Schaakrubrieken weekend 27 september 2014

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Anish Giri in toptien

Hoe kwam het dat Anish Giri in het Europese clubkampioenschap in Bilbao voor Socar speelde, het team van het staatsoliebedrijf van Azerbeidzjan? Sterke clubs zoeken sterke spelers, maar door een foto van dat team toen het Europees kampioen was geworden, begreep ik dat er nog een meer concrete reden was.

Op die foto stond een wat oudere, besnorde en kaarsrechte man. Het was Vladimir Toekmakov, de Oekraïense captain van Socar. Stram als een vitale oud-militair, wat hij inderdaad is. In het sovjetleger bracht Toekmakov het tot de rang van majoor, al bestond zijn taak vrijwel geheel uit het hooghouden van de eer van het leger op het schaakbord. Als speler hoorde hij bij de besten van de wereld en later leidde hij als coach het Oekraïense team dat in 2004 en 2010 de olympiades won. Daarna was hij coach van het nationale team van Azerbeidzjan en nu is hij dat van het team van het oliebedrijf. Hij is ook de trainer van Giri, en op de laatste olympiade was hij captain van Nederland.

Zoals vroeger soms twee landen verbonden waren in een personele unie onder één monarch, zoals Oostenrijk en Hongarije, zo zijn nu het Nederlandse en het Azerbeidzjaanse schaak verbonden door Toekmakov.

Na de clubwedstrijden in Bilbao staat Giri op de live ratinglijst op de zevende plaats, tussen Anand, nummer zes, en Sergei Karjakin, nummer acht. Hoog gezelschap, want die twee zouden in november in Sotsji om het wereldkampioenschap spelen als wereldkampioen Magnus Carlsen zich zou terugtrekken, iets waarvoor een tijdje gevreesd werd.

Het was een waar schaakfeest in Bilbao, want behalve dat clubkampioenschap was er ook een dubbelrondige vierkamp met Anand, Aronian, Ponomariov en Vallejo Pons, die door Anand werd gewonnen. Al met al was bijna de volledige toptien in Bilbao bijeen; alleen Carlsen ontbrak.

Roeslan Ponomariov – Francisco Vallejo Pons, Grand Slam Masters Bilbao 2014

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. h3 Dit kleine zetje van Bobby Fischer lijkt ongevaarlijk voor zwart, maar is het niet. 6…e6 7. g4 Le7 8. Lg2 Pfd7 9. Pce2 Beginners wordt geleerd om in de opening niet twee keer met hetzelfde stuk te spelen, maar topspelers mogen het wel. 9…Pc6 10. c3 h5 11. gxh5 Txh5 Door deze argeloze zet komt zwart in groot nadeel. 12. Pxc6 bxc6 13. Pd4 Doordat een wit paard op e2 in deze openingsvariant bijna altijd naar g3 gaat, had zwart er misschien geen rekening mee gehouden dat het ook naar d4 kan. 13…Tc5 Hij moet c6 dekken. 14. b4 Txc3 Zwarts verdwaalde toren is opgejaagd wild. Na 14…Tc4 wint wit met 15. Lf1 een kwaliteit. 15. Lb2 Tc4 16. Pxe6 Met zwarts toren ver van huis kan wit hier toeslaan. 16…Db6 Na 16…fxe6 17. Dh5+ zou zwart mat gaan. 17. Pxg7+ Kf8 18. 0-0 Hij had zijn pluspion kunnen houden met 18. a3, maar speelt op aanval. 18…Pe5 19. Ph5 Dxb4 20. Tb1 Dc5 21. Kh1 Pg6 22. Pf6 Tb8 Zwart staat zo slecht dat hij niet meer goed oplet.

