Schakers met stalen zenuwen

Lees ook deel 1 , deel 2 en deel 3

Over schakers met of zonder stalen zenuwen, het fenomeen de onbedoelde zet, de ‘angstgegner’ en sterke staaltjes in de schaaksport. Ook een gedicht, alles komt voorbij.

De Zwarte Dood

De Britse Joseph Henry Blackburne (Manchester 1841- London 1924) behoorde tot de sterkste schakers in  de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij leerde pas op zijn achttiende schaken en werd al snel een zeer  sterke speler. Zijn professionele schaakcarrière duurde meer dan 50 jaar. Hij deed veel aan de promotie voor het schaken door het geven van simultaans en blindschaak optredens. Hij maakte vaak grappen met zijn tegenstanders en de toeschouwers. Bij simultaans stopte hij regelmatig om whisky  te drinken. Het verhaal gaat dat hij soms zo geconcentreerd was dat hij het verschil niet zag tussen een glas whisky en een glas water. Een keer dronk hij uit het glas van zijn tegenstander. Toen deze hem hierop wees repliceerde hij:’ You left it en prise and I took it en passant’

Toen hij in 1872 tegen tien deelnemers tegelijk blind schaakte in de concertzaal van Crystal Palace Hall werd tegelijkertijd het Te Deum van Sullivan uitgevoerd. Voor Blackburne was schaken vooral ook  veel plezier beleven.

Blackburne wordt gezien als een icoon van het romantische schaak omdat hij een zeer aanvallende en tactische speler was. Na een belangrijk toernooi in Wenen in 1873, waar hij voor de eerste plaats ging maar het in de play offs moest afleggen tegen Steinitz, kreeg hij de bijnaam De Zwarte Dood (door zijn grote zwarte baard en zijn agressieve speelstijl) en ook de ‘man met de stalen zenuwen’.

(Bron: Blindfold Chess – History, Psychology, Techniques, Champions, World Records and Important Games)

Af en toe komt Blackburne nog wel eens voorbij in de schaakrubrieken op deze site. We gebruiken dit ‘bruggetje’ omdat onze schaakjournalisten de term ‘stalen zenuwen’ ook graag gebruiken. Een kleine selectie.

Herman Grooten (Schaaksite, Victor de Verschrikkelijke, juni 2016)

Een partij die de hele wereld overging en destijds ook grote indruk op mij maakte, was de 21ste matchpartij uit de eerste tweekamp tegen Karpov. Het was de finale van het Kandidatentoernooi, waarin de winnaar wereldkampioen Bobby Fischer zou mogen uitdagen. De jongere Karpov bleek uiteindelijk over stalen zenuwen te beschikken zodat hij de uitdager werd.

Herman Grooten ( Schaaksite, analyse van de partij  Van Foreest – Shyam, december 2015)

29…Tb8+

Op 29…f6 moet wit nog even stalen zenuwen hebben: 30. Th5! a5 31. Txh6 a4+ 32. Kc2! gewoon in het aftrekschaak gaan staan dus! [32. Kb4 a5+ 33. Kxa5 Txb2 met remise.] 32…a3 33. Tg7+ Kxe6 34. Thxh7 Txb2+ 35. Kd3 en het zwarte initiatief is doodgebloed. Ga er maar aan staan…

Hans Ree (Schaakrubriek in de NRC van 7 juli 2012)

Een jongen met stalen zenuwen

‘Vroeger stond ik vaak in kruiswoordpuzzels, omdat mijn naam met maar drie letters gemakkelijk als vulsel kon worden gebruikt. Rivier in Drenthe, de Aa. Nederlands schaker, Ree. Een wat fantasierijker omschrijving was ‘familie van het damhert’, voor de crypto.’

Hans Ree (‘Karjakin uitdager’ in de NRC van maart 2016)

Maandag werd hij (Karjakin) eraan herinnerd dat hij toen hij twaalf was, had gezegd dat hij op zijn achttiende wereldkampioen wilde worden. Karjakin glimlachte en zei: ‘Nee nee, op mijn zestiende, zei ik.’ Misschien omdat hij een zware stotteraar is, zegt hij voor de camera’s meestal weinig, en daardoor lijkt hij bescheiden, maar hij wordt geroemd om een ijzeren wilskracht en stalen zenuwen.”

Gert Ligterink (analyse van de partij Reinderman – Van Foreest, de Volkskrant  januari 2015)

  1. exd4 Tfe8+ 19. Le2 Db5 20. Db4 Niet de sterkste verdediging. Hij kon zwart dwingen remise door eeuwig schaak te forceren met 20. Kf1 Txe2 21. Kxe2 c3+ 22. Ke3 Lh6+ 23. f4 Te8+ 24. Kf3 De2+ 25. Kg2 Dg4+. Ook was een winstpoging met 20. Da2 misschien verantwoord, al vereist die stalen zenuwen na 20 … Txe2+ 21. Kxe2 (21. Dxe2 Te8) 21 … c3+ 22. Ke3 Lh6+ 23. f4 Te8+ 24. Kf3.

