Schaakrubrieken weekend 21 juni 2014

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

En weer een titel voor Magnus Carlsen

De schaakwet die zegt dat aan het eind Magnus Carlsen wint gaat vaak op, maar niet altijd. Vorige week kon ik de uitslag van het toernooi in Noorwegen nog niet melden, maar nu wel. Carlsen, die een half punt achter stond op Sergei Karjakin, won in de laatste ronde van zijn voormalige coach Simen Agdestein, maar Karjakin won ook, dus die won het toernooi.

Zes van de acht spelers in Noorwegen reisden meteen door naar Dubai, waar de wereldkampioenschappen rapidschaak en ‘blitz’ werden gehouden. Ze waren gelokt met een mooi prijzengeld van 400.000 dollar.

Er zijn tegenwoordig voor die frivole schaakvormen aparte ratinglijsten en Carlsen twitterde voor hij naar Dubai vertrok: „Het is een vreemd gevoel dat ik niet nummer een op die lijsten ben, het zit me een beetje dwars en ik ga er wat aan doen om dat te veranderen.”

Alexander Grisjtsjoek, die ook naar Dubai ging, had in Noorwegen op een persconferentie gezegd dat hij zich veel meer geconcentreerd had op het vluggertjestoernooi aan het begin dan op het serieuze toernooi daarna. Een paar dagen later zei hij: „Ik ben niet als Peter (Svidler) die de hele partij denkt over wat hij straks op de persconferentie gaat zeggen.”

Rare schakers, die Grisjtsjoek en Svidler. De een komt naar Noorwegen voor een van de sterkste toernooien van de afgelopen jaren, maar dan vooral voor de vluggertjes vooraf, en de ander komt, als je tenminste geloven kunt wat Grisjtsjoek over Svidler zei, om te schitteren op de persconferenties.

Carlsen won het rapid-WK in Dubai met een half punt voorsprong op een groepje waar ook Anand bij was. Hun onderlinge partij werd gewonnen door Anand.

De partij die ik hier laat zien is een overwinning van een van de helden van het onorthodoxe schaak, de Georgiër Baadur Jobava. Bij het Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee van dit jaar maakte hij er zich al vrolijk over hoe hij met ongewone openingen vaak als een mes door de boter ging, en hier was het ook zo.

Baadur Jobava – Sjachriar Mamediarov, FIDE World Rapid Dubai 2014

1. d4 Pf6 2. Pc3 d5 3. Lf4 De ‘Neo-Veresov’ ofwel de gespiegelde Italiaan is een van Jobava’s specialiteiten. 3…Lf5 4. f3 e6 5. g4 Lg6 6. h4 h6 7. e3 c5 Een voor de hand liggende, maar onvoorzichtige zet. 8. h5 Lh7 9. Pb5 Pa6 Nu heeft zwart een werkeloos paard aan de rand dat niet spelen kan en wit een gevaarlijk paard dat niet verwijderd kan worden. 10. c3 Le7 11. Ld3 Lxd3 12. Dxd3 Pd7 13. Pe2 0-0 Het ligt voor de hand dat zwarts koning aan deze kant niet veilig zal zijn, maar hij kon ook moeilijk in het midden blijven staan. 14. a4 Lf6 15. Ld6 Te8 16. f4 Pb6 17. g5 hxg5 18. h6 Wits aanval heeft al grote kracht. 18…g6 19.fxg5 Lxg5 20. h7+ Kg7 21. Le5+ f6 21…Lf6 is na 22. Pd6 ook geen pretje voor zwart. 22. Pd6 Th8 Alleen met het dameoffer 22…fxe5 23. Pxe8+ Dxe8 24. h8D+ Dxh8 kon zwart nog spelen. 23. Pf4 Lxf4 24. Lxf4 Ook direct 24. Tg1 was winnend. 24…g5 25. 0-0-0 Pc4 Eindelijk kan zwart het machtige witte paard aanvallen, maar het is te laat.

