Schaakrubrieken weekend 12 september 2015

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Een tweede huis in Siberië

In het centrum van de Siberische oliestad Chanty-Mansiejsk staat de Oegra Schaakacademie, een spectaculair gebouw dat ontworpen is door de Nederlandse architect Erick van Egeraat. Er wordt gezegd dat het de vorm van een schaakstuk heeft, maar welk stuk precies, is me niet duidelijk. Volgens de FIDE is het voor veel schakers hun tweede huis geworden, en al is het voor een tweede huis ver weg, ongeveer 2000 kilometer ten noordoosten van Moskou, het is waar dat het Siberische schaakhuis voor internationale topspelers een vertrouwde plek is.

Hier is een olympiade gehouden, een kandidatentoernooi, een Grand Prix toernooi, vier World Cup toernooien, wereldkampioenschappen rapidschaak en blitz en een wereldkampioenschap van de vrouwen. Aan geld was er geen gebrek en de schakers hadden het naar hun zin, maar wat er in deze heilige hallen altijd ontbrak, was plaatselijk publiek. De camera’s van de internetverslaggeving gunden ons soms een kijkje op de toeschouwersruimte, en wat je dan zag was slechts een klein plukje secondanten en vrienden en familie van de spelers die zich stil herstelden van hun jetlag. De hartstochtelijke schaakdiscussies spelen zich steeds meer op het internet af en niet onder de bezoekers ter plaatse. Behalve ieder jaar in januari in Wijk aan Zee, daar is alles nog aangenaam ouderwets.

Op het ogenblik wordt in Chanty-Mansiejsk het wereldkampioenschap voor spelers tot en met twintig jaar gehouden. Jeugdwereldkampioenen werden later soms wereldkampioen bij de volwassenen, zoals Spasski, Karpov, Kasparov en Anand. Dit jaar is de sterkste jeugdspeler, de Chinees Wei Yi, er niet bij. Hij is de jeugd ontgroeid en speelt nu in Baku in het World Cup toernooi, een kwalificatiewedstrijd voor het echte wereldkampioenschap.

In Chanty-Mansiesjk spelen de Nederlanders Benjamin Bok en Jorden van Foreest. Ze streden steeds in de voorste gelederen, maar na acht van de dertien ronden waren ze een punt (Bok) en anderhalve punt (Van Foreest) achtergeraakt op de leider, de Pool Jan Krzysztof Duda.

Jorden van Foreest – Jinshin Bai (China), WK Jeugd Chanty-Mansiejsk 2015

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 a6 6. Le3 Pf6 7. Df3 Lb4 8. Pxc6 bxc6 9. Ld4 Een nieuwe zet. 9. Ld3 was eens gespeeld. 9…c5 10. Le5 Lb7 11. 0-0-0 Lxc3 12. Dxc3 Pxe4 13. De3 Wit heeft goede compensatie voor de geofferde pion. 13…f6 14. Lg3 0-0 Hij maakt de verblijfplaats van zijn koning iets te vroeg bekend. 15. f3 Pxg3 16. hxg3 f5 Een verdedigingszet tegen wits koningsaanval die het grote bezwaar heeft dat hij zijn zwarte velden onherstelbaar verzwakt. 17. Lc4 Dit dreigt niet alleen 18. Lxe6+, maar ook 18. Txd7. 17…Te8 18. Td6 Dc7 19. De5 Zwart is ingesnoerd. Hij had nu 19…Tac8 moeten doen om zijn dame te dekken. 19…Te7 Niet alleen dat zwarts dame ongedekt blijft, de gespeelde zet neemt ook een vluchtveld voor zwarts koning weg. 20. g4 Wit had al 20. Dxf5 kunnen doen, want als zwart dan de toren pakt, krijgt wit na 20…Dxd6 21. Dxh7+ Kf8 22. Df5+ Kg8 23. Dg6 een winnende aanval. Maar wat wit doet is overzichtelijker en sterker. 20…fxg4

21. Txe6 dxe6 Na 21…Dxe5 22. Txe7+ Ld5 23. Txe5 wint wit een kwaliteit. 22. Lxe6+ Kf8 Het dameoffer 22…Txe6 23. Dxc7 is hopeloos en na 22…Kh8 komt 23. Txh7+ Kxh7 24. Dh5 mat. Maar ook nu heeft wit een mataanval. 23. Txh7 Dreigt 24. Th8 mat. 23…Td7 24. Th8+ Ke7 25. Dxg7+ Kxe6 26. Dxg4+ Het maakt niet uit dat 26. Th6+ sneller tot mat leidt. 26…Ke7 Of 26…Kf7 27. Df5+ Kg7 28. Th7+ en wit wint. 27. Dg5+ Kf7 28. Th7+ Ke6 29. Th6+ Zwart gaf op, hij gaat mat.

