Svidler veegt Karjakin van het bord

In de eerste partij van de finale van de Fide wereldbeker heeft Peter Svidler meteen gehakt gemaakt van zijn tegenstander Sergey Karjakin. In een voortreffelijk gespeelde partij veegde hij zijn tegenstander met ogenschijnlijk gemak in 29 zetten van het bord.

Vanuit het Konings-Indisch in de voorhand verleidde Svidler zijn tegenstander tot een centrumopbouw die hij vervolgens met een goed getimede doorbraak kapot wist te maken. Hij offerde een centrumpion om zijn stukken op efficiënte wijze naar voor zwart gevaarlijke posities te manoeuvreren. Het is zeer instructief om te zien hoe wit met een loper op g2, een dame op b3 en torens op de b- en de c-lijn een soort spervuur had geopend op het ongelukkige paard op d5 dat gedekt werd door een loper op b7 die in de penning stond. Ongeveer zoiets dus:

De animaties heb ik zelf maar even ingebracht. Het kon bijna niet anders of bij zulk geweld moest de zwartspeler wel door de knieën gaan. Dat was dan voor dit plaatje ook al gebeurd. Op zet 22 bleek Karjakins 22… Dd7-e6 een grote blunder. De manier waarop Svidler de defecten in de zwarte stelling wist bloot te leggen was zonder meer knap te noemen, ook de grote precisie die hij aan de dag wist te leggen.

ANALYSE

Door een vervelend misverstand mijnerzijds is de partij zowel door mij als door Jorden van Foreest geanalyseerd en van commentaar voorzien. Aangezien Jorden op vrijdagochtend al in het vliegtuig moet zitten op weg naar het toernooi in Isle of Man, heb ik hem snel van dit werk afgehaald. Jorden had zijn analyse nog niet helemaal voltooid, maar aangezien zijn aantekeningen leerzaam zijn, heb ik ze toegevoegd in onderstaande analyse. Waar zijn naam staat is het specifiek van hem afkomstig; het overige commentaar is van mijn hand. We wensen de bezoeker van Schaaksite veel naspeelplezier!

Svidler-Karjakin (eerste partij)

Svidler, Peter – Karjakin, Sergey

1. Pf3

Overal waar “JvF” staat, is het commentaar van de kersverse grootmeester!

1…Pf6 2. g3 d5 3. Lg2 e6 Het gros van de mensen speelt hier 3…c6

4. O-O Le7 5. d3

Svidler neemt de opstelling van het Konings-Indisch in.

5…O-O 6. Pbd2 c5 7. e4 Pc6 8. Te1 b5

JvF: ‘Svidler speelt het Konings-Indisch, maar dan met wit. Objectief levert het waarschijnlijk geen voordeel op, maar er ontstaan zeker interessante stellingen.’

9. exd5

Svidler kiest voor een ‘open’ strijd. JvF: ‘Niet de meest gespeelde zet, maar zeker niet slecht. Wit speelt nu niet op koningsaanval maar het spel zal vooral in het centrum en de damevleugel plaatsvinden. Een grote troef van wit in dit soort stellingen is de loper op g2, die erg sterk kan worden.’ De hoofdvarianten ontstaan na 9. e5 JvF: ‘is de hoofdvariant. Wit sluit het centrum en zal op de koningsvleugel spelen, terwijl het zwarte spel op de damevleugel ligt.’ 9…Pd7 10. Pf1 a5 11. h4 b4 12. Lf4 een systeem dat vroeger regelmatig door Bobby Fischer werd gehanteerd. Tegenwoordig vinden we Grischuk onder de aanhangers. Wit valt met zijn stukken aan op de koningsvleugel, zwart zoekt zijn heil op de damevleugel.

9…Pxd5

Karjakin wijkt zelf af van een partij die hij eerder heeft gespeeld met deze stelling. JvF: ‘!? Een nieuw idee van Karjakin, waarna beide spelers zich direct op onbekend terrein leken te bevinden.’ Karjakin heeft eerder 9…exd5 gespeeld. Dat was tegen Movsesian in 2013 waarin wit een prettig plusje kreeg. Wellicht dat Svidler dat graag wilde proberen. JvF: ‘is de hoofdvariant, maar na’ 10. d4!? (JvF) wordt het zwarte centrum direct onder druk gezet.

10. Pe4

JvF: ‘Svidler besluit nog niets te forceren en de spanning in de stelling te handhaven.’

Hier komt ook 10. a4 in aanmerking om veld c4 voor het paard te veroveren. JvF ‘!?’: ‘hiermee wint wit veld c4 voor zijn paard, maar het is de vraag hoe belangrijk dat is.’ 10…b4 JvF 11. Pc4 Lb7 Het lijkt mij dat zwart geen enkel probleem heeft.