26. Th6 Beslissende versterking van de aanval. Er zit voor zwart niets anders op dan de dame te geven. 26…Kxh6 27. Pf7+ Kg7 28. Pxd8 Taxd8 29. b3 Pb6 30. Tg1 Wits aanval gaat door. 30…Txh7 31. e4 Kh8 32. e5 gxf4 33. Dg6 Tf8 34. exf6 Zwart gaf op. Wit zet voort met f7 en Dg8+ en geeft mat.

Gert Ligterink

Winnen in eigen land, het is weinigen gegeven

Topspelers moeten soms lang geduld hebben voor een toernooioverwinning in eigen land hen ten deel valt. Vladimir Kramnik heeft alles gewonnen wat te winnen valt, maar wacht nog steeds op zijn eerste Russische nationale titel.

Jan Timman had al vele successen in het buitenland behaald, voor hij in 1981 eindelijk de lang verwachte eindzege in Wijk aan Zee kon vieren. Ook Magnus Carlsen blijft voorlopig verstoken van zijn eerste grote triomf op Noorse bodem.

In Stavanger moest hij na een bleek optreden met zeven remises en twee winstpartijen genoegen nemen met de tweede prijs achter Sergey Karjakin, die afsloot met drie punten op rij. Vorig jaar won de Rus ook het eerste Norway Chess

elitetoernooi.

Met een toernooinederlaag valt te leven als anderen met voortreffelijk spel hebben geëxcelleerd. Dat laatste was in Stavanger niet het geval. Zo was Aronian ver verwijderd van de grote vorm die hij begin dit jaar in het Tata toernooi

etaleerde, Kramnik begon aardig, maar stortte ineen nadat hij weer eens had verloren van zijn aartsvijand Veselin Topalov.

En Karjakin? Sommige eerste prijswinnaars hebben meer gelijk, of zo u wilt geluk dan andere. Karjakin begon zijn slotserie met een onwaarschijnlijk winstpunt tegen Anish Giri, die eerst de winst miste en daarna, bij de 131ste zet,

een zekere remise uit handen gaf. Vervolgens won Karjakin van Kramnik, die onderweg een zetherhaling uit de weg was gegaan, waarna hij in de slotronde vanuit bedenkelijke stand Caruana bedwong.

Ondanks zijn matige vorm zou Carlsen de toernooizege hebben gedeeld als hij in de voorlaatste ronde een gewonnen stand tegen Svidler naar behoren had afgewikkeld. De wereldkampioen zocht na afloop vergeefs naar woorden om zijn falen toe te lichten:

Svidler – Carlsen Stavanger 2014

1. c4

Grisjoeks commentaar: ‘Tijdens de maaltijd leest Svidler stripverhalen, maar als hij van plan is 1. c4 te spelen, zou het verstandiger zijn de boeken van de Roemeen Marin te lezen.’

1 … e5 2. Pc3 Pc6 3. Pf3 f5 4. d3 Pf6 5. g3 Lb4 6. Lg2 Lxc3+ 7. bxc3 d6 8. 0-0 0-0 9. Tb1 De8 10. Db3

Voor zijn openingsbehandeling en vooral voor zijn laatste twee zetten had Svidler geen goed woord over.Wit heeft geen perspectieven, terwijl zwart klaar staat voor een koningsaanval.

10 … b6 11. Ph4 Pa5 12. Da3 Tb8 13. Le3? f4 14. gxf4

Hierna gaat het hard. Natuurlijk voelde Svidler er niets voor met 14. Ld2 toe te geven dat zijn vorige zet misplaatst was.

14 … Dh5 15. Pf3 Lh3 16. Lxh3 Dxh3 17. Kh1 Tbe8 18. Db2 e4!

Wits stelling staat op vallen. Hopeloos is 19. dxe4 Pxe4 20. Tg1 Pxc4.

