Nederland eindigt met een 4-0 overwinning; brons voor Giri

Het Nederlandse team heeft in de laatste ronde van de Olympiade een maximaal resultaat gehaald: Paraguay werd met 4-0 verslagen. Daardoor heeft Nederland de 12e plaats behaald, niet minder dan verwacht (Nederland was 11e geplaatst), wel minder dan gehoopt. Toch werd er wel een prijs gehaald: Anish Giri was goed in vorm en zijn TPR van 2836 was goed genoeg om een bronzen plak op bord 1 te halen.

De Olympiade werd voor het eerst gewonnen door China. Daarover meer in een apart artikel, hier zal ik de wedstrijd van Nederland behandelen.

Bachman – Giri

Anish Giri had zoals al gezegd er persoonlijk belang bij om de laatste partij te winnen. Dat is met zwart tegen een 2600+ GM niet makkelijk, maar zijn intenties bleken al door zijn keuze van het Koningsindisch. Het pakte erg goed uit: hij kreeg al snel het initiatief, kwam met zijn stukken dreigend opzetten, won een pion, nog een pion en toen de partij. Dat levert onze sterkste speler naast een goed toernooi en een bronzen plak ook 13 ratingpunten op en een virtuele elfde plek op de wereldranglijst.

1. c4 Pf6 2. Pf3 g6 3. Pc3 Lg7 4. d4 O-O 5. e4 d6

Giri speelt af en toe Koningsindisch. De Krasenkow-variant is een van de kritieke bestrijdingswijzen.

6. h3 e5 7. d5 Ph5 8. g3 Pa6 9. Le2 f5

Meestal kan zwart f7-f5 niet zo makkelijk spelen in de Krasenkow-variant. Wit had het met 9.Ph2 kunnen voorkomen.

10. exf5 gxf5 11. Lg5 Pf6 12. Pd2 De8 13. Pb3

Wit investeert wat tijd om het onaantrekkelijk te maken voor zwart om het paard naar c5 te spelen. Inderdaad zal zwart dat niet doen, maar of wit daar nu blij van wordt…

13… Dg6 14. Dd2 Pb4!

Want door het tijdverlies van wit heeft zwart nu allerlei dreigingen.

15. f4

15. O-O-O Pxa2+! 16. Pxa2 Pe4 wint een pion, terwijl wit na 15. a3 Pc2+ 16. Dxc2 Dxg5 zijn zwartveldige loper mist. Dat laatste was nog wel het minst erg voor wit.

15… h6! 16. Lh4 exf4 17. gxf4

17…Dg2 De computer geeft de fraaie variant 17… Pe4! 18. Pxe4 fxe4 19. Dxb4 Txf4 waarna zwart het stuk met groot voordeel terugwint. Giri houdt het simpel.

18. O-O-O Pe4 19. Pxe4 Dxe4

Wint een pion, ook na 20.Dxb4 Dxf4+

20. Tdg1 Pxa2+ 21. Kd1 Db1+ 22. Pc1 Ld7 23. Ld3 La4+

24. b3

24.Ke2 was een betere vechtkans geweest. In de partij wint zwart een tweede pion en de rest is daarna niet moeilijk meer. 24… Dxc1+ 25. Dxc1 Lxb3+ 26. Dc2 Lxc2+ 27. Lxc2 Pc3+ 28. Kd2 Pe4+ 29. Lxe4 fxe4 30. Ke3 Kh7 31. Kxe4 a5 32. Tg2 a4 33. Tb1 a3 34. Ta2 Ta4 0-1

L’Ami – Delgado Ramirez

Erwin l’Ami kreeg een klein plusje uit de opening doordat zijn stukken actiever stonden dan die van zijn tegenstander. In een symmetrische stelling bleef hij dit voordeel houden, ook na stukkenruil. Op zet 31 gaf zwart zomaar een pion weg. Het dubbele toreneindspel met pluspion werd vervolgens door Erwin soepel gewonnen.

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 Lb4+ 4. Ld2 Lxd2+ 5. Dxd2 d5 6. Pc3 O-O 7. e3 De7 8. Ld3 dxc4 9. Lxc4 c5 10. O-O Td8 11. De2 cxd4 12. exd4

Stellingen met een geïsoleerde pion op d4 kunnen uit heel veel openingen ontstaan, maar deze is iets anders omdat de zwartveldige lopers geruild zijn. Dat is in principe gunstig voor zwart, maar hij staat wel achter in ontwikkeling.

