Schaakrubrieken weekend 20 juni 2015

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Magnus Carlsen kende de regels niet

Toen Anish Giri donderdag begon aan zijn partij tegen Magnus Carlsen in het toernooi in Stavanger, wist hij dat het een zware dag zou worden. Iedereen heeft het zwaar tegen de wereldkampioen, zeker met zwart. Bovendien had Carlsen iets goed te maken. Carlsen stond met nul uit twee onderaan in het toernooi. De manier waarop hij in de eerste ronde van Veselin Topalov had verloren, was verschrikkelijk en het is een wonder dat hij niet in snikken uitbarstte.

Tegen Topalov stond Carlsen na de tijdcontrole op de zestigste zet gewonnen. Hij dacht rustig na over de meest nauwkeurige manier om te winnen en vond die ook, toen er opeens een wedstrijdleider aan zijn bord kwam die zei dat hij de tijd had overschreden.

Carlsen dacht dat hij na de zestigste zet een kwartier extra zou krijgen, zoals de vorige twee jaren in Stavanger en zoals het in alle belangrijke toernooien gaat. Na de zestigste zet krijgen de spelers een half uur extra of soms een kwartier, maar nu hadden de organisatoren een excentriek tijdsschema bedacht waardoor de spelers na die zestigste zet moesten leven van dertig seconden per zet. Die waren ruim genoeg geweest voor Carlsen om Topalov te verslaan.

Het tijdsschema had in het contract gestaan, dat vele maanden eerder was ondertekend. De organisatoren hadden er nog eens op gewezen, vlak voor de partijen begonnen, maar toen was Carlsen nog niet in de zaal. Ze gaven later toe dat ze duidelijker hadden kunnen zijn.

Een dag later verloor Carlsen op een gewone manier van Fabiano Caruana. Toch leek hij na die twee harde klappen aanvankelijk tegen Giri weer de oude geweldenaar. Hij won een belangrijke pion, kreeg later de kans om met een prachtig stukoffer de partij met een koningsaanval te winnen, maar hij zag het niet. Na 76 zetten sleepte Giri de remise uit het vuur. Met een half punt uit drie partijen stond Carlsen nog steeds onderaan. Giri had toen twee uit drie dankzij een overwinning op Alexander Grisjtsjoek in de eerste ronde.

Anish Giri – Alexander Grisjtsjoek, Norway Chess Stavanger 2015

1. Pf3 c5 2. e4 Pc6 3. Lb5 g6 4. Lxc6 bxc6 5. 0-0 Lg7 6. Te1 Tb8 7. h3 Dc7 Een onnodige zet die straks zelfs schadelijk blijkt te zijn. 8. c3 Pf6 Het begin van een dwaaltocht. 9. e5 Pd5 10. c4 Nu heeft zwart c7 nodig voor zijn paard, maar daar staat de dame. 10…Pb4 11. d4 cxd4 12. a3 Pa6 13. Dxd4 0-0 14. c5 Grisjtsjoek had al anderhalf uur nagedacht en hij staat slecht. 14…d6 Dit maakt het er niet beter op. 15. cxd6 exd6 16. exd6 Db6 17. Dh4 Pc5 18. Le3 Giri geeft de pion terug voor een sterke koningsaanval. 18…Dxb2 19. Pbd2 Pd7 20. Tab1 Dxa3 21. Txb8 Pxb8 22. Lh6 Pd7 23. Lxg7 Kxg7 24. Dd4+ Kg8 25. Pe4. Het was beter om eerst de toren met 25. Te7 bij de aanval te betrekken. 25…Te8 26. Kh2 Een mooie rustige zet, maar 26. Pfg5 met de dreiging 27. Pxh7 was sterker.

26…a5 In tijdnood maakt Grisjtsjoek de beslissende fout. Met 26…Da5 27. Te3 h6 kon hij zich nog verdedigen. 27. Pfg5 Tf8 28. Pf6+ Pxf6 29. Dxf6 Da2 30. Te7 Lf5 31. Pxf7 Goed genoeg, maar een eenvoudiger winst was er met 31. d7. Zwart moet dan zijn loper geven, want na 31…Dxf2 32. d8D is er geen eeuwig schaak. 31…Dxf7 32. Txf7 Txf7 Nu moet wit goede techniek tonen. 33. Dd8+ Kg7 34. Dxa5 Ld7 35. Dc5 Tf5 36. Da7 Tf7 37. g4 Kf6 38. f4 Kg7 39. Kg3 Kg8 40. De3 Kg7 41. h4 Kg8 42. De5 Zwart gaf op.