Bab Wilders (Nederlands Dagblad, december 2010)

‘Liefhebbers van sensatie hadden natuurlijk graag gezien dat Fressinet tot Kh5 had besloten en er is eigenlijk geen directe weerlegging maar een koning midden in het strijdgewoel met alle zware stukken in de strijd vereist wel stalen zenuwen.’

Max Pam (Het Parool, september 2010: Bent Larsen 1935 -2010)

Hij (Bent Larsen) schrok voor geen enkele complicatie terug en toonde vaak stalen zenuwen. “De maag is een essentieel onderdeel van de schaakmeester”, heeft hij ook eens gezegd. Hij wilde altijd winnen, maar na een nederlaag ging hij niet bij de pakken neerzitten. In zijn originele, onnavolgbare stijl versloeg hij menig wereldkampioen. Botwinnik, Smislov, Tal Spasski, Petrosjan en zelfs Karpov zijn allemaal wel een keer onder zijn juk doorgegaan.

Stalen zenuwen

Stalen zenuwen worden belangrijker naarmate er meer op het spel staat. Bijvoorbeeld bij een wereldkampioenschap, bij een kandidatentoernooi of een ander toonaangevend internationaal toernooi. Maar wat voor de wereldtop geldt, geldt ook  voor alle niveaus daaronder. Voor de amateurschaker kan er veel op het spel staan  en dat wordt nog spannender als er veel omstanders zijn die naar de cruciale partijfase kijken en de spelers in tijdnood komen.

Een fenomeen: de onbedoelde zet ofwel het ontbreken van stalen zenuwen?

‘Pi-Air’ Van Hooijdonk vertelde na de EK- wedstrijd Duitsland – Italië, na het strafschoppendrama, dat het hem verschillende keren was overkomen dat hij een strafschop moest nemen en vast besloten was in de rechterbovenhoek te schieten. En op het laatste moment schoot hij, onbedoeld, in de linkerhoek. Hij vond dit zo bijzonder en kon er geen verklaring voor geven, het overkwam hem gewoon.

Bij schaken doet dit fenomeen zich ook voor. Als het spannend wordt kan een speler onbedoeld een zet spelen die hij of zij zeker niet van plan was. Of ook, onbedoeld, het verkeerde stuk aanraken. Een verklaring hiervoor heeft de schaker vaak ook niet.

Een mooi voorbeeld

Gonny van Oudenallen oud-Tweede Kamerlid en oud-Gemeenteraadslid van Amsterdam was uitgenodigd om in februari 2016 deel te nemen aan de traditionele Tata Steel Torentjes Schaaksimultaan in het gebouw van de Tweede Kamer. Zij mocht de handschoen opnemen tegen de beroemde Magnus Carlsen. De uitnodigingsbrief vond zij een brief om in te lijsten. Van haar is de volgende uitspraak,  gedaan voor aanvang van de simultaan:

“Je moet wel stalen zenuwen hebben, hoor. Soms gaan je vingers een andere zet doen dan je hoofd wil onder stress..”.

(Bron: Lokale krant)

Er zijn vele theorieën over dit fenomeen, hieronder volgen er enkele.

  1. Hans Ree in zijn schaakrubriek in de NRC van 23 juli 2016

‘Stel je voor. Een schaker maakt een blunder. Zodra hij het stuk heeft aangeraakt beseft hij dat, maar dan is het te laat. Er is een theorie van de Amerikaanse psycholoog William James (1842 – 1910) die zegt dat het lichaam eerder op prikkels reageert dan de hersenen.’

  1. Embodied Cognition (belichaamde cognitie)

Belichaamde cognitie is de radicale gedachte dat cognitieve processen, zoals waarnemen en denken, niet alleen gevormd worden door informatieverwerkingsprocessen in ons brein, maar ook door de rest van ons lichaam. Met andere woorden : een cognitief proces, zoals denken, doen we niet alleen met ons brein maar met ons hele lichaam.

De vraag blijft of het fenomeen hieruit te verklaren is? Klaarblijkelijk kan het uitvoeren van een beslissing afwijken van de in het brein genomen beslissing?

  1. Langzaam en  snelle circuits

Volgens sommigen is er sprake van  langzame en snelle informatiecircuits in ons lichaam. In ons brein komen deze dan samen en leiden tot beslissingen en acties. Hoe het fenomeen hieruit kan worden verklaard is niet duidelijk. Mogelijk sprake van kortsluiting in de circuits?

De  ‘angstgegner’ , ontbreken stalen zenuwen?

Iedere sporter of sportploeg heeft wel een tegenstander die zij zien als een ‘angstgegner’ en bij schaken komt dit ook vaak voor. Alle grote wereldkampioenen zoals Kasparov, Karpov en anderen werden ook zo gezien.

Een van de definities van het fenomeen ‘angstgegner’ is:

De ‘angstgegner’ wordt gedefinieerd als een tegenstander of een situatie (of een combinatie daarvan), die door eerdere ervaringen een zodanige angst veroorzaakt bij een sporter of een team dat normaal functioneren en dus presteren niet mogelijk is.