23. Dd2 Wit is ook nonchalant. Na 23. Lc1, met de dreiging 24. Lh6 mat, had hij snel gewonnen. Zwart moet 23…Txc1 doen en daarna is 24. Pd7+ nog krachtiger dan 24. Txc1, wat ook zou winnen. Veel maakt het niet uit, want met de zet die hij speelt houdt wit een winnende aanval. 23…Lxf6 24. Lxf6 Tb5 25. Tbd1 d5 26. Dh6+ Ke8 27. exd5 cxd5 28. Tfe1+ Kd7 29. Dg7 Damewinst met 29. Txd5+ is hem te min. 29…Df8 30. Lxd5 Txd5 31. Txd5+ Kc7 32. Le5+ Kc6 33. Dxf8 Zwart gaf op. Na 33…Pxf8 34. Td8 wint wit nog een stuk.

Gert Ligterink

Nederland heeft met Giri weer speler in de toptien

Dankzij een behoorlijk resultaat in het Spaanse teamkampioenschap en een voortreffelijk resultaat in het toernooi om de Europa Cup voor clubteams is Anish Giri gestegen naar de zevende plaats van de wereldranglijst. Op respectabele afstand van Anand, de nummer zes van de lijst, en net voor onder anderen Karjakin, Nakamura en Kramnik.

Een stabiele positie tussen ‘s werelds sterksten heeft Giri nog niet. Het verschil met de achtervolgers is zo klein dat een paar verliespartijen hem ver kunnen terugwerpen. Maar een nieuw hoogtepunt in zijn carrière is het wel. Loek van Wely was dertien jaar geleden de laatste Nederlander die de toptien wist te bereiken.

Giri laat zich het hoofd niet op hol jagen door het succes. Volgens hem wijst een hoge rating op goede vorm, maar in het Carlsen- en Caruana-tijdperk is dat niet iets om bijzonder trots op te zijn. Winnen van zwakkere tegenstanders in een teamwedstrijd is iets anders dan een hoge klassering in een elitetoernooi.

Met zijn Azerbeidzjaanse club Socar won Giri de Europac Cp door zeven wedstrijden op rij te winnen. Giri scoorde aan het tweede en derde bord de meeste punten, Veselin Topalov versloeg aan het eerste en tweede bord de sterkste tegenstanders en de mooiste partij werd voor Socar gewonnen door de Chinees Hao Wang. Tegen de Moldaviër Bologan ondernam hij een koningswandeling die herinneringen oproept aan een fameuze partij tussen Short en Timman uit het 15de

Interpolistoernooi:

Short – Timman na de 30ste zet. Zwart kan geen vin verroeren, maar hoe moet de aanval worden voortgezet? Short vond een prachtige oplossing.

31. Kh2!

Op weg naar h6. Met 31 … Lc8 had zwart die koningstocht kunnen verhinderen, maar dan wint 32.Pg5! Lxd7 33. Tf4!. Bijvoorbeeld 33 … Dc5 34. Pxf7 Txf7 35. Dxf7+ Kh8 36. Dxg6 Dxe5 37. g3 Dg7 38.Dxh5+ Dh7 39. Dxh7+ Kxh7 40.Tf7+ met een gewonnen toreneindspel.

31 … Tc8 32. Kg3 Tce8 33. Kf4 Lc8 34. Kg5!

Zwart geeft op.

De Indiase schaakster Tania Sachdev noemde deze partij onlangs ‘een van de coolste die ik ooit zag.’

Wang – Bologan, Bilbao 2014

1. c4 c6 2. Pf3 d5 3. d4 Pf6 4. Pc3 dxc4 5. a4 e6 6. e3 c5 7. Lxc4 Pc6 8. 0-0 Le7 9. De2 cxd4 10. Td1 0-0

11. Pxd4 Dc7 12. Pxc6 bxc6 13. a5 Td8 14. Txd8+ Lxd8 15. e4 Le7 16. Le3 Ld7 17. f3 Le8 18. Df2 Pd7 19.f4 e5 20. f5 Pf6 21. Df3 Tb8 22.Ta2 Lb4 23. a6 Lxc3 24. bxc3 Tb1+ 25. Kf2 c5 26. Lg5 Lb5?