Gert Ligterink

Voor Carlsen is de klok een gevaarlijk opponent

Viktor Kortsjnoi zei eens dat het verliezen van een partij door tijdsoverschrijding een teken is van gebrek aan talent. Met die uitspraak dreef hij vooral de spot met zich zelf, want Kortsjnoi is een van de weinige grote spelers die vaak ten onder is gegaan in het gevecht tegen de klok. De allersterksten weten hoe gevaarlijk het is vele zetten in enkele seconden te moeten uitvoeren. Van Magnus Carlsen was slechts één onfortuinlijke nederlaag doortijdsoverschrijding bekend. In 2004, tijdens een partij tegen Kortsjnoi in het Noorse Drammen, sloeg hij per abuis een regel op zijn notatiebiljet over. Toen Carlsen na de 40ste zet ruim de tijd nam om zich te verdiepen in de verdediging van een inferieur eindspel, wees de arbiter hem erop dat hij slechts 39 zetten had uitgevoerd.

Afgelopen dinsdag ontving Carlsen opnieuw een arbitrale onheilstijding. In de eerste ronde van het Norway Chess toernooi in Stavanger speelde de wereldkampioen een voor hem karakteristieke vechtpartij tegen Veselin Topalov. Lang was weinig aan de hand, tot Topalov een paar foutjes maakte en in een eindspel met een pion minder verzeilde. Geduldig bouwde Carlsen zijn voordeel uit tot hij bij de 61ste zet het matnet rond de vijandelijke koning kon sluiten.

Tot ontzetting van de Noorse toeschouwers en tv-kijkers verscheen toen de arbiter aan Carlsens bord om het punt aan Topalov toe te kennen. In de onjuiste veronderstelling dat hij na de 60ste zet automatisch extra bedenktijd zou krijgen, had Carlsen geen aandacht besteed aan de klok en de tijd overschreden. Slechter had het toernooi voor Carlsen niet kunnen beginnen, al hervond hij snel zijn gevoel voor humor. Toen ‘s nachts na een loos alarm het spelershotel moest worden ontruimd, twitterde hij: ‘Brandalarm. Het is niet mijn schuld.’

Anish Giri begon uitstekend in Stavanger ten koste van Alexander Grisjoek, een tegenstander die hij in een klassieke toernooipartij niet eerder had verslagen.

Giri – Grisjoek Stavanger 2015

1. Pf3 c5 2. e4 Pc6 3. Lb5 g6 4.Lxc6 bxc6 5. 0-0 Lg7 6. Te1 Tb8 7.h3 Dc7 8. c3 Pf6 In deze stand geen goed idee. 9. e5 Pd5 10. c4 Pb4 Nu blijkt het nadeel van zwarts 8ste zet. Omdat de dame veld c7 bezet, is de natuurlijke zet 10 … Pc7 niet mogelijk. 11. d4 cxd4 12. a3 Pa6 Het oorspronkelijk door Grisjoek geplande 12 … Da5 wordt weerlegd door 13. Ld2 c5 14. Db3.13. Dxd4 0-0 14. c5! Met deze insnoeringszet legt wit zijn voordeel vast. 14 … d6 15. cxd6 exd6 16. exd6 Db6 17. Dh4 Pc5 18. Le3 Dxb2 19. Pbd2 Pd7 20. Tab1 Dxa3 21. Txb8 Pxb8 22. Lh6 Pd7

23. Lxg7 Sterker is 23. Pg5 Db2 24. Lxg7 Dxg7 25. Te7. 23 … Kxg7 24. Dd4+ Kg8 25. Pe4 Te8 26. Kh2 a5?

Met 26 … Da5! (27. Pfg5 Dxe1) kan zwart standhouden. 27. Pfg5 Met als hoofddreiging 28. Pxf7 Kxf7 29. Pg5+.

27 … Tf8 28. Pf6+ Pxf6 29. Dxf6 Da2 30. Te7 Lf5

31. Pxf7 Wit had ruime keus. Ook 31. d7 is afdoende. 31… Dxf7 32. Txf7 Txf7 33. Dd8+ Kg7 34. Dxa5 Ld7 35. Dc5 Tf5 36. Da7 Tf7 37. g4 Kf6 38. f4 Kg7 39. Kg3 Kg8 40. De3 Kg7 41. h4 Kg8 42. De5 Zwart geeft op.

