Schaakrubrieken weekend 21 november 2015

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Carlsen kwakkelt

De jonge talenten deden het in de Euwe-matches in Amsterdam waarover ik vorige week schreef niet slecht. Ze verloren met 6-10 van de grootmeesters, veel beter dan hun rating zou doen verwachten, maar zo is dat altijd met jonge talenten, hun ratings lopen achter hun groeiende speelsterkte aan. De 13-jarige Casper Schoppen deed het het best met een gelijkspel van 2-2 tegen grootmeester Roeland Pruijssers. Met wat geluk, dat moet wel gezegd. Op de laatste dag sloeg Pruijssers met zijn vuist tegen de muur in woede over wat hij zichzelf had aangedaan. In een praatje aan het begin zei ik dat de jongelui van nu sterker schaken dan Euwe op hun leeftijd, maar was dat wel waar? Ze weten veel meer van moderne openingen en daardoor ook van moderne middenspelstrategieën, maar als ze zomaar een stelling zouden zien met moeilijke tactische wendingen, hebben ze dan een scherper oog dan de jonge Euwe?

Tussen 1985 en 1993 speelde Viktor Kortsjnoi via een medium dat met de doden kon communiceren een correspondentiepartij tegen de geest van de Hongaar Géza Maróczy (1870-1951). Om te zien hoe sterk de jeugd echt is, zou ik graag een partij zien tussen Casper Schoppen en de geest van de 13-jarige Max Euwe, maar dan niet in gewoon schaak, maar in Fischer Random, om de voorsprong in kennis van de jeugd op te heffen. De 15-jarige Anna-Maja Kazarian zou ook aan die Euwe-matches meedoen, maar werd tot een hogere plicht geroepen. Ze zit in het Nederlandse vrouwenteam in het Europese landenkampioenschap dat op het ogenblik in Reykjavik wordt gehouden en ze scoorde daar tot nu toe 4 uit 5. Wereldkampioen Magnus Carlsen begint zijn wedstrijden vaak slechter dan hij eindigt, zo ook in Reykjavik, waar hij als topman van Noorwegen eerst twee ronden uitviel en toen begon met een half punt uit drie partijen. Pas donderdag in de zesde ronde won hij een partij tegen de Hongaar Peter Leko.

Magnus Carlsen – Levon Aronian, EK landen, Reykjavik 2015

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. d3 Lc5 5. 0-0 Pd4 6. Pxd4 Lxd4 7. c3 Lb6 8. Pa3 c6 9. La4 d6 10. Lb3 a5 11. Pc4 La7 Eerder dit jaar werd in Karjakin-Caruana het solide 11…Lc7 gespeeld. Aronian heeft een pionoffer op het oog. 12. a4 0-0 13. Lg5 h6 14. Lxf6 Wit gaat op het lokaas af. 14…Dxf6 15. Pxa5 d5 Zwart verhindert dat het paard naar c4 terugkeert en kan dat doen omdat hij na 16. exd5 cxd5 17. Lxd5 Dd8 18. Lxb7 Lxb7 19. Pxb7 Dc7 een stuk zou winnen. 16. Lc2 dxe4 17. dxe4 Td8 Zwarts actieve stukkenspel weegt zwaarder dan wits pluspion. 18. De1 Dg5 19. Kh1 Td2 20. Ld1 Le6 21. b4 Tad8 22. Pxb7 Carlsen is te gulzig, maar hij had het al moeilijk. Een mooie variant is 22. Lb3 (22. Le2 is beter) Lh3 23. gxh3 Df4 24. Pc4 T8d3, waarna wit zijn dame moet geven. 22…Lc4 23. Pxd8 Lxf1 24. Dxf1 Txf2 25. Dg1 Ta2

Misschien had wit vertrouwd op 26. Lb3 Lxg1 27. Lxf7+ Kf8 28. Lxa2 Dxd8 29. Txg1 met goede remisekansen. Maar zwart heeft beter: 26…Dxg2+ 27. Dxg2 Txa1+ 28. Df1 Txf1+ 29. Kg2 Tg1+ 30. Kf3 Tc1 en zwart wint het eindspel. 26. Txa2 Lxg1 27. Kxg1 Dc1 Wits ongecoördineerde stukken zijn geen partij voor zwarts dame. 28. Kf2 Dxd1 29. Pxc6 Db3 30. Td2 Dxc3 31. Td6 Db2+ 32. Ke3 Da3+ 33. Kf2 Dxa4 34. Pxe5 Dc2+ 35. Kf3 f5 36. Td3 fxe4+ 37. Kxe4 Dxg2+ 38. Pf3 Dg4+ 39. Ke3 g5 40. Kf2 Df5 41. Td8+ Kg7 42. Kg2 g4 43. Pd2 De6 44. Pf1 Dc6+ Wit gaf op.