Tot dit moment is zwarts spel onberispelijk geweest. Maar van zijn laatste zet , die vrijwillig een verzwakking van de koningsvleugel toelaat, zal hij spijt krijgen. Na 26 … Dc6 27. Lxf6 Dxf6 28. g3 staat het gelijk.

27. Lxf6 gxf6 28. Lxb5 Txb5

Geïnspireerd door Shorts voorbeeld stuurt Wang nu zijn koning op reis.

29. Kg3! Tb6 30. Kh4 Td6 31. Kh5 Db8 32. De2 Kh8

Net als in Short – Timman moet zwart machteloos zijn lot afwachten.

33. h4 Dg8

Taaier is 33 … Dd8 34. Tb2 Tb6, al baat dat op den duur niet na 35.Txb6 Dxb6 36. Dd3 Db2 37. g4 Kg7 38. g5 fxg5 39. f6+! Kxf6 40. Dd6+ Kg7 41. Dxe5+.

34. Tb2 Td8 35. Tb7 c4 36. g4 Dg7 37. g5 fxg5 38. hxg5 h6 39. g6 Df6 40. De3 fxg6+ 41. fxg6 Kg8 42. Tf7 Dd6 43. Df3 Dreigt 44. Tg7+! Kxg7 45. Df7+ en mat.

43 … Td7 44. Df1 Tc7 45. Txc7 Dxc7 46. Kxh6 Dg7+ 47. Kg5 De7+ 48. Df6

Zwart geeft op.

Hans Böhm

Laatbloeier

De telefoon, rond 1988. “Mag ik u even lastigvallen, ik ben ambtenaar, ga over uitkeringen en nu heb ik een verzoek van een inwoner van onze gemeente voor bijstand omdat hij moet studeren en toernooien spelen om als profschaker zijn geld te kunnen verdienen. Kun u mij zeggen of dat reëel is?” Het betrof Manuel Bosboom.

Ik antwoordde naar eer en geweten, met sympathie voor de schaker Bosboom maar ook met gevoel voor zinnige besteding van gemeenschapsgeld: “Hij heeft het talent om goed te worden maar talent is niet voldoende. U zou hem zo’n drie jaar kunnen helpen, daarna zou hij het op zichzelf moeten kunnen, dan is het duidelijker”. In 1990 werd Manuel Internationaal Meester. Jaren later begreep ik dat hij inderdaad die steun gekregen heeft. Hij koos voor het profschakers bestaan maar het ging allemaal niet van een leien dakje. De echte resultaten bleven uit. Hij werd wel de schrik van het snelschaakcircuit met als hoogtepunt zijn overwinning in 1999 op toenmalig wereldkampioen Gary Kasparov tijdens het Hoogovenstoernooi. Dat nieuwtje ging de wereld rond, want Kasparov won in dat snelschaaktoernooi bijna alle andere partijen (10,5/13) en ik hoopte dat die ambtenaar het ook vernomen had want alleen die overwinning was de bijstand dubbel en dwars waard.

G. Kasparov – M. Bosboom, Wijk aan Zee 1999.

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.c3 Pf6 4.Ld3 Lg4 5.Lc2 g6 6.h3 Lxf3 7.Dxf3 Lg7 8.0-0 0-0 9.Dd1 Pc6 10.d3 Tb8 11.Pd2 b5 12.a3 Pd7 13.Pf3 Pde5 14.Pxe5 Lxe5 15.Le3 Db6 16.Kh1 Lg7 17.f4 a5 18.Dc1 b4 19.La4 Tfc8 20.Tb1 Da6 21.c4 Pd4 22.Dd2 Tb6 23.f5 Db7 24.Lxd4 Lxd4 25.Lb5 e6 26.f6 Kh8 27.Dg5 Dc7 28.Tbe1 Dd8 29.Te2 Df8 30.a4 Td8 31.b3 h6 32.Dh4 Kh7 33.Tf3 d5 34.e5 dxc4 35.Lxc4 Lc3 36.Te4 Td4 37.Tff4 Tb8 38.Txd4 Lxd4 39.Te4 Td8 40.Df4 Lc3 41.h4 h5 42.g4 hxg4 43.Dxg4 Dh6

