5 5. Lg2 dxc4

5… O-O is populair onder de ‘grote jongens’.

6. Pa3 O-O

6… c3 7. bxc3 O-O 8. O-O c5 geeft een typische Grunfeldstructuur te zien.

7. O-O Pc6

Opnieuw kan zwart kiezen voor 7… c3

8. Pxc4 Le6 9. b3 Ld5 10. Lb2 a5 11. Pe3

11. Tc1 is bekend uit veel toppartijen eind jaren negentig.

11… Le4 12. a3 Pe8

Een logische zet die echter niet veel gespeeld is.

12… Dc8 is nog gespeeld door de Chinees Zhang Zhong, in een partij tegen Adianto in 2000.

13. Pe5 Lxg2

14. Pxg2!?

Het terugnemen met paard is een interessant nieuwtje. Het terugnemen met de koning met 14. Kxg2 kwam voor in een partij Kempinski-Bartel, 2011. Die had overigens het interessant vervolg 14… Pd6 Zwart laat vrijwillig de verzwakking op c6 toe omdat hij ingeschat heeft dat hij genoeg druk heeft over de b-lijn.

14… Pxe5

Na deze ruil komt zwart in een eindspel terecht waar hij snel met de rug tegen de muur wordt gezet.

We kunnen ons dus afvragen of zwart ook hier geen 14… Pd6 kan spelen. Na 15. Pxc6 bxc6 (zie analysediagram)

16. Tc1 Dd7 lijkt het precies hetzelfde maar het verschil met de andere partij is dat wit nu 17. e3! bij de hand heeft om d4 extra dekking te geven, maar vooral om de paardmanoeuvre Pg2-f4-d3-c5 voor te bereiden waarna hij groot positioneel voordeel zal hebben.

15. dxe5 c6

Zwart maakt veld c7 vrij voor zijn paard, maar hij laat nu wel de dameruil toe.

Het vermijden van dameruil met 15… Dc8 was wellicht de minste van de twee kwaden.

16. Dxd8 Txd8 17. Tfd1 Pc7 18. Pe3

Het paard keert terug naar e3. Is er dan iets misgelopen bij wit? Het antwoord is eerder al gegeven. Wit wil graag proberen te bewijzen dat dit eindspel erg gunstig voor hem is.

18… Pe6 19. Pc4

19… Pc5?!

Dit maakt de situatie erger dan hij al is.

Ook na 19… Txd1+ 20. Txd1 Ta8 21. f4 heeft wit het betere van het spel omdat Lg7 voorlopig niet meedoet, maar hier moet het nodige aangetoond worden door wit.

20. Pxa5 Ta8 21. b4 Pa4 22. Tab1 Pxb2 23. Txb2 Lxe5 24. Tb3

Het paard staat fantastisch op a5. De zwarte pionnen zijn bijzonder kwetsbaar.

24… c5

Zwart probeert op radicale wijze zijn problemen op te lossen. Maar de strateeg Giri weet daar wel raad mee! Na 24… Tfb8 25. Td7 ziet de situatie er ook niet rooskleurig uit voor zwart.

25. Pc4 Ld4

26. b5!

Giri kiest terecht voor het mooie paard tegenover een loper die niet bepaald goed functioneert. Zelf verwachtte ik nu 26. bxc5 om na 26… Lxc5 27. Txb7 Lxa3 28. Pxa3 Txa3 29. Txe7 te gaan uitmelken, maar Giri heeft vermoedelijk terecht ingeschat dat hij hier niet teveel van kan verwachten. Een enkel toreneindspel is volgens de theorie binnen de remisemarge, hoe het met een dubbeltoreneindspel staat, durf ik niet te zeggen, maar ik vermoed dat het in deze stelling ook niet te winnen is door wit.

26… Tfd8

De zwartspeler vlecht er een flauw grapje in (… Lxf2+), maar het is de vraag of hij dat had moeten doen. De computer komt met 26… f5 maar dat lijkt me onzin na 27. e3 Lf6 28. Tbd3 en wit kan doen wat hij wil.

27. Tbd3 e5

Li probeert op tactische wijze zijn problemen de baas te worden, maar hij raakt steeds verder van huis verwijderd.

