ASV uit: altijd lastig

Na toch wel verrassend HMC uitgeschakeld te hebben, mochten wij doorbekeren op 11 februari tegen ASV in Arnhem. Deze uitwedstrijd was gelukkig niet heel ver weg; en het enige wat tegenzat was de kou en de parkeerdrukte bij de speelzaal bij ASV. Onze vaste kracht Stefan (Beukema – Red.) was ziek, maar de Haastjes (Anne & Mark Haast – Red.) hadden Bram (van den Berg –Red.) al meegenomen naar Arnhem. Herman (Grooten –Red.) mocht ook invallen, alhoewel ik (Nick) ook gold als invaller: Herman zou eerst op vakantie gaan en daardoor mocht ik voor Herman invallen. Maar door omstandigheden kon Herman toch nog tijd maken om Stefan te vervangen. Vooralsnog zijn het prima invalbeurten: een 100% score. Maar wat was Bram zijn rol dan? Die was gewoon gezellig mee, als mascotte. Of als engeltje op onze schouder, want deze wedstrijd beloofde wat, ook al zou de score dat niet zeggen: 3½-½ gewonnen. Dat is niet slecht, maar de uitslag is zeker geflatteerd. Alle partijen duurden lang tot de tijdnoodfase en het zag er niet echt naar uit dat Stukkenjagers er makkelijk van af zou komen.

Herman attendeerde mij in de auto al op twee dingen: de Stukkenjagers speelden tegen ASV nooit echt goed: tijdens de beker waren de partijen vaak erg lastig en het hoogtepunt van drama was de vorige bekerwedstrijd tegen ASV. Daarin stond speelde ASV thuis en stond met 2-0 voor, maar door echt drama werden de onmogelijk winnende stellingen van de Stukkenjagers omgezet in volle punten. Tijdens de snelschaakronde waren de ASV’ers zo van slag dat ze kansloos verloren. Het tweede punt was dat Otto Wilgenhof een sterke speler was. Herman had al een keer van hem verloren en waarschuwde me dat hij strategisch veel sterker is dan zijn rating. Allemaal leuk die waarschuwingen dacht ik, totdat ik zelf tegen Otto mocht spelen en alles klopte wat Herman had verteld. Geen fijne constatering moet ik je zeggen.

Nick Bijlsma (Foto privécollectie)

Terug naar de bekerwedstrijd zelf: allereerst kwam Anne aan bord 3 snel in de problemen tegen Tom Bus. Wits Reti-voortzetting kwam goed uit de verf en de druk op de zwarte stelling nam toe. Nadat wit al het spel op damevleugel in handen nam, moest Anne een pion geven. Daarna ontstond er een dame-eindspel met een loperpaar voor ieder nog extra op het bord. Wit stond een gezonde pion voor, maar de stelling was nog niet zo snel gewonnen te krijgen. Wit liet de druk wat varen en zo kon Anne met haar dame binnendringen in de witte stelling, wat resulteerde in een soort van eeuwig schaak. Remise dus. En daar kwamen we goed mee weg.

De 2e partij waar we goed mee weg kwamen was mijn partij tegen Otto Wilgenhof. Tot een zet of twintig was de partij van hoge kwaliteit: in een geïsoleerde pion stelling kon ik met wit net niet genoeg druk geven op de zwarte stelling. Zwart verdedigde goed en ruilde net genoeg stukken om een gelijke stelling te krijgen. Uiteindelijk maakte ik een onjuiste waardering van mijn loper versus het zwarte paard, waardoor er een sterk paard op d5 kwam te staan. Nadat ik mijn kans op een klein voordeeltje niet verzilverd had, nam mijn tegenstander de overhand. Zeker in praktisch oogpunt was de partij makkelijker te spelen voor zwart. Mijn tegenstander speelde de laatste fase van de partij sterk en kwam in een winnende positie te staan: zie de partijfragmenten.

Partijfragmenten Nick Bijlsma – Otto Wilgenhof

In deze stelling ruilde zwart zijn zwartveldige loper voor het sterke paard op d5. Zeker geen slechte beslissing en hierna kreeg zwart goede kansen op gelijkspel.