In een partij van vijf minuten zullen de spelers na het voorafgaande nog zo’n minuut over hebben. Wit heeft na een mislukte opening tevergeefs nog van alles geprobeerd om aanval te krijgen tegen Kh7. Hij heeft nu zwaktes op d3, e5 en h4. Zijn laatste praktische kans zou het speculatieve offer 44.Lxe6 fxe6 45.Dxe6 zijn om eeuwig schaak te houden, meer zit er niet in. Maar hij gaat normaal door en wordt dan netjes ingemaakt.

44.Kg2 Td4 45.h5 Dd2+ 46.De2 Dg5+ 47.Kf1 gxh5 48.Txd4 Lxd4 49.De4+ Kh6 50.Da8 Dg1+ 51.Ke2 De3+ 52.Kd1 Dg1+ 53.Ke2 Dh2+ 54.Kd1 Lc3 en wit gaf op.

Vorig jaar, 25 jaar later, haalde hij zijn eerste grootmeester-norm. Daar hebben we op gedronken want we spelen beiden sinds 2008 voor schaakvereniging En Passant uit Bunschoten. En nu, tijdens de Europacup voor landskampioenen, heeft Manuel zijn tweede GM-norm behaald, met een prima score van 5,5/7. Onder andere dankzij een overwinning op ex topper Peter Leko uit Hongarije.

M. Bosboom – P. Leko

1.c4 Pf6 2.Pf3 e6 3.g3 d5 4.Lg2 Le7 5.0-0 0-0 6.Dc2 b6 7.cxd5 Pxd5 8.a3 Lb7 9.d4 Pf6 10.Pc3 c5 11.dxc5 bxc5

Hierna staat wit structureel beter vanwege die losse c-pion.

12.Td1 Db6 13.Lg5 Tc8 14.Tac1 Pa6?!

Kan niet goed zijn. Het meest actieve tegenspel lag in het pionoffer 14…h6 15.Lxf6 Lxf6 16.Pxc5 a5 en zwart lijkt voldoende compensatie te hebben vanwege de penning. Nu pakt wit ook het centrum:

15.e4! Lf8 16.Lxf6 gxf6 17.e5 Lg7 18.Td6 Dc7 19.Tcd1 Td8 20.Pb5 Da5

Een tacticus als Bosboom heeft al zettenlang jeukende vingers gehad van de volgende winnende afwikkeling:

21.Pg5! Txd6

Het maakt niet meer uit: 21…fxg5 22.Lxb7 Txd6 23.Txd6 Dxb5 24.Lxa8 is het niet en 21…Lxg2 22.Dxh7+ Kf8 23.exf6 is het ook niet.

22.Dxh7+ Kf8 23.Pxd6 fxg5 24.Lxb7 Td8 25.Dh5 Td7 26.Pc4! een waardige slotzet, zwart gaf op.

Zou Manuel na zijn 50e nog grootmeester kunnen worden? Dat zou ook een record zijn! De liefde voor de schaaksport is zijn grootste motivatie. Maar in het verlengde daarvan ligt tevens zijn zwakte. In onze competitiepartijen is het alleen maar wachten op zijn extreem aanvallende zetten en na afloop volgen er dan aan de bar levendige discussies waar de tegenstander het beter had kunnen doen. Maar hoe beter de tegenstand, hoe minder die risicovolle aanvalszetten kans van slagen hebben. Zoals ex-wereldkampioen Michael Tal liet zien, hoef je geen bizarre zetten te doen om interessante stellingen te krijgen. De mooiste combinaties zijn vaak gebaseerd op een degelijke, positionele opbouw. Toch is het altijd spannend in zijn partijen en daarom zouden alle schaakliefhebbers, samen met die ambtenaar die inmiddels van zijn pensioen geniet, het toejuichen als er achter Manuel Bosboom komt te staan: 50 +, GROOTMEESTER.