19. Pg5 Dh5 20. dxe4 Pg4 21. Pf3 Pxc4 22. Db3 Txe4 23. Tg1 d5 24.Db5

Een stelling waarin zwart een schat aan riante mogelijkheden heeft. Simpel, maar ruim voldoende is 24 … Pcxe3 25. fxe3 Pf2+ 26. Kg2 Ph3 27. Tge1 Dg4+ 28. Kf1 Txe3. Als zwart per se tijdelijk iets wil offeren, komt 24 … Pxf2+ 25. Lxf2 Txe2 in aanmerking. Carlsen kiest zo ongeveer de enige zet die niet wint.

24 … Tfxf4? 25. Lxf4 Pxf2+ 26. Kg2 Txe2 27. Kf1!

27 … Pe4

Pas nu drong het tot Carlsen door dat 27 … Dxf3 wordt beantwoord met 28. Tg3! De4 29.Dd7, waarna zwart niet beter heeft dan 29 … Dxb1+ 30. Kxe2 Dd1+ 31. Kxf2 Dc2+ met remise.

28. Txg7+! Kf8

Een laatste poging. Nna 28 … Kxg7 29. Dd7+ Df7 30. Dg4+ Kh8 31. Kxe2 Pxc3+ 32. Kf2 Pxb1 33. Dc8+ Kg7 (of 33 … Dg8 34. Df5) 34. Dg4+ geeft wit eeuwig schaak.

29. Kxe2!

Zwart hoopte op 29. Dd7? Dxf3+ 30. Kg1 Df2+ 31. Kh1 Pg3+! en mat.

29 … Pxc3+ 30. Kf2 Pxb5 31. Tbg1 Pc3 32. Txc7 Pe4+ 33. Ke1 Pc5 34. Tc8+ Kf7 35. Tc7+ Kf8 36. Tc8+ Kf7 37. Tc7+ Kf8

Remise.

Hans Böhm

Sergei Karjakin

Er zijn veel bijzondere schakers en de Rus Sergei Alexandrovich Karjakin, geboren in 1990, is er een van. Hij was een echt wonderkind, leerde schaken op zijn vijfde en met twaalf jaar en zeven maanden behaalde hij de officiële grootmeestertitel! Dat record ‘jongste grootmeester aller tijden’, zal zeer moeilijk te doorbreken zijn want ook al heb je het talent, je moet ook nog de vereiste toernooien kunnen spelen. Wellicht dat zijn enorme belofte zijn ontwikkeling heeft geremd. In 2001 werd hij natuurlijk wereldkampioen onder twaalf jaar en in 2002 trok hij nog meer de internationale belangstelling omdat hij de officiële secondant was van Ruslan Ponomariov tijdens de WK-tweekamp. Met veertien jaar, in 2004, versloeg hij de regerend kampioen Vladimir Kramnik in een rapid partij. Een jaar later kwam hij de top honderd op de wereldranglijst binnen met Elo 2635. In 2007 doorbrak hij de magische 2700 Elo-grens, waarboven zich de elitespelers bevinden, degenen die zich onderscheiden van de massa titelhouders. Vanaf 2008 behoort hij bij de beste tien spelers met een toprating van 2760 in 2011.

Pas 24 jaar en al zo’n staat van dienst en toch zei oud-kampioen Gary Kasparov onlangs: “Ik zie Karjakin niet als een serieuze wereldkampioenskandidaat”. In zijn actieve periode, tot 2005, provoceerde Kasparov wel vaker maar dat had tot doel zijn concurrenten te ontmoedigen. Nu komt zo’n mening misplaatst over van de man die ooit uit de FIDE stapte en nu voorzitter wil worden. Karjakin won vorig jaar het sterke toernooi in Noorwegen en dit jaar, met negen spelers uit de topvijftien, weer! Het moet gezegd dat zijn gelukkige overwinning op Anish Giri (zie vorige week) heel belangrijk bleek want zijn voorsprong op (de enige ongeslagen) Magnus Carlsen was maar een half punt. Daarvoor moest Karjakin ook de laatste twee partijen winnen van de concurrenten Kramnik en Caruana.

