Schaakrubrieken weekend 19 december 2015

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Grisjtsjoeks monster

Het was een mooi jaar voor Anish Giri. Hij trouwde met Sopiko Guramishvili, hij plaatste zich voor het kandidatentoernooi en hij staat derde op de wereldranglijst. Het was nog mooier geweest als hij eind vorige week het London Classic-toernooi had gewonnen, en daarmee ook het algemeen klassement van de serie van de drie toernooien van de Grand Chess Tour in Stavanger, St. Louis en Londen. Helaas, er trad een nog niet zo oude maar al vaak bevestigde schaakwet in werking die zegt: aan het eind is er een tiebreak en die is gunstig voor Magnus Carlsen. Carlsen kwam zondag in de laatste ronde gelijk met Giri en de Fransman Maxime Vachier-Lagrave door Alexander Grisjtsjoek te verslaan in een turbulente partij. Grisjtsjoek komt altijd in tijdnood; hij beschouwt het als een ziekte waartegen geen medicijn bestaat. Tegen Carlsen miste de tijdnoodzieke Grisjtsjoek eerst groot voordeel, een zet later een eeuwig schaak en nog een zet later maakte hij de beslissende fout. Giri, Vachier-Lagrave en Carlsen eindigden bovenaan en een vreemd tiebreak systeem – te vreselijk om zich in te verdiepen, om met de dichter Hendrik de Vries te spreken – bepaalde dat de eerste twee tegen elkaar moesten en dat de winnaar dan tegen Carlsen de finale zou spelen. Na twee uur strijd won Vachier Lagrave van Giri en daarna mocht hij het tegen de uitgeruste Carlsen opnemen. Toen het er naar uitzag dat Carlsen die finale ging winnen en daarmee ook de hele Grand Chess Tour, zei Grisjtsjoek: „Hij gaat alles winnen. Ik heb een monster geschapen.” „Ja, je bent Dr. Frankens te i n”, zei Levon Aronian. Carlsen won de finale en daarmee het toernooi in Londen en ook de Grand Tour. Giri werd tweede in dat algemeen klassement, hoewel hij in Stavanger twee punten meer had gescoord dan Carlsen en in St. Louis en Londen evenveel punten als hij. De wet van de tiebreak was niet gunstig voor Giri, maar ach, velen zouden zijn lasten graag dragen.

Magnus Carlsen-Alexander Grisjtsjoek, London Classic.

1. Pf3 c5 2. e4 d6 3. Lb5+ Pd7 4. 0-0 a6 5. Ld3 Pgf6 6. Te1 b5 7. c4 g5 Hiermee won Topalov in St. Louis van Carlsen. 8. Pxg5 Pe5 9. Le2 bxc4 10. Pc3 Toen deed Carlsen 10. Pa3 10…Tb8 11. Tf1 Hij wil 11…Tg8 kunnen beantwoorden met 12. f4 Pd3 13. Da4+ Ld7 14. Dxc4 met winst. 11…h6 12. Pf3 Pd3 13. Pe1 Pxb2 14. Lxb2 Txb2 15. Lxc4 Wit staat beter. 15…Tb4 16. De2 Lg7 17. Pc2 Tb6 18. Tab1 0-0 19. Txb6 Dxb6 20. Pe3 e6 21. f4 Kh8 22. f5 a5 23. a4 Dd8 24. h3 Dit verzwakt de zwarte velden op zijn koningsvleugel. 24…De7 25. La6 Riskant. Hij verwijdert zijn dame ver van de koningsvleugel. 25…Lxa6 26. Dxa6 Ph5 Zo krijgt zwart tegenspel waar hij twee zetten geleden nog niet aan kon denken. 27. Tf3 Tg8 28. Pb5 Nog een stuk weg uit de verdediging. 28…Le5 29. Pg4 Dh4 30. fxe6 En dit had een verliezende zet kunnen zijn. 30… fxe6 Met 30…Txg4 31. hxg4 Dh2+ 32. Kf2 Pf4 33. Tg3 Pxe6 had zwart groot voordeel bereikt. 31. Pxe5 Zie diagram