Na nog meer stukken te hebben geruild blijft er een interessante stelling over: Zwart heeft zwakke velden rond zijn koning en als wit die zou kunnen benutten staat wit beter. Maar zwart kan zijn paard sterk positioneren op het veld d5. Als wit dan passief speelt, behoudt zwart alle controle over de partij. In bovenstaande stelling had ik de mogelijkheid om 25.Rdc1! te spelen. Deze geniepige zet houdt de andere toren op a1, zodat wit na één keer torenruil de stelling kan openen met a3-a4! Daarna gaat de a-lijn open en kan wit gebruikmaken van zwart’s achterste rijen. Dit had ik niet gezien in de partij; daarna speelde ik te passief en kreeg zwart de overhand. Mijn tegenstander speelde het sterk uit en bereikte de volgende gewonnen stelling. Net voor het einde van de partij, waar wit verlamd was en zwart alleen maar een matnet hoefde te creëren, kwam mijn tegenstander met een enorme blunder.

Hier blunderde mijn tegenstander met 40… Pe3??. Hij hield zijn hand boven het paard om … Pd5-e3 meteen te spelen, maar twijfelde toen en nam zijn hand terug. Meteen dacht ik dat hij mijn zwindel gezien had, maar na een paar seconden speelde mijn tegenstander toch wel … Pd5-e3, waarna ik à tempo schaak gaf met mijn dame (41. Dd3+) en zo meteen een stuk won. Zwart kon niets doen en gaf op.

Herman speelde aan het 1e bord tegen Michiel Blok. Na een Sämisch Nimzo-Indisch werd het een strategisch complexe partij, wat normaal gezien een kolfje naar Hermans hand is. Wit stormde op de koningsvleugel zijn g-pion agressief naar g4, maar dit was misschien toch wat te optimistisch. Ikzelf dacht dat wit ook kansen had in deze stelling, maar Herman was vol overtuiging dat zwart altijd beter heeft gestaan. De witte pionnenstructuur was aan gort en in de lange termijn zou dit zwart kansen moeten bieden. Na een lange pot werden er wat stukken geruild en kon zwart toch met zijn …f7-f5 break komen, waarnaar ook de zwarte pionnen naar voren gerukt kwamen. Zwart nam het initiatief over en Herman speelde de stelling simpel uit naar winst. Hierbij zijn partij, die Herman zelf geanalyseerd heeft:

De partij Blok-Grooten via de viewer:

Blok, Michiel – Grooten, Herman

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4

Tijd voor een klein quizvraagje voor de lezer.

4. a3

Wit dwingt zwart min of meer op c3 te slaan. Een van de hoofdvarianten is 4. e3 waarop zwart bijvoorbeeld de zogenaamde Hübnervariant kan spelen. Die komt zo op het bord: 4…c5 5. Ld3 Pc6 6. Pf3 waarna zwart vrijwillig op c3 slaat met 6…Lxc3+ 7. bxc3 (zie analysediagram)

De vraag is dus waarom wit in de partij een tempo spendeert om zwart op c3 te laten slaan, terwijl hij dat in de Hübnervariant vrijwillig doet (oplossing aan het eind).

4…Lxc3+ 5. bxc3 d6

6. e3

Mijn tegenstander vroeg me na afloop of ik ook gekeken had naar 6. e4 Dat had ik inderdaad een seconde, maar niet serieus genomen. Misschien had dat wel gemoeten want het levert een vreemde stelling op na 6…Pxe4 7. Dg4 Pf6 [7…f5 kan absoluut ook: 8. Dxg7 Df6 en zwart heeft geen problemen.] 8. Dxg7 Tg8 9. Dh6 hoewel de computer dit redelijk voordelig voor zwart vindt. 9…De7 en nu is 10. Lg5 niets bijzonders na 10…Pg4 11. Lxe7 Pxh6 12. Lh4 Pf5 13. Lg3 b6 waarna zwart niets te vrezen heeft.

6…e5 7. Ld3 c5

Ik besluit om er toch maar een soort Hübnervariant van te maken. Ook mogelijk is 7…O-O 8. Pe2 e4 9. Lb1 b6 zoals bijvoorbeeld in Vaisser-Groszpeter, 1984 werd gespeeld.

8. Pe2 Pc6 9. O-O O-O

10. f3

In aanmerking komt ook 10. Pg3

is nu niet zo goed vanwege 10. f4 e4 en wit krijgt problemen met c4.

10…Pe8

Dit ziet er misschien op het eerste gezicht merkwaardig uit, maar ik wilde graag … f7-f5 in de stelling brengen.

