Schaakrubrieken weekend 25 oktober 2014

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Naar de olielanden

Over de wrede Mongoolse veroveraar Timoer Lenk, die in de veertiende eeuw heerste over een rijk dat strekte van Klein-Azië tot China, is opgetekend dat hij een zo hartstochtelijk schaakliefhebber was dat hij zowel een stad die hij had gesticht als een van zijn zonen de naam van een schaakstuk gaf. Aan zijn hof in Samarkand, in wat nu Oezbekistan heet, verbleef de Perzische geleerde Aladin at Tabrizi, bijgenaamd Ali de schaker, die blind kon schaken en gold als de sterkste schaker van de wereld. Zijn naam leeft nog voort in het verhaal over de wonderlamp.

De Oezbeken kunnen dus terugzien op een lange schaakgeschiedenis, die op spectaculaire manier nieuw leven kreeg op de olympiade in Manila in 1992. Voor het eerst deden de landen van de voormalige Sovjet-Unie afzonderlijk mee. Rusland won, Oezbekistan werd tweede en zes voormalige sovjetlanden eindigden bij de eerste tien. De afgehakte tentakels van het sovjetschaak leken toen bijna even groot en sterk als het oorspronkelijke organisme.

Vijf dagen na het Grand Prix-toernooi in Baku begon deze week al het tweede toernooi van de serie in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. De volgende twee toernooien zijn in Tbilisi – de hoofdstad van Georgië – en in de Siberische stad Chanty-Mansiysk. Wat die vier steden gemeen hebben is olie en rijk vloeiende sponsorgelden.

Acht van de twaalf spelers uit Bakoe trokken door naar Tasjkent. Anish Giri kwam daar maandag aan uit Hoogeveen, waar hij zijn tweekamp tegen Alexei Shirov had gespeeld.

In Tasjkent begon Giri met drie remises. Fabiano Caruana, kort geleden nog de wonderman die wereldkampioen Magnus Carlsen op de ratinglijst dicht naderde, lijkt vermoeid geraakt en kwam op één punt uit drie partijen. Bovenaan stond toen de jonge Fransman Maxime Vachier-Lagrave, die overal kortweg MVL wordt genoemd, omdat de schaakwereld geen Frans kent.

Fabiano Caruana – Maxime Vachier-Lagrave, Grand Prix Tasjkent 2014

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. f3 e5 7. Pb3 Le6 8. Le3 Le7 9. Dd2 0-0 10. 0-0-0 Pbd7 11. g4 b5 12. Tg1 Twee dagen later deed Radjabov 12. g5 tegen MVL. 12…Pb6 13. Pa5 Tc8 14. g5 Ph5 15. Kb1 Dc7 Een listige zet. Na bijvoorbeeld 16. h4 komt 16…d5 17. exd5 Pxd5 18. Pxd5 Lxd5 19. Dxd5 Dxc2+ 20. Ka1 Tfd8 21. Ld3 Dxd1+ 22. Txd1 Txd5 23. Lxh7+ Kxh7 24. Txd5 f6 met een prettig eindspel voor zwart. 16. Pd5 Daarom offert wit een pion. 16…Pxd5 17. exd5 Lxd5 18. Dxd5 Dxa5 19. Ld3 g6 20. c4 Wit had redelijke compensatie voor de pion, maar hiermee vraagt hij teveel. 20…Pf4 21. Lxf4 exf4 22. cxb5 axb5 23. Dxb5 Da7 Wit heeft zijn pion terug, maar zijn koning is onveilig als zwarts loper op de diagonaal a1-h8 komt. 24. Le4 Tc7 25. Ld5 Df2 Dreigt niet alleen 26…Dxh2, maar ook 26…Lxg5. 26. Db3 Dxh2 27. a4 Df2 28. Tc1 Ta7 29. Db4 De3 30. Tcd1 De5 31. Db5 Kg7 32. Lc6 Tc8 33. Tg2 Hierna wordt zwarts voordeel beslissend. Na 33. Tde1 ging het nog wel. 33…d5