31…dxe5 Zwart had remise met 31…De1+ 32. Tf1 (na 32. Kh2 Pf4 wint zwart) Txg2+ 33. Kxg2 Dg3+ en eeuwig schaak. 32. Dxe6 De1+ Maar nu leidt dezelfde zet tot verlies. Na 32…Dg5 zou het nog ongeveer gelijk staan. 33. Kh2 Txg2+ 34. Kxg2 Dxd2+ Een betere kans was 34…De2+ 35. Kg1 Dxf3, waarna wit af moet wikkelen naar een voor hem zeer gunstig paard-eindspel. 35. Kg1 De1+ 36. Tf1 De3+ 37. Tf2 De1+ 38. Kg2 Zwart gaf op. Na 38…Dxe4+ 39. Kh2 heeft hij niets meer.

De concurrentie mort, Carlsen int alle prijzen

Meestal zijn winnaars populair, ook als het fortuin nadrukkelijk op hun hand is geweest. Nadat Magnus Carlsen de London Chess Classic én het eindklassement van de Grand Chess Tour had gewonnen, morde de schaakgemeenschap. In de drie toernooien van de tour had de wereldkampioen nauwelijks indruk gemaakt en vooral dankzij een ondeugdelijk reglementsartikel ging hij er met alle prijzen vandoor. Na een slecht begin van de tour in Stavanger (3,5 uit 9) en een voor zijn doen bescheiden resultaat in St. Louis (5 uit 9) leek Carlsen ook in Londen veroordeeld tot een ondergeschikte rol. Na zeven remises en één winstpartij stond hij voor het begin van de laatste ronde een half punt achter op Anish Giri en de Fransman Maxime Vachier Lagrave. Nadat die laatste twee met remises hun koppositie hadden geconsolideerd, dwong Carlsen op de valreep een play-off af. Met dank aan tegenstander Alexander Grisjoek, die een winstkans niet benutte. Je zou verwachten dat de winnaars in een driekamp om de eindzege zouden spelen, maar het reglement besliste anders. Omdat Carlsen kon wijzen op winstpartijen tegen twee iets hoger geklasseerde tegenstanders dan die van zijn twee concurrenten kreeg hij een riante voorkeursbehandeling. Giri en Vachier moesten onderling uitmaken wie tegen hem om de eindzege zou spelen. Vachier versloeg Giri in een fel betwiste rapid-match met 2-1, waarna hij vrij kansloos de finale van de uitgeruste Carlsen verloor. En zo won Carlsen ondanks een bepaald niet indrukwekkende totaalscore in de Grand Chess Tour van 14 uit 27 alles: het toernooi in Londen, het eindklassement van de tour en een financiële beloning van 150 duizend dollar. ‘Ik heb een monster geschapen’, zei Grisjoek in de commentaarzaal, toen het tot hem doordrong wat hij had aangericht door Carlsen te laten ontsnappen.

Carlsen – Grisjoek Londen 2015 1. Pf3 c5 2. e4 d6 3. Lb5+ Pd7 4. 0- 0 a6 5. Ld3 Pgf6 6. Te1 b5 7. c4 g5 8. Pxg5 Pe5 9. Le2 bxc4 10. Pc3 Tb8 11. Tf1 Maakt de weg vrij voor de manoeuvre Pg5-f3-e1. 11 … h6 12. Pf3 Pd3 13. Pe1 Pxb2 14. Lxb2 Txb2 15. Lxc4 Tb4 16. De2 Lg7 17. Pc2 Tb6 18. Tab1 0-0 19. Txb6 Dxb6 20. Pe3 e6 21. f4 Kh8 22. f5 a5 23. a4 Dd8 24. h3 De7 25. La6 Lxa6 26. Dxa6 Ph5 27. Tf3 Tg8