11. g4

Een interessante mogelijkheid.

De normale zet is hier 11. e4 (zie analysediagram)

om Lc1 te activeren. Ik was er nog niet uit hoe ik hier zou verder gaan. Er zijn twee plannen die ik overwoog: – Het plan om pion c4, de traditionele zwakte bij wit op de korrel te nemen. – Het plan met f7-f5 om de witveldige lopers te kunnen ruilen waarna pion c4 ook erg zwak wordt. 11…f5 [11…Pa5 12. Pg3 b6 13. d5 La6 14. De2 maar nu kan zwart – als hij dat wil tenminste – het witte loperpaar onschadelijk maken met 14…Pb3 15. Ta2 Pxc1 16. Txc1 Lc8 waarna zwart zeker niet minder staat.] 12. dxc5 dxc5 13. exf5 Lxf5 14. Lxf5 Txf5 15. Pg3 Dxd1 16. Txd1 Tf7 (zie analysediagram)

Naar dit type stelling heb ik lang zitten kijken. Zwart heeft een lelijke geïsoleerde pion op e5, maar daar staat tegenover dat de witte dubbelpion (waarbij vooral die van c4) ook erg zwak is. Het lijkt me dat zwart hier beter moet staan omdat de loper van wit niet veel doet hier.

11…g6

Om hoe dan ook … f7-f5 mogelijk te maken en ook om het paard van e8 een veld te geven.

12. Ta2

Het leek me al dat deze zet ging komen. Wit droomt van een koningsaanval via een torenswitch. Maar ondertussen krijgt hij wel problemen met pion c4, de pion die het vaak moet ontgelden in dit type stellingen.

12…Pg7 13. Le4

Het ‘Botwinnik’-plan. Die speelde het ooit in een partij nadat hij eerst op c5 had geruild. Hij bracht de loper naar d5, verstevigde zijn positie met e3-e4 zodat hij zijn beide lopers heeft geactiveerd. In een oude partij (Leeuwarden 1981) die ik ooit tegen Donner speelde met zwart, waarin ook de Hübnervariant op het bord kwam, herinner me dat Donner in zijn analyse na afloop zei dat dit plan voor wit hem niet beviel. Als zwart het adequaat aanpakte kon hij pion c4 niet behouden.

13…Pa5 14. Ld5 Le6

Zo wordt pion c4 al meteen ‘op de korrel’ genomen.

15. Da4?!

Dit vond ik tijdens de partij een merkwaardige zet. 15. Dd3 leek me meer in de geest van de stelling. Tenminste als wit nog iets met zijn ‘aanval’ wil.

15…Dc7

Nu dreigt er op d4 geruild te worden. Het wat rigoureuze 15…b5 leek me te vroeg. 16. Dxb5 Tb8 17. Da4 en wat heeft zwart hier nou? Toch is het zet waar zwart steeds rekening mee moet houden.

16. dxe5 dxe5 17. Pg3

Een goede zet die zowel de mogelijkheid Pe4 als ook Tg2 in de stelling brengt. Hier verwachte ik toch echt 17. e4 waarna zwart zich moet beraden hoe hij verder moet gaan. Het plan in de partij komt overigens hier ook in aanmerking.

17…Tad8

Deze heb ik pas na lang nadenken gespeeld. Het maakt … b7-b6 mogelijk waarna de dame haar handen vrij krijgt. Maar het was lastig om niet in de verleiding te komen om op … b5 aan te sturen. Dat kon met … Tb8 of ook met eerst … a6.

18. Td1

Dit had ik niet verwacht en dit kan het ook niet zijn voor wit, lijkt me.

Opnieuw 18. e4 leek me beter om na 18…b6 19. Lg5 Dd7! 20. Dxd7 Txd7 te kunnen spelen. 21. Td2! Vreemd genoeg werkt 21…Pxc4?! Nu niet: 22. Lxe6! en hoe of waar zwart ook slaat, wit staat domweg beter: 22…Pxd2 [22…Txd2 23. Lxc4] 23. Lxd7 Pxf1 24. Pxf1

18…b6!

Brengt … Dd7 in de stelling.

19. Tg2

Dit was wits concept, maar daar komt in de partij weinig van terecht. Misschien had hij beter meteen Tad2 kunnen spelen.