28. e3 e4 29. T3d2 Lf6 30. Txd8+ Txd8

De tweede toren gaat nu ook van het bord waarna het paard leuk mag gaan ronddansen. Er moest wel heel nauwkeurig gerekend worden. Na 30… Lxd8 volgt sterk 31. b6 en zwart is tot afwachten gedoemd.

31. Txd8+ Lxd8

32. Pd6

Een dubbele aanval op b7 en e4. Maar wit moet de zwarte pion op c5 zo dadelijk ruim baan geven en dat is altijd oppassen geblazen.

32… Le7 33. Pxb7 c4

34. Pa5?!

Giri neemt misschien onnodig wat risico. Ik zie tenminste niet waarom hij kiest voor deze wat ondoorzichtige variant.

Veiliger en vermoedelijk ook effectief is 34. Kf1! om na 34… Lxa3 35. Ke2 te gaan proberen pion c4 verder naar voren te lokken en hem dan op te halen. Dat lukt met 35… Kf8 36. Pa5 c3 37. Kd1 Ke7 38. Kc2 en wit komt een gezonde pion voor. In de partij houdt Giri een a-pion over, maar met een b-pion moet het toch ook lukken, zou je zeggen…

34… c3 35. a4

35… c2?!

Zwart had hier onvoorwaardelijk moet kiezen voor 35… Kf8! en dan is het de vraag of wit inderdaad de winst kan afdwingen. Ik zie de nodige technische problemen:

  • A) 36. Kf1 Ke8 37. Ke2 c2! 38. Pb3 Lb4 en wit kan zijn stelling niet verbeteren.
  • B) 36. Pb3! En nu zijn er weer twee alternatieven:
  • B1) 36… c2? verliest nu na 37. a5!
  • B2) 36… Ke8!

    B2a) Zwart is op tijd met de koning na 37. a5 Kd7 38. Pd4 [38. Kf1 c2 39. Ke2 Lb4 40. a6 Kc7] 38… Ld8 39. a6 Lb6

  • 40. Pb3 Kd6 en de zwarte koning is eerder op het strijdtoneel dan zijn witte collega.

    B2b) 37. Pd4 (zie analysediagram)

    Nu kan zwart verdergaan met 37… Lc5 38. Pc2 Lb6 39. Kf1 Kd7 40. Ke2 Kd6 41. Kd1 Kc5 en ook nu is de eventuele winst ver weg.

36. Pb3 Ld8

Ook Li heeft zich ervan overtuigd dat hij geen 36… La3 kan spelen vanwege 37. a5 en de witte a-pion valt niet meer af te stoppen.

37. Kf1 Kf8 38. Ke2 La5

Misschien heeft hij hier zijn zinnen op gezet, maar dat berust op een misrekening.

39. b6!

Zonder deze zet zou wit niet veel hebben kunnen uitrichten, nu komt op alles op zijn pootjes terecht.

39… c1=D 40. Pxc1 Lxb6 41. Pb3

De rest is een peulenschilletje, zeker in handen van een sterke schaker als Giri. Het is altijd leerzaam om te zien hoe de winst wordt afgedwongen.

41… Ke7 42. a5 La7 43. Kd2 Kd6 44. Kc3 f5 45. Kc4 Kc6

46. Pd4+

Met het paard verdrijft hij de vijandelijke koning, zwart mag zich nooit inlaten met een pionneneindspel en daarvan maakt wit handig gebruik.

46… Kb7 47. Kb5 Lb8 48. a6+ Ka8

49. Kb6

49. Pc6 had ook wel wat. De zwarte koning komt nooit meer van a8 vandaan en de witte koning zou dan ongehinderd naar de koningsvleugel kunnen wandelen. Giri wilde sneller naar zijn hotelkamer.

49… Le5 50. Pb5 Kb8 51. a7+ Ka8 52. Ka6

Want nu geraakt zwart in tempodwang. Een mogelijke winstvariant luidt dan: 52. Ka6 g5 53. Kb6 h6 54. Pc7+ Lxc7+ 55. Kxc7 Kxa7 56. Kd6 en de rest laat zich raden.

