Schaakrubrieken weekend 9 september 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Anand ligt er uit

Toen ik vroeger toernooien met het knock-outsysteem meemaakte, dacht ik soms aan een horrorfilm waarin om de paar dagen de helft van een sympathiek gezelschap spoorloos verdwijnt. Opgegeten door zombies? Hersenen, het favoriete zombiegerecht, zijn in het World Cup toernooi in Tbilisi in ieder geval ruim aanwezig, want de bovenste zestien van de wereldranglijst doen mee. Deden mee, moet ik eigenlijk zeggen, want een paar van de beste spelers zijn in de eerste week al uitgeschakeld. Op zondag 3 september stonden de stukken in het Hualing Hotel in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, opgesteld voor 128 deelnemers aan de World Cup. De woensdag daarna waren er nog 64 over en leek de zaal al akelig leeg. Om de drie dagen wordt de helft geëlimineerd. Op 23 september begint de finale en op 27 september is de laatste tiebreak gepland. Wie daarna als laatste overeind staat heeft iets groots gepresteerd. Het gaat behalve om de eer om veel geld, want de winnaar ontvangt na aftrek van 20 procent Fide-belasting netto 96.000 dollar. Er is nog een grotere prijs. De twee finalisten krijgen een plaats in het kandidatentoernooi van volgend jaar. Wat dat betreft deden Magnus Carlsen en Sergei Karjakin buiten mededinging mee. Carlsen heeft als wereldkampioen in een kandidatentoernooi niets te zoeken en Karjakin had er al een plaats. In Tbilisi werd Karjakin donderdag uitgeschakeld en tot verdriet van velen gebeurde hetzelfde met de veelvoudige wereldkampioen Anand. Je ziet veel angstvallige remises. Een slechte zet kan betekenen dat iemand zijn koffers mag pakken. Onze man Anish Giri zei: „Het is alleen leuk om te volgen! Hier spelen is hartverscheurend en zenuwslopend. Je hebt vandaag al gezien dat Teimour Radjabov de zenuwen gewoon niet aankon en al heel snel remise aanbood.” Dat was waar, maar een dag later revancheerde Radjabov zich in grote stijl.

Helgi Dam Ziska-Teimour Radjabov, World Cup Tbilisi 2017

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 e6 4. 0-0 Pge7 5. Te1 a6 6. Lf1 d5 7. exd5 Pxd5 8. d4 Pf6 9. Le3 Pd5 10. Lc1 Pf6 11. Le3 cxd4 Even leek het of het weer snel remise zou worden, maar zwart wil spelen. 12. Pxd4 Ld7 13. c4 Dc7 14. Pc3 Le7 15. h3 0-0 16. Tc1 Pxd4 17. Dxd4 Lc6 18. Db6 De5 19. a3 Ld6 20. g3 Lc7 Zwart heeft een kleine verzwakking van wits koningsstelling afgedwongen, maar na 21. Dd4 zou er nog niet veel aan de hand zijn. 21. Db3 Pe4 Nu is het lastig voor wit. Na 22. Lf4 Df5 23. Pxe4 (niet 23. Lxc7 wegens 23…Dxf2+ en mat) Lxf4 24. gxf4 Lxe4 staat zwart beter. 22. Lg2 Dit wordt krachtig weerlegd. 22…Pxg3 23. fxg3 Er zat weinig anders op. Zwart dreigde 23…Pe2+ en 23. Lxc6 bxc6 24. Lb6 Df4 25. Lxc7 Dxc7 26. fxg3 Dxg3+ is ook gunstig voor zwart. 23…Dxg3 24. Dc2 f5 Met deze pion wordt wit onder de voet gelopen. 25. Lc5 f4 Na het stukoffer een kwaliteitsoffer. 26. Df2 Dg6 27. Lxf8 Txf8

Wit staat een toren voor, maar hij heeft geen verdediging. Na 28. Pe4 f3 29. Tc3 fxg2 30. Dxg2 Df5 zijn zwarts lopers geweldig. 28. De2 Lb6+ 29. Kh1 f3 30. Dxe6+ Dxe6 31. Txe6 fxg2+ 32. Kh2 Tf1 Wit gaf op. Uit hoffelijkheid had hij nog 33. Txf1 gxf1P mat kunnen toelaten.