28. Pb5? Ondanks de donkere wolken boven de koningsvleugel blokkeert wit vrijwillig de terugtocht van zijn dame. 28 … Le5 29. Pg4 Dh4

30. fxe6? Deze zet had fatale gevolgen kunnen hebben. Na 30. Pxe5 De1+ 31. Tf1 (niet 31. Kh2? dxe5) 31 … Txg2+ 32. Kxg2 Dg3+ geeft zwart eeuwig schaak. 30 … fxe6? Wit is hulpeloos na 30 … Txg4 31. hxg4 Dh2+ 32. Kf2 Pf4 33. Tg3 Pxe6! 34. Tf3 Pf4 35. Tg3 Pg6. 31. Pxe5 dxe5 Ook nu leidt 31 … De1+ 32. Tf1 Txg2+ tot eeuwig schaak. Wit verliest na 32. Kh2 Pf4!. 32. Dxe6 De1+? De beslissende fout. Na 32 … Dg5 33. Tf2 Pf4 34. Dg4 Dxg4 moet zwart remise kunnen maken. 33. Kh2 Txg2+ Ook 33 … Dxd2 34. Dxe5+ Tg7 35. Tf8+ Kh7 36. Df5+ Tg6 37. Df2 is onvoldoende. 34. Kxg2 Dxd2+ 35. Kg1 De1+ 36. Tf1 De3+ 37. Tf2 De1+ 38. Kg2 Zwart geeft op

Kerstpuzzels

Er valt nog geen sneeuw, de temperatuur is hoog voor de tijd van het jaar, het is niet guur buiten en de wind valt ook wel mee. Maar het is bijna Kerstmis en dus bieden wij u traditiegetrouw kerstpuzzels. Mooie prijzen zoals altijd en u krijgt ruim de tijd voor de oplossingen. Veel plezier!

Wit geeft mat in 3 zetten

Pas op voor pat want de zwarte koning staat erg ingesloten. Mat in een x-aantal zetten betekent geforceerd mat, tegen iedere mogelijke verdediging.

Wit geeft mat in 4 zetten

Hier lijkt de opgave bijna te makkelijk: zwart staat al bijna mat. Maar dat paard springt er in de meeste varianten tussen en dan lukt het net weer niet.

Wit speelt en maakt remise

Met drie stukken meer moet die taak volbracht kunnen worden. Het grote probleem is de f-pion want als die promoveert gaat het met schaak. Wat te doen?

Wit speelt en wint

Een opmerkelijke stelling want de witte toren staat aangevallen. Een tip: de enige goede oplossing duurt 15 zetten dus als u daar overheen komt, probeer iets anders.

Plaats de zwarte koning ergens naar keuze en geef vervolgens met wit mat in 1 zet.

Bij dit type problemen moet je terug redeneren. Het is de denkwereld van Sherlock Holmes: als dít, dan moet dát gebeurd zijn en dat kan niet want die staat dáár!

Wat was de laatste zet?

Net zoals bij opgave 5 ligt de oplossing in het verlengde van puur deduceren en combineren. Alle mogelijke laatste zetten vallen bij nader inzien af, er blijft er maar één over!

Dan de slotvraag: hoeveel punten halen de Nederlandse grootmeesters Anish Giri en Loek van Wely tezamen uit 26 partijen in het TataSteel-toernooi 2016?

Pas zag ik het nog op internet staan: sin duda el mejor jugador de todos los tiempos, hetgeen vertaald betekent: ongetwijfeld de beste speler aller tijden. Dat slaat op het Cubaanse wonderkind José Raul Capablanca over wie van de hand van Miguel A. Sanchez een prachtig uitgegeven biografie is verschenen, meer dan 550 pagina’s in prachtband, bij wie anders dan bij McFarland (www.macfarlandpub.com; 978-07864-7004-4, € 53.50).