1-0

Li, Chao b – Giri, Anish (tweede partij)

1. c4 e6 2. Pf3 d5 3. g3 Pf6 4. Lg2 dxc4

Deze zet wint aan populariteit. 4… Le7 is de klassieke voortzetting.

5. Da4+

Wit wil de pion direct heroveren.

5… c6

Zo krijgt de partij het karakter van een Slavische verdediging. Ook 5… Pbd7 wordt vaak gespeeld.

6. Dxc4 b5 7. Dc2 Lb7

8. Pc3

8. O-O wordt o.a. door Kramnik gespeeld, terwijl ook 8. d4 natuurlijk een normale zet is.

8… Pbd7 9. O-O a6 10. a4

10. e4 kwam voor in een partij Kramnik-Ponomariov, 2010.

10… Le7 11. d4

Dit is een populaire zet, o.a. door theoreticus Gashimov gespeeld. De resultaten waren tot dusver heel redelijk voor wit.

11… c5!?

Een nieuwtje en als het klopt, lijkt het een enorme verbetering van de theorie. Zwart offert een pion in ruil voor een surplus aan activiteit. Adams ging verder met 11… O-O.

12. axb5 axb5 13. Txa8 Dxa8 14. Pxb5 O-O

Wit heeft een pion buitgemaakt, maar daar staat tegenover dat de zwarte stukken vrijwel allemaal actieve posities in hebben genomen. Alleen Tf8 moet nog ontwikkeld worden.

15. Le3

Wit ontwikkelt ook zijn laatste stuk, maar een korte blik op de stelling leert ons dat er enige ‘miscommunicatie’ is tussen de witte stukken. Het paard op b5 is wat verdwaald, Le3 staat hier niet harmonieus (kan verdreven worden met een eventueel … Pg4) en het paard op f3 wordt min of meer gepend omdat zwart met Da8 en Lb7 druk over de lange diagonaal uitoefent. Last but not least staat Dc2 bijzonder kwetsbaar. Niet alleen vanwege een spoedig Tc8, maar ook omdat … Le4 in de stelling zit.

15… Tc8 16. dxc5 Pxc5

Voor de pion heeft zwart prachtig spel.

17. Tc1?!

Een dubieuze voortzetting omdat wit hiermee punt f2 in de steek laat en daar wordt hij later in de partij hard voor gestraft. Na 17. Pc3 Pce4 18. Ld4 Lc5 19. Lxc5 Txc5 staat zwart zo actief dat hij absoluut geen verliesgevaar heeft. De pion is van weinig waarde. De stelling lijkt mij in evenwicht en dat kan een succesje voor de openingskeuze van Giri genoemd worden.

17… Pg4!

18. Lg5?

Li blijkt ook nu geen partij te zijn voor Giri. Hij grijpt opnieuw mis. Deze fout is van een ernstiger kaliber. Het was noodzakelijk om zo snel mogelijk uit de vuurlijn van Tc8 te gaan. Dat kon met bijvoorbeeld 18. Dd2 hoewel zwart met 18… Td8 19. Dc3 Pe4 20. Dc7 Lf6 hoe dan ook beter blijft staan. Met 18… Pxe3 19. Dxe3 verovert zwart het loperpaar in een open stelling, maar helemaal duidelijk is het niet.

18… Pe4!

Een eenvoudige dubbele aanval op Lg5 en Dc2.

19. Dxc8+

Wit komt er in de partij niet meer aan te pas ook niet na het wanhoopsdame-offer.

Na een zet als 19. Db1 Lxg5 is wit gewoon materiaal kwijt.

19… Lxc8 20. Lxe7

20… Pgxf2

Giri toont te beschikken over een gezonde dosis zelfvertrouwen. Hij is niet bang voor trucs over de lange diagonaal en ook niet voor grapjes die te maken hebben met zijn wat kwetsbare onderste rij. Gewoon een kwestie van goed rekenen dus. Het paard op e4 krijgt extra dekking en voorlopig kan wit niets uitrichten op de achterste rij bij zwart.

Logischer leek mij 20… Lb7 om niet gefopt te kunnen worden op de lange diagonaal en ook om de dame te bevrijden van de onderste rij.