 

EK Voetbal 2016

Bondscoach Joachim Löw van Duitsland weigerde Italië een ‘angstgegner’ te noemen, ook al wist Die Mannschaft op een EK of WK nog nooit te winnen van de Azzurri. ,,We hebben geen Italië-trauma. Het verleden is koude koffie wat mij betreft. Een verse espresso is beter en die hoop ik zaterdag te proeven”, zei Löw in aanloop naar de confrontatie met de Italianen in de kwartfinales van het EK in Frankrijk.

Italië won weer, beide landen troffen elkaar negen  keer op een eindronde. Vijf keer won Italië, vier keer was het gelijk.

 

Bilbao Chess Festival

Tijdens het laatste toernooi in Bilbao werden twee ‘angstgegners’ uit de toptien onttroond. In de schaakrubrieken kreeg dit wereldwijd aandacht.

  1. Nakamura wint voor het eerst van Carlsen

De schaakrubriek van Hans Böhm van 23 juli had de kop De Angstgegner  hij schreef het volgende:

‘Er zijn al heel wat wetenschappelijke verhandelingen geschreven over het fenomeen Angstgegner. Ja, inderdaad, ik schrijf het een keer met een hoofdletter want het is toch een puur Duits woord waar geen goede Nederlandse vertaling voor is. De angstgegner is het tegenovergestelde van wat ze in de kleine lettertjes meegeven bij transacties op de beurs: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Als je het woordje ‘geen’ weghaalt heb je een definitie van de angstgegner. Keer op keer verlies je van je angstgegner, je komt niet in je spel en ook al sta je gewonnen je verliest toch, er spelen psychologische factoren mee vóór, tijdens en na de wedstrijd, het wordt een self fulfilling prophecy (een foute definitie van de situatie die gedrag oproept waardoor de foute definitie waar wordt). De tussenscore bij Magnus Carlsen en Hikaru Nakamura was 13-0 (en achttien remises) toen ze van de week weer tegenover elkaar plaats namen bij het Bilbao Festival. “Het maakt niet uit wat ik doe, ik win toch,” zal Carlsen gedacht hebben en Nakamura zal dezelfde gedachte hebben gehad maar met een andere uitslag.

  1. Carlsen wint voor het eerst van Giri

In Wijk aan Zee 2011 won Anish Giri verrassend van Magnus Carlsen, het was hun eerste ontmoeting. Sindsdien speelden ze steeds remise tegen elkaar, 14 keer in totaal tijdens klassieke partijen. In 2016 won Carlsen eindelijk van Giri tijdens het Bilbao Chess Festival. Een hele opluchting voor de wereldkampioen!

Sterke staaltjes

Evenals bij andere sporten zijn schakers en schaakjournalisten goed in het vertellen van sterke staaltjes. Schaakverhalen, soms waar gebeurd of aan de rijke fantasie ontsproten. Iedereen kent wel zo’n sterk staaltje. De oude doos is hiermee rijkelijk gevuld.

Zo gaat het verhaal dat de Amerikaan Harry Nelson Pillsbury (1872 -1906) in de St. Louis Chess Club een blindsimultaan speelde. Hij nam het op tegen zestien schakers en tegelijkertijd tegen acht  dammers (zij speelden het Amerikaanse Checkers). Met daarnaast ook nog eens twee kaartspelletjes Whist (een bijzonder kaartspel in die tijd). Hij won 15 schaakpartijen en alle acht dampartijen.

Tijdens een korte onderbreking pakte hij een krant (Post Dispatch) en las hieruit een aantal zinnen, slechts een keer. Hij gaf de krant aan Lewis T. Haller en hij reproduceerde de zinnen woord voor woord, ook achterste voren zonder één fout te maken.

(Bron: Chess Notes van Edward Winter)

 

EEN SCHAAKTOREN OP BOMMELSTEIN

Een schaaktoren op Bommelstein

Sprak: één ding doet mij wel eens pijn

Als Heer van Stand word ik, de toren,

Te vaak over één kam geschoren

Met zowel loper, als ook paard

Iets dat mij soms wel wat bezwaart

Want men kan zeggen wat men wil

Ik zeg: er is een standsverschil

Mij dunkt het is geen kleinigheid

Maar liefst een volle kwaliteit!

En wie zou er kunnen beweren

Dat zonder mij valt te rokeren?

Ik heb daarvoor een fijn gevoel

Als u begrijpt wat ik bedoel “Vermijd de schuinsmarcheerderij!”

Was wat mijn goede vader zei

En daar houd ik mij dus ook aan

Ik kies steeds voor de rechte baan

Men vindt een toren wel eens saai

Ik vind die aantijging niet fraai

Want ook al hou ik me in ’t begin

Ook vaak een heel klein beetje in

Ik ben in staat tot sterke staaltjes

Zoals een mat achter de paaltjes

Hans Erkamp

1001.gedichten.nl

 

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.