Anish Giri, doodgewoon (VPRO-gids)

Anish Giri kan zijn schaakemoties niet met zijn moeder delen, wel met zijn vriendin. Hij kent geen mensen die schaken een rare activiteit vinden. Ook aardige schakers kunnen wereldkampioen worden.

Dat hij een plusscore heeft tegen Carlsen, heeft praktisch geen betekenis. Bij Carlsen is winnen, bij alles, overigens belangrijker dan lol hebben. Op een onbewoond eiland heb je meer aan een banaan dan aan een computer. Het spel van het Nederlands voetbalelftal klopt niet. Dit is zo een rijtje observaties van Anish Giri, die hij deelde met een redacteur van de VPRO-gids. Die vond Anish een doodgewone Nederlandse jongen. En dat is hij ook.

Interviewer Hans van Wetering wekt de indruk voor het eerst bij een schaaktoernooi aanwezig te zijn geweest. Hij bezocht Giri op de slotdag van de Calder Cup in Rosmalen en schrijft over wat hij zag:

“Het heeft iets intiems, zoals de spelers daar tegenover elkaar zitten. Terwijl ze zich over de stelling buigen komen ze met hun hoofden heel dicht bij elkaar. Na afloop van de partij, die Giri wint, fluisteren de spelers wat tegen elkaar terwijl ze met hun handen boven het bord vluchtige patronen beschrijven waarvan de betekenis de omstanders slechts kan ontgaan.”

Nieuw voor de journalist, maar er staat niets geks in dit fragment en ook niet in het hele interview. Compliment voor Van Wetering, die goed heeft geprobeerd zich in de persoon Anish Giri in te leven. Hij verbaasde zich enigszins over de moeder van Anna-Maja Kazarian, die bij de partijen van haar dochter kwam kijken terwijl ze bijna niets van schaken begreep. Giri daarover, in het interview dat twee dagen later in Den Haag plaatsvond:

“Mijn moeder kwam ook wel kijken, maar ze liep niet rond. Ze ging ergens zitten, las een boek, en wachtte tot ik klaar was. Het is soms lastig, voor mij en voor haar ook. Ik kan haar na een partij niet uitleggen wat mij is overkomen. Ik kan het verdriet of de vreugde niet echt delen, want ze heeft geen kennis van het spel. Ik zou ook nooit een vriendin kunnen hebben die zelf niet schaakt.”

Van Wetering past meteen zijn beeld van de moderne topschaker aan. Zijn gedachte, gevoed door films en boeken, was: een superintelligente, zonderlinge, briljante freak, al dan niet met slechte inborst. Giri is echter een gewone jongen, gezegend met een groot talent en een leuke vriendin (die zelf ook schaakt), en ouders die het spelletje niet al te serieus nemen.

Er zijn rare WK-matches geweest, weet de journalist: Fischer-Spasski 1972 en Karpov-Kortchnoi 1978. Giri relativeert:

“Er zijn sindsdien zoveel matches geweest waarin niets gebeurde. Ik heb nooit echt een persoon ontmoet die dacht dat schaken zo’n rare activiteit was.”

Kun je, zoals de dichter Cees Buddingh dacht, geen wereldkampioen worden als je aardig bent? Giri:

“Het heeft met andere dingen te maken. Sommige spelers kunnen niet lang genoeg werken, anderen hebben een te zwak karakter, sommigen net te weinig talent. Als ik mijzelf wil verbeteren, heb ik geen keuze dan daarin te geloven. Ik ben nog jong, ik ontdek steeds meer dingen. Mijn rekenkracht kan nog toenemen en door veel te analyseren wordt je begrip groter.”

Anish Giri bekijkt tijdens de Olympiade een stelling van Erwin l’Ami. Foto: Zhaoqin Peng.

Tegen Magnus Carlsen heeft Giri een score van een overwinning en vijf remises. Is hij nu een Angstgegner voor Carlsen?

“Als we nu spelen heeft hij zeker de gedachte in zijn hoofd dat het eerder al zo vaak misging. Maar het zou pas betekenis hebben als ik de nummer twee van de wereld zou zijn en een tweekamp tegen hem zou spelen. Nu is het een mooi verhaal, maar praktisch heeft het niet veel betekenis.”

Over de wil om te winnen en daarin het verschil tussen hem en Carlsen:

“Iedereen wil winnen, maar als ik tijdens een toernooi tussen de rondes door met de andere spelers een beetje kaart of voetbal, dan gaat het bij ons om de lol, om ontspanning, maar voor Carlsen telt echt alleen maar wie wint, bij alles, altijd. Of hij een leuke tijd heeft, is onbelangrijk. Niet lang geleden was er zo’n voetbalwedstrijdje waarbij een van de schaakarbiters meedeed. Die man was al in de zeventig, erg sportief dus, maar vooral ook heel oud. En op een gegeven moment tackelt Carlsen die arbiter gewoon, zodat die man op de grond valt, een man van zeventig! Dat karakter zie je terug in het schaken.”

De interviewer heeft gelezen dat twee lopers sterker zijn dan twee paarden. Giri:

“Dat hangt van de stelling af. Waar we nu zijn heb je meer aan een computer dan aan een banaan, maar op een onbewoond eiland is het omgekeerd. Een banaan kun je eten.”

Over zijn toekomst:

“Misschien ga ik wel psychologie studeren, of een taal. Daar heb je iets aan in de wereld.”

Over het WK-voetbal, dat plaatsvond na het interview:

“Duitsland gaat winnen. Die zijn op elke positie goed. Nederland niet, ze scoren wel, maar die goals komen uit de lucht vallen. Ervoor is niets, en erna is niets. Dat kan niet kloppen.”

Anish Giri, bijna een doodgewone Nederlandse jongen.

Inmiddels staat het interview ook online.

Ik dank Bernadet Sertons die het een paar dagen geleden al voor me scande en naar me toestuurde. En Kees Stap die op Utrechtschaak op de link wees.

1 Comment

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.