21. Tc7

Li probeert er nog iets van te maken, maar het is vechten tegen de bierkaai.

Natuurlijk moest er gekeken worden naar 21. Pd6!? en dan heeft zwart 21… La6! bij de hand. Iets minder overtuigend is 21… Pxd6 22. Lxd6 Pe4 hoewel wit ook hier tactisch niet kan profiteren. In de ‘live bespreking’ achteraf, waar Giri met gesprekspartners Susan Polgar en Lawrence Trent varianten besprak, kwam het klassieke stikmat weer eens te voorschijn na 23. Pg5?? Da7+ 24. Kh1 Pf2+ 25. Kg1 Ph3+ 26. Kh1 Dg1+ 27. Txg1 Pf2# "Het wordt nooit saai, dit mat!" merkte een van de commentatoren op!

21… h6!

Zo worden alle tegenkansen definitief ingedamd.

22. La3

En opnieuw wint zwart met 22. Pd6 Pxd6 23. Lxd6 Pe4

22… La6

Zwart haalt vanaf nu met een paar rake klappen alle muziek uit de stelling bij wit.

23. Pbd4

23… Dd8!

Na deze, in combinatie met zwarts volgende zet, werken alle zwarte stukken goed samen, terwijl die van wit volkomen uit positie zijn gespeeld.

24. Ta7 Db6 25. Ta8+ Kh7 26. e3 Lb7 27. Tf8 Dc7 28. Lf1 Pg4

En hier vond Li het genoeg. Inderdaad staat zwart huizenhoog gewonnen.

0-1

De analyses via de viewer:

(De foto is van Harry Gielen)

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

10 Comments

  1. Avatar
    marktimmermans augustus 15, 2013

    In dat eindspel van de eerste partij is het misschien een idee om na Ke8 Pa1!? te doen.. Om hierna met de koning naar c2 te komen. Engine zegt nogsteeds voordeel, hoewel ik de varianten niet allemaal zo 1,2,3 kan overzien. Een voorbeeld: 36.. Ke8! 37. Pa1!? Kd7 38. Kf1 Ld8?! (analoog aan de gegeven variant, misschien is 38.. Kd6 beter) 39. Ke1 Kd6 40. Pb3 Kd5 41. Kd1 Kc4 42. Kc2 waarna een belangrijke stelling komt.. Het lijkt erop dat wit zijn stelling kan verbeteren en zwart minder, bijvoorbeeld: 42.. Lc7 43. Pd4 Kb4 44. h4 waarna ik niet precies zie hoe zwart verder gaat. Misschien een idee, door de pionnen op a4 en b5 te houden houdt wit misschien nog wat spel en voordeel.

  2. Avatar
    HermanGrooten augustus 16, 2013

    Beste Mark, 37. Pa1!? is een leuke vondst. Maar zoals je zelf al aangeeft lijkt het mij ook niet compleet duidelijk na 38… Kd6. De witte pionnen blijven kwetsbaar. Als wit een pion kan ruilen voor de zwarte c-pion en de andere kan behouden, moet het eindspel gewonnen zijn. Wellicht kan dat zo: 39. Ke2 Kc5 40. Pc2 en nu moet zwart 40… Ld8 antwoorden. Na 40… Kc4 krijgt wit zijn zin: 41. b6 Kc5 42. b7 Ld6 43. Pd4 Pb6 44. Pb5 Le5 45. Pxc3 met winst. We zijn weer een stapje verder gekomen in deze analyse!

  3. Avatar
    gastonlagaffe augustus 21, 2013

    In dat eerste eindspel lijkt in variant B2a 39. b6! me een verbetering ten opzichte van 39. a6. De zwarte loper wordt zo danig ingeperkt, en het is ook niet te zien hoe de zwarte koning gemakkelijk dichterbij kan komen, want de koning moet veld c6 bewaken.

    Ook interessant leek me overigens 36. b6!? met het idee om de zwarte loper af te leiden voordat de zwarte koning ten tonele is verschenen. Zo kan de loper niet de witte koning afsnijden, bijvoorbeeld 36. b6, Ke8 37. b7, Ld6 en nu 38. Pc4!? Lb8 39. Pa3. Als zwart nu de pion op b7 gaat ophalen loopt wit met de koning naar c2 en haalt daarna pion c3 op. Loopt zwart in plaats daarvan naar c5, dan speelt wit Pa3-c2-d4 en schermt met de dreiging Pc6. Ik heb de varianten niet gecheckt met de computer, dus ben benieuwd of ik misschien iets mis.