Sergei Karjakin – Vladimir Kramnik

1.c4 e6 2.Pc3 d5 3.d4 Pf6 4.cxd5 exd5 5.Lg5 c6 6.e3 h6 7.Lh4 Le7 8.Ld3 0-0 9.Dc2 Ph5 10.Lxe7 Dxe7 11.Pf3 Pf4 12.Lf1 Pd7 13.0-0-0 Pg6 14.h4 Df6 15.Ld3 Pb6 16.h5 Pe7 17.Th4 Lf5 18.Lxf5 Dxf5 19.Dxf5 Pxf5 20.Tf4 Pd6 21.Pe5 Ta-e8 22.Th1 Te7 23.Kc2 Tf-e8 24.b3 a5 25.a4 Pa8 26.Pd3 Pc7 27.Tg4 Pa6 28.Tf4

De stand is volledig in evenwicht, wit heeft niets uit de opening gehaald. Zwart zou veld e5 kunnen controleren met 28…f6 en vervolgens Pc7 centraal opstellen met Pa6-c7-e6. Daarna is het wachten op een vrijwillige zwakte als iemand een winstpoging gaat doen door zijn pionnenstructuur te verzwakken. Waarschijnlijker lijkt echter een puntendeling op de korte termijn omdat niets doen en afwachten het beste is. Kramnik gaat ‘iets’ doen en dat is niet goed.

28..Pe4 29.Kb2 Kh7 30.Pxe4 dxe4 31.Pe5 Pb4 32.Tf5 c5 33.Td1 cxd4 34.exd4 Td8 35.Pc4!

Vanaf hier heeft wit grip op de stelling. De zwakte van de damevleugelpionnen komt tot uiting wat met het dichte centrum in de diagramstelling niet het geval was. Als Karjakin eenmaal zo’n voordeeltje heeft, is hij net zo goed als Carlsen en Kramnik in het exploiteren daarvan.

35…Pd3+ 36.Kc3 g6 37.Txa5 Pxf2 38.Te1 gxh5?!

Een onbelangrijke pion en dus tijdverlies. Waarom niet direct 38…f5, zwart moet iets tegen die witte damevleugelpionnen doen.

39.d5 e3 40.Kc2! Pg4

Want nu komt 40…f5 te laat: 41.Txe3.

41.d6 Te6 42.Ta7 Tf6 43.Te2 b6

Omdat na 43…Td7 44.a5 Tf2 45.Kd3 zwart niets is opgeschoten. Na de tekstzet wil Kramnik middels een kwaliteitsoffer het eerste gevaar bezweren.

44.Tb7 T8xd6 45.Pxd6 Txd6 46.Txf7+ Kg6 47.Tf1 Kg5 48.b4 h4 49.Kc3 Pf2 50.Txe3! Pd1+ 51.Txd1 Txd1 52.Te5+ Kg4 53.Te6 Tc1+ 54.Kb3 Kh5 55.Txb6

en de technische afwerking leverde geen problemen op.

F. Caruana – S. Karjakin, Stelling na 41…Da5-b4

Materieel bezien staat het gelijk maar zwart heeft een gewonnen stelling: de a-pion is een paard waard. Wit voorkomt Db2 maar het helpt hem niet.

42.Pa4 De1 43.Pc5 Dxe3 44.Pd7 Dxd4 45.Dc8 Db4 46.Pf6+ Kg7 47.Pe8+ Kh8 48.Dc7 De7 49.De5+ f6 50.Pxf6 Lg7 51.Db8+ Df8

en wit gaf op.