Gert Ligterink

Een offer is licht als je weet geen tweede kans te krijgen

De deelnemers aan het World Cup toernooi in Tbilisi komen ook uit landen zonder noemenswaardige schaaktraditie. Of beter gezegd kwamen, want na de eerste schiftingsronde zijn de meesten van hen weer op weg naar huis. Sommigen gingen kansloos ten onder, anderen boden verrassend sterke tegenstand. Zo lukte het de 16-jarige Australiër Anton Smirnov tweemaal remise te maken tegen Sergey Karjakin. Pas in de door rapidpartijen besliste tiebreak boog hij voor de uitdager in de laatste WK-match. Ook voor de zes Afrikaanse deelnemers was het toernooi na drie dagen voorbij. Mijn hart bloedde voor de sterkste van hen, de Egyptische arts Bassem Amin. Als hij de klassieke schaakliteratuur beter had gekend, zou hij de tweede ronde hebben gehaald. Tegen de Hongaar Viktor Erdos bereikte hij de volgende glad gewonnen stand.

Erdos – Amin na de 67ste zet van wit. Zwart wint gemakkelijk na bijvoorbeeld 67 … Th3+ 68. Ke4 Kd6. Amin dacht dat het nog eenvoudiger kon:
67 … a3?? 68. T×a3! Th3+ 69. Ke4 T×a3 Pat.

Als Amin het boek over het eerste grote naoorlogse toernooi in Groningen 1946 had gelezen, zou hij hebben geweten dat Vassily Smyslov deze wending over het hoofd zag tegen Ossip Bernstein. Amin kreeg geen tweede kans. Hij verloor na vier tiebreakpartijen. De favorieten waren op een enkele uitzondering na genadeloos in de eerste ronde. De meesten wonnen zonder problemen en de enkeling die in de eerste partij een misstap beging, corrigeerde die doorgaans in de tweede. Zo verloor de jonge Rus Vladimir Fedosejev, voorbestemd om de opvolger te worden van Kramnik en Karjakin, zijn eerste partij tegen de Cubaan Bacallao. Alsof er niets was gebeurd, won hij de volgende dag in grote stijl. Zijn commentaar: ‘Het was niet moeilijk om materiaal te offeren omdat ik niets te verliezen had en wist dat ik geen tweede kans zou krijgen.’

Fedosejev- Bacallao Tbilisi 2017

1. e4 c6 2. d4 d5 3. e×d5 c×d5 4. Ld3 Pc6 5. c3 Dc7 6. h3 Pf6 7. Pf3 g6 8. Pa3 a6 9. De2 Lf5 10. L×f5 g×f5 11. Pc2 e6 12. Pe3 Pe4 13. Pd2 h5 14. 0-0 Ld6 Met 14 … 0-0-0 kon zwart het volgende schijnoffer verhinderen. 15. P×d5 e×d5 16. f3 0-0-0 17. f×e4 f×e4 18. Tf5 Dd7 19. T×d5! Een zeer verantwoord kwaliteitsoffer. Wits lichte stukken zijn sterk en zwarts koning is in gevaar. 19 … Lh2+ 20. K×h2 D×d5 21. Pc4 Kb8 22. Lf4+ Ka7 23. a4 Pe7 24. Tf1 Pg6 Sterker is 24 … f5. 25. Lc7 Tdg8 26. Pe3 Dd7? Hierna is geen verdediging meer mogelijk. Na wits volgende zet dreigt 28. Dc5+ en 29. Pc4.

27. Dc4! Ph4 28. T×f7 T×g2+ Wanhoop. Ook na 28 … Dc8 29. d5 T×g2+ 30. P×g2 Pf3+ 31. T×f3 e×f3 32. Pf4 wint wit eenvoudig.
29. P×g2 Pf3+ 30. Kg3 Dc8 31. Kf2 Tg8 32. Pf4 Pg5 33. Dc5+ Ka8 34. Pd5 e3+ 35. Ke2Zwart geeft op. Fedosejev won de tiebreak met 2-0.

Hans Böhm

Gary Kasparov durfde het na twaalf jaar afwezigheid uit de arena aan, zich te meten met de huidige top. Dat is een moedig staaltje waar de schaakwereld met grote interesse naar uit keek. In de geschiedenis zijn wel vaker spelers na een langdurige absentie teruggekomen. Recordhouder is Bobby Fischer die in 1972 zijn laatste officiële WK-partij tegen Boris Spassky speelde en twintig jaar later weer achter het bord plaats nam en overtuigend won.