Een mooie zet Wit kan de pion op drie manieren nemen, maar alles heeft zijn bezwaren. 34. Lxd5 Tc5 35. Db3 Lxg5 36. Lc4 Lf6 Met een pion meer en een veilige koning staat zwart gewonnen. 37. Te2 Df5+ 38. Te4 Te5 39. Tde1 Txe4 40. Txe4 Te7 41. Ld3 Txe4 42. Lxe4 Dd7 43. Db5 Ook met de dames op het bord zou wit verloren staan. 43…Dxb5 44. axb5 Ld4 45. Kc2 h5 46. b6 Lxb6 47. Kd1 f5 48. Lc6 g5 49. Ld7 Kf6 50. Ke2 g4 51. Kf1 Kg5 Wit gaf op. Zwarts pionnen lopen door.

Gert Ligterink

Schaken en kunst gaan in Tasjkent hand in hand De gelukkige verbintenis tussen schaken en kunst wordt deze weken gevestigd in Tasjkent, waar het Grand-Prixtoernooi te gast is in het Museum der Schone Kunsten. Het deelnemersveld is sterk en de speelzaal in de eregalerij spreekt tot de verbeelding, maar aan enkele belangrijke details hebben de Oezbeekse organisatoren geen aandacht besteed. Zo is er geen live internetcommentaar, tegenwoordig toch een standaardvoorziening bij elk belangrijk evenement.

De Grand Prix is een serie van vier twaalfkampen, waarvoor zich zestien topgrootmeesters hebben gekwalificeerd. Iedere deelnemer speelt drie toernooien, waarin hij punten verzamelt voor het eindklassement. De beste twee plaatsen zich voor het volgende kandidatentoernooi. Boris Gelfand en Fabiano Caruana, beiden ook aanwezig in Tasjkent, deden vorige maand goede zaken door samen de eerste Grand Prix aflevering in Bakoe te winnen.

Anish Giri trok bij de loting in Tasjkent het altijd aangename nummer 1, dat recht geeft op witpartijen in de eerste twee ronden. Veel leverde het hem niet op. Hij werd bekwaam in bedwang gehouden door Gelfand en Mamedjarov, die heel wat beter voorbereid bleken dan Sjirov tijdens de Univé-vierkamp in Hoogeveen.

Matig was de start van Caruana, die sinds zijn indrukwekkende zege in het toernooi om de Sinquefield Cup in Saint Louis wordt beschouwd als de belangrijkste rivaal van Magnus Carlsen. In Tasjkent verloor de Italiaan eerst van de Fransman Vachier Lagrave, waarna het hem in de tweede ronde niet lukte een zeer voordelige stand te verzilveren tegen de Georgiër Jobava, de bedwinger van Timman in de andere vierkamp in Hoogeveen.

Jobava – Caruana Tasjkent 2014

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Le2 Pf6 4. d3 d5 5. Pbd2 Lc5 6. c3 a5 7. Da4 0-0 8. b4 Ld6 9.0-0?

Juist op zelden betreden openingspaden is het zaak scherp op te letten. Na 9. b5 Pe7 10. 0-0 Pg6 zou zwart overigens niets te klagen hebben.

9 … b5! 10. Dxb5 axb4 11. exd5

Nog erger is 11. Dxc6 Ta6 12. Db5 c6 of 11. cxb4 Ld7 12. exd5 Pd4.

11 … Pa5 Zo wint zwart de dame, maar het minder materialistische 11 … Pe7! is veel sterker. Wit kan dan de

dame behouden met 12. Dc4 La6 13. Db3, maar zijn stelling is een ruïne na 13 … bxc3 14. Dxc3 e4.