Na een interessante voorgeschiedenis over de familie en het schaakleven in Havana aan het eind van de 19e eeuw, volgt een gedetailleerd verslag van het leven van José Raul, met vijftig pagina’s indexen, noten etc., en er wordt zelfs een neuroloog ingeschakeld om allerlei kwalen van de wereldkampioen toe te lichten. Natuurlijk ook veel foto’s (zoals die van het wonderkind in meisjeskleding, toen in de hogere standen op Cuba gebruikelijk) en statistieken en jawel, schakers zaten er al op te wachten: de partijen van Capablanca van wonderkind (1893) tot wereldkampioen (1921- 1927) tot zijn levenseinde (1942). Net als bij de voetballers (voor mij Cruijff dus) kan men twisten over ‘de beste aller tijden’, maar mocht dit ooit nog eens wetenschappelijk kunnen worden vastgesteld dan komt Capa zeker bij de top 3. Hij was vrijwel onverslaanbaar, al leidde dat soms tot slordigheden in zijn spel, denkend dat hij zich alles kon veroorloven.

Dat hij de wereldtitel verloor aan Aljechin (zeker ook niet mis en, met een korte onderbreking door Euwe, wereldkampioen tot en met de Tweede Wereldoorlog) had volgens allen die het in de tijd weten konden dan ook te maken met onderschatting, slechte voorbereiding. Dit, omdat hij dacht dat hij onkwetsbaar was maar ook aan voorliefdes voor het goede der aarde en niet te vergeten de dames. Typerend hierbij is dat Aljechin een revanchematch arglistig wist te vermijden. Pas in 1936 ontmoetten ze elkaar weer aan het bord, een partij met enige wederzijdse irritatie. Zo voerde Aljechin een afgebroken zet (weet men nog wat dat is?) op het bord uit in plaats van een enveloppe in te vullen. Tot zijn voldoening wist Capablanca te winnen al gaf Aljechin op zijn hotelkamer op, een beetje kinderachtig voor een wereldkampioen. Al met al een geweldig boek, ik zou het nooit als e-boek willen hebben. Uit de vele schitterende partijen deze gekozen:

Capablanca–Spielmann, New York 1927:

1. d4 d5 2. Pf3 e6 3. c4 Pd7 4. Pc3 Pgf6 5. Lg5 Lb4 6. cxd exd 7. Da4 Lxc3 (beter 7. Dc7 8. e3 c6 9. Ld3 h6 10. Lh4 0-0) 8. bxc3 0-0 9. e3 c5 10. Ld3 c4 11. Lc2 De7 12.0-0 a6 13. Tfe1 De6 14. Pd2 b5 15. Da5 Pe4 (15. Lb7 16. f3) 16. Pxe4 dxe4 17. a4 Dd5 Hier had Capablanca een aantal mogelijkheden die er goed uitzagen maar niet direct doorsloegen dus stak hij de lont in het kruitvat met een loperoffer: 18. axb5!! Dxg5 19. Lxe4 Tb8 volgens de analyses nog het beste 20. bxa6! Tb5 (20. Dxa5 21. Txa5 Tb3 22. Tc1 Pb6 23. a7 wint wit ook) 21. Dc7 Pb6 22. a7 Lh3 23. Teb1 Txb1† 24. Txb1 f5 25. Lf3 f4 26. exf4 en zwart gaf op i.v.m. 26.Txf4 27. a8D† Pxa8 28. Tb8† Tf8 29. Dxc4†.

Probleem 2560: driezet van Zagoroyko:

Probleem 2558: 1. Pe7

Giri nummer drie van de wereld

Anish Giri heeft in Londen het grootste succes geboekt in zijn toch al zo vlot verlopende schaakleven. Samen met Magnus Carlsen en Maxime Vachier-Lagrave won hij het derde en laatste toernooi in de Grand Chess Tour van dit jaar. Dat is een uitzonderlijke serie met negen van de tien sterkste schakers ter wereld plus per toernooi een andere gastspeler. Giri haalde in die drie toernooien de meeste punten. Je zou hem op grond daarvan de sterkste schaker van de wereld kunnen noemen. Gek genoeg won hij niet het overall klassement. Dat wordt namelijk niet bepaald door het aantal punten, maar (kort gezegd) door het aantal podiumplaatsen en het gewicht daarvan. Giri was van de negen wereldtoppers de enige die in die drie toernooien geen partij verloor. Hij won er vijf en speelde 22 remises. Alle andere spelers verloren er minstens drie, Carlsen zelfs zes. De Noor won er wel zeven en werd toch de winnaar van de cyclus.