Gert Ligterink

Het enige medicijn dat werkt: een potje winnen

Terug van een door ziekte enigszins bedorven vakantie, vroeg ik mijn huisarts of het schrijven van een schaakrubriek paste in het geplande herstel. ‘Absoluut verboden’, zei ze. ‘Ziek is ziek.’ Er begon iets te kriebelen. Als oudere Nederlandse schakers zijn we opgevoed met de wet van Hans Ree: ‘Ziek zijn is onsportief.’ De wet vraagt om een toelichting, In de toernooien van veertig jaar geleden had een zieke deelnemer een uitweg. Hij meldde zich bij de wedstrijdleiding die in het slechtste geval zijn volgende partij een paar uur later liet beginnen. Als het meezat, werd de partij verplaatst naar de eerstvolgende rustdag. Dat laatste was wat Ree bedoelde met onsportief. Het gebalanceerde toernooischema van de tegenstander van de zieke deelnemer werd zonder pardon overhoop gegooid. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik me eenmaal bijna schuldig heb gemaakt aan die onsportiviteit. Bij mijn debuut in de meestergroep van het Hoogovenstoernooi in 1975 incasseerde ik, niet helemaal fit, in de vijfde ronde tegen een Hongaar met een zigeunersnor een lelijke nederlaag. Het plezier in het toernooi was even geknakt. Niet helemaal fit werd ziek, ziek werd zieker en voor ik er goed over had nagedacht, vroeg ik de wedstrijdleiding mijn volgende partij tegen de Pool Aleksander Sznapik wegens ziekte te verplaatsen. ‘s Avonds klopte hoofdarbiter en voormalig geneeskundestudent Constant Orbaan op mijn deur. ‘Dat ziet er niet best uit’, zei hij na een kort onderzoek. ‘Maar er is een medicijn. Win morgen je partij en je bent weer helemaal de oude.’

Sznapik – Ligterink Wijk aan Zee 1975

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 d6 6. g3 Pxd4 7. Dxd4 Pe7 8. Lg2 Pc6 9. Dd2 Le7 10. b3 0-0 11. Lb2 Da5 12. 0-0 Td8 13. Tfd1 b5 14. De3 Lb7 15. a4 b4 16. Pb5 Als zwart nu 16 … a6 17. Pd4 Pe5 had gespeeld, zou hij best tevreden kunnen zijn. Maar vanaf dit moment begint hij te knoeien dat het een aard heeft. 16 …Tac8 17. c4 e5? Hoe verzin je het? 18. Td5 Db6 19. Dxb6 axb6 20. Tad1 Pa5 21. T5d3 La6 22. Lh3 In zijn weelde laat wit zich verleiden tot kwaliteitswinst die zijn stelling bepaald niet verbetert. 22 … Lxb5 23. Lxc8 Lc6 24. Lh3 Lxe4 25. Te3 Lc2 26. Td5 Pxb3

27. f4? Wits prachtstelling zou nu na 27 … Pa5 binnen zes zetten zijn veranderd in een ruïne. Hij krijgt een herkansing. 27 … f6? 28. Le6+ Kf8 29. Te2 Lg6 30. Tb5 Pc5? Correct is 30 … d5 31. Ld5 b3 32. Txb6 Lc2?

33. La3? Onbegrijpelijk. Ook met weinig tijd had wit moeten zien dat hij eenvoudig kan winnen met 33. a5 Pa4 34. Tb7 Pxb2 35. a6. 33 … Pxa4 34. Tb7 Pc3 35. Te3 Pxd5 36. cxd5 Ta8 37. Tc3 Txa3 38. Tc8+ Kf7 39. Tcc7 Ta1+ 40. Kf2 Ta2 41. Txe7+ Kg6 42. Txg7+ Kh6 43. Tgf7 Lg6+ 44. Kf3 Lxf7 45. Txf7 Ta5 46. Tb7 Txd5 47. Txb3 Kg6 48. h3 h5 49. Tb8 Td3+ 50. Ke4 Td4+ 51. Ke3 d5 52. Tg8+ Kh7 53. fxe5 Wit geeft op. Dit was de slechtste partij die u in lange tijd in deze rubriek hebt gezien. Ik beloof u, het zal niet snel opnieuw gebeuren.