B. Fischer – B. Spassky, 1992

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 0-0 8.c3 d6 9.h3 Pb8 10.d4 Pbd7 11.Pbd2 Lb7 12.Lc2 Te8 13.Pf1 Lf8 14.Pg3 g6 15.Lg5 h6 16.Ld2 Lg7 17.a4 c5 18.d5 c4 19.b4 Ph7 20.Le3 h5 21.Dd2 Tf8 22.Ta3 Pdf6 23.Tea1 Dd7 24.T1a2 Tfc8 25.Dc1 Lf8 26.Da1 De8 27.Pf1 Le7 28.P1d2 Kg7 29.Pb1 Pxe4 30.Lxe4 f5 31.Lc2 Lxd5 32.axb5 axb5 33.Ta7 Kf6 34.Pbd2 Txa7 35.Txa7 Ta8 36.g4 hxg4 37.hxg4 Txa7 38.Dxa7 f4 39.Lxf4 exf4 40.Ph4 Lf7 41.Dd4+ Ke6 42.Pf5 Lf8 43.Dxf4 Kd7 44.Pd4 De1+ 45.Kg2 Ld5+ 46.Le4 Lxe4+ 47.Pxe4 Le7 48.Pxb5 Pf8 49.Pbxd6 Pe6 50.De5 zwart geeft op.

Toch bleek Fischer in de rest van die revanchematch met Spassky beduidend aan kracht te hebben verloren. Kasparov heeft een eigen manier om terug te komen: “Ik wil juist geen serieuze partijen spelen want zowel mijn eigen verwachting en die van mijn fans zullen worden teleurgesteld. Er zijn grenzen die worden gesteld door leeftijd. Ik speel dit evenement met versneld tempo alleen om plezier te hebben.” En om plezier te verschaffen want van alle live partijen werden de partijen van Kasparov het meest gevolgd en dat was niet alleen door zijn faam maar ook door de spanning die hij op het bord brengt. Kasparov speelt agressief in de opening, het middenspel en het eindspel. Dat is vingerlikkend interessant om mee te maken maar zijn timemanagement is nagelbijtend slecht. Als je met vijf minuten bedenktijd totaal, drie minuten nadenkt over een zet dan zit je in de verkeerde modus.

G. Kasparov – S. Karjakin, 5 minuten

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.Pc3 Dh4+ 4.Ke2 Dd8 Het Koningsgambiet, een opening uit de romantische tijd. Levensgevaarlijk voor beide partijen.
5.d4 Pf6 6.Lxf4 Lb4 7.Lg5 Lxc3 8.bxc3 d6 9.Pf3 0-0 10.Lxf6 Dxf6 11.Kf2 c5 12.h3 Te8 13.Dd3 b6 14.Te1 Lb7 15.g3 Pc6 16.Lg2 Tac8 17.a3 Pb8 18.Te3 Pd7 19.Tf1 Een vreemde keus na zo’n dertig seconden gespeeld. Normaal is zonder nadenken 19.The1.
19…De7 20.Kg1? Lxe4 Vanaf hier staat zwart gewonnen maar kijk eens hoe inventief Kasparov blijft vechten:
21.De2 d5 22.Ph4 g6 23.Lxe4 dxe4 24.Dg4 Pf6 25.Dg5 Ph5 26.Dg4 Pg7 27.De2 cxd4 28.cxd4 f5 29.Pg2 Dd6 30.c3 Dxa3 31.Dd2 Pe6 32.g4 Pg5 33.gxf5 Pf3+ 34.Txf3 exf3 35.Txf3 Tf8 36.Ph4 De7 37.Df2 Dg5+ 38.Tg3Kasparov had in deze fase slechts de drie seconden bonus per zet om te denken en te zetten.
38…Dc1+ 39.Kg2 Txc3 40.Pxg6!? Txg3+ 41.Dxg3 Dd2+?
Inmiddels ook met de vlag op vallen houdt Karjakin eeuwig schaak in plaats van 41…Dc6+ en wint.
42.Kh1 Dd1+ 43.Kg2 De2+ 44.Kg1 Dd1+ en remise.

En zo verging het Kasparov in bijna alle achttien snelschaakpartijen in deze dubbelrondige tienkamp: interessante opening, boeiend middenspel en dan een waanzinnige slotfase wegens gebrek aan tijd. Maar spectaculair was het.