19…Dd7 20. Dxd7 Txd7 21. Pe4 Kh8! Na 21…f5? zou wit zijn zin krijgen: 22. Lxe6+ Pxe6 23. Txd7 fxe4 hoewel dit nog verre van eenvoudig zou zijn voor hem.

22. Tgd2 f5

Nu wel!

23. Pg5

23…Lg8!

Dat is de bedoeling. Pion c4 is ten dode opgeschreven, het paard van g5 krijgt weldra een schop met … h6.

24. Lxg8 24. e4 f4

24…Txd2 25. Txd2 Kxg8 26. Td7

Op het eerste gezicht lijkt wit prachtig te staan, maar dat oordeel is onjuist.

26…h6 27. Ph3

Wit heeft twee zeer slechte lichte stukken. De loper op c1 is een dood stuk, het paard kan ook niet veel. Het enige actieve stuk, de toren, kan in zijn eentje ook weinig uitrichten.

27…Tf7 28. Td5 Pxc4

Zwart is een pion voorgekomen, zijn paard op c4 staat daar als een reus. In de tijd dat ik met IM Leon Pliester (helaas veel te vroeg overleden) samenwerkte aan een boek over het Nimzo-Indisch, bedachten we een mooie term voor dit paard op c4.

Het staat daar prachtig, maar het wordt niet gedekt door een eigen pion. We bedachten toen dat het een soort ‘olifant’ was omdat het paard zo zwaar drukt op de witte stelling.

29. a4 Pe6 Mijn engine komt nu met het vrij belachelijke 29…e4 om na 30. fxe4 fxg4 het paard te bevrijden dat naar 31. Pf4 kan springen. Maar misschien heeft ‘Het Beest’ gelijk: 31…g5 32. Pd3 Ph5 33. e5 Te7 34. e4 Kf7 35. Kg2 Ke6 gevolgd door … Td7 en de stelling is inderdaad hopeloos voor wit.

30. gxf5 gxf5 31. Kf2 Pf8

Ik wilde sowieso de torens ruilen, want dat is het enige actieve stuk dat wit nog heeft.

32. Td1 Op 32. Ke2 Td7 33. Txd7 Pxd7 34. Kd3 wordt de ‘olifant’ van c4 verdreven maar na 34…Pd6 35. c4 om de loper een toekomst te geven, komt zwart snel tot een winststelling die ik nog berekend had: 35…e4+ 36. fxe4 Pe5+! 37. Kc3 Pxe4+ 38. Kb3 en nu de koning naar het centrum met 38…Kf7 (zie analysediagram)

waarna het snel gedaan zal zijn.

32…Td7 33. Tg1+ Kf7 34. Ke2 Pe6 35. Pf2

35…Pc7!

Het duurde een tijdje voordat ik het juiste plan zag. Hoe maak ik een vrijpion? Juist: door met … b6-b5 te werken en dan met de a-pion naar voren te komen.

36. Tg3 b5! 37. axb5 Pxb5

38. Pd1 a5

Zwart staat op winst en ik verwachtte ook snel een puntje te kunnen drukken. Daarbij had ik ook steeds meer tijd, maar mijn tegenstander vecht als een leeuw.

39. Th3 Kg6

Niet de beste, maar dat was niet heel gemakkelijk te zien. Zeker ook omdat mijn tijd begon te slinken.

39…Td6?! omdat ik dit veld vrij moet houden voor een paard. 40. Th4 Pb6 41. c4

Het simpelst is 39…a4! maar wit laat nou (onnodig) tegenkansen toe en geeft zomaar een pion cadeau? 40. Txh6 a3 41. Ta6 (zie analysediagram)

Tot zover zag ik het natuurlijk en hield hier op met rekenen… Maar de engine heeft hier weer eens iets. 41…a2!! Op 42. Txa2 volgt [Bijvoorbeeld: 42. h4 Pba3 43. Txa3 Pxa3 44. Lb2 Pc4 45. La1 Td2+ 46. Ke1 Tc2 waarna wit ook kan ophouden.] 42…Txd1 43. Kxd1 Pxc3+ 44. Kc2 Pxa2 en omdat de loper op c1 blijft hangen is het uit. 45. Kb3 Pxc1+

40. Th4

Zo probeert hij het sterke paard aan te tasten.

40…Pbd6 41. Kd3

41…e4+

Op zichzelf een goede zet.