Hans Böhm

Passie

Er zijn mensen die gefascineerd zijn door de eeuwenoude schaaksport: schilderijen, tekeningen, gravures, spellen uit vervlogen tijden, kunst en kitsch, oude manuscripten, schaakklokken, historische verwijzingen: noem maar op.

Ruud Martin is in het dagelijks leven Project Manager, Elektrotechnisch Ingenieur en Programmeur van Embedded Systemen. Hij sleutelt in zijn vrije tijd aan schaakcomputers. Die hobby is de laatste tien jaar een eigen leven gaan leiden. Hij legde de lat bijzonder hoog: hij wilde de mooiste, sterkste en meest gewenste schaakcomputer creëren. Ruud is een zwakke clubspeler maar wel enthousiast voorzitter van vereniging ‘De Schaakhoeve’ in Hoeven, met slechts een tiental senior-leden en 25 kinderen: “Daar doen we het voor, we hebben een gepassioneerde trainer”. Dan is hij ook nog voorzitter van de actieve Computer Schaak Vereniging Nederland (CSVN) met meer dan 200 leden.

Sinds de opkomst van de PC, pakweg de laatste vijftien jaar, is het gordijn voor het mysterie van een schaakpartij opgetrokken. De gespecialiseerde programma’s met hun algoritmes, openingsboeken en eindspel tabellen hebben een goed oordeel en daar maken spelers en commentatoren dankbaar gebruik van. Dat is precies de reden dat tastbare schaakcomputers vrijwel niet meer worden geproduceerd. Maar Ruud probeerde vijf jaar geleden toch zijn prototype op de markt te brengen. Hij vloog naar Bristol, naar de grote spellenfabrikant Saitek maar die zei: “Laat de machine maar achter, dan zien we wel wat we ermee doen.” Dat deed hij wijselijk niet maar zocht vervolgens samenwerking met Digital Game Technology (DGT), een Nederlands bedrijf dat internationaal marktleider is op het gebied van elektronische schaakborden en klokken.

Het resultaat, de Revelation II, streelt het oog. Het houten bord is groot, 41/41 cm met een mooie lijst eromheen, gemaakt in Spanje door fabrikant Rechapados Ferrer. De stukken zijn sterk geïnspireerd op de klassieke Staunton stukken waarmee bij alle officiële toernooien wordt gespeeld, ze zijn lekker zwaar en liggen goed in de hand. Het bord is uitgerust met intelligente individuele schaakstuk herkenning en met geïntegreerde LED-verlichting die de gespeelde zetten duidelijk aangeeft. Het topniveau van Revelation II ligt boven de 2800 Elo, waar alleen wereldkampioen Magnus Carlsen constant vertoeft. Er zijn vele opties wat betreft speelsterkte, stijl en tijdverbruik. Niet minder dan zeven verschillende hedendaagse engines zijn opgenomen en dat biedt een grote diversiteit aan schaakintelligentie. Door het instellen van bedenktijden of het terugschroeven van de rekenkracht kan ieder gewenst niveau worden bereikt. De machine kan desgewenst verbonden worden met de PC.

We geven de Revelation II de schizofrene opdracht om tegen zichzelf te spelen met als wit de Mephisto Portorose, wereldkampioen in 1989, en als zwart de hedendaagse topper Hiarcs met de rekenkracht op 1%.