Gert Ligterink

Het botert niet tussen Carlsen en Olympiade

Er zijn schakers die erin slagen in teamwedstrijden boven zichzelf uit te stijgen. Zo’n veertig jaar geleden was Frans Kuijpers een speler die in gewone toernooien zelden opviel door uitzonderlijke prestaties, maar wel altijd excelleerde in het Nederlandse olympiadeteam. De opvallendste puntenleverancier van de laatste jaren is Gabriël Sargissian, een speler die we in de elitetoernooien nooit zien. Toch heeft Armenië de drie recente eindzeges op de Olympiade voor een belangrijk deel te danken aan zijn formidabele resultaten. Het omgekeerde komt ook voor. Je zou verwachten dat Magnus Carlsen de teamresultaten van Noorwegen een flinke impuls zou geven, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. In 2010 kwam Carlsen op de Olympiade in Chanty Mansisk niet verder dan een bijdrage van 4,5 uit 8 en vorig jaar stelde hij tijdens de Olympiade in Tromsoe het thuispubliek teleur met een score van 6 uit 9 tegen niet bijster indrukwekkende oppositie. Het kan nog aanzienlijk slechter. Halverwege het Europees landenkampioenschap in Reykjavik heeft Carlsen een half punt uit drie partijen. Hij maakte met zwart remise tegen de Deen Hansen en hij verloor met wit van de Armeniër Aronian en de Zwitser Pelletier. Vooral die laatste nederlaag was schokkend. Nadat Carlsen in een gelijke stand lang had geprobeerd iets uit niets te halen, ontsnapte hem een gruwelijke blunder. Dat kostte hem een stuk. De Noorse journalisten verkeren in shock en wijden paginagrote artikelen aan het ondermaatse resultaat van de wereldkampioen, die volgens hen in een diep dal is terechtgekomen. Zijn enorme voorsprong op de internationale ratinglijst is geslonken tot 29 punten en hij verloor dit jaar al tien klassieke partijen. Dat was hem sinds 2008 niet meer overkomen.

Carlsen – Aronian Reykjavik 2015

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. d3 Lc5 5. 0-0 Pd4 6. Pxd4 Lxd4 7. c3 Lb6 8. Pa3 c6 9. La4 d6 10. Lb3 a5 11. Pc4 La7 12. a4 0-0 13. Lg5 h6 14. Lxf6 Wint een pion, maar laat het initiatief aan zwart. 14 … Dxf6 15. Pxa5 d5! Met als rechtvaardiging 16. exd5 cxd5 17. Lxd5 Dd8! met stukwinst. 16. Lc2 dxe4 17. dxe4 Td8 18. De1 Hierna wordt de verdediging te moeilijk. Volgens Aronian kan wit de schade beperken met 18. Df3 Dxf3 19. gxf3 Td2 20. Tac1 Lh3 21. Pc4 Tad8 22. Tcd1 Lxf2+ 23. Kh1 Lxf1 24. Txd2 Txd2 25. Pxd2.

18 … Dg5 19. Kh1 Td2 20. Ld1 Le6 21. b4 Tad8

22. Pxb7? Hierna komt wit er niet meer aan te pas. Als antwoord op 22. Lb3 had Aronian de prachtzet 22 … Lh3! voorbereid met als pointe 23, gxh3 Df4 24. Pc4 T8d3! 25. Pxd2 Txh3 26. Pf3 Dxf3+ 27. Kg1 Df4 en mat. Sterker dan de tekstzet is 22. Le2, waarna wit zich kan verdedigen.