Ware het niet dat nu blijkt dat opnieuw 41…a4! de aangewezen voortzetting was. Wel kort overwogen maar totaal niet de merites van de zet gezien. Er dreigt simpel … a4-a3-a2. 42. Pb2 helpt dan ook niet. [42. Txc4 faalt natuurlijk op 42…Pxc4+ 43. Kxc4 Txd1] 42…Pxb2+ 43. Lxb2 (zie analysediagram)

43…a3! De tactiek spreekt weer een woordje mee! 44. La1 [44. Lc1 Ta7 en de pion gaat naar dame.] 44…e4+ 45. fxe4 Pxe4+ 46. Kc2 c4 (zie analysediagram)

en met zo’n loper op a1 en een toren op h4 die ook buitenspel staat is het inderdaad totaal afgelopen.

Ik keek nog een seconde naar 41…f4 omdat er het ‘banale’ … Pf5+ dreigt. Maar na 42. Tg4+ Kh5 43. exf4 is he allemaal niet wat ik wilde hebben.

42. fxe4

42…Pe5+!

Die tussenzet is natuurlijk wel essentieel.

43. Kc2 Pxe4

De zwarte stukken staan wederom fantastisch, terwijl die van wit een desolate indruk maken.

44. Tf4 Pd3

Dreigt … Pe1+ met stukwinst, maar de witspeler is op zijn post, ondanks een nijpend tijdgebrek. Hier was 44…c4 ook een idee om alles in petto te houden. Maar ik wilde het veld toch nog voor mijn ‘olifant’ vrij houden.

45. Tf1

45…c4 Geen haar op mijn hoofd overwoog hier om de vreselijke loper op c1 te ruilen voor een van mijn schitterende paarden. Toch was dat misschien de makkelijkste weg naar de winst. Het is overigens niet helemaal waar wat ik hierboven schrijf. Sommige mensen dat ik redelijk dogmatisch ben, maar dat valt in de praktijk reuze mee. Ik heb wel degelijk deze ruil overwogen, maar toch niet goed ingeschat dat het wel heel erg eenvoudig wint. Vooral het feit dat het paard op d1 vastgepind blijft op d1 is een cruciale factor. 45…Pxc1! 46. Kxc1 Td2 Het bezit van de tweede rij in combinatie met de gevaarlijke a-pion en een h-pion die op vallen staat, maar voor het absolute gebrek aan activiteit van de witte stukken, zorgt voor een simpele winst. 47. h3 a4! En dat verhindert Pb2. 48. Pb2 a3

46. Tg1+ Kf6 47. La3

De loper wil weer gaan meedoen.

47…Tg7?!

Ik wilde nog steeds graag de torens ruilen en dit dwingt dat af. Maar mijn koning komt wat ver van het strijdtoneel te staan. Veel makkelijker was 47…Pe5 Dreigt … Td2+. 48. Lc1 a4 en wit moet lijdzaam afwachten hoe zwart de genadeklap uitdeelt.

48. Txg7 Kxg7 49. Le7 Kf7

50. Lh4 De voorkeur verdiende 50. Ld8 omdat mijn vrijpion dan opgespeeld moet worden waar hij een potentieel doelwit kan worden. Toch trekt zwart dan vermoedelijk ook aan het langste eind als hij de juiste manoeuvre vindt: 50…a4 51. Kb1 Pd6! 52. Ka2 Pb5 En zo blijven alle cruciale velden onder controle. Zwart kan doen wat hij wil hier.

50…Ke6

Kan nooit kwaad. Als ik dat idee in de vorige variant had gevonden, had ik het hier ook kunnen toepassen. Na 50…Pd6! gevolgd door … Pb5 en a4 staat zwart ook op winst. Belangrijk is dat het witte paard ‘gevangen blijft. Na ruil is de situatie voor wit hopeloos. Zie: 51. Pb2 Pxb2 52. Kxb2 Pb5 53. Ld8 a4 54. Kc2 Ke6 55. Lb6 Kd5 56. Kd2 a3 57. Kc2 Ke4 (zie analysediagram)

en de zwarte koning marcheert ongehinderd naar binnen.