De hoofdvariant van het Nimzo-Indisch komt op het bord.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 0-0 5.Ld3 d5 6.Pf3 c5 7.0-0 Pc6 8.a3 Lxc3 9.bxc3 Dc7 10.cxd5 exd5 11.Tb1 c4 12.Lc2 Lg4 13 h3 Lh5 14.Tb5 a6 15.Tb2 Tae8 16.a4 Dd7 17.Ld2 Pe4 Zwart pakt ruimte en gaat de breekzet f7-f5 spelen.18.g4 Lg6 19.Le1 De7 20.Db1 Pd6 21.Kg2

21…f5! 22.g5 Lh5 23.h4 De6 24.Ph2 Le2 Scherp berekend of goed geëvalueerd: de aanval op de verzwakte koningsstelling neemt toe. 25.Tg1 Dg6 26.Dc1 Te7 27.Dd2 Ld3 28.Lxd3 cxd3 29.Dxd3 Pa5 30.Tb1 Pac4 31.Pf3 Te4 32.Pe5 Dh5 33.Th1 f4 34.exf4 Tfxf4 Zwart is heer en meester op de koningsvleugel, wit heeft nog steeds niets op de damevleugel.

35.Ld2 Tg4+ 36.Kf1 Txh4 37.Txh4 Txh4 38.Le1 Th3 Wit geeft op, hij is overmeesterd en dan te bedenken dat Hiarcs honderd keer beter kan spelen…..

De Revelation II kost ongeveer drieduizend euro. “Ik blijf luisteren naar verbeteringen van gebruikers, dat is een selecte groep van 250 over de gehele wereld verspreid en we komen jaarlijks met updates.” Als Ruud achter zijn eigen schaakcomputer zit, zit hij te genieten als bedenker en createur.

Bab Wilders

Bij het doorzoeken van mijn schaakrubrieken uit 1982 – waarom ik dat deed doet er niet toe – ontdekte ik een serie uitgevers van schaakboeken uit Duitsland en Engeland die niet meer bestaan of, nog erger, geen schaakboeken meer uitgeven. Van dat laatste is OLMS een triest voorbeeld. Het stemde mij enigszins droevig maar toch ook wat nostalgisch. Gelukkig is er nog altijd Batsford, ook al zijn ze ook daar nu een ‘imprint’ van www.pavillionbooks.com.. Al meer dan dertig jaar goede contacten, zoals nu Clemmie van Hasselt, die mij attendeerde op leuke schaakboeken voor kinderen. Het was even zoeken op de site maar via gebreide Teddyberen en het gedicht van de week (I wandered lonely as a cloud, riep herinneringen op aan de schooltijd) vond ik de boeken toch.

Maar nu een belangwekkend boek van schaakschrijver en grootmeester Andrew Soltis Your Kingdom for my horse (isbn 978-1-84994-277-5, € 23,90) over iets wat wereldkampioen Botwinnik een fundament voor goed schaken noemde: de kunst van het ruilen van stukken. Wanneer vraagt een stelling er om de stukken zo snel mogelijk af te ruilen en wanneer moet men dit juist vermijden. Een onderdeel van het schaken waar clubspelers vaak nauwelijks ernstig over nadenken en juist voor dezulken is dit heldere, aangenaam geschreven boek bedoeld. Met belangrijke hoofdstukken over bijvoorbeeld het loperpaar. En wie goed op de hoogte is van toreneindspelen moet natuurlijk afruil van deze krachtpatsers vermijden. En dat alles met zeventig puzzels die de opgedane kennis van de lezer testen. Een goed leerboek, geheel in de belangwekkende BATSFORD-traditie (www.batsford.com).

Dan nu de partij van de week: een belangrijke partij uit het Grand Prix toernooi in Chanty Mansijsk: Caruana-Tomaschewski: 1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4. Pc3 a6 5.a4 e6 6.Lf4 a5 7.e3 Le7 8.g4 een verrassing die zwart niet vertrouwt dus 8..Pa6 9.g5 Pd7 10. h4 Pb4 11. Le2 b6 12. h5 Lb7 13. cxd exd 14. Dd2 f5 15. gxf e.p. Lxf6 16. h6 g6 17. e4 dxe 18. Pxe4 0-0 19. 0-0-0 Pd5 20. Lg3 La6 de machines bevelen Le7 en Pdf6 aan. 21. Lxa6 Txa6 22. The1 Ta8 23. Kb1 Le7 24. Dd3 Tf5 25. Pe5 Een nogal verwarde situatie op het bord en in tijdnood moet Tomaschewski de weg vinden. Dat lukt niet: 25..Dc8? 26. Pc3 (Pd5, belangrijk voor zwart, moet er af) Pxc3† 27. Dxc3 Pxe5 28. Db3† een onverwacht tussenzetje Tf7 29. dxe5 Df5† 30. Ka2 Lb4 31.e6 Te7 32. Lh4 Tee8 33. e7† Df7 34. Te6 verhindert niet alleen dameruil maar begint een beslissende aanval b5 35. Td8 (een goede zet maar de machines geven hoofdschuddend een sterkere nl 35.Tg1. Caruana had dit wel in zijn hoofd maar zag niets na Kh8.Wat ziet de computer? 36. Lf6† Kg8 37. Ld4 gevolgd door Texg6†) 35..bxa4 36. De3 nog wat tijdnoodzetten Lxe7 37. Txa8 Txa8 38. Lxe7 Te8 39. Ka1 a3 40. bxa Df5 41. Dc3 1-0 Mee door deze wedstrijd greep de zwartspeler naast een plaats in het Kandidatentoernooi voor de uitdager van de wereldkampioen terwijl Caruana zich juist daarvoor plaatste. Probleem 2546 is een 3-zet van Vladimirov:

Sleutelzet 2544:1. Pa7!

Johan Hut

Leuke lessen van een wijze oom

Als je de nummer vijf van de wereld bent, wat kan een trainer dan nog voor je betekenen? Over die vraag ging een interview in het KNSB-bondsblad Schaakmagazine met Vladimir Tukmakov, die sinds januari 2014 de trainer is van Anish Giri. Trainers kunnen wel degelijk schaaktechnische dingen leren aan sterkere spelers, maar op dit niveau niet meer, geeft Tukmakov ronduit toe. Hij is met name een mentale begeleider, die Giri leert om te gaan met wat er tijdens de toptoernooien gebeurt. Daar heeft hij ruimschoots ervaring mee, Tukmakov was een wereldtopper in de jaren zeventig en tachtig. Over de partijen zelf hebben ze het dus ook wel degelijk, maar de 69-jarige Oekraïner is meer een soort wijze oom. Of opa, al voelt hij dat niet zo.

Bij uitgeverij New in Chess in Alkmaar verscheen onlangs Tukmakovs boek ‘Risk & Bluff in Chess’, met als ondertitel ‘The Art of Taking Calculated Risks’. Er zijn veel boeken geschreven om ons beter te leren schaken, maar dit is een iets ander soort boek. Tukmakov laat vele partijen zien waarin spelers niet winnen door de beste zet, maar door een riskante zet. Waarom doen spelers dat? Dat probeert de schrijver per geval uit te leggen. Hij begint met een hoofdstuk over Mikhail Tal, die in 1957 op twintigjarige leeftijd kampioen werd van de Sovjet-Unie. Zijn tegenstanders, onder wie vele wereldtoppers, dachten dat het een incident was, maar een jaar later werd Tal opnieuw kampioen. Zijn bijnaam luidt ‘de tovenaar van Riga’ en Tukmakov laat deze partij uit het kampioenschap van 1958 zien, waarin de grote Efim Geller, in die tijd ook een wereldtopper, zich door de vermeende tovertrucs laat afbluffen.

Meer informatie over het boek: www.newinchess.com.

Tal-Geller

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 0-0 8.c3 d6 9.h3 Pa5 10.Lc2 c5 11.d4 Lb7 12.b4 cxb4 13.cxb4 Pc4 14.Pbd2 d5 15.exd5 exd4 16.Pxc4 bxc4 17.Dxd4 Lxb4

Zwart is de opening goed doorgekomen. Wit moet zijn toren weg zetten en zwart kan dan op d5 slaan. Maar Tal zet die toren helemaal niet weg.

18.Tb1

Tal maakt er opeens een heel andere partij van. Zwart kan niet meer achterover leunen met zijn geslaagde opening, maar moet aantonen dat het kwaliteitsoffer niet goed is.

18…Lxe1 19.Txb7 Te8 20.d6 Dc8 21.Lg5

Deze zet verbijsterde de tegenstander en het publiek. Hij was helemaal niet nodig, na 20.Tc7 Dc6 21.Txc4 Tad8 23.Lf4 zou wit volgens Tukmakov een klein voordeel hebben. Was de jonge Tal geniaal? Geller durfde het offer niet aan te nemen en commentator Boleslavski schreef in het rondebulletin dat dat ook te riskant was. Tukmakov haalde het vijftig jaar later nog eens door de computer en constateerde dat er na 21…Dxb7 22.Lxf6 Te6 23.Le5 Da7 24.Dh4 h6 25.Ld4 Db8 26.d7 La5 voor zwart niets aan de hand is, hij staat gewonnen. Maar, merkt Tukmakov op: “Ik heb wel medelijden met mijn computer, die niet zulke emoties kan hebben als Geller en Boleslavski.”