10. c4!? (JvF) dit is een poging om direct gebruik te maken van de lichtelijk hangende stukken van zwart over de lange diagonaal. 10…bxc4 11. dxc4 Pdb4! Met deze nauwkeurige zet behoudt zwart gelijkspel. Veld d3 is een grote zwakte in het witte kamp waar zwart dankbaar gebruik van maakt. 12. Pe5 Lb7 13. a3 Pxe5 14. Lxb7 (zie analysediagram)

14…Pbd3! 15. Lxa8 Pxe1 16. Dxe1 Pd3 17. De3 Pxc1 18. Txc1 Dxa8 met ongeveer gelijkspel.

10…Lb7

JvF: ‘Hier dacht Karjakin behoorlijk lang na: bijna 20 minuten. Hoewel de spelers het eerste gedeelte van de partij sowieso langzaam speelden, vraag ik mij af waar hij zo lang over nadacht. De partijzet is erg logisch en ik zie geen goed alternatief.’

11. c3

Technisch gezien een nieuwtje, maar het type zet is natuurlijk wel bekend. 11. Lg5!? (JvF) Is een andere optie. In de partij had zwart namelijk de mogelijkheid tot …h6 om Lg5 te verhinderen. Aan de andere kant ziet het er wat vroeg uit om nu al 11.Lg5 te spelen, terwijl wit nog wat andere nuttige zetten kan spelen.

11…a6 11…h6!? (JvF) Hiermee verhindert zwart Lg5, waarna zwart altijd zijn pion op f7 zal behouden. Hierdoor blijft zwarts stelling erg solide. Er is echter een erg scherpe zet, waarmee wit wellicht gebruik kan maken van 11…h6. 12. g4!? Het is moeilijk om te geloven dat zoiets kan werken, maar aan de andere kant is het niet gemakkelijk een ander plan voor wit te verzinnen. Wit zal op de volgende zet g5 spelen, met erg scherp spel.

12. a4

JvF: ’12.Lg5 is een optie, maar zolang Karjakin geen h6 speelt dacht Svidler misschien dat er geen haast bij was. Lg5 is een erg belangrijke optie, omdat als wit de zwartveldige lopers weet te ruilen hij altijd iets beter staat. Zwarts pion op c5 is bijvoorbeeld altijd zwak. Als zwart dat tegengaat met …f6 worden zijn lichte velden wat verzwakt en de pion op e6 is wellicht een aanvalsdoel.’ 12. Lg5 JvF

12…b4

JvF: ‘Ik vind de combinatie van 11…a6 en 12…b4 wat vreemd. Je zou veronderstellen dat zwart 11…a6 speelt om geen …b4 te hoeven spelen, maar nu doet hij het juist toch. 12…h6 was nog steeds een goede mogelijkheid.’ 12…h6 JvF 13. g4 dit lijkt op de stelling van een zet geleden, hoewel deze versie waarschijnlijk iets beter is voor wit. Hij kan namelijk op een geschikt moment soms op b5 slaan, wat de coördinatie in het zwarte kan verstoren. 13…Dc7 14. g5 h5 15. g6 fxg6 16. Peg5 Pd8 is bijvoorbeeld een bijzonder ingewikkelde stelling die kan ontstaan. De computers geven 0.00, maar ik zou mij geen raad weten met beide kleuren.

13. Lg5

JvF ‘!’: ‘Wit gaat eindelijk voor 13.Lg5.’

13…f6

JvF: ‘Een andere optie was 13…h6, beide opties hebben hun nadelen.’

14. Ld2 e5

Wit heeft een tempo ingeleverd om zwart te provoceren tot … f6 en … e5. Met verwisselde kleuren is nu een soort variant uit het Konings-Indisch ontstaan. JvF: ‘De pion op e6 controleerde nog wat witte velden, maar het was waarschijnlijk niet mogelijk om hem daar te houden. Vroeg of laat zou wit namelijk d4 spelen, waarna het wel handig is om een pion op e5 te hebben’ 14…Dd7 JvF 15. c4 Pb6

15. Tc1

JvF: ‘Svidler besluit in het centrum te spelen. Hij bereidt de d4 doorstoot voor. Na de opening van het centrum zal de toren namelijk uitstekend staan op c1. Een andere optie was 15. Ph4, waarna het spel wat meer op de flank plaatsvindt.’

15. Ph4!? JvF 15…g6 [15…f5?! 16. Pg5 Lxg5 17. Lxg5 Dxg5 18. Lxd5+ Kh8 19. Lxc6 Lxc6 20. Txe5 en zwart heeft niet genoeg compensatie.] 16. Lh6 Tf7 en een moeilijke stelling ontstaat.

15…Tf7

Op het oog een mooie zet. Zwart beoogt om zijn loper van e7 terug te trekken naar f8 om later met … Tf7-d7 de potentiële zwakte op d3 aan te vallen. Als Karjakin had geweten wat hem hier boven het hoofd hangt, had hij wellicht een andere zet gespeeld.

Vermoedelijk is 15…Tb8 om de loper op b7 extra dekking te geven iets beter, of 15…Dd7 om snel een toren op d8 te kunnen plaatsen.

JvF stelt 15…Lc8 of 15…Tc8 16. Ph4 g6 17. Lh6 Tf7 voor als alternatieven.

16. d4!