Een modelpartij was de overwinning op Leinier Dominguez uit Cuba, nummer 24 op de wereldranglijst, in zijn geliefde Najdorf-variant van het Siciliaans..

L. Dominguez – G. Kasparov

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.h3 e6 7.g4 h6 8.Lg2 g5 9.Le3 Pbd7 10.De2 Pe5 11.0-0-0 Pfd7 12.h4 Tg8 13.hxg5 hxg5 14.Kb1 b5 15.a3 Lb7 16.Lc1 Tc8 17.Th3 Pg6 18.Lh1 Pde5 19.Tg3 Le7 20.Pa2 Th8 21.Tc3 Txc3 22.Pxc3 Dc7 23.Lg2 Dc4 Het lijkt wel alsof we Karpov aan het werk zien: de positionele aanpak. Kasparov had vroeger gekozen voor het actievere 23…Th2 of 23…Pf4 om de druk op te voeren. Maar ook na dameruil heerst zwart over de zwarte velden.
24.Dxc4 bxc4 25.f3 Th2 26.Lf1 Pf4 27.Le3 Ld8 28.Td2 Txd2 29.Lxd2 Lb6 30.Lxf4 gxf4 31.P3e2 d5! 32.exd5 Lxd5 33.Lg2 Pxg4 34.Pxf4 Pe3 35.Pde2 Pxg2 36.Pxg2 Lxf3 de beloning van het voorgaande, zwart won na nog wat zetten.

Slotstand snelschaak, 18 ronden
1.Karjakin 13,5 2.Aronian 12,5 3.Nakamura 10,5 4.Nepomniatchi 10 5.Kasparov 9 6.Le 8,5 7.Dominguez 7,5 8.Anand 7 9.Navarra 6 10.Caruana 5,5

Bab Wilders

In navolging van Arjen Lubach moeten ze bij New In Chess gedacht hebben: wat ze in de USA kunnen (McFarland) kunnen wij hier in Nederland ook en misschien beter, namelijk het stof der eeuwen afblazen van een belangrijk schaker die ten onrechte in de vergetelheid is geraakt. Dat doe je dan door hem te eren met een prachtig boekwerk. Het gaat hier om een bijna 900 pagina’s tellende biografie van Gyula Breyer, The Chess revolutionary (€ 45,95) van de hand van Jimmy Adams. Breyer werd Hongaars kampioen in 1912 op jonge leeftijd (1894-1921) en natuurlijk is er de eerste wereldoorlog die aan talloze schakers het leven kostte en de carrière beïnvloedde van hen die bleven leven. In 1920 won Breyer een groot toernooi in Berlijn voor tegenstanders als Reti, Bogoljubov en Tarrasch. Deze laatste was niet alleen aan het bord zijn tegenstander maar ook wat betreft de opvattingen over het spel: het classicisme van Tarrasch tegenover hypermodernisme waarvan Breyer als grondlegger beschouwd kan worden, gezien zijn gechargeerde uitspraak: Na 1.e4 kan wit eigenlijk opgeven. Gezien zijn briljante spel in Berlijn was zijn overlijden in 1921 zeer te betreuren. We zullen nooit weten tot welke hoogte hij had kunnen stijgen. Kort voor zijn dood was hij nog juist een schaakrubriek begonnen in een Hongaarse krant. Hij verdedigde daarin de ideeën van de hypermodernisten: niet het centrum zelf bezetten maar het bestrijken vanuit de hoeken: Pf3, g3, Lg2, b3 enz. En zwart doet hetzelfde met g6, Lg7, de Indische openingen. Nu gewoon repertoire, toen revolutionair. In het boek is ook aandacht voor deze tegenstelling en zo komen vanzelf de schaakgrootheden uit die tijd langs. Een waardevol boek, zeker voor schaak-historici. Mede door de vele artikelen, rubrieken en deskundige commentaren bij de partijen, van Breyer zelf maar ook van zijn grootmeesterlijke tegenstanders, geeft het een overzicht van de tijd rond Wereldoorlog I.