12. cxb4 Ld7 13. Dxa5 Txa5 14.bxa5 Pxd5 15. Pe4 Da8 16. d4 exd4 17. Pxd6 cxd6 18. Pxd4 Dxa5 19. Lf3 Tb8 20. a4 Dc3 21. La3 Dxd4 22. Tad1 Dxa4 23. Lxd6 Td8

Met alleen koningsvleugelpionnen op het bord zal wits stelling moeilijk te kraken zijn.

24. Lxd5 Lg4 25. f3 Le6 26. Lxe6 fxe6 27. Td2 e5 28. Tfd1 Db5 29.h3 Kf7 30. Td5 De2 31. Kh2 Dc4 32. Kh1 h5 33. Kg1 Db3 34. T1d3 Db6+ 35. Kh1 Dc6 36. Td1 g5 37. T5d3 Dc4 38. Td5 g4!

Op het juiste moment creëert zwart een vrijpion.

39. fxg4 hxg4 40. hxg4 e4!

Sterk lijkt 40 … De2 41. Lxe5 Txd5 42. Txd5 Ke6 43. Tc5 Df2, maar na 44. Ld4! Dxd4 45. Tf5 Dd1+ 46.Kh2 Dxg4 47. Tf3 heeft wit een onneembare vesting.

41. Tf5+ Kg6 42. Tdd5 Th8+ 43. Kg1 Dc1+ 44. Kf2

44 … Ta8?

Vermoeidheid of tijdgebrek? Met 44 … Th1! 45. Tg5+ Dxg5 46. Txg5+ Kxg5 47. Ke3 Te1+ 48. Kf2 Ta1 kan zwart afwikkelen naar een gewonnen eindspel.

45. Lc5 Ta6 46. Kg3

Nu is het gevaar geweken. Bij de 59ste zet schikte Caruana zich in remise.

Hans Böhm

Hoogeveen en Haarlem

Het Univé-toernooi te Hoogeveen bracht, schaaktechnisch gesproken, interessant nieuws. In de tweekamp Anish Giri – Alexei Shirov was de vraag vooraf: zou de twintigjarige Giri zijn stempel kunnen drukken op zijn ervaren tegenstander die in 1994 nog op de derde plaats van de wereldranglijst stond?Ja: Giri domineerde. Hij was beter in de openingskennis, speelde sneller en gaf geen tegenkansen weg. De uitslag van drie maal winst en drie maal remise gaf de krachtsverhouding correct weer.

A. Giri – A. Shirov

De vierde partij, tussenstand 2,5-0,5, en Shirov moet iets terug doen. Maar hoe? Hij speelt het systeem dat Giri zelf speelt en ook Anand. Dus is het interessant te zien hoe iemand zijn eigen systeem bestrijdt.

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pc3 Pf6 4.e3 e6 5.Pf3 Pbd7 6.Dc2 Ld6 7.Ld3 0-0 8.0-0 dxc4 9.Lxc4 b5 10.Le2 Lb7 11.Td1 Dc7 12.Ld2 Tfe8 13.Tac1 a6 14.e4

Tot hier alles a tempo gespeeld door wit terwijl zwart al wat te kiezen had gehad gezien de verbruikte bedenktijd. Misschien is hier de beste voortzetting wel 14…c5!? 15.e5 cxd4 16.exd6 Dxd6 17.Pb1 e5 en het lijkt alsof zwart voldoende compensatie heeft. Maar zoiets speel je natuurlijk niet tegen een tot de tanden gewapende tegenstander.

14…e5 15.Pd5 Dd8 16.Pxf6 Dxf6 17.Lc3 Tad8 18.g3 c5 19.d5 c4 20.La5 Tc8 21.Ph4 g6 22.Lg4 De7 23.Dd2 Tb8 24.Lxd7 Dxd7 25.b3 cxb3 26.axb3

De zwarte lopers werken niet lekker. Als de damevleugelpionnen worden vastgezet met b4 speelt wit eigenlijk met een pluspion. Toch kan zwart de stelling in balans houden met 26…De7 27.Pf3 Tbc8 om de volgende ruil te voorkomen.