22 … Lc4! 23. Pxd8 Lxf1 24. Dxf1 Txf2 25. Dg1 Ta2

26. Txa2 Nu wint zwart geruisloos. Volgens Aronian zag Carlsen pas nu dat het geplande 26. Lb3 schitterend wordt weerlegd door 26 … Dxg2+! 27. Dxg2 Txa1+ 28. Df1 Txf1+ 29. Kg2 Tg1+ 30. Kf3 Tc1 met een glad gewonnen eindspel voor zwart. 26 … Lxg1 27. Kxg1 Dc1 28. Kf2 Dxd1 29. Pxc6 Db3 30. Td2 Dxc3 31. Td6 Db2+ 32. Ke3 Da3+ 33. Kf2 Dxa4 34. Pxe5 Dc2+ 35. Kf3 f5 36. Td3 fxe4+ 37. Kxe4 Dxg2+ 38. Pf3 Dg4+ 39. Ke3 g5 40. Kf2 Df5 41. Td8+ Kg7 42. Kg2 g4 43. Pd2 De6 44. Pf1 Dc6+ Wit geeft op.

Hans Böhm

De Euwe-matches

Ter viering van het heuglijke feit dat Max Euwe precies 80 jaar geleden wereldkampioen werd, organiseerde het Max Euwe Centrum (MEC) vier krachtmetingen tussen ons jonge talent en vier grootmeesters die hun sporen verdiend hebben. De plaats van handeling was het Joke Smit-college in Amsterdam waar Euwe 25 jaar lang wiskundeles gaf. Het was toentertijd een meisjeslyceum en Euwe was geliefd: zo zien we hem op enkele zwart/wit foto’s verkleed als Sinterklaas en voor de klas en op de trappen van het bordes toegejuicht de dag nadat hij wereldkampioen geworden was en weer gewoon naar school ging. “Jullie spelen op gewijde grond”, zei Hans Ree in een openingstoespraakje in wat nu de grote kantine is maar toen de toneelzaal waar Alexander Aljechin de negende partij won en een voorsprong nam van 6-3 maar uiteindelijk won Euwe toch met 15,5-14,5. “Ook al zijn jullie nu vermoedelijk sterker dan Euwe was op zijn vijftiende, vergeet niet dat Euwe Nederland heeft leren schaken en onthoud zijn levensfilosofie: het maakt niet uit wat je doet maar doe het serieus en met volle overgave”.

De leerzame krachtmetingen gingen tussen

Dimitri Reinderman (43 jaar, Elo 2590) – Lucas van Foreest (14),

Erik van den Doel (36, Elo 2580) – Robby Kevlishvili (14),

Roeland Pruijssers (26, Elo 2500) – Casper Schoppen (13) en

Robin Swinkels (26 jaar, Elo 2490) – Hing-Ting Lai (18).

De vier korte tweekampen besloegen vier partijen en op papier zou de uitslag 12,5-3,5 moeten worden. Omdat de jeugd doorgaans sterker is dan de Elo-rating aangeeft was de verwachting hoger gespannen. En terecht: het werd slechts 10-6 voor de ervaren spelers. We laten ter aanmoediging enkele fraaie staaltjes zien van onze talenten.

H. Lai – R. Swinkels, na 19.Pxc4

Zowel de pionnenstructuur als de stukkenopstelling is beter voor wit. Zwart moet in troebel water gaan vissen (19…a4?!) maar hij probeerde het met normale zetten en werd toen snel uitgetikt:

19…b6? 20.dxc5 Pxc5 21.Lxg7 Kxg7 22.Pxb6!

Precies, wit maakt zo optimaal gebruik van de batterij op de c-lijn.

22…Dxb6 23.Txc5 Db7 24.Dc2! Td5 25.h3 Txc5 26.Dxc5 Dxb3 27.De5+ f6 28.Dxe7+ Df7 29.Dc5

Herstel van de penning waaruit niet te ontsnappen valt. 29…a4 30.Pd4 Kh6 31.Pb5 De jeugd wil direct duidelijkheid en daar is niets mis mee. Een rustiger aanpak is het opspelen van de koningsvleugelpionnen zodat Kh6 vanzelf in een matnet komt. 31…Pxb5 32.Dxc8 Pxa3 33.Dc5 Db3 34.Df8+ Kh5 35.g4+ Kg5 36.Tc5+ f5 37.Txf5+ een mooie slotzet, zwart gaf op.