    Trouwens bedankt voor je interessante artikelen!

  4. Avatar
    gastonlagaffe augustus 21, 2013

    Nog een kleine aanvulling op mijn eerdere reactie. Een nog eenvoudiger winst lijkt me 36. b6! Ld6 (of 36. Ke8) 37. b7. De zwarte loper is voorlopig gebonden. Wit kan nu gewoon blijven staan met het paard op a5 en met de koning naar c2 lopen. Doet zwart een keer c2, dan volgt wel Pb3, en zwart is niet op tijd met de koning bij de b-pion om met de loper de witte koning van veld d2 te houden. Verder is het paard op a5 nauwelijks benaderbaar door de zwarte koning, omdat deze veld c6 moet bewaken. Slechts met de loper op b8 of c7 en de koning op b6 is er geen vervelende paardvork die een einde maakt aan de zwarte remisekansen, maar die opstelling innemen kost zwart veel tijd, en wit peuzelt pion c3 zonder veel moeite op.

  5. Avatar
    HermanGrooten augustus 22, 2013

    Beste Gastonlagaffe, het heeft even geduurd maar ik heb eens gekeken naar je suggesties. Je eerste 39. b6 is volgens mij niet zo goed omdat zwart antwoordt met 39… Lf6! (dwingt het paard naar c2) en na 40. Pc2 verder gaat met 40… Kc6, waarna de witte pionnen erg kwetsbaar zijn geworden.

    De tweede 36. b6 lijkt mij wel een uitstekende poging. Want het gaat er inderdaad om dat wit een van zijn pionnen kan ruilen tegen die zwarte c-pion. Dat lukt volgens mij ook en dan ontstaat er een eindspel analoog aan de partij (met a-pion) dat door Giri simpel gewonnen werd. Bedankt voor je analyses.

  6. Avatar
    gastonlagaffe augustus 22, 2013

    Ah, inderdaad, 39…Lf6! is een sterk idee dat ik niet had gezien. Ik zie daarna nog geen winst voor wit.

    Het is natuurlijk niet belangrijk voor de partij als wit met 36. b6! inderdaad toch betrekkelijk eenvoudig wint, en het is ook zeker geen argument om 36. Pb3 te spelen, maar puur omdat de stelling na 39…Lf6! op zichzelf interessant is heb ik nog even gekeken naar 39…Lf6! 40. Pc2, Kc6 en nu 41. f4!? Wanneer zwart niet en passant neemt maakt het feit dat de loperdiagonaal b8-e5 is ingekort het lastiger om de b-pion tegen te houden, en zwart lijkt de a- en b-pion niet te kunnen ophalen. Wanneer zwart wel neemt komt de witte koning los, en krijgt het paard veld d3 erbij om de pion te stoppen, zodat het paard ook wat actievere mogelijkheden krijgt. Een grappige voorbeeldvariant: 41…exf3ep 42. Kf2, Kb5?! (met 42…Le5! 43. Kxf3 f6! (43…Kb5 44. Pd4+ Lxd4 leidt tot een dame-eindspel waar wit het misschien nog even kan proberen met een vrije d-pion) haalt zwart alle paardvork grappen eruit en is het remise denk ik) 43. b7!, Le5 44. Pd4+ Ka6! 45. Pc6! en wit komt in het voordeel. Een leuke stelling om een keer op een training uit te pluizen, de stelling net voor 41. f4!?.