26…Tbc8 27.Lb4! Txc1 28.Txc1 Tc8 29.Txc8 Lxc8 30.Lxd6 Dxd6 31.Dc3 Lh3 32.b4

Op dit moment was het oordeel op het livestream commentaar ‘wit gaat winnen’, omdat c5 gecontroleerd wordt. Shirov komt met een prachtige verdedigings-manoeuvre die ook niet door de computer werd gezien. Zwart maakt optimaal gebruik van de constructie Lh3/Kg1.

32…a5! 33.bxa5 b4 34.Dc6 Dd8 35.a6 Da5 36.De8+ Kg7 37.Dxe5+ Kg8 38.De8+ Kg7 39.De5+

remise, een relatief prima prestatie van Shirov, dit was het hoogst haalbare en dat geeft de kracht van Giri goed weer.

De tweekamp Jan Timman-Baadur Jobava had een totaal ander verloop. Timman was de betere in de openingsfase en hij hield zijn kansen goed in de hand tot zet 30 maar dan draaide het. Jobava was slagvaardiger en bracht, eenmaal aan het roer, de buit omzichtig binnen. Ook hier drie remises en drie maal verlies voor Timman maar hij weet wat te doen: conditie opbouwen. Schaken is zeker ook een fysieke inspanning. Het Open toernooi werd gewonnen door de Rus Victor Mikhalevski met 7/9 en de beste Nederlanders met 5,5 punt waren Mees van Osch, Sipke Ernst en

Robert Ris.

Het BDO-toernooi te Haarlem werd gewonnen door Friso Nijboer met 6,5/9, met professioneel spel, zoals in zijn profcarrière als schaker die hij verruild heeft voor een vaste baan. Hij bleef als enige ongeslagen. Op de tweede plaats verrassend de internationale Meester Krystian Kuzmicz uit Polen en dan direct daarachter de twee grootmeesters Dimitri Reinderman en Andrei Sumets (Oek). In de Challengersgroep eindigden de Nederlanders Chiel van Oosterom en Robby Kevlishvili bovenaan met 6 punten. Robby is pas dertien jaar en heeft, mits goed begeleid, een mooie toekomst.

P. Romain – F. Nijboer

1.e4 c5 2.c3 Pf6 3.e5 Pd5 4.Pf3 Pc6 5.Lc4 Pb6 6.Lb3 c4 7.Lc2 Dc7 8.0-0

Wit maakt er een gambiet van maar Nijboer schuwt de strijd nooit. Daarom kwam 8.De2 zeker in aanmerking.

8…Pxe5 9.Pxe5 Dxe5 10.Te1 Dc7 11.d4 d6 12.Dh5 g6 13.Dh4 e6 14.Pd2 Dd8 15.Dg3 Le7 16.Pf3 Ld7 17.h4 Lc6 18.Pg5 Ld5 19.b3 Dd7 20.Lf4 f6 21.Pe4 0-0-0

Met de aanvalszet (?) 17.h4 heeft juist zwart aanknopingspunten gekregen.

22.Tab1 g5! 23.hxg5 fxg5 24.Le3 Lxe4 25.Lxe4 d5 26.Lc2 h5 27.Lxg5 Tdg8 28.f4 h4 29.Dh3?

Er is geen reden om zomaar een pion te geven. Waarom niet 29.Dg4.

29…Lxg5 30.fxg5 Txg5 31.bxc Thg8 32.Kh1 Txg2 33.c5 Pc4 34.c6?

De laatste fout. De enige kans lag in 34.Txe6 omdat zwart vanwege allerhande schaakjes (34…Txc2 35.Txb7!) niet echt gebruik kan maken van de penning.

34…bxc6 35.Txe6 Kc7 36.La4 T2g3 37.Df5 Pd6 38.De5 Th3+

en wit gaf op.

Het was weer een mooie volle schaakweek.