R. Pruijssers – C. Schoppen, na 46. Td-e1

Na een boeiend voorspel met wisselende kansen en een tijdnoodfase met gemiste kansen, heeft zwart uiteindelijk een winnende stelling bereikt. Hij had direct kunnen winnen met 46…Lxc3 47.Dc7+ Ld7! 48.Dxd7+ Lg7 en wit kan opgeven. Na alle doorstane emotie kiest hij voor een langzamere maar net zo zekere winstvoering. 46…Dxc3 47.Dxc3 Lxc3 48.Te2 h5 49.Lxe4 Lxe4 50.Txe4 g5 51.Tc4 Lb4+ 52.Kb2 h4en na nog enkele zetten gaf wit op, de toren kan niet op tegen twee verbonden vrijpionnen.

R. Kevlishvili – E. van den Doel, na 22.Kg1-h2

Een bizarre stelling: zwart lijkt voldoende compensatie te krijgen na 22…Df6 en 23…Tad8 met algehele stellingsdruk, echter

22…De7 23.Lb1 Tad8 24.Dc2 g6 25.Pe4 Ph4 26.gxh4 De5+ 27.Pg3 Dd5 28.f3 De5 29.Df2 Td4 30.Le4 Lxe4 31.fxe4 De6 32.Le3

zwart gaf op.

Casper (2 punten), Hing-Ting en Robby (1,5) en Lucas (1) hebben laten zien dat Nederland een sterk schaakland blijft.

Bab Wilders

Zoals beloofd opnieuw een boek van New In Chess, maar nu over het onderdeel van het schaken waarin menigeen die braaf de openingstheorie heeft gevolgd de mist in gaat: het middenspel. De miljoenen vertakkingen die zich daarin voordoen kan alleen een computer behappen en daarom zullen er keuzes gemaakt moeten worden aan de hand van kennis, inzicht, ervaring en wat onze oosterburen zo mooi Fingerspitzengefühl noemen. En dat alles is te leren, bijvoorbeeld aan de hand van het boek van een van de succesvolste trainers van de USSR resp. Rusland: Alexander Panchenko, een regelrechte klassieker: Mastering Chess Middlegames, lessen uit de Russische grootmeesterschool (978-90-5691-609-1, € 22,90). Bij iedere les over de overbekende thema’s vindt men een aantal opgaven met aan het slot van het boek uitvoerig toegelichte oplossingen. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling het boek als rabbijn van achteren naar voren te lezen. In ieder hoofdstuk wordt duidelijk uitgelegd wat de fundamentele problemen zijn bij de strijd tussen loper en paard, of tussen lopers van ongelijke kleur. Persoonlijk vond ik het hoofdstuk over de prophylaxis (het voorkomen van een dreiging die er nog niet is) zeer interessant.

Ook een goed boek voor een ieder die schaaklessen op niveau geeft. ‘This was the worst game of my life’, moet Anand gezegd hebben over zijn partij in Bilbao tegen Giri en er is geen aanleiding om het aan te vechten, het was inderdaad beneden peil. Ook Giri voldeed niet altijd aan de wensen van Houdini, maar was wel vanaf openingszet 12 van Anand aan de winnende hand.

