Manoeuvreren op de vierkante centimeter in vijfde partij

De vijfde partij in de WK-tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin is momenteel in volle gang. De wereldkampioen bediende zich ditmaal van het Italiaans. Hij speelde een wat ongebruikelijk systeempje maar hij leek toch een licht voordeeltje te hebben bereikt. Karjakin zag op de 13de zet zijn kans schoon om via een schijnoffer in het centrum de nodige stukken van het bord te halen. De pionnenstructuur werd hierdoor rigoureus veranderd en zwart had het loperpaar veroverd. Op de 20ste zet zag de zwartspeler zich genoodzaakt om een van zijn lopers voor een wit paard te geven en toen de laatste paarden van het bord gingen, resteerde er een eindspel met zware stukken en ongelijke lopers. In dat eindspel heeft Magnus een mobiele meerderheid op de koningsvleugel, terwijl die van zwart lamgelegd is.

In tegenstelling tot onze andere verslaggever (Dimitri Reinderman) die er de vorige keer een nachtelijke analyse van maakte, laat ik de stelling zoals die nu is. Ze hebben nu 40 zetten gespeeld en ik zal u alvast deelgenoot maken van mijn bevindingen tot dusver.

Op dit moment lijkt het erop dat alleen Carlsen ergens op kan spelen, zwart moet wachten hoe wit denkt er doorheen te kunnen gaan. De zwarte stelling is echter stevig en als het openkomt, kan ook de witte koning in gevaar komen. De engines hebben moeite met het taxeren van deze stelling omdat het hier gaat over heel lange termijn plannen.

Ik ben benieuwd en zal u morgen in de ochtend bijpraten! Inmiddels is de partij beëindigd en is het weer remise geworden.

Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Nadat ik u gisteravond verlaten had, werden er nog slechts 11 zetjes gespeeld, maar wel zeer inhoudsrijke! Zoals ik al had geschreven was er maar een speler die op winst kon spelen, maar dan moest hij wel risico’s gaan nemen. En met zijn 38ste zet nam Carlsen ook een risico dat achteraf gezien wel helemaal verkeerd had kunnen uitpakken. Karjakin reageerde heel adequaat door met 38… h5! tegenspel te bieden. Ik kon toen nog niet vermoeden dat dat tegenspel ontstond toen de uitdager met 42… d4! er een pion tegenaan gooide om zijn loper te activeren. Het kritieke moment ontstond op de 43ste zet.

 

 

Hier liet Karjakin in de persconferentie zien dat hij een mooie kans op meer dan een halfje had laten liggen. Met meteen 43… Th8! had hij het initiatief kunnen overnemen. De variant die hij hierna gaf, sneed niet helemaal hout, zoals ik in de analyse hoop te kunnen aantonen. Maar er waren wel andere mogelijkheden die de witspeler in het nauw zouden kunnen drijven. Dit is misschien het eerste moment waarop Karjakin de kans had op meer. Tot dusver is het de wereldkampioen die de lakens uitdeelt.

De verveelde manier waarop Carlsen bij de persconferentie zat, toont aan dat het missen van zoveel kansen in deze tweekamp behoorlijke impact heeft gehad op hem. Op een vraag in de persconferentie ‘wie de leiding had’ in deze partij antwoordde Carlsen zichtbaar geïrriteerd. Zijn antwoord klonk als: “Het is duidelijk dat zwart niets kan doen en moet afwachten. Wit is de enige die voor de winst kan gaan”. Dat is natuurlijk waar, maar als wit verder wil komen, moet hij ook risico’s nemen en dat is precies waar de Rus op zit te wachten…

Soms schaakt Carlsen als van een andere planeet maar als het niet helemaal naar wens gaat, lijkt hij stoïcijns, maar dat is hij bepaald niet. We zijn niet vergeten hoe Carlsen vorig jaar in de eerste ronde van het Norway Chess in gewonnen stelling door zijn vlag ging tegen Topalov. Omdat hij de regels niet kende. Dat incident bleek zoveel invloed op zijn spel te hebben dat het niet meer goed kwam met hem in dat toernooi. Topalov daarentegen kreeg toen vleugels en hij won het toernooi.

 

Carlsen zal zichzelf in de hand moeten houden wil hij Karjakin dadelijk niet in een zetel de titel bezorgen. De uiterst taaie Rus is duidelijk niet genegen om zijn rivaal ‘vrije doortocht’ te geven. En als de Noor ongeduldig wordt, zoals gisteren bleek, zijn de gevolgen voor hem nog niet te overzien. Vanavond de zesde partij. Eens kijken of Carlsen er mentaal weer goed voorstaat.

 

 

 Carlsen, Magnus – Karjakin, Sergey 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4

Het Italiaans. Geen Spaans dus ditmaal.