Bab Wilders

Voor de liefhebbers en de abonnees is het een gebeurtenis waar naar wordt gereikhalst : de komst van de nieuwe Chess Informant vanuit het verre Belgrado en mij viel zelfs het geluk ten deel twee nummers tegelijk te ontvangen nl de nrs 120 (isbn 978-86-7297-072-2) en het voor een groot deel aan de Schaakolympiade gewijde nr 121 (isbn 978-86-7297-073-9) De schaakliefhebber is weer vele weken zoet dan wel niet aanspreekbaar voor de rest van de wereld.

Sinds Josip Asik de scepter zwaait kan men telkens weer wat nieuws verwachten: nieuwe rubrieken, nieuwe columnisten maar wat natuurlijk altijd blijft en hopelijk zal blijven zijn de honderden partijen, partijstellingen,eindspelen en studies die zo kenmerkend zijn voor de Informador Ajedrecistico ( www.chessinformant.rs ) Zoals al gemeld is er in 121 met als titel Midnight Sun veel te vinden over Tromso met alweer een originele gedachte: artikelen van schakers zelf maar dan minder bekende zoals Amin uit Egypte of Sulskis uit Litauen die deskundig commentaar levert bij een partij die hij mooi vindt nl Svidler( Rusland ) tegen de Tsjech Laznicka. 1.e4 c6 2. d4 d5 3. e5 Lf5 4. Pf3 e6 5. Le2 Pe7 6. Pbd2 c5 7. dxc Pec6 8. Pb3 Pd7 9. 0-0 Lg4 10. Pfd4 volgens Sulskis had Svidler al bij Nimzowitch, een eeuw terug dus, kunnen lezen dat zwart blij is als hij zijn witte loper kan afruilen….Lxe2 11. Dxe2 Pxd4 12. Pxd4 Lxc5 13. Le3 kennelijk een nieuwtje in deze Caro-Kan.

0-0 14.f4 Dc7 15. Tac1 Tac8 16. b3 levert wel een gat op op a3. a6 17. c3 Tfe8 nu kan de loper naar F8 en het paard naar c5. 18. Lf2 b5 19. Kh1 g6 20. h4 zal een zinloze zet blijken Lf8 21. Pf3 Pc5 22. Ld4 Pe4 23. Kh2 gedwongen, nadeel van h4 Da5 24. c4 bxc 25. bxc La3 26. Tc2 Da4 Zwart heerst op de damevleugel 27.Dd3 Tc7 ( Txc4 kan gewoon ) 28. Tb1 Tec8 29. Db3 Dxb3 30.axb dxc 31.Ta1 Lb4 32. bxc Txc4 33. Txc4 Txc4 34. Txa6 Pd2! een mooie manoeuvre 35.Ta8+ haast een schaak der wrake Kg7 36. Lf2 ( Pxd2 Txd4 ) Txf4 37. Kg3 Tf5 38. Le3 Pxf3 39. gxf Le1 40. Kg2 Lxh4 het gevolg van de zwakke 20e zet 41. Lc5 h5 0-1.

Wat weinig aandacht in de boeken voor de dames, maar in Tromso speelden daar toch aardig wat problemen die te maken hadden met de verhouding Rusland- Oekraïne hoewel de schakers onder het motto Gens Una Sumus dat graag buiten de deur houden. Toch werden de Russische dames kampioen .Tot slot een leuk partijtje tussen Tania Kosintseva en Lagno: 1.e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. h3 nieuwe mode e5 7. Pde2 b5 gebruikelijk is hier h5 maar in een Rapidpartij probeer je wat uit 8. Pg3 aanvallen met g4 is eigenlijk de bedoeling van de opening 8..Pd7 9. Pf5 Pc5 10. Lg5 h6 11. Lxf6 Dxf6 12. Pd5 Dd8 13. Df3 g6 14. Pfe3 Lg7 15. 0-0-0 0-0 het bekende Siciliaanse beeld stormen op tegengestelde vleugels 16. g4 Le6 17. h4 Tc8 18. Kb1 b4 19. g5 h5 20. Lc4 Pa4 21. b3 Pc5 22. Thg1 Ld5 23. Pxd5 Pe6 24. Pxf6+ Lxf6 25. gxf Kh7 Nu echter komt het simpele 26. Lxe6 fxe 27. Txg6 Kxg6 28. Tg1+ en zwart geeft op .( 25..Te8 26. Dxh5 Dxf6 27. Dh6 Tcd8 28. h5 Df4 29. Txg6 + fxg 30. Dxg6+ enz)