Giri–Anand

1. c4 e5 2. Pc3 Pf6 3. g3 Lb4 4. Lg2 0-0 5. e4 Lxc3 6. bxc3 c6 7. Pf3 Pxe4 8. 0-0 d6 9. Pxe5 dxe5 10. Lxe4 Le6 11. La3 Te8 zwart heeft miniem voordeel 12. Db1 Dxd2? maar nu is er ineens redelijk groot voordeel voor wit. Zwart had b6 of Dd7 moeten spelen. 13. Dxb7 dat vindt ook een onderbonder Pd7 14. Lxc6 Teb8 15. Da6 Tb6 16. Da4 Tc8 hier geeft de computer aan dat wit gewonnen staat en zo geschiedt. 17. Tad1 als zwart de dame van de d-lijn haalt wint wit een stuk dus 17..Dxd1 18. Txd1 Txc6 19. Dxa7 Tbc7 20. De3 Txc4 21. Lb4 h6 22. a4 Pf6 maakt het voordeel voor wit weer groter. 23. Dxe5 Te4 24. Da5 Kh7 een zinloze zet 25. f3 Te2 26. Db5 Ta2 27. g4 Te8 28. Lc5 Kg8 29. Te1 Ta8 30. Ld4 T2xa4 Giri maakt af en toe de indruk dat hij denkt dat hij alles wel wint. 31. h4 Ta2 (beter Lc4) 32. Db1 Waarom niet Lxf6? maar zwarts 32..Ld5 is ook niet best 33. Df5 Le6 34. Df4 eenvoudiger was Txe6 34.. Pd7 35. Tf1 Pf8 36. Tf2 T2a5 37. Dg3 Lc4 en na nog een blik op de stelling gaf Anand op. Mede door deze overwinning eindigde Giri samen met Wesley So bovenaan, maar er moet natuurlijk een winnaar zijn en zo ging van start wat tegenwoordig Armageddon wordt genoemd oftewel blitzpartijtjes, het gooi-en-smijtwerk waarin So meester is dus Giri hield het na 1 partijtje (remise) voor gezien. So ergo winnaar van de Masters.

Het probleem is 2556, van Goumondy.

Probleem 2554:1.La4!

Johan Hut

Talenten doen van zich spreken

Behalve met Anish Giri gaat het met de Nederlandse topschakers niet zo goed in de richting van de wereldtop. Loek van Wely en Sergei Tiviakov hebben de afgelopen jaren veel ratingpunten verloren en Ivan Sokolov heeft nauwelijks gespeeld. Deze vier vormen momenteel samen met Erwin l’Ami het Nederlandse team bij het Europees kampioenschap. Een interessant evenement werd vorige week in Amsterdam georganiseerd door het Max Euwe Centrum. Wie zijn de opvolgers van onze toppers? Er werden vier matches van elk vier partijen gespeeld tussen ervaren grootmeesters en zeer jonge talenten.

Hing-Ting Lai, achttien jaar, is de bekendste onder de talenten. Hij is jeugdkampioen van Nederland. Zijn match tegen Robin Swinkels verloor hij met 1,5-2,5, wat een respectabel resultaat is. Dezelfde score behaalde Robby Kevlishvili, veertien jaar, tegen Erik van den Doel. Kevlishvili won in 2014 een match tegen Friso Nijboer met 3-1 en werd door het Max Euwe Centrum uitgeroepen tot talent van het jaar 2014. Lucas van Foreest, veertien jaar, is een jongere broer van Jorden, de jongste grootmeester van Nederland. In Groningen zeggen ze dat Lucas een groter talent is, maar dat is bluf. Tegen Dimitri Reinderman verloor hij met 1-3. Dat hij ver zal komen, is wel heel waarschijnlijk.

Grootste verrassing was de dertienjarige Casper Schoppen uit Utrecht, die met 2-2 gelijkspeelde tegen Roeland Pruijssers. Schoppen is de minst bekende van de vier talenten in dit evenement. Hij speelt al aan het tweede bord van Paul Keres in de eerste klasse van de KNSB-competitie, waar hij begon met twee overwinningen. Deze matches van het Max Euwe Centrum gaven een beetje zicht op wat we wellicht in de toekomst kunnen verwachten. Casper Schoppen, die naam leest u hier voor het eerst. Dertien jaar. Onthoud hem maar.

Lai-Swinkels

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pbd2 Lf5 5.Ph4 Le6 6.e3 g6 7.Ld3 Lg7 8.Phf3 0-0 9.b3 a5 10.0-0 Pa6 11.Lb2 Db8 12.a3 Td8 13.Tc1 Da7 14.De2 Tac8 15.Tc2 c5

Er dreigde nog geen gevaar, maar in een match als deze is het wel logisch dat het de grootmeester is die het initiatief neemt, ook al heeft hij zwart.

16.cxd5 Pxd5 17.Lc4 Pdc7 18.Tfc1 Lxc4

Hier gaat het mis, maar het is niet duidelijk wat zwart dan moet doen. Misschien meteen b6.

19.Pxc4 b6

20.dxc5 Pxc5 21.Lxg7 Kxg7 22.Pxb6

Een eenvoudige pionwinst, maar wat volgt is nog erger voor zwart.