3…Lc5 4. O-O

  1. c3 Pf6 5. d3 wordt ook veel gespeeld. De huidige wereldtop ziet geen heil in het Evansgambiet dat ontstaat na 4. b4 Zowel Fischer als Kasparov hebben het ooit gespeeld en zijn wonnen ermee van gerenommeerde tegenstanders. Fischer versloeg o.a. Fine en Kasparov reeg Piket en Anand aan zijn zegekar.

4…Pf6 5. d3 O-O 6. a4

Carlsen kiest een redelijk schaars gekozen voortzetting. De bedoeling is om ruimte te winnen op de damevleugel. 6. Lg5 komt onder andere uit de koker van Fedorchuk. Die won er een aardige partij mee van Gunnarsson in 2013. Spelers van wereldklasse, zoals Giri, Wei, Radjabov en Harkriskna opteren meer voor 6. Pbd2

6…d6 7. c3

Dreigt zomaar een stuk te winnen met b2-b4 en na … Lc5-b6 met a4-a5. Maar daarmee verschalkt de wereldkampioen deze tegenstander niet. Je zou nu ook kunnen denken aan 7. a5 hetgeen ooit gespeeld is in een partij Kagirov-Kharitonov, 2000.

7…a6 8. b4 La7 9. Te1

Wit maakt veld f1 vrij voor een paard en hij maakt zich tegelijkertijd op voor een eventuele opmars met d3-d4. Ook nu is 9. Lg5 weer een populaire zet.

9…Pe7

Het zwarte paard heeft niets meer te zoeken op c6 en is op weg naar de koningsvleugel waar veld f4 lonkt voor dit dier.

  1. Pbd2 Pg6 11. d4

Carlsen wil niet meer wachten. 11. Pf1 kwam o.a. op het bord in een partij Bocharov-Deviatkin, 2014.

11…c6

Karjakin bereidt een actie voor om het witte centrum uit elkaar te slaan. Van een zet als 11…Lg4 om druk te zetten op het witte centrum, heeft wit weinig te duchten. Hij kan zowel met 12. h3 [ als met 12. Lb2] 12…Lxf3 13. Pxf3 antwoorden.

  1. h3

Om een eventueel … Lg4 uit de stelling te halen. Strikt genomen een nieuwtje, maar ik vermoed dat beide spelers al op zichzelf waren aangewezen. Het type stelling is natuurlijk wel bekend. Het heeft wat weg van het Spaans, waarin zwart zijn loper niet op e7 heeft staan maar op a7. En de witveldige loper op c4 wordt vaak teruggejaagd naar c2. Daar wacht hij tot de stelling geopend wordt. De vraag is echter of Carlsen de nu volgende actie heeft zien aankomen. Je mag aannemen van wel, maar waarom laat hij zich daar op in? Zwart heeft wat ruimtenadeel in deze stelling en met de grootscheepse ruil kan hij in elk geval daarvan af. Zou Carlsen de stelling die dadelijk ontstaat taxeren als kansrijk voor wit? In Kucpera-Jaracz, 2013 werd nog 12. Lb3 gespeeld. Dat haalt de truc die in de partij wordt gespeeld uit de stelling. Deze Kucpera is op rating geen hoogvlieger (2045 tegen 2270 van de zwartspeler in deze partij), maar hij heeft ingezien dat zwart zijn openingsproblemen op rigoureuze wijze dreigt op te lossen.

12…exd4 13. cxd4

13…Pxe4!?

Dat is het nadeel van de loper op c4, daar kon je bijna gif op innemen.

  1. Lxf7+!?

Interessant gespeeld van de wereldkampioen. Ook mogelijk is 14. Pxe4 d5 15. Ld3 dxe4 16. Lxe4 waarna wit in elk geval het loperpaar heeft behouden. Maar na 16…Le6 zal de geïsoleerde pion op d4 hem niet bevallen. Wit kan overigens met 17. b5 de stelling wel helemaal gelijkmaken als hij wil.

14…Txf7 15. Pxe4 d5 16. Pc5

Dit moet zijn idee geweest zijn. Het paard op c5 staat hier zo sterk dat zwart weldra zijn loper moet geven. Er ontstaat dan een structuur die redelijk gunstig voor wit kan worden. Het paard staat niet goed op g5: 16. Peg5 Te7 en wit moet een beetje gaan oppassen omdat … h7-h6 in de stelling zit.

16…h6 17. Ta3 Lf5 18. Pe5

Door de mooie pion op d4 hebben de witte paarden mooie steunpunten in het centrum gekregen. Daar maakt hij dan ook direct gebruik van.

18…Pxe5 19. dxe5

Wit heeft nu een vrijpion op e5 gekregen, maar hij moet over de witte velden heen zien te komen. Dat wordt nu min of meer een thema in de partij.

19…Dh4 20. Tf3

Alles klopt als een bus voor wit. De f-lijn kan lastig worden, dus daar dient hij iets tegen te doen.

