Giri in de media (3): kleine en grote verhalen

Voorafgaand aan het WK-kandidatentoernooi was er in de Nederlandse pers veel aandacht voor Anish Giri, zo liet ik in deel 1 en deel 2 van deze serie zien. Nu we zes ronden en voor Giri zes remises verder zijn, is daar niet veel publiciteit bijgekomen. Komt dat door die remises? Nee, zeker niet alleen. Ik zal iets over de werkwijze van kranten vertellen.

In veel kranten, vooral de regionale dagbladen maar ook enkele landelijke, zie je dagelijks korte berichtjes van het ANP. Daarin staat nauwelijks meer dan wie er gewonnen heeft, wie er aan kop staat en steeds de mededeling dat de toernooiwinnaar tegen Carlsen mag spelen. Een van de uitzonderingen is de Volkskrant, waarin Gert Ligterink ongeveer twee keer zo veel schrijft. Nog niet veel, maar daarin kan hij wel wat leuke weetjes kwijt.

(Gert Ligterink (links) twee jaar geleden in gesprek met een oude bekende, oud-hoofdklasser Charles Kuijpers. Foto: Frans Peeters.)

Zouden de kranten meer schrijven als Giri een partij zou winnen? Nou, na twee overwinningen zouden ze wel wakker worden, maar het werkt toch anders. Voor een groot deel worden de pagina’s overdag (of zelfs een dag eerder) ingedeeld. De redacteuren bekijken de kalender en zeggen dan bijvoorbeeld: vrijdag hebben we weinig voetbal, doe dan maar weer iets met Giri. Of Giri die donderdag wint, doet niet ter zake. Nou ja, als Giri morgen zijn eerste partij wint, kunnen Ligterink en zijn collega’s een telefoontje krijgen dat ze 300 woorden mogen schrijven in plaats van 200. Maar de grote artikelen, die kunnen niet zomaar tussendoor. Die worden gepland op de dagen dat er weinig grote sportevenementen te bespreken zijn. En de dag na de laatste ronde.

Even nog een voorbeschouwing tussendoor, Mark Crowther op zijn website The Week in Chess.

Ahead of the Candidates I couldn’t pick a winner of the event. I didn’t think much of Veselin Topalov’s chances, his public comments for the last couple of years suggest he has mentally retired as an elite player. Topalov had some success relying on his old work for a while but it seems likely he lacks the motivation to do well.

On rating Fabiano Caruana, Anish Giri and Hikaru Nakamura are the favourites but none of them have played a Candidates tournament. We’ll have to see how they handle the pressure which is unlike anything they will have experienced before.

Viswanathan Anand showed in the last Candidates tournament in 2014 that you underestimate him at your peril, I expect a steady performance, perhaps like last time he’ll see everyone else lose their heads. Levon Aronian, Peter Svidler and Sergey Karjakin have also seen it all before and all will have their chances. Keeping calm and maybe picking up points late on will be key. Experience has shown that all sorts of mistakes happen in the final rounds due to players being tired, ambitious, nervous, dispirited or some combination of those. These rounds will almost certainly settle who plays Magnus Carlsen for the title.

Tot zover Crowther. Na zes ronden kunnen we constateren dat hij aardig in de goede richting zat.

Nu even terug naar Ligterink. Na de eerste ronde, de remise van Giri tegen Aronian, schreef hij: “Giri moest zijn teleurstelling verbijten toen zijn tegenstander na afloop met een glimlach uitlegde hoe hij de verdedigingslinie had kunnen doorbreken.” Dat lezen we niet in de ANP-berichtjes en is wel wezenlijk: Giri heeft al een paar keer net niet gewonnen.

Dat gold niet voor zijn tweede partij, tegen Caruana. Ligterink: “Dat Giri in moeilijkheden kwam in zijn tweede partij was volstrekt onnodig. Nadat hij met zwart tegen Fabiano Caruana de openingsproblemen had opgelost, liet hij zich verleiden tot een te optimistische pionwinst. Giri mocht niet klagen dat de doorgaans slagvaardige Amerikaan aarzelde en afzag van de meest principiële voortzetting. Met weinig tijd op de klok besloot Caruana af te wikkelen naar een gelijkstaand eindspel.”

Maar wel weer voor de derde, tegen Karjakin: “Een dag later waren de rollen omgedraaid en kreeg Giri de kans het initiatief te grijpen na een te optimistische uitval van de Rus Karjakin. Met spijt zei hij na afloop dat hij de juiste voortzetting wel had gezien, maar onvoldoende had doorgerekend. Nadat het kritieke moment was gepasseerd, zag Giri geen mogelijkheden meer en forceerde hij remise met een combinatie die tot eeuwig schaak leidde.”

In Trouw stond vandaag weer een aardig artikel van Jan-Cees Butter. Hij vraagt zich af of Giri de kunde beheerst om als topschaker meerdere gezichten te tonen, waarmee hij zijn tegenstanders in verlegenheid brengt. Alleen dat kan hem aan de toernooizege helpen. Het antwoord luidt voorlopig: nee. Giri speelt klassiek, oerdegelijk schaak. Butter vroeg Loek van Wely om commentaar: “Ik denk dat Anish zo lang mogelijk vast blijft houden aan zijn eigen speelstijl, totdat hij inziet dat het noodzakelijk is om het roer om te gooien. Maar dat moet je wel kunnen. Het nemen van risico is straks nodig omdat alleen de eerste plaats telt, maar aan de andere kant kun je dan ook zo verliezen. En, om maar een wijsheid van Johan Cruijff te gebruiken: als je verliest, lig je eruit.”

Waarheden als koeien, zowel van Butter als Van Wely. Maar je leest ze dezer dagen wel veel.

Behalve Ligterink krijgt ook Hans Böhm ruimte van zijn krant, de Telegraaf. Met name op de website. Hier op Schaaksite plaatsen we dagelijks een link naar de filmpjes, dus daar hoef ik niet uitgebreid uit te citeren. Ik vind het leuke filmpjes, met eerst een verhaal van drie minuten en dan een partijfragment van drie minuten. Mooie lengte ook, om even naar te kijken.

(Böhm met Giri en met Jorden van Foreest, op de rondvaartboot tijdens het Tata-uitstapje naar Utrecht in januari. Foto van zijn website)

Die verhaaltjes gaan over de ronde van die dag, maar vooral over randzaken die toch een link naar het toernooi hebben. In de eerste vijf ronden:

1. Het copyright op de partijnotaties, naar aanleiding van het gedoe van de organisatie hierover. Maar Fischer was hier al mee bezig, roept Böhm in herinnering.

2. Doping in het schaken. Volgens Böhm kan het je alleen schaden.

3. Het logo van het toernooi: een pion in een mensenhoofd. Böhm vertelt over de geschiedenis van de pion. Dat die informatie komt uit het boek dat hij zelf schreef samen met Yochanan Afek, gunnen we hem graag.

4. Waarom doen er geen vrouwen mee aan het toernooi? Böhm vertelt over Yifan Hou en Judit Polgar. Ik weet veel over de familie Polgar, maar nieuw voor mij was dat vader Polgar eind jaren zestig een contactadvertentie in de krant zette op zoek naar een vrouw die met hem genieën wilde maken.

5. Sergei Karjakin, wonderkind. Jongste grootmeester ooit, op twaalfjarige leeftijd. Was als kind secondant van Ponomariov tijdens een WK-toernooi. Böhm vraagt zich af hoe het is om een secondant te hebben die vooral patat eet en om zeven uur naar bed moet.

Kijk, ook remises zijn vaak spannend, maar het is wel fijn om er wat verhalen bij te hebben.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.