Wit komt vrij onverwacht met een doorbraak in het centrum. Het kost hem een pion, maar zijn stukken krijgen vrij spel, terwijl die van zwart gaan ‘hangen’.

16…bxc3?!

Ik denk dat zwart beter de b-lijn dicht had kunnen houden, want het bezit hiervan blijkt later in de partij alleen ten goede van de witspeler uit te vallen.

Gek genoeg is er voor zwart na 16…cxd4 17. cxd4 exd4 [Op 17…Pxd4 18. Pxd4 exd4 volgt 19. Db3 en zwart moet gaan oppassen voor trucs over de diagonalen a2-g8 en h1-a8.] 18. Lh3 nog niet zoveel aan de hand omdat hij de lelijke dreiging Le6 kan pareren met 18…Lc8! Het paard op c6 hangt even, maar dat is geen probleem.

17. bxc3 cxd4 18. cxd4 Pxd4 19. Pxd4 exd4 20. Db3 Tb8

De toren lijkt hier aardig te staan, maar er zit ook een schaduwzijde aan.

Het logische 20…Dd7 heeft ook zo zijn bezwaren. Sterk lijken 21. La5 waarna zwart steeds meer problemen op te lossen heeft. [of 21. Ted1]

21. Tb1

De penning over de b-lijn dus! En daar komt zwart voorlopig even niet uit.

21…Dd7

Nu zijn Lb7 en Tb8 voorlopig tot elkaar veroordeeld… 21…Tf8?? om Tb8 extra dekking te geven gaat onmiddellijk fout na 22. Lf4!

22. Tec1!

Hier blijkt dat Svidler een bijzonder sterke speler is. Wit kon allerlei kansrijke voortzettingen kiezen maar hij neemt de tijd om zijn stukken nog beter te posteren. De dreiging Pc5 valt niet te pareren.

22…De6?

In deze problematische stelling is het niet abnormaal dat Karjakin de fout in gaat. Een wachtzet om eventueel … f6-f5 voor te bereiden is misschien nog speelbaar, hoewel zwart zijn problemen hier niet mee oplost. 22…h6

23. Pc5 Lxc5 24. Txc5

De druk op het punt d5 is nu zo groot geworden dat zwart dit niet meer kan houden. Aangezien het paard aan alle kanten gepend staat, is het duidelijk dat zwart materiaal moet inleveren.

24…Td8 25. La5 Td6

Ook na 25…Tdd7 speelt wit 26. Dc4! met de dreiging Txb7!

26. Dc4!

De dame maakt ruim baan voor de toren op b1. De dreiging Txb7 valt niet meer te voorkomen.

26…Pc3 27. Txb7 De1+ 28. Lf1

Zwart had hier net zo goed kunnen opgeven. Hij koos ervoor nog meer materiaal in te leveren.

28…Pe2+ 29. Dxe2 Na 29. Dxe2 Dxe2 heeft wit een tussenzet die aan alles een einde maakt: 30. Tc8+! Tf8 31. Txf8+ Kxf8 32. Lxe2 en zwart staat maar liefst twee lopers achter.

1-0

(De foto’s zijn gemaakt uit snapshots van de livestream uit het toernooi)

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

4 Comments

  1. Avatar
    MvanLeeuwen oktober 02, 2015

    Beide spelers hebben de voorgaande 6 ronden doorstaan. Svidler speelde drie tiebreaks, Karjakin maar liefst vier. Dit geeft wel aan hoe moeilijk het is om de finale te bereiken. Een beetje geluk is daarbij vereist, zeker in de tiebreaks (b.v. Karjakin-Eljanov).

    De vroege puntenmakers zoals So en Eljanov zijn inmiddels uitgeschakeld. Het is dus absoluut niet belangrijk om je eerste matches met 2-0 te winnen.

  2. Avatar
    wimw oktober 02, 2015

    Ja, voor de World Cup zelf maken die overwinningen met 2-0 niet zoveel uit, maar voor de rating m.b.t de klassieke partijen zijn ze wel belangrijk.

    Giri verloor meer dan 4 punten door zijn remise tegen de kampioen van Afrika en haalde dat in de volgende rondes niet meer in. Door zijn nederlaag tegen Svidler is hij zelfs ruim 9 punten kwijtgeraakt.

  3. Avatar
    MvanLeeuwen oktober 02, 2015

    Ik denk dat Giri naar de World Cup is gegaan om te winnen en niet voor zijn rating?! Met 16 remises en 7 gewonnen tiebreaks zou hij niet klagen denk ik.

    Inmiddels heeft Svidler ook de 2e partij gewonnen door blunders van Karjakin (Kh8 gemist).

  4. Avatar
    wimw oktober 02, 2015

    Ik denk ook dat Giri voor de finale en het winnen daarvan speelde. Mijn punt was dat de spelers met een hoge rating in de eerste ronden wel met 2-0 moeten winnen om geen ratingpunten kwijt te raken. Een salonremise is dan eigenlijk geen optie. Overigens is het natuurlijk wel heel jammer dat na een goed toernooi één mindere partij Giri de finale kostte.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.