21…Te2 22.Tc7 De6 23.Pxe1 Txe1+ 24.Kh2 Td8 25.Lxf6

25…gxf6?

Een onbegrijpelijke blunder. Na 25…Dxf6 26.Dxf6 gxf6 27.d7 Kf8 28.Lxh7 Te5 29.Kg3 Ke7 30.Txc4 Txd7 zal de partij remise worden. Tukmakov verklaart de blunder als volgt: door de grote veranderingen in het spelverloop verloor Geller de controle over de stelling en vervolgens wilde hij per se winnen, ook vanwege de stand in het toernooi.

26.Te7 Dxd6+ 27.Dxd6 Txd6 28.Txe1 Td2 29.Tc1 Txf2 30.Le4 Txa2 31.Txc4 a5 32.Tc8+ Kg7 33.Tc7

Zwart geeft het op.

Rini Kuijf

Voor beginners A6809

Wit beukt er finaal door heen met?

Voor gevorderden B6809

Wit beukt er finaal door heen met?

Henk Prins

Enkele weken geleden is er een probleem behandeld met het halfpenningsthema. Er zijn echter nog veel meer thema’s die iets met penningen of ontpenningen te maken hebben. Een daarvan is het Goethart-thema.

Tweezet 873 van G. Christoffianini vertoont dit mooie (ont)penningsthema.

Als zwart aan zet is, komt er na 1. …Te1 2. Dxf4 mat en na 1. …Txg1 2. Txg1 mat. Na de sleutelzet 1. Pxf4! dreigt wit met een batterijmat op de eerste rij mat te geven: 2. Pce2 mat. De sleutelzet heeft extra dekking gegeven aan veld e2, waardoor de batterij op de eerste rij afvuurbaar is. Het witte c-paard moet er wel voor zorgen dat de zwarte toren van e6 niet kan tussen spelen, vandaar dat het witte paard naar e2 gaat voor het mat. Na 1. …Te1 komt er een nieuw mat. Met de sleutelzet heeft wit ook een andere batterij gemaakt, namelijk die op de f-lijn. De zwarte toren blokkeert het vluchtveld e1 voor de zwarte koning en wit hoeft veld e1 niet meer te dekken. Wit vuurt de nieuwe batterij af en zorgt er voor dat de zwarte loper van c8 de witte dame niet kan nemen, dus 2. Pe6 mat. Ook op de andere zet uit het spel voor de sleutelzet komt een nieuw mat en ook hier een prachtig batterijmat.

Na 1. …Txg1 is veld f2 ook vrijgekomen voor de zwarte koning. De dreiging kan geen doorgang meer vinden. Wit speelt na 1. …Txg1 2. Pg2 mat. Wit moet nog veld e1 dekken en wit kan straffeloos voor zijn toren g8 kan staan, omdat veld g1 geblokkeerd is door de zwarte toren. Twee prachtige matveranderingen, waarbij mooie batterijmats. Maar dit is niet het belangrijkste van het probleem. De tweezet is speciaal gemaakt voor het Goethart-thema. Het is interessant ons af te vragen waarom er na de sleutelzet niet 2. Pfd3 mat dreigt. Met deze zet wordt vluchtveld e1 gedekt, maar wordt de zwarte dame ontpend, waardoor de witte dame gewoon genomen kan worden. Zwart heeft de mogelijkheid om het dreigmat tegen te houden door 1. …Lc5 te spelen. Wil wit de dreiging 2. Pce2 uitvoeren dan gaat de zwarte dame naar b1 en is het geen mat. Maar na 1. …Lc5 is de zwarte dame geïnterfereerd in de lijn b5-f5. Nu kan 2. Pfd3 mat wel. De definitie van het Goethart-thema is: doordat een zwart stuk een ander zwart stuk, dat gepend staat, interfereert, kan wit bij het mat geven dat laatste stuk indirect ontpennen. De tweezet behaalde een eerste prijs in het Belgische tijdschrift L’Echiquier in 1928.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.