12… Pbd7 13. Tad1 Pb6 14. Lb3 Pbd5 15. Pe5 Dd6

Zwart zou het liefste zijn loper op b7 spelen, maar 15…b6 zou iets weggeven. Met de partijzet dekt zwart veld c6, maar niet meer f7 met zijn dame. Daardoor kan wit exd5 afdwingen.

16. Df3 Ld7 17. Pxd5 exd5

Nu hebben beide spelers een geïsoleerde pion. Wit staat iets actiever en heeft de goede loper, dat geeft hem een klein plusje.

18. Tfe1 Le6 19. Df4 a5 20. Pd3 a4 21. Lc2 Dxf4 22. Pxf4 Tdc8 23. Td2 Ld7 24. f3 g5 25. Pd3 Lf5 26. Pb4 Lxc2 27. Pxc2

Zwart is van zijn slechte loper af, maar wel door zijn koningsvleugel (en veld f5) te verzwakken.

27… Ta6 28. Te5 h6 29. Pe3 Tc1+

Zwart kan d5 niet op een goede manier dekken. 29…Td6 30.Pf5 of 29…Td8 30.Tc2 zou goed voor wit zijn.

30. Kf2 Tb6 31. a3

31…Te6?

Met de toren op b6 kan zwart pakken op d5 met Tb1 beantwoorden. Wellicht had zwart gewoon overzien dat wit nu wel op d5 kan slaan.

32. Pxd5 Pxd5 33. Txd5 Tb6 34. Te5 Tb1 35. Tee2

Wit is op tijd om pion b2 te dekken.

35… Kf8 36. d5 Td6 37. Te4 Tb6 38. Tee2 Td6 39. Ke3 Ke7 40. Kd4+ Kd7 41. Kc5

Wit gebruikt de d-pion als handenbindertje en gaat ondertussen op jacht naar pion a4.

41… Ta6 42. Kb5 Tc1 43. Tc2 Th1 44. h3 h5 45. Ted2 f5 46. Tc4

Wit wint een tweede pion terwijl zijn eigen pionnen allemaal gedekt zijn.

46… Tf1 47. Txa4 Txa4 48. Kxa4 g4 49. hxg4 fxg4 50. fxg4 hxg4 51. b4 1-0

Cubas – Tiviakov

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 g6 5. Le2 Lg7 6. Pb3 Pf6 7. Pc3 d6 8. O-O O-O 9. Lg5 Le6 10. Kh1 a5 11. a4 Dc8 Tiviakov wijkt hier af van twee eerdere partijen van hemzelf waarin hij 11…Pd7 speelde (maar dan hebben we het over de vorige eeuw). Met de partijzet maakt zwart ruimte om de toren op d8 te spelen, verder kan hij eventueel een stuk op g4 gaan zetten.

12. f4 Td8 13. Lf3 Pb4 14. Pd4 Lc4 15. Le2

Hier speelt iedereen 15.Tf2, is ook logischer.

15… h6 16. Lh4 e5!

Nu blijkt waarom de toren op d6 goed staat. Als wit op e5 pakt staat zijn paard gepend en de toren dekt tevens pion d6. 17. Pdb5 exf4

En nu heeft wit een probleempje: terugslaan op f4 verliest een stuk. Daar is een oplossing voor, maar wel eentje die zwart een sterke zwartveldige loper en actief spel geeft.

18. Lxc4 Dxc4 19. Lxf6 Lxf6 20. Txf4 Le5 21. Tf2 d5!

Zwart lost meteen zijn zwakte op.

22. Df3 dxe4 23. Pxe4 f5 24. Pec3 Dc6

De zwarte koning staat een beetje bloot, zwart wil daarom wel dames ruilen. In een eindspel wordt het verschil tussen loper en paard groter.

25. Te1 Dxf3 26. gxf3 Lf6

Een van de problemen voor wit is dat hij c2 moet blijven dekken. Hij zou het liefst het paard op c3 wegspelen, maar dat heeft geen goed veld. In het beste geval kan het naar d1, maar dat is wel erg passief. En er dreigt ook nog eens Lh4.