Hans Böhm

CSVN

De Computer Schaak Vereniging Nederland (CSVN), opgericht in 1980, vierde haar jubileum in het denksportcentrum van Leiden. Dit zijn de ware liefhebbers, de pioniers die nog ambachtelijk sleutelen aan machines in alle vormen en maten uit een voorbije tijd. Sinds de opkomst en de vlucht van de personal computer (PC), de bijbehorende rekenkracht en diversiteit aan toepassingen, zijn de oude schaakcomputers die het nog allemaal zelf moeten doen, museumstukken geworden. Robots met een mechanische arm die de stukken oppakt en verplaatst, zoals de grijparm gokkast op de kermis. Schaakcomputers met magnetische velden zodat de stukken ‘uit zichzelf’ over het bord bewegen. Bliepend, oplichtend, pratend met die typische eentonige blikken computerstem, steunend en kreunend spelen die eerste generatie schaakcomputers hun partijen met een trotse operator ernaast die ingrijpt als er ergens onverhoopt iets fout gaat.

Om het jubileum op te fleuren waren Jaap van den Herik, ooit een goede jeugdspeler maar zijn verdere leven lang professor mathematica, en uw verslaggever uitgenodigd om een interactieve lezing te houden over het ontstaan van computerschaak. Om voor zo’n groep kenners toch nog wetenswaardig te blijven begonnen we met een kort filmpje van De Turk, de allereerste schaakrobot die in 1769 werd gebouwd door Baron Wolfgang von Kempelen. Zoals we nu weten zat er ergens in het grote machien een kleine, goede schaker verborgen maar dat bedrog hield wel 50 jaar stand en De Turk maakte een wereldtournee en speelde tegen Napoleon en aan andere hoven. Toch moest het ergens ook mogelijk zijn dat een robot kon schaken, er moest een voedingsbodem zijn voor de geloofwaardigheid van het bedrog. De tijd was er rijp voor.

De vader van de computer Charles Babbage maakte rond 1830, toen De Turk in New York furore maakte, een machine die werkelijk op eigen kracht iets kon doen. De grondleggers van de schaakcomputer vinden we rond 1950, het driemanschap John Von Neumann, Claude Shannon en Alan Turing. De schaaksport leent zich bij uitstek voor zoekbomen, brute rekenkracht en evaluaties en er is ook een duidelijk doel waar naartoe gewerkt kan worden. In feite was schaken het fruitvliegje voor computerdenken. Jaap heeft studieprojecten begeleid met thema’s als ‘Kunnen computers rechtspreken?’ en het herkennen van de handtekening van (oude) schilders.

De commerciële toepassingen hebben inmiddels hun weg gevonden in de betreffende werelden. Lange tijd hebben schakers de ontwikkeling van de kracht van de schaakcomputer minzaam aangekeken. Ik sloot een lange weddenschap reeks af met Jaap tussen 1985 en 2000 waarin om de vijf jaar de actuele kracht als uitgangspunt werd genomen. Achteraf bekeken heb ik de eerste twee weddenschappen alleen maar gewonnen omdat Jaap te hoog inzette. Toen Kasparov in 1997 de tweekamp verloor van Deep Blue gaf ik de derde en laatste weddenschap voortijdig op. Er was gebeurd wat Jaap al die tijd had voorspeld. Ter afronding van het samenzijn speelden we tegen twaalf oude computers simultaan. Dit was de aardigste.

Jaap/Hans – Mephisto MMIV+HG440 10 Mhz

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.g3 d5 4.Lg2 c6 5.Pd2 Lb4 6.Pgf3 dxc4

De oude computers zijn materialistisch.

7.a3 La5 8.0-0 b5 9.Pe5 Lb7 10.e3 Pfd7 11.f4 0-0 12.a4 13.b3 c3 14.Pe4 Dc7 15.Dd3 b4 16.Pg5 g6

Tot hier had Jaap gespeeld. We wisselden van kant en hij nam mijn zijn zes stellingen over en ik de zijne. We vroegen operator Xavier Goossens wat de waardering van de computer was. “Zwart staat 0,77 beter”, was het antwoord. Jaap zei “Ik denk aan 17.Pxg6 hxg6 18.Pxe6 en heb dan aanval”. Ik deed het anders.