20…Lxc5

Karjakin besluit om weer wat stukken te liquideren. Daarmee neemt hij vrijwillig afstand van het loperpaar. Dat lijkt terecht want dat deed in deze stelling nagenoeg niets. We krijgen nu een stelling met zware stukken en ongelijke lopers.

  1. bxc5 21…Te8

We kunnen hier constateren dat zwart een pionnenmeerderheid van vier tegen twee heeft op de damevleugel, maar die is volledig aan banden gelegd. Wit heeft op zijn beurt een pionnenmeerderheid op de koningsvleugel, maar zolang zwart een blokkade heeft op de witte velden kan wit daar ook weinig mee beginnen. Het zal er in de toekomst om gaan spannen of wit die pionnen in beweging zal kunnen krijgen. Om te beginnen zal hij graag een pion op f3 willen zetten om zo de velden van de loper in te perken.

  1. Tf4

Eerst wordt de lastige zwarte dame van haar dominante positie verjaagd.

22…De7 23. Dd4 Tef8 24. Tf3 Le4 25. Txf7 Dxf7

Het is wit gelukt om één paar torens te ruilen. Daarmee wordt de druk op zijn stelling verlicht en kan hij proberen te werken aan een ideale opstelling.

  1. f3 Lf5 27. Kh2

De manoeuvreerfase, waarin beide spelers de meest ideale velden voor hun stukken willen vinden, lijkt aangebroken. Men zou zich kunnen afvragen of 27. g4 Le6 gevolgd door 28. f4 niet het witte plan moet zijn. Ik denk inderdaad dat dat zo is, maar het lijkt wat vroeg. Zwart kan zich geschikt verdedigen met 28…g6 en dan heeft wit alleen maar zijn eigen koning open gegooid, zonder dat te zien valt hoe hij hier ooit verder moet komen. De actie f4-f5 lijkt vooralsnog tot de onmogelijkheden te behoren en dat is nu net wat wit graag zou willen spelen.

27…Le6 28. Te2 Dg6 29. Le3 Tf7

Karjakin laat niets aan het toeval over: pion f7 moet gedekt staan.

  1. Tf2 Db1

Een plaagstootje.

  1. Tb2 Df5 32. a5

Dat behoort tot het concept van Carlsen. De zwarte damevleugel is definitief lam gelegd. Hij is de enige die wat kan proberen, hoewel dat heel zorgvuldig voorbereid zou moeten worden.

32…Kf8

Karjakin bergt zijn koning op op de damevleugel. Dat lijkt geen slecht verdedigingsplan.

  1. Dc3 Ke8 34. Tb4 g5 35. Tb2 Kd8 36. Tf2 Kc8 37. Dd4 Dg6
  1. g4?!

Magnus gaat ervoor met deze nogal principiële zet. Misschien is het achteraf gezien een zeer discutabele beslissing. Wit legt de pionnen van zwart vast op de kleur van de witte loper. Hij dreigt nu te komen met een snel f3-f4 als zwart niet oppast. Aan de andere kant komt ook de witte koning wat in de tocht te staan als de stelling openkomt. Op een vraag in de persconferentie ‘wie de leiding had’ in deze partij antwoordde Carlsen zichtbaar geïrriteerd. Zijn antwoord klonk als: “Het is duidelijk dat zwart niets kan doen en moet afwachten. Wit is de enige die voor de winst kan gaan”. Dat is natuurlijk waar, maar als wit verder wil komen, moet hij ook risico’s nemen en dat is precies waar de Rus op zit te wachten…

38…h5!

Uitstekend gespeeld door Karjakin. Niet alleen zet hij druk op g4, zodat f3-f4 niet zonder slag of stoot doorgezet kan worden, maar ook opent hij de h-lijn voor zichzelf.

  1. Dd2 Tg7 40. Kg3 Tg8

Zwart besluit nog even te wachten alvorens hij de h-lijn gaat openen.

  1. Kg2 hxg4 42. hxg4 d4!

Niet alleen een moedig maar ook sterk besluit. Zwart ziet in dat zijn loper niets doet en geeft daarom een pion om de loper te activeren via het mooie veld d5.

  1. Dxd4

43…Ld5?!