Er staan veel originele partijen in dit boek, want origineel was de speelstijl van Breyer, het is moeilijk kiezen, maar vooruit, deze: een Hongaars onderonsje

Asztalos-Breyer

1.d4 d5 2.c4 c6 3.e3 Pf6 4.Pf3 e6 geen zorgen over Lc8 5.Pc3 Pe4 6.Pxe4 dxe4 7.Pd2 f5 8.f3 Ld6 (verhindert fxe: Dh4†) 9.f4 tempoverlies c5 10.Pb3 Pd7 11.Le2 Dh4† Breyer wil de witte velden van wit verzwakken 12.g3 De7 13.0-0 g5 gelijk aanvallen 14.Lh5† een zinloos schaak, bereikt niets Kf8 15.fxg Dxg5 16.Tf2 (tegen Lxg3) Tg8 17.Tg2 Ke7! bescherming voor de loper 18.Le2 b6 19.a4 a5 geen wit tegenspel op de damevleugel 20.dxc? geeft veld e5 op bxc 21.De1 Pe5 22.Pxa5 Txa5! 23.Dxa5 Pf3† 24.Kh1 (ook 24.Lxf3 exf is voordelig voor zwart) 24..Dh5 25.De1 Lxg3!! 26.Lxf3 (Txg3 Dxh2 mat) exf 27.Txg3 alles lijkt gered maar de briljante Breyer had al 6 zetten eerder verder gezien: 27..f2!! en 0-1. (28. Dxf2 Dd1† 29.Kg2 Lb7† de eerste zet van de loper maar wat voor één 30.Kh3 Dh5 mat).

Probleem 2467 is een 2-zet van Goldschmeding:

Johan Hut

Benjamin Bok slachtoffer van Vedder-offer

In Georgië is vorig weekend de World Cup van start gegaan, met 128 deelnemers onder wie de sterkste vijftien van de wereld. Iedere ronde valt de helft af na minimatches van twee partijen, eventueel gevolgd door barrages met versneld tempo. Er is een prijzengeld van 1,35 miljoen dollar en bovendien gaan de sterkste twee naar het kandidatentoernooi voor het volgende wereldkampioenschap, waar om de uitdaging van Magnus Carlsen wordt gestreden. Het wekte daarom verbazing dat Carlsen zelf aan de World Cup deelneemt, hij zal immers niet aan het kandidatentoernooi meedoen. Die verbazing is een beetje vreemd, gezien het enorme prijzengeld. De Noor ziet het gewoon als een toernooi los van het WK, net zoals andere sporten ook een wereldbeker hebben die daar los van staat. Bovendien bevalt het format hem, hij zou het WK ook wel gespeeld willen zien in een afvaltoernooi. Dat is bijzonder, want toen dat eind jaren negentig gebeurde was daar veel kritiek op. Bovendien zet Carlsen met die wens zomaar zijn privilege op spel, dat ieder ander moet strijden en hijzelf in een zetel kan wachten op zijn uitdager. Maar misschien is Carlsen gewoon een enthousiaste schaker, dat zou zomaar kunnen.

Twee Nederlanders kwamen in Georgië aan de start. Anish Giri overleefde de eerste ronde moeiteloos. Benjamin Bok, de nummer vier van Nederland, ging met 2-0 ten onder tegen Vladislav Artemiev, een negentienjarige Rus die op plaats 54 van de wereldranglijst staat.
De tweede partij werd in Bunschoten en omgeving met grote belangstelling gevolgd. Artemiev bediende zich van het ‘Vedder-offer’, een torenoffer waarmee Henk Vedder furore maakte. Hij bedacht het achter het bord in het Pinkstertoernooi in Bussum in 1992 tegen Mark Irwin. Die nam het offer aan en Vedder won de schoonheidsprijs. Later kreeg hij de variant op het bord tegen Manuel Bosboom en Sofia Polgar, die het afsloegen. Vedder versloeg Bosboom en speelde remise tegen Polgar. De partij van deze week voegt geen nieuwe inzichten toe aan de theorie, maar brengt het Vedder-offer wel weer even onder de aandacht.