27. Te6 Ta6 28. Tfe2 Kf7 29. T6e3 Tc6

Nu staat het paard op c3 om twee manieren gepend.

30. Kg2 Td7 31. Te8

Wit bezwijkt onder de druk, afwachten was beter. Wellicht had hij gezien dat hij de pion zou terugwinnen, maar niet verder gekeken.

31… Pxc2 32. Ta8 Pb4 33. Txa5 Pd3!

Nu de witte toren op a5 op een zijspoor is beland, begint zwart een aanval tegen de witte koning.

34. Kf1 Pf4 35. Te3 Lh4 36. Ta8 Td2

37. Tb8

37. b3 Tf2+ 38. Kg1 Tc2 en het mat op de onderste rij is alleen ten koste van materiaalverlies te voorkomen.

37… Tf2+ 38. Kg1 Txb2 39. Txb7+ Kf6

Dreigt mat in drie, te beginnen met 39…Tb1+. Er dreigt ook simpel torenwinst met 39…Lf2+. Wit kan niet beide dreigingen voorkomen.

40. Pd6 Lf2+ 41. Kf1 Lxe3 42. Pe8+ Kg5 43. Txb2 Txc3 0-1

Van Wely – Latorre

Van Wely moest tegen een FM en je zou dus verwachten dat hij een makkelijke overwinning boekte. Dat is ook precies wat gebeurde: zijn tegenstander maakte twee strategische fouten/onnauwkeurigheden en daarna was het eenrichtingsverkeer.

1. Pf3 Pf6 2. c4 b6 3. Pc3 Lb7 4. d4 e6 5. a3 Le7

Hoewel deze zet ook door sterke spelers is gespeeld, is het misschien al een onnauwkeurigheid. Wit pakt hierna een ruimtevoordeel die hij tot de einde van de partij behoudt. Met 5… d5 was dat te voorkomen.

6. d5 O-O 7. g3 d6 8. Lg2 e5 9. O-O h6 10. b4 Pbd7 11. e4 Ph7

Zwart heeft een matige versie van het Koningsindisch. De loper doet niks op b7, en f5 is moeilijk door te zetten.

12. Tb1 La6 13. Dd3 Pg5 14. Pd2 g6

Zwart staat klaar om zijn f-pion op te spelen, maar wit is eerder.

15. f4 Ph7 16. Pf3

16…exf4

Dit is een enorme concessie van zwart, en mijn inziens niet nodig. Niet alleen krijgt wit nu een enorm centrum, maar het speelt ook vanzelf voor wit: alle stukken op e5 richten en dan e5 spelen.

17. gxf4 Lf6 18. Pe2 Te8 19. Ped4 De7 20. Te1 Df8 21. Tb2 Dg7 22. Tbe2 Phf8 23. Pc6

Wit heeft vier stukken op e5 gericht, zwart maar drie. Die voelt de bui ook al hangen.

23… Lc3 24. Tf1 f5

Het is nu drie om drie, maar 24… La1 helpt niet: 25. e5 dxe5 26. fxe5 Pxe5 27. Pfxe5 Lxe5 28. Pxe5 Txe5 29. Lb2 met materiaalwinst.

25. e5 La1 26. Tfe1 Lb7 27. Ld2 dxe5 28. Pcxe5

Even zit er een gat in het witte pionnencentrum, maar niet voor snel, want zwart wordt gedwongen nogmaals op e5 te slaan. 28… Lb2 29. Db3 Lxe5 30. fxe5

Deze stelling is niet geforceerd na 5…Le7 en 16…exf4, maar wel een logisch gevolg. Opgave zou hier niet raar zijn. 30… g5 31. Lc3 g4 32. e6 Pf6 33. Pe5 Ph5 34. Dc2 f4 35. Df5 f3 36. Dxh5 fxe2 37. Df7+ Dxf7 38. exf7+ 1-0

2 Reacties

  1. Avatar
    Lucas 14 augustus 2014

    Geconcludeerd kan worden dat een dure buitenlandse coach geen garantie is voor succes. Dit moet in overweging worden genomen wanneer men straks de contributie weer wil verhogen.

  2. Avatar
    meesterschaak 14 augustus 2014

    Alle redacteuren bedankt voor de dagelijkse verslagen van de Olympiade. De snelheid en de kwaliteit werden door mij op prijs gesteld.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.