Ineens wordt duidelijk dat wit enorm moet oppassen. De zwarte koning staat betrekkelijk veilig terwijl die van wit onder vuur genomen kan worden. Maar met de tekstzet laat zwart een grote kans liggen. In de persconferentie liet Karjakin weten dat hij met meteen 43…Th8! het initiatief had kunnen overnemen. Hij gaf de volgende variant: 44. De4 Dh6 45. Kf1 Dit had hij natuurlijk allemaal wel gezien maar hij had gedacht dat het niet zo veel zou zijn voor zwart na 45…Dh1+ 46. Ke2  (zie analysediagram)

analysediagram

Maar dan had hij nu wel 46…Ld5! moeten vinden. [ In de persconferentie gaf hij 46…Da1 aan, maar dat blijkt bij nader inzien niet zoveel bijzonders te zijn. Met 47. Lxg5! kan wit ontsnappen uit deze netelige situatie. Door pion g5 te nemen, creëert hij ruimte voor zijn koning om via de zwarte velden te vluchten. Een voorbeeld: 47…Th1 48. Ld2 Dd1+ 49. Ke3 en wit heeft alles onder controle.] [ 46…Td8 is niets voor zwart zoals de zwartspeler correct aangaf: 47. Tf1 Dh2+ 48. Tf2] 47. Dd3 en nu is 47…Da1  (zie analysediagram)

analysediagram

Waarna wit flink in de problemen is geraakt. Als hij nu gaat voor de zet die in alle varianten de oplossing lijkt te zijn [ 47…Tf8!? lijkt uiterst onaangenaam voor wit maar hij heeft opnieuw 48. Lxg5! waarna zwart naar een eindspel kan afwikkelen met een kwaliteit meer. Dat zal echter hoogstwaarschijnlijk in remise eindigen na 48…Lxf3+ 49. Txf3 Dg2+ 50. Ke1 Dxf3 51. Dxf3 Txf3 52. Lf6 De loper en de twee witte pionnen leggen genoeg gewicht in de schaal voor een half punt.] 48. Lxg5 is deze nu van een ander kaliber. Na 48…Dxe5+ 49. Le3 Da1 heeft wit weliswaar een pion meer maar zwart heeft een gevaarlijk initiatief tegen de witte koning. Een voorbeeld: 50. Dd4 Da2+ 51. Ld2 Td8 52. Dc3 Lc4+ 53. Ke3 Td3+ 54. Dxd3 Lxd3 55. Kxd3  (zie analysediagram)

analysediagram

waarna er een krankzinnig eindspel ontstaat dat vermoedelijk toch in remise zal eindigen.

  1. e6!

Carlsen ziet de ernst van de situatie in en geeft zijn mooie pion meteen terug om … Th8 uit de stelling te halen.

44…Dxe6 45. Kg3

Om toch zo snel mogelijk de zaak op te klaren met f3-f4.

45…De7 46. Th2

Het gevaar voor wit is geweken.

46…Df7 47. f4 gxf4+ 48. Dxf4

Het is duidelijk dat hij zich met een half puntje tevreden wil stellen.

48…De7

Dameruil is op dit moment alleen maar gunstig voor wit. Hij is de enige met een vrijpion en die kan hij niet zorgeloos benutten met dames op het bord. Het eindspel na 48…Dxf4+ is alleen maar beter voor wit hoewel zwart het wel zal houden. 49. Lxf4 Tg7

  1. Th5 Tf8
  1. Th7!

Zo wil hij meer stukken ruilen en nu dwingt hij zwart min of meer naar remise af te wikkelen.

50…Txf4

50…Dxh7 51. Dxf8+ Kd7 zou overigens ook in remise eindigen na bijvoorbeeld 52. Df5+ Dxf5 53. gxf5

  1. Txe7 Te4

Zo krijgt zwart ook de torens van het bord anders zou het nog even zweten worden voor hem… En meteen werden de handen geschud. Na 51…Te4 52. Txe4 Lxe4 53. Kf4 Lc2 54. Ke5 Kd7 55. Kf6 Ke8 56. g5 Kf8 komt de zwarte koning voor de witte g-pion. Die kan nooit meer verdreven worden. De witte koning mag ondertussen b7 gaan consumeren, maar dan plaatst zwart zijn loper op b5 zodat er ook niets meer te zien valt.

1/2-1/2

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

2 Reacties

  1. Avatar
    MvanLeeuwen 18 november 2016

    Het commentaar is dit keer m.i wat eenzijdig, alsof Carlsen contant aan het roer is. Hij lijkt inderdaad degene te zijn die wat probeert, maar zwart heeft net als wit een vrijpion die geblokkeerd is, en de koningstelling van wit lijkt rond zet 40 ook kwetsbaarder/niet helemaal fris. Wit kan ook gemakkelijk te ver gaan in dit soort stellingen.

  2. Avatar
    Herman Grooten 18 november 2016

    Een soortgelijke opmerking kwam ook in de persconferentie. Op een vraag in de persconferentie ‘wie de leiding had’ in deze partij antwoordde Carlsen zichtbaar geïrriteerd. Zijn antwoord klonk als: “Het is duidelijk dat zwart niets kan doen en moet afwachten. Wit is de enige die voor de winst kan gaan”.

    Maar om verder te komen moest Carlsen dus iets gaan doen en daarmee kwam hij later toch wat in de problemen.

     

     

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.