  7. Avatar
    gastonlagaffe augustus 24, 2013

    Omdat ik de stelling in variant B2a na 39. b6!? Lf6! 40. Pc2, Kc6 zo fascinerend vond dacht ik er nog even over na, en nu denk ik dat 41. f4!? winstkansen biedt! Ook denk ik op dit moment dat het de enige zet is met winstkansen, wat dit tot een nog leukere trainingsopgave maakt. Met alle witte pionnen op zwart heeft de loper niet zo veel ruimte, en moeten koning en loper enorm oppassen voor paardvorken. De verbeteringen op mijn eerdere varianten zijn: 41. f4!, exf3 e.p (41…Le7 42. Pd4+!) 42. Kf2, Le5! (42…Kb5 43. b7! Le5 44. Pd4+! Ka6! 45. Pc6! Ld6 46. b8D Lxb8 48. Pxb8+ en het witte paard komt nog op tijd terug om de c-pion te stoppen. Er zijn hier meerdere aardige varianten: 48…Kxa5 49. Pc6+ Ka4 50. Pd4, Ka3 51. Kxf3 en nadat zwart het witte paard heeft gewonnen wint wit het resterende pionneindspel door zijn betere koningspositie. Of: 48…Kb5 49. a6 c2 50. a7 c1D 51 a8D en zwart heeft geen eeuwig schaak, bijv. 51…Dc2+ 52. Kxf3 Df5+ 53. Kg2 Dc2+ 54. Kh3 Df5+ 55. g4) 43. Kxf3 f6! (43…Kb5 en nu 44. Pa3+! in plaats van 44. Pd4, zwart kan de a-pion niet nemen op straffe van een paardvork op c4.) 44. Ke2! (Niet 44. Pa3, Ld6 en wit moet weer terug. Ook niet 44. Ke4, Kb5.) 44…Kb5 45. Pa3+ Kxa5 46. Pc4+ Ka6 47. Kd3! (Niet meteen 47. Pxe5, fxe5 48. Kd3 Kxb6 49. Kxc3, Kc5 50. e4 met remise.) 47…Lb8! Zwart gaat het pionneneindspel verliezen wanneer wit op zijn voorwaarden op e5 mag slaan. 48. Kxc3 en in dit eindspel heeft wit nog altijd winstkansen met zijn extra vrijpion. Een plausibel vervolg is 48…Kb5 49. Kd4, Kc6 50. e4 en wit heeft het plan e4-e5. Een beter plan voor zwart is de witte pionnen op de koningsvleugel aanvallen: 48…h5! 49. Kd4 h4 50. gxh4, Lxh2 en of wit hier nog kan winnen, daar ben ik nog niet uit.

  8. Avatar
    gastonlagaffe augustus 24, 2013

    De zet 48…h5! liet mooi zien dat er ook nadelen verbonden zijn aan het op zwarte velden staan van de witte pionnen: ze zijn kwetsbaar. Na 49. Kd4, h4 50. gxh4 Lxh2 heeft de zwarte loper een mooie lange diagonaal, en een sterke dreiging in Lg3 om de pion op h4 te veroveren. Wit moet dus nu snel zijn, en het lijkt erop dat hij in dit geval net te snel is voor zwart: 51. Kc5! (Het plan om de h-pion te behouden met Pc4-d2-f3 en met de koning de g-pion op te halen met Kd5-e6-f6 is ook gevaarlijk, maar niet gevaarlijk genoeg. In plaats daarvan speelt wit zijn sterkste troef uit, de pion op b6.) Kb7

    (Zwart mag de witte koning niet toelaten op veld c6: 51…Lg3 52. Kc6 Lxh4 53. Pd6! en wint. De directe dreiging is 54. b7 met promotie, en als zwart 53…Lg3 speeelt, wint 54. Pe8!, Lb8 (er dreigde Pc7+ en wit promoveert) 55. Pxf6 (niet 55. Pc7+ Ka5 en zwart blijft aan pion b6 hangen zodat wit niet de zwarte loper kan ophalen.))

    52. Pd6+ Kb8 (Het pionneneindspel na 52…Lxd6+ 53. Kxd6 is verloren, ook na 53…g5) 53. Pe8! Door even aan pion f6 te gaan hangen wint wit belangrijke tijd. 53…f5

    (53…g5!? 54. hxg5 fxg5 55. Pf6 Lg1 56. Pg4 Kb7 57. Kb5 en zwart is in tempodwang, hij moet de b-pion loslaten zodat wit verder kan met Kc6, e4, etc.)