Slotstand Noorwegen

1.Karjakin 6 2.Carlsen 5,5 3.Grichuk 5 4.Caruana, Topalov 4,5 6.Aronian, Svidler, Giri, Kramnik 4 10.Agdestein 3,5

De grootste Elo-winnaars waren Karjakin (plus 15) en Agdestein (plus 10). Aronian (min 10) en Kramnik (min 6) zijn de grootste dalers, zij scoorden relatief het slechtst. De andere deelnemers presteerden ongeveer naar papieren verwachting.

Bab Wilders

Joshua fit the battle of Jericho maar Joshua Friedel fit een heel ander gevecht nl om de titel Kampioen van de Open Amerikaanse Schaakkampioenschappen. Ook zijn tegenstander had die kans en dus vlogen ze elkaar naar de strot d.w.z de vijandelijke koning, in de U.S. of A kennen ze niet veel remiseschuivers .

Sadorra-Friedel

Het begint met het opstellen van de troepen: 1. Pf3 Pf6 2.c4 e6 3.g3 d5 4.Lg2 dxc 5. Da4+ de bekende manier om de pion terug te winnen. Pbd7 6. Dxc4 a6 7. Db3 Tb8 8.a4 Ld6 9. 0-0 0-0 10. Pc3 c5 11.d3 b6 12. Pg5 Lc7 13. Le3 h6 14. Pge4 Pg4 15.Ld2 Lb7 16. Tad1 De7 17. h3 Pge5 18.f4 het nadeel is natuurlijk dat g3 erg zwak wordt Pc6 19. e3 f5 20. Pf2 Pf6 21. Tde1 opnieuw verspeelt wit een tempo Kh7 22. e4 Ph5 23. Pe2 Dd7 24. Dd1 b5 even een intermezzo op de damevleugel maar in het eindspel toch belangrijk 25. axb axb 26. Kh2 e5 de breekzet die beide koningen in gevaar gaat brengen 27. exf exf vanaf nu is het de dood of de gladiolen 28. Pe4! fxg3+ 29. Kh1 Pe5 30. Pd4 een tactisch grapje, zwart moet wel slaan cxd4 31. Dxh5 Pxd3 zwart is niet bang 32. Dg6+ Kh8 33. f6? wit wil geen tijd verliezen maar zwart heeft alles goed berekend: Pxe1 34. Lxh6 Txf6! 35. Txf6 ( Pxf6 Lxg2+ ) Pxg2 Zwart gaat rustig verder met het ontbloten van de koningsstelling 36. Lxg7+ Dxg7 37. Dh5+ Dh7 38. Th6 zo wint wit de dame maar het is niet genoeg : Lxe4 39. Txh7+ Lxh7 40. Kxg2 d3 zwart heeft een toren, het loperpaar en een gevaarlijke pluspion voor de dame, het is uit 41. Dc5 wanhoop Le4+ 42. Kf1 g2+ 43. Ke1 La5+ en 0-1.

Niet foutloos maar daardoor juist een heerlijk gevecht. Het is natuurlijk niet zo dat het schaakspel er uit bestaat het spel van de tegenstander te saboteren , je probeert toch vooral je eigen plannen te verwezenlijken, maar het speelt wel een rol, ook in het boek van Larry Kaufmann Sabotage the Grünfeld, verschenen bij onze nationale trots New In Chess en ik wijs graag nog weer eens op het voortreffelijke gelijknamige blad. (isbn 978-90-569-1440-0) De zet 3.f3 na 1. d4 Pf6 2. c4 g6 is een uitvinding van de legendarische vooroorlogse (sommigen vragen dan: welke oorlog ?) wereldkampioen Aljechin maar is nog altijd brandend actueel, om de dominee te citeren, en wordt bv gespeeld door Anand en Aronian, bepaald niet de minsten. Mede daardoor is deze openingszet van wit weer behoorlijk populair geworden. Larry heeft ook zelf deze zet vaak gespeeld i.p.v. het traditionele 3. Pc3 en zo zwarts al even traditionele antwoord d5 gefrustreerd. Met digitale zwaargewichten als Houdini aan zijn zijde heeft de auteur alle zwarte antwoorden onder de loep genomen. De grap is vooral dat na cxd Pxd5 e4 komt en zwart nu niet Pc3 kan afruilen omdat er nog geen paard op c3 staat. Zowel voor wit als voor zwart worden de mogelijkheden uitgelegd op een zeer heldere manier en op pagina 163 komen er nog 25 oefendiagrammen voor de student van deze opening. Een interessant boek, onnodig te zeggen dat het weer fraai is uitgegeven, daar kan geen E-boek tegen op. Probleem 2482 is een driezet van Miroslav Havel :