Bab Wilders

Het gebeurt natuurlijk niet zo vaak dat er een boek over schaken verschijnt van meer dan 600 pagina’s, het levenswerk van de auteur Peter J. Monte met als titel The Classical Era of Modern Chess. Dat vraagt natuurlijk een bijzondere uitgever en de oplettende lezers van deze rubriek weten het dan wel: McFarland uit de US of A. Het meesterwerk behandelt de periode vanaf eind 15e tot midden 17e eeuw, de tijd waarin het trage Arabische schaak (shatranj) in Europa evolueerde naar wat wij onder schaken verstaan.

Werkelijk alles maar dan ook alles wat in die tijd over schaken is gepubliceerd heeft de auteur doorgenomen en besproken en ook wat de grote schaakhistorici daarna er over gestudeerd hebben. Ik moet nu al even gaan liggen als ik er aan denk wat voor werk dat is. De openingen, de partijen , de bekende schakers uit die dagen, niets ontglipt het oog van de auteur. Geen enkele bibliotheek in de wereld kan zich permitteren dit standaardwerk te plaatsen . En natuurlijk iedere schaker die geïnteresseerd is in de geschiedenis van haar/zijn geliefde spel kan genieten van het verhaal over de geboorte van het moderne schaak.

Met 155 prachtige illustraties valt er ook voor het oog het nodige te zien en eigenlijk kan men het allemaal pas bevatten als met het boek (waar je trouwens iedere inbreker mee kunt uitschakelen) in handen heeft. Ik voel mij tenminste zeer bevoorrecht dat dankzij Beth Cox en Catherine Lawn mij dit genot ten deel is gevallen en ik gun het verder ieder medemens met culturele belangstelling. U kunt als amuse gaan kijken op www.mcfarlandbooks.com en voor wie al overtuigd is geef ik hier gaarne het isbn nummer: 978-0-7864-6688-7. “Onze “ wereldkampioen Magnus Carlsen was in Tromso niet in goeden doen. Tegen een Turkse tegenstander met aanzienlijk minder ELO stond hij verloren maar die schrok daar zo van dat hij nog verloor, in de verloren partij tegen Saric was zijn spel ver beneden peil en daarom laten we die ook niet zien omdat het geen reclame is voor de normaliter toch briljante Noor en ook Naiditsch nam hem een eindspel af alsof het normaal was en toch had Carlsen 170 Elo meer.

Zwart keek eens rustig naar de stelling: zijn conclusie: ik kom so wie so een pion voor dus ik kan er voor gaan. 42. Ke1 Pxb6 43. Lb8 Pxa3 44. Kd2 (na Lxa7 komt Pc4 en de zwarte koning marcheert naar f3) a5 45. Kxd3 Kg6 de koning komt naar het slagveld 46. Ke4 het beste a4 47.Le5 Pc4 48. Lc3 a3 49. Kf4 (beter f3!) Kh5 uiteraard moet g4 nog blijven 50. f3 nu niet zo goed want e5+! 51. Ke4 Pd6+ 52. Ke3 (Kxe5? gxf3 en de loper kan niet beide pionnen stoppen) Kg5 53. fxg a2 g4 loopt niet weg 54. Kd2 Pb5 55. Le5 Kxg4 56. Ke3 anders komt zwart naar f3 56..Kf5 57. La1 Pd6 58. Kd2 Kg4 59. Ke3 a2 60. Lc3 Kxg3 61. La1 (Le5+ lijkt sterk maar wit kan niet op d6 slaan i.v.m. a1D) Kg4 62. Kd2 opgeven kan al Kf3 en 0-1. Feilloos uitgemaakt door Naiditsch en zo won ook zijn team.