    (53…Le5!? is nog interessant: zwart dreigt met g5 zelf een vrijpion te maken, terwijl ook Lg3 terug tot de mogelijkheden blijft behoren en f5 een zet is. Maar na iets als 54. Kd5! moet het toch verliezen. Wit heeft alle troeven in handen, bijvoorbeeld 54…Kb7 55. Pd6+! Kb8 56. Pe4 Kb7?! 57. Pc5+! Kc8 58. b7+ en wint eenvoudig.)

    54. Kc6, Lg3 55. Pf6 en zwart heeft geen tijd om de pion op h4 op te peuzelen, wit wint: 55…Kc8 56. b7+ Kb8 57. Pd7+ Ka7 58. b8D+ en wit wint in het pionneneindspel.

    Nou goed. Een vrij diepe analyse. Lasker (!?) zei eens dat er geen lange varianten zonder fouten bestaan. Dit is ook nog niet door een computer geweest. Maar toch ben ik vrij overtuigd dat wit winstkansen heeft, zelfs wint! Ik ben weer heel benieuwd of ik iets mis. Voor mij was deze stelling echt genieten. Een mooi voorbeeld van de kracht van een paard, wanneer de bewegingsvrijheid van de loper en vijandige koning een ietsje is gehinderd door de aanwezigheid van een witte vrijpion.

  9. Avatar
    gastonlagaffe augustus 25, 2013

    Er schoot me weer een zet te binnen die ik eerder al zag maar weer vergeten was: na 41. f4! exf4 e.p. 42. Kf2, Le5! 43. Kxf3, Kb5 44. Pa3?! is 44…Ka6! sterk. Speelt wit 45. Ke2 dan antwoord zwart sterk met 45…c2! 46. Kd2 Lc3+! 47. Kxc2, Lxa5=. Doet wit in plaats daarvan 45. Ke4 dan volgt 45…Lb8 46. Kd3 Kxa5 47. Pc4+, Kb4= Misschien moet wit zelfs nog uitkijken in deze varianten. Ze zijn een mooie illustratie van de observatie van Herman Grooten dat de witte damevleugelpionnen kwetsbaar zijn geworden. Dit was de reden dat ik eerder aangaf dat wit na 43…Kb5 44. Pd4+! speelt. Nu is 44…Ka6!? waarschijnlijk niet genoeg: 45. Ke2, Ld6 46. Pb3, Lb4 47. Kd3. Wit kan nu op een gewenst moment afwikkelen naar een pionnen eindspel met i. Kc4 Lxa5 ii. Pxa5, Kxa5 iii. Kxc3, zodat zwart enorm moet oppassen met pionzetten. Dus 44…Lxd4 45. exd4 c2 46. b7 c1D 47. b8D+ Kxa5 en dit was dat dame eindspel waar ik eerder zei dat wit het nog even kan proberen met zijn vrije d-pion. Ik denk dat wit inderdaad goede winstkansen heeft hier. Bijvoorbeeld meteen 48. d5 is mogelijk, omdat zwart geen 48…Dh1 49. Kf4 Dxd5? kan spelen: het pionneneindspel na 50. De5 wint voor wit. Maar dame-eindspelen zijn notoir moeilijk, dus ik ga hier maar niet beweren dat wit wint na 41. f4!? en houdt het op dat hij met die zet winstkansen behoudt.

  10. Avatar
    gastonlagaffe augustus 25, 2013

    Mooi is het schaakspel, maar ook verraderlijk. Hoe blind kon ik, Guust Flater, zijn? Na 41. f4 hoeft zwart in het geheel niet te nemen. Vooruit, het is waar dat het onvoorzichtige 41…Kb5?? faalt op 42. b7. Maar prima mogelijk is iets als 41…Le7 42. Pd4+, Kb7 43. Kf1, Lb4 44. Pb3, c2 en wit komt in het geheel niet verder. Wellicht is 41. f3!? beter? Zwart kan niet slaan, dat hebben we al vastgesteld. Dus wit wint een pionnetje op e4. Toch werd ik niet echt warm van de witte pionnenstructuur hierna. Heeft wit toch winstkansen in de resulterende stelling? Een vraag die ik voorlopig even wil overlaten aan mijn goede vriend Bertje Blunder.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.