Eindspelfinesses 44: De onuitsprekelijke heerlijkheid!

 

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

Na een vrij lange onderbreking in deze serie, wil ik de draad weer oppakken voor een nieuwe episode waarin ik u graag de nodige interessante eindspelen wil voorschotelen. Maar is het dan niet aardig om u eerst maar eens actief aan het werk te zetten met een paar aardige combinatoire wendingen in het eindspel?

Want, hoewel sommigen dat wellicht niet zullen verwachten, wemelt het in het eindspel ook van de tactische wendingen die de taxatie van de stelling wel eens helemaal kunnen doen kantelen. Een van de belangrijkste aanknopingspunten is het onderkennen van de kracht van een vrijpion. Hoe verder een pion oprukt, hoe eerder er tactische wendingen opduiken.

Dat is overigens geen wet van Meden en Perzen, een vrijpion die te ver naar voren is gespeeld, kan ook gewoon zwak worden. Maar in veel gevallen kan een pion vlakbij de achterlijn voor de beslissing zorgen. Meervoudig kampioen Jan Hein Donner heeft ooit nog eens een fraaie lofzang geschreven op een vrijpion die niet meer af te stoppen was. Het ging om een partij tegen de Joegoslaaf Dragoljub Velimirovic, tegen wie hij na een mislukte opening totaal verloren kwam te staan. Maar de tegenstander bleek er de man niet naar om de voordeeltjes die hij had vergaard geduldig in winst om te zetten. Naarmate er meer stukken werden geruild, hoe beter het met de stelling van Donner ging. Ondanks zijn materiële achterstand, speelde de Amsterdammer op een gegeven moment weer gewoon op winst. En toen hij in het eindspel, na een formidabele koningsmars door het centrum, eindelijk een vrije a-pion wist te creëren, gaf die de doorslag. Hier is het beroemd geworden gedicht:

Donner, J H. – Velimirovic, Dragoljub

Wit stond een tijdlang materiaal achter, maar zijn koning maakte een ware zegetocht door de zwarte linies. Toen hij eindelijk bij de zwarte pion op a6 kon komen, werd de partij in het voordeel van wit beslist. Het bracht Donner ertoe om met het volgende gedicht voor de dag te komen:

43. Kxa6

Lieve pion op a5 Mooi klein ding, randpion ben je, niet meer dan één veldje mag je bestrijken. Je bent zo klein, bijna niets en je hebt de hele partij daar op je plaatsje gestaan, maar al die tijd was mijn hoop op jou gebouwd en al mijn angstig hunkeren was voor jou. Ik zag je wel, zoals je daar stond, kleine bengel. De mensen dachten natuurlijk dat het om de pion op d5 ging, hij trok hun aandacht, ja ze keken allemaal naar hem, maar jij en ik wisten het wel, het ging om jou, om jou en jou alleen. Je hebt gewacht, stouterd, je hebt je niet opgedrongen, want je wist dat ik al die tijd alleen maar aan jou dacht en dat je niets hoefde te doen, want dat ik vanzelf wel bij je zou komen. Kleine randpion, je bent nu vrij. Ga je gang, op a8 wacht jou en mij de onuitsprekelijke heerlijkheid. Heb mijn dank, lief klein ding. Ik heb je lief, je koning. Zwart geeft het op. (Overgenomen uit De Koning van Tim Krabbé en Max Pam)1-0

U mag nu in de volgende tien stellingen proberen een pion te veranderen in de onuitsprekelijke heerlijkheid!

 

Oefeningen

 

OPGAVE 1

Dautov, R. – Romanishin, O.

Wit heeft een doorgebroken pion op d7. Hoe maakt hij hiervan gebruik?

 

OPGAVE 2

Anetbaev, B. – Itkis, B.

Wit heeft twee stukken voor een toren, maar de winst lijkt nog ver weg. Heeft wit iets ingenieus in petto?

OPGAVE 3

Filip, M. – Kajkamdzozov

Zwart aan zet heeft een aardig tactisch grapje om de winst binnen te halen. Welk?

 

OPGAVE 4

Alterman, B. – Kuijf, M.

Hoe kan wit zijn ver opgerukte vrijpion benutten?

 

OPGAVE 5

Voitsekhovsky, S. – Ulko, J.

Wit heeft een slim zetje tot zijn beschikking om de pion naar de overkant te loodsen. Welk?

 

OPGAVE 6

Juarez, C. – Schweber, S.

Met een spectaculaire zet kan zwart de winst afdwingen. Welke is dat?

 

OPGAVE 7

Dlugy, M. – Popovic, P.

Wit kan zijn b-pion op een slimme manier benutten. Ziet u een variant?

 

OPGAVE 8

Everz – Kiffmeyer

Zwart heeft twee pionnen meer, maar zijn triplepion is nu bepaald handig. Hoe profiteert wit?

 

OPGAVE 9

Aljechin, A. – Penn

Wit staat een kwaliteit achter, maar zijn vrije d-pion is bijna aan de overkant. Hoe maakt hij daar optimaal gebruik van?

 

OPGAVE 10

Bannik – Nikolajevski

Wit heeft een pionnetje meer, maar dat lijkt van geen waarde. Pion b5 staat op vallen, terwijl de g-pion eenvoudig door de zwarte loper tegengehouden kan worden. Toch is er een vernuftige winst voorhanden.

 

Deze fragmenten via de viewer:

 

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

3 Reacties

  1. Avatar
    HermanGrooten 24 februari 2014

    Bij opgave 6 kan moeilijk van een eindspel gesproken worden; maar dat mag de pret niet drukken, zou ik zeggen…

  2. Avatar
    pieteijkelestam 11 april 2014

    Is bij opgave 10 ook niet L e4 mogelijk als beginzet ?

    Het zijn leuke puzzels.

    Groeten

    Piet Eijkelestam

    Nieuw Vennep

  3. Avatar
    Herman Grooten 08 juni 2020

    Beste Piet, je reactie indertijd niet gezien. Ik neem aan dat je 1.Ld4 bedoelt? Zwart antwoordt niet met 1…Kxd4? maar met 1…Lb4 2.g6 Lf8 en maakt dan remise.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.