Probleem 2496 is een 2-zet van Guida:

,normaal,centrum,"] [/pgn]

En de sleutelzet van probleem 2494 was 1.Ph6!

Johan Hut

Vedder krijgt mokerslag van Sjirov

En Passant ging naar de Europacup in Bilbao om van schaken te genieten, schreef ik vorige week. Henk Vedder schrok dus niet toen hij in de eerste ronde tegen Alexei Sjirov werd ingedeeld. Van de Let, ooit nummer drie van de wereld, zou hij natuurlijk verliezen, maar Vedder vroeg zich af: hoe zou dat gaan, zou hij tegenspel krijgen? Toch leuk om mee te maken. Ook enige schrik, Sjirov staat bekend als een tovenaar, net als zijn grote Letse voorganger Michael Tal. Zijn partijen bundelde hij in twee boeken met als titel ‘Fire on Board’. Bij Sjirov weet je dat als er ogenschijnlijk niets aan de hand is, er opeens een mokerslag kan komen. Zou dat Vedder ook overkomen? Zou zijn bord in brand gezet worden? Ja, het overkwam hem. Op Schaaksite.nl gaf hij openhartig wat van zijn gedachten weer.

Sjirov-Vedder

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.e5 Pfd7 5.f4 c5 6.Pf3 Pc6 7.Le3 Le7 8.a3 b6 9.Ld3 cxd4 10.Pxd4 Pxd4 11.Lxd4 Pc5 12.0-0 Pxd3 13.Dxd3 0-0 14.Pd1 De8 15.Pe3 Ld7

Vedder is bijzonder goed thuis in allerlei varianten van het Frans. Zijn bedoeling tot nu toe is de altijd problematische loper van c8 in het spel te brengen, maar De8 oogt niet als een natuurlijke zet.

16.Tf3 f5

Dan maar over die boeg.

17.exf6 Lxf6 18.Pg4 Lxd4+ 19.Dxd4 Tc8 20.c3 Tc4 21.Dd2 Lc8 22.b3 Tc7 23.Pe5

Het thema sterk paard tegen zwakke loper wordt hier goed uitgebeeld.

23…Db5 24.a4 Dc5+

Na 24…Dxb3 25.c4 gaat de dame meteen verloren.

25.Kh1 Lb7 26.b4 De7 27.Dd4 a5 28.b5 Tfc8 29.Th3 Df6 30.Te1 Df5 31.Tg3 Te7 32.h3 Df8

33.Dxb6

Zwart stond voor een dilemma: als hij deze pion krampachtig zou dekken zou hij op de koningsvleugel worden overlopen. Vedder over deze fase: “Ik besefte dat ik niet geweldig stond, maar heel ontevreden was ik ook weer niet. Slechte loper, oké, maar de witte pionnen waren wat opgeschoven en een tikkeltje verzwakt en mijn stukken deden leuk mee. Toch al heel wat, vond ik zelf.”

33…Dxf4 34.Tg4 Dd2 35.Te3 Dc2 36.Kh2 Df2 37.Tgg3 Df4 38.Dxa5 Ta8 39.Db6 Dxa4 40.c4 Da5

Vedder was hier tevreden met zijn keus de b-pion op te geven. De Canadese grootmeester Kevin Spragett schreef op zijn website: “Wit heeft een dominante positie met actieve stukken, maar zwart is erin geslaagd alles bij elkaar te houden. Als Sjirov nu dames ruilt, is het onwaarschijnlijk dat hij nog winstkansen krijgt.” Vedder: “Zelf was ik na het uitvoeren van mijn veertigste zet gematigd optimistisch een kopje koffie gaan halen. Teruglopend richting mijn bord zag ik in de verte mijn tegenstander een zet uitvoeren en een wat verwonderd gezicht van Friso Nijboer. Ik besefte dat er iets goed fout moest wezen.”

41.Txg7+!!

Vedder: “En ja hoor. Dat dit correct was, heb ik geen moment betwijfeld.”

