Karjakin blundert, Svidler wint tweede partij

Peter Svidler is nog maar een half punt verwijderd van de eindzege in het Worldcuptoernooi. Een goede voorbereiding leek hem een half punt op te leveren in de tweede partij van de finale tegen Karjakin, maar zijn landgenoot wist hem toch voor lichte problemen te stellen. Dat kostte Svidler best wel tijd, maar de lichte tijdnood die hij daardoor kreeg bleek een zegen voor hem. Karjakin probeerde van de tijdnood te profiteren en speelde snel een zet zonder hierover goed na te denken. Het bleek een blunder en zo wist Svidler onverwacht een vol punt in zijn zwartpartij te scoren. Een 2-0 voorsprong met nog twee partijen te gaan: "De match is zeker nog niet voorbij, maar ik denk wel dat ik nu de favoriet ben", aldus de eloquente Rus.

Sergey Karjakin – Peter Svidler

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6

Svidler verdedigt zich met het Spaans. Geen grote verrassing, een paar dagen geleden won hij er mee van Giri. 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 0-0 8.c3 d6 9.h3 Pb8

Tegen Giri koos Svidler voor de Zaitsev-variant (9…Lb7), ditmaal wordt het de Breyer. In de Tsjigorin (9…Pa5) komt het zwarte paard vaak matig te staan, je zou de Breyer een verbeterde versie kunnen noemen (al komt zwart niet altijd tot c5).

10.d4 Pbd7 11.Pbd2 Lb7 12.Lc2 Te8 13.a4 Lf8 14.Ld3 c6

Allemaal bekend en vaak gespeeld op hoog niveau, o. a. in vier partijen tussen Anand en Carlsen.

15.Dc2 Tc8

De toren op dezelfde lijn als de vijandelijke dame zetten kan handig zijn, maar nu kan wit wel de a-lijn openen zonder torens te hoeven ruilen.

16.axb5 axb5 17.b4

Een ander plan is b3, Lb2 en c4, zoals eens gespeeld door Vallejo Pons.

17…c5

Een nieuwtje. Mijn computer is er in eerste instantie niet zo enthousiast over, en het is ook maar net dat zwart geen pion verliest, maar het was voorbereid (hoewel niet door Svidler zelf bedacht). 17…Dc7 18.Lb2 Ta8 was Karjakin-Carlsen, Norway Chess 2013, waarin zwart won na eerst slecht gestaan te hebben.

18.bxc5 exd4 19.c6!?

19.cxd4 dxc5 20.Db1 cxd4 geeft wit niet zo veel. Ook 19.Pxd4 b4 is goed te doen voor zwart.

19…dxc3

Een leuke siliconenvariant: 19…Lxc6 20.Pxd4 b4 21.La6 bxc3 22.Lxc8 cxd2 23.Lxd2 Lxe4 24.Lxd7 Lxc2 25.Lxe8 Pxe8 26.Pxc2 en de twee torens lijken me iets beter dan dame plus pion.

20.cxb7 cxd2 21.Dxd2 Tb8 22.Lxb5

Wit staat even een pion voor en heeft ook nog het loperpaar, terwijl zwart een zwakke pion heeft op d6 en niet al te actieve stukken (Lf8 b.v.). Wit kan de pion op b7 echter niet behouden en zelfs als hij pion d6 wint, is de remisemarge met vier tegen drie op één vleugel hoog. En zwart is met een half punt voorsprong in een korte match natuurlijk tevreden met remise.

22…Db6 23.Tb1 Dxb7 24.Ld3 Da8 25.Txb8 Txb8 26.Lb2

Wit heeft naast de betere pionnenstructuur ook iets actievere stukken. Maar wat is het aanvalsdoel? Pion d6 winnen lijkt voorlopig niet realistisch.

26…Da2 27.Te2 h6 28.Dc1 Db3 29.Lc4

Toch nog een mogelijk aanvalsdoel gevonden: pion f7.

29…Db7 30.Dd1 Te8 31.Lxf6 Pxf6 32.e5 dxe5 33.Pxe5

Lekker richten op f7 dus, maar de remisemarge is met de pionnenruil nog iets groter geworden.

33…Te7 34.Dd4 Pd7

Wit heeft nog wel lichte druk, maar zwart wil dat met stukkenruil neutraliseren. De zet die nu volgt had wit misschien niet gedaan als de stand nog gelijk was geweest, of alleen om remise te maken door eeuwig schaak.

35.Pxf7 Txf7

Wat wit doet is niet zo heel raar: toren en pion zijn in een middenspel meestal minder dan twee lichte stukken, maar als er veel stukken geruild zijn kan dat anders zijn. Maar dat er geen pionnen op de damevleugel zijn is niet gunstig voor wit, want de langeafstandsinvloed van de toren is nu niet zo nuttig meer.

36.Tb2

36.Lxf7+ Kxf7 37.Dc4+ Kg6 38.Dc2+ Kf7 39.Dc4+ is remise (maar niet meer).