17.h4 Pxe5 18.fxe5 Lb6 19.a5 Lxa5 20.Ta2 Lb6 21.Taf2 De7 22.Txf7 Txf7 23.Txf7 Dxg5

Slim gespeeld, met de bedoeling 24.Txb7 Dxg3 25.Df1 Pd7 26.Txd7 Tf8 en zwart kan nog rommelen maar

24.hxg5 Kxf7 25.Df1+ Ke7 26.Df6+ Kd7 27.Df7+ Kc8 28.Lh3zwart gaf op.

Uiteindelijk werd de einduitslag 8-4 voor de mensen. Voor gedetailleerde informatie, de andere elf computers en hun operators, of als u hoe dan ook geïnteresseerd bent in computerschaak: zie www.computerschaak.nl

Er is wel wat veranderd in de afgelopen 250 jaar sinds De Turk. Vandaag de dag worden schakers betrapt omdat zij ergens een computertje hebben verborgen.

Bab Wilders

Zeven jaar geleden verscheen The Flexible French van de hand van Viktor Moskalenko en alle fans van de zgn Franse Opening werden niet lovensmoe. Een klassieker! Inmiddels is van alles veranderd in de theorie, je zou kunnen denken dat door het zegen brengende werk van al die apparaten er niets meer te ontdekken valt maar juist daardoor blijkt dat wie lang op zet 34 met succes Pf4 speelde volgens Rybka het wel kan schudden want het moet Pg3 zijn. Hoe dan ook, schaakbroeder Moskalenko komt met The Even More Flexible French, prachtig uitgegeven door NIC (www.newinchess.com) Soms is het ergerniswekkend wanneer legendarische schaakboeken opnieuw worden uitgegeven met allerlei veranderingen bv wanneer één of andere schakende tuinkabouter heel parmantig het boek van Fischer My 60 Memorable Games gaat zitten “ moderniseren”.

Men gaat toch ook niet de schutters op de Nachtwacht vervangen door ME-ers. Dat zou overigens wel leuk zijn wanneer dan een roedel onwetende Japanners de zaal betreedt .Maar hier is het de auteur zelf en gaat het om aanvullingen. In het boek keren natuurlijk soms ook varianten terug die al waren afgeschreven maar toch nog onverwachte ressources bleken te hebben. In deze editie dus ook meer partijen dan in die van 2008. Het is al met al een volledig repertoire voor de Frans spelers, maar de auteur is niet kinderachtig : ook voor wit wijst hij de gebaande wegen die tot succes kunnen leiden en tot mijn genoegen zag ik dat de doorschuifvariant nog springlevend is.

Moskalenko uit de zo geplaagde Oekraïne heeft een boek afgeleverd dat zowel de grootmeester als de clubspeler verder brengt in het Frans maar ook in schaken in het algemeen.(isbn 978-90-5691-574-2) Wie zoals ik altijd doorschuift kan natuurlijk het beste de partijen bestuderen waarin zwart wint. (In het algemeen analyseren we het liefst winstpartijen maar daar leer je minder van dan van analyse van een verliespartij) Daarom een partij tussen twee topgrootmeesters die om wat voor reden dan ook nooit de sprong naar de echte wereldtop hebben kunnen maken:

Dvoirys – Vaganian

1.e4 e6 2. d4 d5 3. e5 daar is ie dan c5 4. c3 Db6 5. Pf3 Pc6 6.a3 c4 anders komt b4 7. Pbd2 Pa5 (De juiste zet, maar een bekende fout, zelfs bij redelijk sterke spelers, is 7..Pge7 want dan komt 8. Lxc4, wint een pion want als zwart dxc4 doet komt Pxc4 en Pd6+) 8. Le2 Ld7 9. 0-0 Pe7 kan nu wel 10.Tb1 Dc7 daar staat ze beter 11. Ph4 wil f4 spelen maar 11..Pg6 12. Pdf3 consequent Pxh4 13. Pxh4 Le7 nu moet het paard toch terug 14.Pf3 f5! 15. Lg5 Lc6 16. g3 0-0-0 17. Lxe7 Dxe7 18. Ph4 wit houdt vol maar zeer logisch 18..g5 19. Pg2 f4! zwart snoert wit in 20. Kh1 Tdf8 21. Lh5 Pb3 22. f3 Le8 (nog sterker was eerst ruilen op g3 23. Lxe8 Dxe8 24.gxf gxf 25. Tf2 Thg8 26. Dc2 Tf5 27. Kg1 Tfg5 28. Td1 Dh5 29. Kh1 Tf5 en wit gaf op, waarschijnlijk omdat hij walgde van zijn stelling maar ik had vast nog even doorgespeeld. Duidelijk is dat de fascinatie van wit voor Ph4 niet het beste plan was. Het probleem van deze week is een driezet van heer Szwedowski, het is nummer 2534.