41…Txg7

Op 41…Kxg7 volgt 42.Tg3+ Kh8 43.Dd4 Tg7 44.Pf7+ en Dxg7 mat, of 43…Da1 en nu is 44.Pf7+ ook mat, omdat het dubbelschaak is. Na 42.Tg3+ Kf8 43.Df2+ Ke8 44.Tg8 is het mat en ook na 42.Tg3+ Kf6 43.De3 gaat het mis voor zwart.

42.Dxe6+ Kh8 43.Pf7+ Txf7

Of 43…Kg8 44.Pd8+ Kh8 45.De8+ Tg8 en nu leidt het elegante 46.Tg3 tot mat.

44.Dxf7

Zwart moet nu uit alle macht Tg3 en Dg7 voorkomen en kan intussen niet ook nog zijn loper dekken.

44…Dd8 45.Tg3 Df8 46.Dxb7 dxc4 47.Dd5 h6 48.Dxc4

Zwart geeft het op. De matdreiging is even tegengegaan, maar die blijft erin zitten terwijl wit intussen met zijn b-pion gaat oprukken.

Rini Kuijf

Voor beginners A6516

Wit staat schaak, wat moet hij doen?

Voor gevorderden B6516

Wit aan zet wint alleen met?

Henk Prins

De Grimshaw is een van de meest populaire thema’s in de schaakproblematiek. Steeds worden er schaakstellingen gecomponeerd met nieuwe ideeën rond dit thema in allerlei soorten problemen. Bij een Grimshaw lopen toren en loper elkaar in de weg.

In de tweezet hierboven snijden de zwarte loper en de zwarte toren elkaar op d4. Als de toren naar d4 schuift, dan speelt wit 2. Pe3 mat, omdat de loper niet meer naar e3 kan. Speelt de loper naar d4 dan geeft wit mat met 2. Pf4, nu kan de toren van a4 niet meer naar f4.

De Grimshaw is dus een wederzijdse loper-toren-interferentie. De tweezet heeft als oplossing 1. d4! Er dreigt 2. Df3 mat. Wit kan de dreiging tegenhouden door op d4 met de toren en loper te slaan. Na 1. …Txd4 kan niet meer het mat met het paard van g2, omdat dit paard gepend is geraakt door de sleutelzet. Na 1. …Txd4 komt 2. Lc4 mat, de zwarte toren heeft zich op d4 zelf gepend en kan dus niet nemen op c4. Mooi is dat na 1. …Lxd4 ook een zelfpenmat volgt, 2. Tc5 mat. Zwart kan ook het dreigmat pareren met 1. …Th3 en 1. …Th4, maar dan staat het paard op g2 niet meer gepend en kan dus 2. Pf4 respectievelijk 2. Pe3 mat. De zwarte matzetten van de Grimshaw keren als ontpenningszetten terug. Het thema met de matveranderingen na spelen op d4 en de paradeveranderingen van het paard van g2 wordt Ruchlis genoemd.

In driezet 848 van Henk en Piet le Grand is de Grimshaw op de eerste zet van zwart en tweede zet van wit te zien. De zelfpenning, die ook in het vorige probleem was te zien, wordt hier gezien bij de tweede zet van zwart en de matzet van wit. Sleutelzet is 1. hxg3! Wit dreigt dan 2. g4+ hxg4 en 3. hxg4 mat. Na 1. …Td4 komt 2. Pg7+, de zwarte loper kan niet meer naar g7, 2. ….Ke4, zwart pent zijn toren en wit maakt daar gebruik van met 2. Lc6 mat. Op 1. …Ld4 komt 2. Ld7+, de zwarte toren kan niet meer naar d7, 2. …Ke4, de loper wordt gepend en met de matzet 3. Pf6 maakt hier gebruik van. Het probleem zit vakkundig in elkaar, want La4 en Pe8 vertonen een functiewisseling: loper geeft schaak, paard zet mat; en paard geeft schaak, loper zet mat.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.