22…Dxb6 23.Txc5 Db7 24.Dc2

Wit heeft over de c-lijn een dodelijke penning in stelling gebracht. De komende zetten worstelt zwart op zoek naar een oplossing.

24…Td5

Dat kan nog. Vanwege het mat op de onderste rij mag wit geen drie keer op c7 slaan.

25.h3 Txc5 26.Dxc5 Dxb3 27.De5+ f6 28.Dxe7+ Df7 29.Dc5 a4 30.Pd4

Met de duidelijke bedoeling Pb5. Zwart grijpt zijn enige kans: kwaliteitsverlies met als compensatie een vrije a-pion.

30…Kh6 31.Pb5 Pxb5 32.Dxc8 Pxa3 33.Dc5 Db3

34.Df8+ Kh5

Dit is natuurlijk een hopeloze expeditie. Wit weet nu dat hij mat gaat zetten en hoeft alleen nog maar de precieze weg te zoeken.

35.g4+ Kg5 36.Tc5+ f5 37.Txf5+

Zwart geeft het op.

Rini Kuijf

Voor beginners A6869

Welke zet moet zwart doen?

Voor gevorderden B6869

Zwart aan zet kan schitterend winnen, hoe?

Henk Prins

Tweezet 878 werd als zeer moeilijk en ingewikkeld ervaren door de oplossers. Een uitleg over dit probleem is daarom de moeite waard. Voor het vinden van de oplossing van een probleem is het belangrijk eerst te onderzoeken wat de tegenstander voor zetmogelijkheden heeft in de diagramstand, dus zonder een zet van wit nog gespeeld te hebben. Zwart kan op twee manieren op e5 slaan, en na die zetten is er al een antwoord van wit gereed. Op 1. …Dxe5 komt 2. Db1 mat, en tevens is daarmee veld f5 gedekt. Op 1. …Pxe5 is 2. Pc3 mat. Omdat op 1. …axb4 en 1. …cxb4 matzetten van wit klaarliggen, te weten 2. Da8 respectievelijk 2. Dd4, ligt het niet voor de hand dat het paard van b4 de sleutelzet zal uitvoeren. Dit is door de auteur ingebouwd om de oplosser op het verkeerde spoor te zetten. Veel oplossers gaven als sleutelzet 1. exf4?, maar die was een valstrik. Door het themaveld e5 extra dekking te geven komen de matzetten 2. Db1 en 2. Pc3, die mogelijk waren na het zwarte slaan op e5, als dreigingen om de hoek kijken. Na de schijnsleutelzet 1. exf4? kan alleen 2, Db1 als matdreiging, 2. Pc3 is geen mat omdat veld d4 is vrijgekomen. Zwart kan de dreiging tegenhouden door 1. …Pxe5 te spelen.

Mooi is dat er nu een andere matzet komt, namelijk 2. Dxe5, en die matzet is mogelijk geworden omdat de zwarte dame door de penning met de loper h7 niet kan slaan. Zwart kan ook met 1. …dxe1P de dreiging pareren, interessant is nu dat nu de bekende matzet 2. Pc3 terugkeert. Zwart weerlegt de verleiding met 1. …Dxf4! De sleutelzet is dan toch met het paard van b4: 1. Pc6! Evenals in de verleiding dekt wit veld e5 extra. Nu is de dreiging 2. Pc3 mat en niet 2. Db1, omdat wit met zijn sleutelzet veld d5 als vluchtveld voor de zwarte koning heeft gegeven. Zwart kan de dreiging tegenhouden door 1. …Dxe5 te spelen. Wit zet dan mat met 2. Dxe5, nu staat het paard van g6 gepend. Dame f5 en paard g6 staan namelijk in zogenaamde halfpenning met elkaar. Gaat er één uit de diagonaal dan staat de ander gepend. Zwart kan ook pareren met 1. …dxe1D. Na deze zet komt de bekende matzet 2. Db1 weer terug.

Een modern probleem met mat- en paradeveranderingen, de halfpin, wisselende promotiezetten en interessante thematiek met dreigingen en matzetten. Een negatief punt is wel de zeer drukke en lelijke stelling en een loper op e1 die de enige functie heeft om geslagen te worden.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.