Door dit resultaat steeg Giri naar de derde plaats op de wereldranglijst. Zijn grote voorgangers Jeroen Piket en Loek van Wely zijn daar nooit bij in de buurt geweest. Giri benadert op dit moment het niveau van Jan Timman in de jaren tachtig. Dat is nogal een constatering.

Hier zijn tweede winstpartij in Londen.

Giri-Nakamura

1.Pf3 d5 2.g3 Pf6 3.Lg2 e6 4.0-0 Le7 5.d3 0-0 6.Pbd2 c5 7.e4 Pc6 8.Te1 Dc7 9.De2 b5 10.a4 b4 11.exd5 exd5 12.Pb3

De spelers zijn, door de openingskeus van Giri, al snel op onbekend terrein. Het paard staat hier niet echt goed, maar de loper gaat straks met tempowinst naar f4.

12…Te8 13.Lf4 Db6 14.a5 Db5 15.Dd2 Le6 16.a6

Deze pion kan voor zwart juist een aanvalsobject worden. Wits bedoeling in nog niet duidelijk, zwart zal tevreden zijn over zijn stelling.

16…Lf8 17.Pe5 Pxe5 18.Lxe5 Pd7 19.Lf4 Db6 20.c3

Tast het sterke pionnenfront aan. Nu zou zwart na 20…bxc3 21.bxc3 Dxb3? 22.Teb1 zijn dame verliezen.

20…Tac8 21.Dc2 d4 22.Pd2 h6 23.h4 dxc3 24.bxc3 bxc3 25.Dxc3

Zwart heeft het niet goed aangepakt. Zijn lichte overwicht is hij helemaal kwijt.

25…Pf6 26.Pc4 Dd8 27.Lb7 Pd5 28.Dd2 Pxf4 29.Dxf4 Dxd3

Zwart wil niet blijven verdedigen. En wit hoeft de toren van c8 niet, hij wil wat anders.

30.Pe5 Dd6 31.Tad1 Dc7 32.Pc6

Daar gaat het om. Als wit de pion op a7 wint, is het snel uit. Nakamura onderschrijft dat en geeft zijn dame.

32…Dxc6 33.Lxc6 Txc6

In plaats van een snelle winst met de a-pion moet wit nu zorgvuldig spelen. Twee lopers en een prachtige vrijpion kan wel degelijk voldoende compensatie zijn voor een dame.

34.Da4 Tec8 35.Td8

Torenruil maakt het voor wit iets makkelijker.

35…c4 36.Txc8 Txc8

37.Txe6

Giri onderkent dat het loperpaar inderdaad goede compensatie is. Na dit kwaliteitsoffer wordt de coördinatie tussen de zwarte stukken moeilijk.

37…fxe6 38.Dd7 Tc5 39.Dxe6+ Kh7 40.Df7 Ld6 41.h5 Tg5

Na 41…c3 42.Dg6+ Kg8 43.Dxd6 wint wit. Zie de uitleg straks in de slotstelling.

42.Kg2

Na 42.Dxc4 Lc5 staat bij zwart alles gedekt en is het voor wit nog een hele klus.

42…c3 43.f4

Zwart geeft het op. Als hij een dame haalt, wordt hij mat gezet. Na 43…Tc5 44.Dg6+ Kh8 45.Dxd6 Tc8 (45…Tc4 46.Dd8+ Kh7 47.Dd3+) 46.Dd7 Tc5 47.Dxa7 wint wit eenvoudig.

Voor beginners A6893

Wit aan zet, wat is de beste zet?