Probleem 2500 is een 2-zet van Burger:

Sleutelzet van 2498: Dc7!

Johan Hut

Giri wint door heel hard werken

Anish Giri heeft een fenomenale prestatie geleverd door zijn match tegen Alexei Sjirov bij het Univé-toernooi in Hoogeveen te winnen met drie overwinningen en drie remises. Cijfermatig, gemeten naar Elo-ratings, is het een van zijn grootste successen en een bewijs dat hij inderdaad thuishoort in de top tien van de wereld, waarin hij met deze uitslag zijn zevende plaats verstevigde. Gert Ligterink plaatste er in de Volkskrant een kanttekening bij: “Sjirov deed alles verkeerd wat een matchspeler verkeerd kan doen. Het leek alsof hij Giri’s sterke en zwakke punten niet had geanalyseerd en geen aandacht had besteed aan een passende theoretische voorbereiding.” Dat is inderdaad een groot verschil tussen Sjirov en Giri, zo bleek uit een interview met Giri voor de toernooisite, na de door hem gewonnen zesde partij. Giri vertelde dat hij tijdens zijn voorbereiding had gezien dat Sjirov in 2008 voor het laatst de Svesjnikov-variant van het Siciliaans had gespeeld en dat de zet 22.Kf1 (zie de partij) toen nog niet bekend was. Ongelofelijk, dat Giri vervolgens thuis een variant heeft uitgewerkt die Sjirov al zes jaar niet meer had gespeeld en met een nieuwtje kwam op de 25e zet. Dat doet de jonge generatie, topschaak is hard werken. Sjirov, die met zijn 42 jaar ruim twee keer zo oud is als de twintigjarige Giri, heeft de match mede op dat terrein verloren: hard werken aan je openingsrepertoire, peilloos diepe voorbereiding op je tegenstander.

Giri-Sjirov

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 e5 6.Pdb5 d6 7.Lg5 a6 8.Pa3 b5 9.Pd5

Lange tijd was het gebruikelijk om in deze Svesjnikov-variant Lxf6 te spelen, waarna zwart met de g-pion terugnam. Dat schijnt uit de mode te zijn.

9…Le7 10.Lxf6 Lxf6 11.c3 Lg5 12.Pc2 0-0 13.a4 bxa4 14.Txa4 a5 15.Lc4 Tb8 16.b3 Kh8 17.Pce3 g6 18.h4 Lxh4 19.g3 Lg5 20.f4 exf4 21.gxf4 Lh4+ 22.Kf1

Wit heeft een pion geofferd voor een mooie h-lijn voor zijn toren. Dit is allemaal al eerder gespeeld. Hier wordt Kd2, op weg naar de damevleugel, wel vaker gespeeld dan Kf1, maar Giri wil snel zijn tweede toren naar de h-lijn spelen.

22…f5 23.Ta2 fxe4 24.Tah2 g5 25.Dh5

Nu pas, op zet 25, komt Giri met een nieuw idee. Eerder werd 25.Pg2 gespeeld, met niet veel succes.

25…Tb7 26.Ke2 Le6 27.Dh6 Lg8 28.Tg2 Tbf7

29.Txh4

Vier zetten na Giri’s nieuwe zet komt al zijn beslissende offer. Dit moet hij thuis hebben voorbereid.