En dan nog een oplossing : 2532: 1. Pd4!

Johan Hut

Wat doe je tegen gekke openingen?

Als je met wit wordt geconfronteerd met de zetten 1.e4 f5 2.exf5 Kf7, dan is niet je eerste gedachte dat je graag een boek had gehad waaruit je had kunnen leren hoe hiermee om te gaan. Nee, iedere schaker hoort te kunnen bedenken hoe je hier met wit voordeel kunt behalen. Toch bestaat zelfs over deze rare variant openingstheorie. De bedoeling van zwart is 3.Dh5+ g6 4.fxg6 Kg7 5.gxh7 Txh7 6.Dg5+ Kh8.

Dit staat in Rusland bekend als de Mao Tse Tung Attack, wat in Russisch perspectief niet positief bedoeld is. Heeft zwart compensatie voor de twee pionnen? Nee, absoluut niet. Dus 3.Dh5+ is goed, maar 3.d4 ook. Dan moet zwart 3…Pf6 spelen om onmiddellijk verlies te voorkomen en wat hij vooral niet moet doen is 3…d5? 4.Dh5+ g6 5.fxg6+ Kg7 6.Ld3 Pf6 7.Lh6+ Kg8 8.gxh7+ Pxh7 9.Dg6+ Lg7 10.Dxg7 mat.

Bestaat er dan een boek over deze krankzinnige opening? Nee, maar hij wordt wel vermeld in het boek ‘Taming Wild Chess Openings’ van John Watson en Eric Schiller dat onlangs verscheen bij New in Chess, met als ondertitel: ‘How to Deal with the Good, the Bad and the Ugly over the Chess Board’. Het boek van 430 bladzijden bevat alle krankzinnige openingen die je maar kunt bedenken. Maar gek genoeg ook heel gewone gambietopeningen, die goed speelbaar zijn, maar die de schrijvers lelijk vinden. En een paar afwijkende openingen die goed zijn, maar dat is een kleine minderheid.

Slechte (bad) openingen moet je natuurlijk niet spelen. Lelijke (ugly) openingen kun je wel spelen, vinden de schrijvers, als je weet wat je doet. Tot die lelijke openingen behoort, vinden zij, 1.e4 e5 2.Pf3 De7. De schrijvers verzuimen goed aan te geven wat de bedoeling van zwart is. Dat is: wit in verwarring te brengen en hem het idee te geven een beginner tegenover zich te hebben. Maar vervolgens kan zwart eenvoudig overschakelen op varianten van de Philidor of de daarmee verwante Leeuw-opening. Zwart speelt c6 (om Pd5 te voorkomen), d6, g6, Lg7, Pf6 en er is niet zo veel mis met zijn stelling. De schrijvers vinden het echter leuk om te laten zien dat zwart verschrikkelijk kan worden verslagen na 3.Pc3 c6 4.d4 d6 5.Ld3 b5 6.a3 Pf6 7.0-0 Pbd7 8.d5 cxd5 9.Lg5 dxe4 10.Lxe4 Tb8 11.Lc6 a6 12.Pd5 Dd8 13.Pd4!

Als zwart slaat, volgt 13…exd4 14.Te1+ Le7 15.Lxf6 gxf6 16.Dxd4 en wit staat gewonnen. Als zwart niet slaat, heeft wit met Df3, f4 en Pf5 voldoende vreselijke ideeën.

Ik ken twee schakers die 2…De7 spelen, maar die laten zich echt niet op deze manier verrassen.

In de inleiding van het boek staat wat je moet doen als je geconfronteerd wordt met een rare, ongezonde opening.