En natuurlijk ook weer een oplossing : Probleem 2480 had als sleutelzet 1. Txf5!

Johan Hut

Anish Giri rustig naar de wereldtop

Anish Giri heeft het supertoernooi in Stavanger (Noorwegen) afgesloten met een gedeelde zesde tot en met negende plaats. Dat lijkt niet geweldig in een tienkamp, maar met een overwinning (op Topalov), twee nederlagen (tegen Kramnik en Karjakin) en zes remises bewees de negentienjarige Nederlander dat hij tussen de allersterkste schakers van de wereld overeind kan blijven. Tegen wereldkampioen Carlsen behield hij zelfs zijn ongeslagen status. Dat is mooi, maar we wisten het al. Tijdens het Tata-toernooi in Wijk aan Zee in 2013 behaalde Giri een vergelijkbare score. Hij won een partij, verloor er twee en speelde tien remises. Dit jaar in Wijk aan Zee deed hij het beter: twee overwinningen, geen nederlaag en negen remises. Al die remises, dat zit veel liefhebbers nog wel dwars. Leuker was daarom zijn resultaat in het Grand-Prixtoernooi in juli in Peking: drie overwinningen, drie nederlagen en vijf remises. Verlies gerust een paar keer, als je daarnaast ook een paar keer wint.

Al die remises hebben Giri wel op een stevige plaats in de mondiale top twintig gebracht. Per 1 oktober steeg hij van negentien naar vijftien. Per 1 juni steeg hij naar plaats veertien. Dat is al zo hoog, dat zijn goede resultaat in Noorwegen hem twee Elo-punten verlies opleverde. Een te verwaarlozen verlies overigens.

De stijging op de wereldranglijst gaat langzaam voor hen die iedere maand naar de nieuwe lijst kijken. Je kunt ook zeggen dat oktober nog niet zo heel lang geleden is en dat als Giri nu nog een keer vier plaatsen stijgt, hij in de top tien staat. Top tien, dat is het walhalla van de topschakers. Loek van Wely was de laatste Nederlander die erin stond. In oktober 2001 stond hij even op de tiende plaats.

In Stavanger was het verschil tussen winst en verlies klein. Als Giri tegen Karjakin zijn gewonnen stelling had verzilverd, was hij tweede geworden. Maar hij blunderde na meer dan honderd zetten en Karjakin won het toernooi. Tegen Topalov behaalde Giri zijn enige overwinning.

Giri-Topalov

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 Pc6 6.Lg5 e6 7.Dd2 a6 8.O-O-O Ld7 9.f4 b5 10.Lxf6 gxf6

Het alternatief 10…Dxf6 11.e5 dxe5 12.Pdxb5 was niet prettig voor zwart. De versplinterde pionnenstelling is niet zo erg, daar staat een stevige grip op het centrum tegenover.

11.Kb1 b4 12.Pce2 Db6 13.De1 Tc8 14.h4 Pa5 15.Pc1 Pc4 16.Th3

Deze toren kan meehelpen in de verdediging op de damevleugel, maar ook samen met de andere toren actief worden over de d-lijn.

16…a5 17.Lxc4 Txc4 18.Thd3 h5 19.g3 Le7 20.De2 Lc8 21.T3d2 La6 22.Df3 a4 23.Pce2 Lb7 24.Dd3 Tc5 25.c4

De eerste actieve zet na wat passieve zetten. Zwart had hier nu met 25…Da6 26.Pb5 Dc6 goed spel kunnen krijgen, maar reageert niet alert.