51. Kb1 Kd5 52. Ld8 a4 53. Ka2

53…Kc6

Ik was hier ook in fikse tijdnood gekomen. 15 seconden per zet erbij is bitter weinig… Ik had sowieso dat witte paard moeten ruilen. Nota bene mijn favoriete hobby om met een goed paard tegen een slechte loper te mogen spelen! 53…Pef2! 54. Pxf2 Pxf2 55. Ka3 Pg4 56. Lc7 Ke4 57. Kxa4 Pxe3 en de zwarte f-pion loopt ongehinderd door, zoals later in de partij ook gebeurde.

54. Ka3 Kb5

In tijdnood ga je niet zomaar pionnen weggeven, maar telkens had … Pef2 simpel gewonnen met een koningsmars naar e4.

55. Le7 Pd2

Het verkeerde idee, maar het verpest niet veel.

55…Pef2 56. Pxf2 Pxf2 57. h4 [57. Ld6 Pd1] 57…Pd1

56. Ka2 Pf3 57. Ld6

Hier was ik eigenlijk .. . f5-f4 van plan, maar het leek me bij nader inzien te vroeg.

57…h5!

Die is dan wel weer prima. De zwarte h-pion kan een factor van belang worden. 57…f4 58. exf4 Pxh2 59. Pe3 en wit komt helemaal los. De loper wordt een steeds beter stuk!

58. Kb1 h4?!

Op zichzelf een goed plan, ware het niet dat er nog iets veel beters was. Veel sterker was 58…Kc6! 59. Lb8 Pd2+ 60. Ka2 Kd5 61. Ka3 Ke4 62. Kxa4 Kf3 en het arme witte paard wordt het kind van de rekening.

59. Pb2

Ik had eigenlijk 59. h3 verwacht omdat mijn pion nu op de verkeerde kleur is vastgelegd. Maar toch wint zwart eenvoudig na 59…Pg1 60. Le7 Pxh3 61. Lxh4 a3 62. Ka2 Ka4 63. Le7 Pc1+ 64. Kb1 a2+ [De computer geeft hier 64…Kb3! en de a-pion beslist de strijd. Deze variant had ik niet precies waargenomen, maar wel het idee om de kaarten op de a-pion te zetten. 65. Lxa3 Pe2! 66. Lb4 Pg5 67. Pb2 Pe4 68. Ka1 P4xc3 en zwart wint!] 65. Kb2 Pg1 [De engines zijn verschrikkelijk sterk als het gaat om concrete varianten. De koning baant zich nu een weg de vijandelijke stelling in, geholpen door twee paarden. 65…a1=D+! 66. Kxa1 Kb3 67. Kb1 Pa2 68. Lf6 Pg1 en tegen … Pg1-e2xc3 valt niets te bedenken.]

59…h3

Nu is h2 gefixeerd en mijn pion geen potentieel doelwit meer.

60. Ka2 Pc1+ Waarom ik nu afzag van het geplande 60…Pf2! gevolgd door … Pg4, weet ik niet meer… 61. Lf4 Pg4

61. Ka3

O ja, ik weet het weer: ik zag een mat met twee paarden: … Pd2 en als wit stom is, volgt … Pb1#. Maar de zet was sowieso heel sterk, dus waarom ik er nu weer vanaf zag? Die klok…

61…Pe2?!

Onbegrijpelijk.

wint gemakkelijk. 61…Pd2 62. Pxa4 Pd3! Tja, die had ik natuurlijk niet meer gezien. Er dreigt … Pb1+ 63. Pb2 Pb1+ 64. Ka2 Pxc3+

Hier is trouwens ook 61…Pe1! (zie analysediagram)

een geweldige zet. Er dreigt ook weer schitterend … Pc2#. En na 62. Pd1 Pcd3 63. Lf8 Pc2+ 64. Ka2 Kc6 loopt de koning weer ongehinderd naar de koningsvleugel.

62. Pxa4

Inmiddels ben ik mijn pluspion kwijt, maar vreemd genoeg sta ik nu weer duidelijk op winst. 62. Pd1 was een iets betere defensie. Maar ik kan me voorstellen dat de witspeler blij was dat het paard van dit ongelukkige veld af was.

62…Kc6?

Het goede idee in de verkeerde volgorde. Met 62…Pd2! had ik de beslissende klap kunnen uitdelen. De dreiging … Pb1+ maar ook de aanval op al die zwakke pionnen (c3, h2 of e3) kan wit niet goed meer opvangen. Bijvoorbeeld: 63. Pc5 Kc6 64. Le7 Pf1 65. Kb4 Pxh2

63. Lb8 Pd2 64. Kb4?!

Logisch maar misschien niet de meest hardnekkige verdediging. Op 64. Pb2 Kd5 65. Kb4 moet zwart 65…Pc1! vinden, waarna hij nog steeds wint. Het is overigens verre van simpel…

64…Pc1!