36…Dc6 37.Tb5??

Voorkomt dat zwart Lc5 of Pe5 speelt of zo, ik weet het niet. Het is een rare zet, los van dat ie slecht is (en a tempo gespeeld ook nog eens, terwijl Karjakin nog een kwartier had). Als zwart hier past heeft wit niets. En er is nog iets beters dan passen:

37…Kh8

Want nu heeft zwart na 38.Lxf7 Dxb5. Het hardnekkigst was nu 38.Dd5 om dameruil af te dwingen en dan is het nog niet zo makkelijk om te winnen met zwart, hij moet bijvoorbeeld oppassen niet loper en verkeerde randpion over te houden. Maar Karjakin kon hier waarschijnlijk niet meer helder nadenken en geeft ook nog een kwaliteit weg:

38.Td5 Pb6 0-1

5 Comments

  1. Avatar
    Aard oktober 03, 2015

    Ik heb de afgelopen dagen mijn hersenen gepijnigd over de vraag of er een nog slechtere toernooiformule dan de FIDE World Cup bestaat. Tot nog toe zonder succes.

    1. Het toernooi duurt veel te lang, het niveau van de partijen is dienovereenkomstig dramatisch laag.

    2. De speelzaal wordt steeds leger en sfeerlozer.

    3. 5-minuten partijtjes, Argameddon en hoe dat verder ook allemaal moge heten: prima, maar organiseer daar aparte toernooien voor. Haal schaken met klassiek tempo en vluggeren nou eens een keer niet door elkaar.

    Mocht er iemand een nog slechtere toernooiformule kennen, dan hoor ik dat graag.

  2. Avatar
    MvanLeeuwen oktober 03, 2015

    Bij zet 22: zwart staat geen half maar een heel punt voor.

  3. Avatar
    Lucas oktober 03, 2015

    @Aard, nog slechter was de WK van onder meer 1984 tussen Karpov en Kasparov, waarbij remises niet meetelden. Nu zeg je misschien: dat was geen toernooi maar een match. In dat geval zeg ik op mijn beurt: dit is óók geen toernooi maar een afvalrace. Volgens mij vond iedereen in Nederland het juist wel aardig, zolang Giri nog meedeed. Nu echter spelen nog slechts twee Russen, waarbij Svidler snel leek te winnen, maar Karjakin de stand toch weer tot een 2-1 achterstand heeft weten terug te brengen.

    Dat snelschaken vind ik zelf ook maar matig interessant, maar als geheel vind ik de World Cup toch zeker wel de moeite van het volgen waard. Het is vooral een strijd van uithoudingsvermogen en stalen zenuwen. In dat opzicht heeft Giri zijn meerdere moeten erkennen in Svidler, ondanks zijn kleine overwicht aan Elo. Die Elo is vooral een maat voor hoe goed je bent in het winnen van mindere goden en niet erg bruikbaar om de onderlinge krachtsverhoudingen op topniveau te vergelijken.

    Maar de mooiste toernooiformule vind ik de dubbelrondige competitie van een 10-, 12-, 14- of 16-kamp, waarbij elke speler dus elke andere speler twee keer treft met verwisselde kleuren. Dergelijke toernooi zijn helaas zeldzaam.

  4. Avatar
    Aard oktober 03, 2015

    @Lucas: ja, dat waren nog eens tijden met heuse time-outs die de heren K en K aan konden vragen! Dat is gelukkig afgeschaft, maar het principe dat remises niet meetellen, vind ik op zich wel interessant.

    Volgens mij kwam er later een soort "mengvorm": winnaar was degene die het eerst 12,5 punt haalde OF 6 partijen won.

  5. Avatar
    wimw oktober 04, 2015

    Van 1950 tot en met 1972 werd er in WK-matches om 24 partijen gespeeld en bleef de titelhouder bij gelijke eindstand 12-12 wereldkampioen. Voor de WK-match van 1975 tegen Karpov stelde wereldkampioen Fischer opeens andere voorwaarden, waarbij om 10 winstpartijen gespeeld zou worden zonder dat remises meetelden en hij bij 9-9 zijn titel zou behouden. Fischer kreeg zijn zin niet en verdedigde daarom ook zijn wereldtitel niet.

    Maar de WK matches van 1978 en 1981 tussen Karpov en Korchnoi werden wel om 6 winstpartijen gespeeld zonder een limiet aan het aantal partijen te stellen. In de WK match van 1984 was dat eveneens het geval. Kasparov stond met 5-1 achter, maar wist het einde uit te stellen door Karpov verder tot de 46e partij op remise te houden. Daarna won Kasparov twee partijen achter elkaar en kwam dus tot 5-3 terug. De WK-match werd toen op aandringen van het Karpov-kamp afgebroken en een jaar later nogmaals gespeeld, maar nu weer om 24 partijen. Deze keer won Kasparov en werd wereldkampioen.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.