Voor gevorderden B6893

Wit aan zet wint, maar hoe?

In London bereikte onze landgenoot Giri deze maand een gedeelde eerste plaats in het Zevende London Classic- toernooi. Samen met de Fransman Vachier-Lagrave en wereldkampioen Carlsen behaalden hij 5,5 punt uit negen partijen. In de barrage behaalde Carlsen de toernooizege. Dit supertoernooi is het sterkste toernooi ooit van Engeland. Giri won in de voorlaatste ronde van de beste Amerikaan, Nakamura.

Giri – Nakamura

1. Pf3 d5 2. g3 Pf6 3. Lg2 e6 4. O-O Le7 5. d3 O-O 6. Pbd2 c5 7. e4 Giri speelt het Konings-Indisch met wit. 7…Pc6 8. Te1 Dc7 9. De2 b5 10. a4 b4 11. exd5 exd5 12. Pb3 Giri tobt even met het vinden van de juiste positie van dit paard. 12…Te8 13. Lf4 Db6 14. a5 Db5 15. Dd2 Le6 16. a6 Lf8 17. Pe5 Pxe5 18. Lxe5 Pd7 19. Lf4 Db6 20. c3! Giri pakt het sterk lijkende pionnenfront met deze slimme zet aan.20…Tac8 Na 20…bxc3 komt 21. bxc3 en de dame mag het paard op b3 niet nemen, wegens 1. …Teb1! 21. Dc2 d4 Computers komen ook op deze zet. Het lijkt dat zwart behoorlijk wat prijs geeft, zoals veld c4 voor een paard en de lange diagonaal. Toch is een zet als 21. …Pf6 logischer. 22. Pd2 h6 23. h4 dxc3 24. bxc3 bxc3?! De stelling vraagt nu echt om 24. …Pf6 en geeft zwart een klein plusje. Ook 24. …b3 is mogelijk maar dan is de stelling in evenwicht. 25. Dxc3 Wit staat nu beter. Zijn probleempaard heeft toekomst. Nakamura moet uitkijken voor wits a-pion en met Giri’s sterke loperpaar zal zwart het zwaar te verduren krijgen. 25…Pf6 26. Pc4 Dd8 27. Lb7! Door zwarts late besluit tot Pf6 heeft wit zijn loper op dit sterke veld kunnen planten. 27…Pd5 28. Dd2 Pxf4 29. Dxf4 29…Dxd3? 29. …Tb8 is beter.30. Pe5 Dd6 31. Tad1 Dc7 32. Pc6! Wits loper is sterker dan de zwarte toren. Giri aast op de zwarte a-pion.32…Dxc6 Dit lijkt een noodlot. Zwart offert zijn dame voor twee stukken. Veiliger was dameruil 32. …Dxf4, maar dan ook staat wit duidelijk beter. Nakamura hoopt op de kracht van zijn vrije c-pion. 33. Lxc6 Txc6 34. Da4 Tec8 Het lijkt dat Giri een eenvoudige winstpartij heeft. Met een aantal krachtzetten weerlegt hij Nakamura’s spel. 35. Td8!Dat betekent torenruil, die in het voordeel van Giri werkt.35…c4 36. Txc8 Txc8

37. Txe6!Volgens Giri wordt het zwarte loperpaar te sterk en met deze kwaliteit bereikt hij dat zwarts stukken niet meer samenwerken.37…fxe6 38. Dd7 Tc5 39. Dxe6+Hier mag wit niet de a-pion nemen, omdat de zwarte c-pion de partij beslist.39…Kh7 40. Df7 Ld6 41. h5!Heel goed gezien van Giri. 41. …Tg5 42. Kg2!Veel beter dan de pion nemen op c4. Zwart kan dan zich innestelen in een vesting.42…c3 43. f4Zwart geeft op. Het is mat na 43. …c2 44. fxg5 c1D 45. g6+ Kh8 46. De8+ Lf8 47. Dxf8 1-0

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.