Dat was wel weer een goede.

65. Pb2 Kd5

Niets mis mee, maar opnieuw was er iets dwingends. De voorkeur verdiende 65…Pd3+! 66. Pxd3 cxd3 67. c4 Pxc4 met eenvoudige winst. Bijvoorbeeld: 68. Kc3 d2 69. Kc2 Kd5 70. Lf4 Ke4

66. Pd1 Pd3+ 67. Kb5 Ke4

Eindelijk is de zwarte koning aan zijn zegetocht begonnen.

68. Lg3 Pf1 Tegen 68…Kf3 was ook weinig. Maar ik had nu een strak plan bedacht en voerde dat gewoon uit.

69. Lc7 Pxe3 70. Pxe3 Kxe3

De vrije f-pion kost wit een loper.

71. Kxc4 f4 72. Lb6+ Ke4 73. Kb3 f3 74. Kc2 f2 75. Lxf2 Pxf2 76. Kd2 Pg4 77. Ke2 Pxh2 78. Kf2

Bijzonder venijnig gespeeld van wit. Zwart kan het nu flink fout doen!

78…Kf4!

De juiste zet.

Vooral niet 78…Pg4+?? 79. Kg3! h2 80. Kg2 (zie analysediagram)

En deze stelling kan zwart niet winnen! Gelukkig wist ik dat.

Ook 78…Pf3 79. Kg3 Pg5 (zie analysediagram)

om het paard aan de achterkant van de pion te zetten (zonder de pion naar h2 te hoeven spelen!) wint ook voor zwart.

79. c4 Pg4+ 80. Kg1

Ik kan nu kiezen of ik met de koning de pion ophaal of dat ik ga werken met tempodwang. Ik koos voor dat laatste.

80…Pe5 Het paard heeft de velden h2 en f2 onder controle, de pion veld g2. Die barrière is ook voldoende om de winst af te dwingen. Bijvoorbeeld: 80…Ke4 81. Kh1 Kd4 82. Kg1 Kxc4 83. Kh1 Kd3 84. Kg1 Ke2 85. Kh1 Kf3 86. Kg1 Kg3 87. Kh1 Pf2+ 88. Kg1 h2+ 89. Kf1 h1=D+

81. c5

Het paard neemt de taak als verdediger van de vrije c-pion op zich.

81…Kg3 82. Kh1

En nu hij in de hoek staat, mag ik een mooi slot spelen.

82…Pd3 83. c6 h2 84. c7 Pf2#

U heeft nog het antwoord op de vraag aan het begin te goed. In de Sämischvariant met 4. e3 spendeert wit een tempo om de loper te dwingen op c3 te slaan. Maar omdat het koningspaard nog niet op f3 staat, maar naar e2 ontwikkeld kan worden, kan wit sneller de opmars e3-e4 en vooral f2-f4 voorbereiden. In de Hübnervariant zet zwart pionnen op c5 en e5. De enige manier voor wit is om de actie f2-f4 voor te bereiden. Dan moet het paard van f3 dus weggespeeld worden. Dat gebeurt ook vaak met Pf3-d2 of Pf3-h4. Toch blijkt in de praktijk dat het niet zo eenvoudig voor wit is om zijn zwartveldige loper te activeren, het belangrijkste doel dat hij heeft in de stelling.

0-1

Zo stond al 2½-½ voor ons en was de buit al binnen. Toch leek deze score wat onwerkelijk. Als laatste was Mark bezig. Zijn partij was weer een standaard Engels waarin Mark de druk opvoerde op de koningsvleugel. Zwart counterde op de damevleugel en schoot met losse flodders op het witte centrum. In eerste instantie leek de zwarte stelling niet te kraken, maar toen er wat stukken werden geruild, zag Mark de kans om een vrijpion te maken in het dame-eindspel. Misschien had zwart het ergens nauwkeurig kunnen verdedigen iets daarvoor, maar Mark speelde het gedecideerd uit naar winst. Daarbij werd de stand na een lange avond 3½-½ voor ons en keerden we tevreden weer naar huis.

De persoonlijke uitslagen:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.