29…gxh4 30.Pf5

Die mag zwart niet slaan op straffe van Dg7 mat, maar wat dreigt wit?

30…h3 31.Ph4

Dat dreigt wit: Pg6 mat. En zwart kan er al niets tegen doen behalve zijn dame te geven, in ruil voor wat stukken.

31…Dxh4 32.Txg8+ Txg8 33.Dxh4 Tg2+ 34.Kf1 Th2

Zonder zijn pion h3 is zwart kansloos, zijn losse pionnen zullen als rijpe appeltjes van de boom vallen.

35.Pe3 Tg7 36.Df6 Th1+ 37.Kf2 Th2+ 38.Ke1 Th1+ 39.Kd2 Th2+ 40.Kc1 Pe7 41.Pf5

Om Pxf5 met Df8 te beantwoorden.

41…Thg2

Zwart zet nog een duivelse truc: na 42.Pxe7 h2 moet wit met 43.Df8+ Tg8 44.Df6+ eeuwig schaak houden. Maar de winst is eenvoudig te vinden.

42.Pxg7 Txg7 43.Df8+ Pg8 44.Lxg8 Txg8 45.Df6+ Tg7 46.Dh4

Zwart geeft het op. Met 46…Tg1+ 47.Kd2 Tg2+ 48.Ke3 h2 kan hij zijn h-pion wel behouden, maar hij komt er niet verder mee, terwijl wit Kxe4 speelt en met zijn f-pion gaat oprukken.

Rini Kuijf

Voor beginners A6534

Wit aan zet heeft maar 1 goede zet, welke?

Voor gevorderden B6534

Wit aan zet gaat verder met?

Henk Prins

Een driezetmechanisme waarmee de componisten Henk en Piet le Grand veel hebben geëxperimenteerd, is de Sierse Rösselsprung. Het is genoemd naar de Duitse componist Sierse, die er veel mee heeft gewerkt en er een boekje over heeft geschreven.

Het mechanisme bestaat uit een batterij met als frontstuk een wit paard. Als het paard op de tweede zet weggaat, geeft het staartstuk van de batterij schaak. Maar het paard geeft ook een vluchtveld waar de zwarte koning naar toe kan vluchten. Door een volgende zet van het paard kan wit dan echter mat geven. Door de beide paardsprongen achter elkaar heeft het mechanisme iets speels in zich. Vooral als er meerdere varianten met het Rösselsprung mechanisme zijn, geeft het dartele paard een levendig karakter aan het probleem. Omdat er voor dit gebeuren geen basis effecten zoals penningen en blokkeringen nodig zijn , spreekt men vaak liever van een mechanisme dan van een thema. De Rösselsprung laat zich echter heel goed combineren met allerlei effecten en dus ook met thema’s uit de tweezetten.

Driezet 849 van de gebroeders Le Grand is een specifiek voorbeeld van veel effecten met de Rösselsprung.

De sleutelzet is 1. Pa1! Wit dreigt 2. Dxe6+, Kd4 en 3. Pb3 mat. Zwart kan daar wat tegen doen door bijvoorbeeld een stuk te spelen naar c4. Op 1. …Tc4 komt er een Rösselsprung tot leven,het witte paard van d3 wordt namelijk ontpend, en er volgt namelijk 2. Pb2+, Ke5 en 3. Pxc4 mat. De zwarte toren van c7 en het paard van d6 staan met de witte loper b8 in een halfpenning. Als de zwarte vorst op e5 komt, en een van de genoemde stukken is uit die diagonaal geplaatst, staat het overblijvende stuk gepend. Van deze penning maakt wit gebruik bij zijn matzet.

De tweede belangrijke variant is dan ook 1. …Pc4, waarop de volgende Rösselsprung komt: 2. Pc5+, Ke5 3. Pxd7 mat.

Ter oplossing wordt geplaatst driezet 893. Oplossing volgt over drie weken.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.