Bajesschaak

Een volle neef van mij, Cor H., zit momenteel in de gevangenis wegens diefstal met geweld. Ik praat daar niet graag over, daarom schrijf ik het maar op.

Op verjaardagspartijtjes is Cor vaak het onderwerp van gesprek. We zijn het er dan roerend in de koffie over eens dat het tijdens zijn puberteitsjaren al mis loopt.

Bij een rijke landbouwer, waar hij als broekie vakantiewerk verricht, pikt hij regelmatig een graantje mee.

Achter de hooimijt probeert Cor het hart te stelen van Drieka, de struise dochter van zijn werkgever.

Een poging die gedoemd is te mislukken. Wijd en zijd staat deze deerne immers bekend als een harteloze boerenmeid.

Op achttienjarige leeftijd wordt Cor op medische gronden afgekeurd voor de militaire dienst. De arts constateert dat de jongeman holle vaten, een leeg hoofd, een grote bek , lange tenen en extreem lange vingers heeft.

“Bovendien”, zo staat in het medisch dossier te lezen, “heeft Cor H. losse handjes, waarin grote gaten zitten.

Hij heeft niets onder de knie, maar des te meer achter de ellebogen.” Na het onderzoek mist de geneesheer zijn stethoscoop en drie voortanden.

Aan het begin van deze maand valt er tot mijn grote schrik een brief van Cor op mijn deurmat.

Uitvoerig en met veel branie beschrijft hij zijn leven achter de tralies.

“Het leven hier in de gevangenis is geweldig! Elke morgen ontbijt op bed, ’s middags lekker sporten of een kaartje leggen met de penoze en ’s avonds onder het genot van een drankje naar een videootje gluren. Nee, de roomservice is hier beter dan in hotel Krasnapolsky te Amsterdam. Er zijn mensen die een moord doen om hier binnen te komen!”

Staatssecretaris Teeven krijgt dan ook uit dankbaarheid een gouden bezuinigingstip.

“Beste Fred, stuur alle bewakers, inclusief de directeur met vervroegd pensioen, want er is hier geen haar op een boevenhoofd die aan ontsnappen denkt!”

Ondanks zijn Luilekkerlandbestaan in de nor is mijn neef niet geheel tevreden:

“Toch mis ik iets. Tijdens mijn detentie heb ik kennis gemaakt met het edele schaakspel.

Het slaan van een stuk, in het bijzonder de dame, trekt mij erg aan.

Hier in de petoet heb ik echter geen enkele tegenstand. Graag zou ik met jou eens een partijtje op niveau willen spelen. Zou je daartoe bereid zijn?”

Niet om mijn neef te plezieren, maar meer om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, zeg ik hem toe op de uitnodiging in te gaan onder voorwaarde dat ik mij mag vermommen; ik heb immers een reputatie hoog te houden! Die toezegging is voor Cor geen enkel probleem.

Op een regenachtige donderdag is het zover. Ik heb mij verkleed als Olga Lowina, een zangeres die in het midden van de vorige eeuw furore maakt met jodelen. Ikzelf heb mij die specialiteit eigengemaakt, als ik op een kwade dag met mijn vingers tussen de liftdeuren kom, maar dat terzijde. Nadat ik mij bij de balie heb aangemeld, word ik door een hoffelijke cipier naar de recreatiezaal gebracht. In een duister hoekje speelt Cor een schaakpotje tegen C.V., een huurmoordenaar

die al diverse liquidaties op zijn cv heeft staan. Een aantal gevangenen staat geboeid toe te kijken. Ik meng me tussen het publiek en zie hoe Cor korte metten maakt met zijn opponent. Deze legt met zichtbaar genoegen zijn koning om! Met een schuin oog heeft mijn neef mij al opgemerkt.

“Dag schatje”, zegt hij vriendelijk en kust me hartstochtelijk op beide wangen. Onmiddellijk na deze kleffe begroeting stelt hij de stukken in de beginstand op en verzoekt mij plaats te nemen achter het schaakbord.

Dit partijtje kan de bajesklanten gestolen worden. Hun begerige blikken zijn op mijn weelderige boezem gericht.

Ik voel me daar erg ongemakkelijk bij. Om snel uit deze precaire situatie te geraken, laat ik expres mijn dame instaan . Met een enorme mep slaat hij het stuk van het bord. Binnen tien zetten is het pleit beslecht.

“De buit is binnen!”, schreeuwt hij en kijkt triomfantelijk om zich heen.

“Prima gespeeld, Cor”, lieg ik zonder blikken of blozen, “maar helaas moet ik er weer vandoor.

Ik heb ook nog een kat in de bak!”

Met drie zoenen, die klinken als pistoolschoten, nemen we afscheid.

De geschrokken cipier snelt toe en doet mij uitgeleide.

“Hoe lang moet Cor nog zitten?”, vraag ik hem belangstellend.

“Wegens goed gedrag komt hij vervroegd op vrije voeten. Nog een maandje, mevrouw Lowina”, zegt hij met een vette knipoog, “en dan kunt u weer naar hartenlust jodelen!”

Groetelatitie,

Sjaak Mad.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.