1. Plaats in elk geval één pion in het centrum en als het kan twee.

2. Ontwikkel je stukken snel, vooral de stukken die nodig zijn om te rokeren.

3. Rokeer en verbind je torens.

4. Plaats je stukken waar ze het meest actief zijn en zet in elk geval een van je torens op een open lijn.

Ja hallo, dat zijn de uitgangspunten die iedere schaaktrainer je vertelt als je voor het eerst iets over openingen leert. Je zou bijna denken dat de schrijvers hiermee hun eigen boek overbodig maken. Alle openingsvarianten waarin wit of zwart begint de h- of g-pion of de a- of b-pion op te spelen (daar staan er heel wat van in het boek), kunnen gewoon op deze manier goed bestreden worden. ‘Taming Wild Chess Openings’ is geen leerzaam boek en ik hoop dat de schrijvers het ook niet zo bedoeld hebben. Het is namelijk vooral een heel grappig boek, een bonte verzameling van gekke varianten. Meer informatie: www.newinchess.com.

Rini Kuijf

Voor beginners A6737

Wit aan zet doet?

Voor gevorderden B6737

Zwart aan zet heeft een schitterende winst, hoe gaat dat?

Henk Prins

In het Noorse Stavanger is deze week de derde Grand Chess Tour van start gegaan. Op Kramnik en So na, doen de eerste tien spelers van de wereld mee. In de eerste ronde sloeg Giri hard toe tegen Grischuk.

Giri – Grischuk

1. Pf3 c5 2. e4 Pc6 3. Lb5 g6 4. Lxc6 bxc6 5. O-O Lg7 6. Te1 Tb8 7. h3.Dc7 8. c3 Pf6

Zwart is niet goed uit de Siciliaanse opening gekomen. Met zijn laatste zet krijgt wit veel ruimte. 9. e5 Pd5 10. c4 Pb4 11. d4 cxd4 12. a3 Pa6 13. Dxd4 O-O 14. c5! Wit heeft meer ruimte geschapen en zwart heeft moeite met zijn ontwikkeling. Het plan met het paard lijkt een mislukking. Het heeft een aantal zetten gekost om op a6 slecht te staan. 14…d6? Grischuk probeert met een pionoffer uit zijn problemen te komen. Mijn computer geeft als beter plan 14. …Db7 om het paard van a6 in het spel te brengen. 15. cxd6 exd6 16. exd6 Db6 17. Dh4 Giri kiest voor geen dameruil, waarbij de winst voor hem moeilijker zal zijn. 17…Pc5 18. Le3! Giri geeft pionnen terug om zijn stukken richting de vijandelijke koning te brengen. 18. .. Dxb2 19. Pbd2 Pd7 20. Tab1 Dxa3 21. Txb8 Pxb8 22. Lh6! Giri zet de aanval in. Er dreigt Pg5 en iets op h7. 22…Pd7 23. Lxg7 Kxg7 24. Dd4+ Kg8 25. Pe4 Te8 Grischuk tobt al met zijn verdediging. Deze zet heeft geen nut want straks moet de toren weer terug. Misschien had zwart met zijn vrijpion op de a-lijn kunnen stunten. 26. Kh2?! Niet de beste, maar wel een begrijpelijke zet. De computer geeft hier 26. Pfg5! aan. Er dreigt dan direct slaan op h7. 26…a5?

In tijdnood maakt de Rus een grote fout. Aangewezen was 26. Da5! als enige zet. Zwart valt dan de toren op e1 aan, zodat 27. Pfg5 nog niet kan. 27. Pfg5! Daar is die dan! 27…Tf8 28. Pf6+ Pxf6 29. Dxf6 Da2 30. Te7 Het was mooier geweest om met 30. Pxh7! de winst binnen te halen, maar de tekstzet wint ook. 30…Lf5 31. Pxf7 Dxf7 Zwart moet de dame geven., omdat 31. …Txf7 mat gaat. 32. Txf7 Txf7 33. Dd8+ Kg7 34. Dxa5 Afwerking is nu techniek, en die heeft Giri in huis. 34…Ld7 35. Dc5 Tf5 36. Da7 Tf7 37. g4 Kf6 38. f4 Kg7 39. Kg3 Kg8 40. De3 Kg7 41. h4 Kg8 42. De5 Opgegeven door Grischuk. 1-0

Wereldkampioen Carlsen die in eigen land meespeelt, verloor in de eerste ronde in een totaal gewonnen stelling van Topalov door tijdsoverschrijding; in de tweede ronde verloor hij van Caruana.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.