25…Kf8 26.b3 Tg8 27.bxa4 Da6 28.Pb5 Kg7 29.Ped4 Dxa4 30.f5 Te5 31.Te1

31…Kh8

Weer niet alert genoeg. Zwart had zijn goede spel met 31…d5 een bijna winnend vervolg kunnen geven.

32.Pf3

Nu neemt wit het heft in handen, want ook na 32…Tc5 33.fxe6 fxe6 34.Pxd6 staat wit overweldigend.

32…exf5 33.Pxe5 fxe5 34.Pxd6 b3 35.Pxb7 bxa2+ 36.Ka1 Db4 37.De3 f4 38.gxf4 Lxh4 39.Th1 Dxb7 40.fxe5

Dreigt vooral Dh6 mat.

40…Tg4 41.Dh6+ Kg8 42.Dxh5 Dxe4 43.Td8+

Zwart geeft het op. Dat hij in een matnet is beland gelooft hij ook wel zonder het uit te rekenen.

Rini Kuijf

Voor beginners A6432

Zwart aan zet moet beslist wat doen?

Voor gevorderden B6432

Wit aan zet, wat doet hij?

Henk Prins

Tweezet 889 van J.C. van Gool is een verleidingsprobleem. De componist heeft de opgave moeilijk gemaakt voor de oplosser. Hij heeft in zijn probleem een aantal zetten ingebouwd waarvan de oplosser denkt dat het de oplossing is, maar die het toch niet kan zijn. Zulke zetten heten verleidingen. Een verleiding is een eerste zet van wit die op maar één zet van zwart faalt. In het probleem van Van Gool blijkt op alle zetten van zwart al een antwoord klaar te liggen . Een oplettende oplosser ontdekt al gauw dat de loper op h1 helemaal geen functie heeft. Die loper moet dus een zetje doen en dan is de zaak voor elkaar.

Als wit 1. Lg2? probeert dan speelt zwart 1. …Lg1! en wit kan niet mat zetten omdat zijn dame niet meer op g1 kan nemen. Ook 1. Lf3? gaat niet. Na 1. …Le3! zal 2. Dxe3 moeten volgen maar opnieuw blijkt de witte loper de dame in de weg te staan. Gelukkig heeft onze sleutelloper nog meer zetmogelijkheden. Op 1. Le4? speelt zwart 1. …f4! en het witte antwoord 2. Pe4 is door de loper geblokkeerd. Ook 1. Ld5? mislukt. Zwart speelt dan 1. ..Lxe5! en 2. Dxe5 is onmogelijk geworden. De zesde verleiding is 1. Lc6? Daarop antwoord zwart 1. …Pd7! en de witte toren kan niet meer op c6 matzetten. Ook 1. …Lb7? blijkt de oplossing niet te zijn. Zwart kan dan 1. …Ld7! spelen als weerlegging omdat 2. Pb7 niet meer gaat. De oplossing is 1. La8! Deze zet heeft geen enkel schadelijk effect. Op alle zwarte zetten is het mat op de volgende zet.

In tweezet 837 van T. Salthouse is er niet te klagen over paarden. Er staan er al vier op het bord en door promotie volgen er nog meer. De sleutelzet is 1. f8P! Evenals het vorige probleem is er geen dreiging en is zwart in tempodwang. Als het zwarte paard van b6 speelt is het mat met een zesde paard 2. c8P. Op 1. …Pc8 komt 2. bxc8P mat. Als het zwarte paard van f6 speelt dan is het mat met 2. g8P en op 1. …Pg8 is het mat met 2. hxg8P. Een grappige tweezet.

2 Comments

  1. Avatar
    Richard Vedder juni 25, 2014

    Er ontbreekt in het diagram van Bab Wilders een koning.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.