Artemiev-Bok

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.Pc3 Pf6 4.e5 dxe5 5.Pxe5 a6 6.g3 Dc7 7.d4 cxd4 8.Dxd4 Pc6 9.Pxc6 Dxc6 10.Lg5

Een verbluffend torenoffer, waarvan de rechtvaardiging toch snel duidelijk wordt. Na 10…Dxh1 11.0-0-0 zijn de hoofdvarianten 11…Ld7 12.Lxf6 Dc6 13.Lg2 en 11…Pd7 12.Pd5 Tb8 13.Lh3, beide met groot voordeel voor wit. 10…Lg4 Zwart laat wit niet rokeren, dat is cruciaal. 11.Lxf6 gxf6 12.Dxg4 Dxh1
13.Da4+ b5 14.Pxb5 Lh6 Een vluchtveld voor de koning en hij wil nog steeds wits rokade verhinderen. Fout was 14…axb5 15.Dxb5 Kd8 16.Td1+ Kc7 17.Td7+ Kc8 18.Td4 (daarom in dit geval geen rokade) en zwart loopt mat. 15.Pc7+ Kf8 16.Pxa8 Dxa8 17.Dxa6Lijkt al einde verhaal, maar Bok weet er nog iets van te maken.17…De4+ 18.De2 Db7 19.c3 Kg7 20.Td1 Ta8 21.a3 Tb8 22.b4 Da8 23.Dg4+ Kf8 24.Ld3 Dxa3 25.Lxh7 Dxc3+ 26.Kf1 Lg7 27.Dd7 Lh6 28.Td4 Met 28.Dg4 kon Artemiev zetherhaling bereiken en plaatsing voor de volgende ronde, maar kennelijk was hij zeker van zijn zaak.
28…Kg7 29.Ld3 e6 30.Tg4+ Lg5 31.h4 Dc1+ 32.Kg2 Dd1 33.Dd4 Zwart geeft het op. Hij verliest zijn loper.

Rini Kuijf

Voor beginners A7422
Zwart aan zet, hoe verder?
Voor gevorderden B7422
Wit heeft maar 1 juiste zet, welke?

Henk Prins

In de serie over de wittelijnthema’s liet ik enkele weken geleden iets zien van thema C. Er werden klassieke problemen getoond. Dat betekent dat er geen verleidingsspel door de auteurs was ingebouwd. Deze keer een uitbreiding en verdieping van thema C met thematische verleidingen. De Duitse grootmeester in compositie Herbert Ahues heeft ook in dit genre mooie werkstukken gecomponeerd.

Om tweezet 919 begrijpelijk te maken, geef ik nogmaals de definitie van thema C: “ Twee (of meer) velden naast de zwarte koning zijn door wit gedekt. Zwart sluit af, zodat die velden beurtelings vluchtvelden zouden worden. Wit opent bij de matzet echter een nieuwe lijn om dat veld te dekken.”

In tweezet 919 wil wit 2. Lb5 met mat gaan dreigen. Dit kan door een paard op d4 te spelen. Speelt wit .1. Pbd4?, dan wordt het eerste themaveld b4 extra gedekt door de toren van b1. De parade 1. …Ld6 om veld b4 voor de zwarte koning vrij te maken, werkt nu niet. Wel werkt 1. …Le5! Het tweede themaveld d5 is vrij voor de zwarte koning. Helaas is 2. Pfd4 geen mat. De weerlegging van verleiding 1. Pbd4? is dus 1. … Le5! Probeert wit met het andere paard 1. Pfd4? het probleem op te lossen, dan is de weerlegging 1. …Ld6! Themaveld d5 wordt met de verleidingssleutel extra gedekt. 1. ….Le5 is dus geen parade tegen de dreiging 2. Lb5. Maar als de zwarte loper naar d6 speelt, dan komt het eerste themaveld b4 vrij voor de zwarte koning. Helaas kan ook nu weer geen mat op d2 gegeven worden door het andere paard, omdat dan veld d4 niet meer is gedekt.

De oplossing is om 2. Lb5 mat te regelen met een sleutelzet die niets verknoeit. Sleutelzet van de tweezet is 1. a4! Zwart kan de dreiging 2. Lb5 mat tegenhouden met 1. …Ld6, om de zwarte vorst vluchtveld b4 (themaveld 1) te geven. Wit lost het probleem eenvoudig op door mat 2. Pbd2 mat te geven. Met de laatste zet opent wit een andere lijn, die van toren b1, die veld b4 weer dekt. Dit is wat de definitie van thema C voorschrijft. Na de tweede parade 1. …Le5 geeft zwart het vluchtveld d5 (themaveld 2) aan de zwarte koning. Nu is de matzet 2. Pfd2. Weer een zet die voldoet aan de definitie van thema C. Wit opent de lijn g2-d5, zodat veld d5 met de matzet weer gedekt staat. De twee paardmatzetten op d2 vertonen een mooi dualvermijdingsthema.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.